sorry voor het lange wachten.
Love_Sophie; dat doe ik niet, dat verteld hij maar.
het is de bedoeling dat je de gedachten en gevoelens van de ik-persoon beschrijft als je vanuit dit standpunt schrijft, eigenlijk doen die van de andere er niet echt toe.
Citaat:
Hij neemt beleefd zijn hoed af. ‘Dat jury. Ik wil mijn proef nu rijden. Fijn dat jij wilt kijken en beoordelen’ en dat alles in een klein gebaar. De jury groet terug ‘Geen dank, ik kijk graag’. Al vraag ik me af of dat werkelijk in de groet van alle jury’s zit. Zouden sommige niet denken ‘god heb je die ruiter weer, enfin, ik zal wel kijken’? Hij neemt zijn teugels weer op en vertrekt in een vloeiende draf. Hij voert alle oefeningen losjes uit. Gaat makkelijk van verzameling over naar strekken en net zo vloeiend weer terug. Zijn handen zijn rustig en de galop van het paard komt krachtig over. De vliegende wissels zijn mooi gesprongen en na een prachtige proef komt hij in een verzamelde galop weer binnen. Houd net zo vierkant halt als net en groet weer af ‘bedankt voor het kijken mijnheer de jury. Mag ik de ring verlaten? Ik ben klaar.’ De jury staat weer recht en groet terug. ‘U mag de ring verlaten, bedankt voor het rijden’ even grijns ik. Bij sommige ruiters, zoals die wat nu onderweg is naar de ring bijvoorbeeld zal het vast eerder iets zijn zoals ‘godzijdank komt er ook nog een einde aan proeven’. Ik moet even giechelen. Arme ruiter. Ze kan er ook niet aan doen. Maar dit is niet wat je verwacht van een M combinatie. Helemaal niet zelfs. Ik volg de combinatie die op dit moment bokkend door de ring gaat. De amazone probeert wanhopig haar paard weer onder controle te krijgen. Maar de mooi gebouwde vos vindt het duidelijk leuk en is niet van plan te luisteren. Hij gooit bruut zijn hoofd in de lucht. Het lukt hem om de teugels uit zijn baasje haar handen te trekken. Vervolgens steekt hij het hoofd tussen de benen en gooit de achterbenen hoog op. De amazone doet een dappere poging om de bokken uit te zitten maar je ziet haar bij elke bok een beetje meer vooruit vallen. Het paard besluit eens een andere sprong te proberen en vliegt plots opzij. De amazone belandt precies waar het paard een paar seconde eerder nog gestaan had. Het paard schrikt van de doffe klap en kijkt verbaast achter zich. Als hij tot de conclusie komt dat zijn baasje niet meer op hem zit, maar langs hem ligt. Wandelt hij rustig naar haar toe en snuffelt eens aan haar. Tja, dit zijn momenten waarop je je paard vervloekt natuurlijk. Maar de amazone schijnt het goed op te nemen. Neemt de teugels van het paard en staat recht. Ze kijkt vragend naar de jury die het schouwspel verbaast aangekeken heeft. Het belletje had nog niet gerinkeld dus ze mag gewoon haar proef starten. Er zitten wat haken en ogen aan. Maar toch is het een plezier om te zien hoe de amazone al de streken van haar paard rustig maar consequent aan pakt. De glimlach op haar gezicht wordt telkens een beetje breder en ze groet af met een ontspannen, vierkant halthoudend paard. De jury staat op en groet haar terug.
Eigenlijk is het leuk om de proeven zo eens in het oog te houden. Je ziet zoveel. Je ziet hoe ruiters rijden, hoe ze reageren op hun paarden. Je ziet zoveel verschillende rijstijlen en toch lukt het ze allemaal om een proef uit te rijden. Verbazingwekkend hoeveel manieren er zijn om paarden te trainen..
Na nog een paar keer bij Pretty te gaan kijken doen ze eindelijk de prijsuitreiking. Ik eindig op een vierde plek. De jury wenst me proficiat en degene die mijn prijs af geeft is niemand minder dan, hoe kan het ook anders, de blonde jongeheer. Hij glimlacht vriendelijk maar er is wat veranderd in zijn houding. Zou hij ook kennis gemaakt hebben met de blik van zijn vriendin? Ik grijns even bij het idee. Hij gunt me een knipoog en gaat vervolgens verder met de rest van de prijzen. Zoals gewoonlijk vertikt Pretty het om ook maar enigszins netjes te lopen in de prijsuitreiking. Volgens mij denken de mensen als e Pret zien lopen ‘hoe is zij in godsnaam op die plek geraakt?’ Ach we zullen het maar voor lief nemen.
Na de uitreiking laden we op. Ik wens hem nog succes als ik voorbij wandel en we rijden richting huis. Alweer een lange wedstrijddag achter de rug.
Met een zucht neem ik beantwoord ik om half twaalf mijn mobieltje.
‘Hallo, met Kathleen’ ik probeer met moeite een geeuw te onderdrukken.
‘Ha trutje, kom je mee naar stad?’ mijn beste vriendin haar stem klinkt door de luidspreker.
‘Hangt er vanaf hoe laat’ mompel ik
‘Gezien je nu nog in je bed ligt en je je snel kan omkleden en klaar maken stel ik voor dat ik je over een uurtje kom uithalen’
Er klinkt een ernstige vorm van leedvermaak door haar stem.
‘Goed goed, tot over een uurtje!’
Ik sla het deken van me af en zoek kleren uit, wandel nog steeds maar half wakker richting de badkamer en fatsoeneer mijn wilde krullen een beetje. Daarna wandel ik door naar de keuken waar ik wat te eten pak.
‘Morgen’ begroet mijn moeder me
‘Morgen, Mieke komt zo’ meld ik rustig.
Ze kijkt me even verbaast aan, hoogstwaarