Goed dan nu dit verhaal. Waarom anonymous? De ik-figuur is naamloos, daarom. Verder ga ik niks vertellen over de ik-figuur, dat merken jullie allemaal vanzelf wel. Het eerste gedeelte van dit stuk is in mijn weblogstijl geschreven. Halverwege veranderd dit in het verhaal. Ik ga proberen dit elke keer zo op te bouwen, met gedachten, hersenspinsels ect van de ik-figuur tussendoor.
Maargoed, echt veel kan ik (nog) niet over het verhaal vertellen, ik hoor graag wat jullie ervan vinden. Liever geen one-liners met 'Goed stuk' of 'Meer!' Daar heb ik vrij weinig aan. Leg dan uit waarom je het een goed stuk vind ofzo. Ideeën zijn natuurlijk ook welkom, netzoals (opbouwende) kritiek. (Overgens, ik ben een dyslext... )
Citaat:‘Kerels… Echt om hopeloos van te worden. Ze zeggen A, bedoelen B en voeren uiteindelijk C uit. Goed er zijn natuurlijk extremere gevallen, die krijgen het zelfs voor elkaar om pas bij Z de uiteindelijke uitvoering voor elkaar te hebben.’ Met een diepe zucht staar ik voor mij uit. Maris zit mij bedenkelijk aan te kijken en schiet vervolgens in de lach.
‘Nee jij bent zeker zo duidelijk tegen hen.’ Klinkt het spottend.
‘Ik ben altijd duidelijk.’ Reageer ik terug op een klagende toon. ‘Maar die kerels zijn gewoon zo… Raar.’ Vervolg ik dan.
Een van bovenstaande gesprekken zijn gesprekken die ik bijna dagelijks uit weet te voeren met een, of meerdere, van mijn beste vriendinnen. Waarom? Omdat ik helemaal niks van kerels begrijp en ik graag wat duidelijkheid zou willen. Al is het maar van één kerel. Jammer genoeg heb ik de rare tik om steeds meer af te zakken naar een vagere kerel. Het resultaat? Nog meer gesprekken over het feit dat ik het allemaal niet meer begrijp. Neem mijn ex bijvoorbeeld. Opeens liet hij niks meer van zich horen. Na een paar reddingspogingen die zonder enig resultaat strandden, heb ik het maar opgegeven. Ik kan wel wat beters krijgen, besloot ik. Een beetje jammer dat mijn hart een eigen leven lijkt te leiden als hij opeens in de buurt is. Hart en verstand liggen soms niet helemaal op dezelfde golflengte blijkt maar weer.
Toen kwam vriendlief nummer twee. Leuke jongen om te zien. Vlotte babbel, lekker gezellig. Én ik ken hem al langer dan vriendlief één. Nou ja, kén. Ik zag hem vaker. Erg leuk, werken op een plaats waar hij veel komt. Het heeft mij de nodige rode blosjes opgeleverd. Niet dat het écht nodig was. Maar voor mijn omgeving was het erg lachwekkend kan ik je wel vertellen. Tenminste, wat ik van hen dan weer heb vernomen. Ach je begrijpt me vast wel. Waar had ik het ook alweer over? O ja! Vriendlief twee, is ook zo. Naja vriendlief twee was in mijn ogen gewoon een lekker ding, leuke babbel, gezellig en het leuke extraatje was dat hij ook nog eens geweldig kon zoenen. Vooral dat laatste had ik al een tijdje niet meer gehad, een geweldige zoener. Maar ja, ook dit liep na een tijdje op de klippen, simpelweg omdat meneer een van mijn vriendinnen opeens wat interessanter vond. Het resultaat? Ik negeer meneer op mijn werk, meneer negeert mij als ik hem wat probeer te melden en uiteindelijk besloot ik wat interesse te gaan tonen in één van zijn vrienden. Die vriend heeft het niet zover geschopt om vriendlief nummer drie te worden trouwens. Ik bedacht mij nét op tijd dat het niet slim is om er vandoor te gaan met een vriend van je exlief. Goed niet zonder hulp uiteindelijk. Meer om een vaag verhaal wat ik over mijn exlief en zijn vriend had gehoord. Én het feit dat ik geen zin had in nog meer gedonder. Maar het resultaat van mijn gerommel met mijn exlief is uiteindelijk dat ik een nog wazigere kerel heb gevonden. Nooit gedacht dat dat mogelijk zou zijn.
Ik zie je al denken, het resultaat? Een simpele samenloop van verschillende omstandigheden. Slagen voor de Havo, gaan studeren waardoor ik mijn werk niet meer kon uitvoeren en uiteindelijk op zoek moest naar nieuw werk. En dat was een opluchting, anders zag ik mijn tweede exlief vaker dan mijzelf lief was. Vol goede moed vertrok ik dus naar mijn nieuwe bijbaan waar ik na een paar weken al aardig gewend begon te raken. Veel nieuwe collega’s, andere sfeer en totaal ander werk. Want na drie jaar in de horeca gewerkt te hebben ben ik toch een eens gaan kijken hoe het werk in een supermarkt mij bevalt. En wel op een bakkerij in een van de vele supermarkten die Nederland telt. Zoals ik al zei begon ik na een paar weken al aardig gewent te raken. Ik had zelfs vanaf mijn werkplek leuk uitzicht op een wel erg leuke collega. En die wel erg leuke collega, dat is een nog wazigere kerel dan mijn twee exlieven. Maar ik zou mijzelf niet zijn als ik niet verschrikkelijk nieuwsgierig zou zijn geworden naar hem. Met de wetenschap dat hij fout is, héél fout.
‘En, al iemand op het oog hier?’ Ellen, één van mijn nieuwe collega’s kijkt mij lachend aan. Ik glimlach even en haal mijn schouders op.
‘Er lopen hier wel wat leuke jongens rond.’ Antwoord ik wazig. Ellen haar glimlach wordt wat groter en kijkt mij ondertussen nieuwsgierig aan.
‘Vertel?’
‘Nou…’
‘Ik zeg het niet door tegen de anderen hoor.’ Bijna smekend kijkt ze mij aan. In haar ogen valt te lezen dat ze erg nieuwsgierig is naar het exemplaar wat ik wel intressant vind.
‘Rutger.’ Hoor ik mijzelf opeens zeggen.
‘Wat? Niet doen! Als er iemand fout is, is hij het wel! Pas maar voor hem op! Echt waar hoor!’ Klinkt het waarschuwend.
‘Maar ik val op fout.’ Breng ik magertjes tegen haar in.
‘Ja dat merk ik. Maar echt hoor, pas jij maar op met hem.’
‘Zal ik doen!’ Grijns ik. In mijn achterhoofd speelt de gedachte dat ik dat toch niet doe. Ook al telt een gewaarschuwd mens voor twee. Maar aan de andere kant, deze reactie is wel zo overdreven, wie weet heeft ze zelf een oogje op hem. Dat kan toch? Even kijk ik haar vertwijfeld aan. In haar houding valt niks op te merken. Bovendien is Rutger nu ook niet in de buurt. Ik besluit dat het verstandiger is om gewoon af te wachten. Misschien verbeeld ik het mij wel. Misschien kan ik hem helemaal niet krijgen, wie zou het zeggen?
Een beetje lusteloos stap ik s’Avonds onder de douche om mij klaar te maken voor een avondje stappen met Maris. Ik gaap een paar keer uitgebreid en laat mij even lekker verwennen door de warme stralen van de douche. Al snel voel ik mij wat beter en begin ik hard ‘Nobody’s wife’ van Anouk te zingen. Even later hoor ik door het gegalm heen wat getrommel op de deur.
‘Kan het wat zachter daar?’ Hoor ik door de deur heen. Het is mijn vader die mijn harde gegalm niet aan kan horen. Logisch ook, mijn zangkwaliteiten zijn niet zo geweldig. Ook al heb ik soms de indruk dat het nog wel ergens naar klinkt. Bijzaak is het, dat ook als ik vind dat het goed klinkt er altijd mensen zijn die het niet zo goed vinden klinken. Iets zachter zingent vervolg ik het refrein van het nummer nog. Als ik plots de tekst niet meer weet probeer ik over te schakelen naar een ander nummer. Het eerste nummer wat in mij opkomt is ‘Maneater’ van Nelly Furtado, jammer dat ik daar alleen het woordje maneater van weet en de rest van de tekst simpelweg niet ken.
Een kleine tien minuten later sta ik voor de spiegel mijn make-up en haren te doen. Een beetje moedeloos staar ik naar mijn glimmende spiegelbeeld. Waar moet ik in vredesnaam mee beginnen? Ik pak mijn kwast en poeder eerst wat mijn gezicht. Dag glimmende huid. Vervolgens kleur ik met oogpotlood mijn ogen wat bij en als ik snel de mascararoller over mijn wimpers haal zie ik er al heel anders uit. Ik kijk dan ook tevreden in de spiegel, ik mag er zijn vanavond, concludeer ik. Even denk ik aan de avond die voor mij ligt, een avond in ‘Bermuda,’ waar mijn leuke collega ook vaak uitgaat, volgens de verhalen dan. Ikzelf ben er al tijden niet meer geweest. Stiekem hoop ik dat hij er ook is vanavond, kijken of ik een kans bij hem maak. Op wat voor type zou hij vallen? Ik werp een hoopvolle blik in de spiegel, haal nog even mijn handen door mijn nog warrige haren en loop de douche uit. Al piekerend over mijn kleding loop ik de trap op. Ik weet dat een broek zo gevonden is, gewoon de broek die ik altijd aan heb met stappen en waar mijn figuur naar mijn eigen idee goed in uitkomt. Maar een shirtje, dat is altijd lastig.
Plotseling hoor ik de deurbel gaan. In een flits realiseer ik mij dat Maris hier is. Ik grijns even, hulp is in aantocht!
‘Kom maar naar boven!’ Roep ik even later door het trapgat.
‘Okey!’ Klinkt het vanaf beneden.
‘She’s got the look!’ Fluit ze even later achter mij. Verbaast draai ik mij om.
‘Sorry?’
‘Je ziet er goed uit vanavond. Dat is alles.’
‘Ha dank je! Moet jij zonodig zeggen, jij krijgt kerels achter je aan vanavond!’
‘Is niet mijn bedoeling, ik ga niet op jacht vanavond.’ Reageert ze rustig. ‘Trouwens moet je niet nog even een shirtje aandoen?’ Ik wijs op mijn bed, daar liggen 3 verschillende shirtjes. Een roze, een zwarte en een donker blauwe.
‘Ik weet niet welke.’ Zucht ik.
‘De roze,’ klinkt het resoluut.
‘Okey en waarom?’
‘Je draagt altijd zwart. En donkerblauw is ook al zo donker. Dus roze.’
‘En bedankt voor de opheldering.’ Reageer ik nuchter. Maris begint te lachen.
‘Heb je er zin in?’
‘Ik hoop dat hij er is…’ Hoor ik mijzelf zeggen. Hij. Mijn leuke collega. Hoop ik echt dat hij er is? Ben ik wel toe aan een ander?
‘Ga je voor een avondje fun of?’ Zegt Maris opeens. Ik haal mijn schouders op.
‘Ik zie wel wat dat lot van mij me vanavond brengt.’ Antwoord ik wazig.
.. Haha, lekker doorschrijven en ik ben benieuwd!
je schrijft zo goed, en zo lekker leesbaar, je moet dit gewoon lezen voor je iets anders doet 
ben benieuwd wat dit weer allemaal gaat worden!
iepe zucht*
.. Klein beetje onduidelijk af en toe
In dat geval zeker knap 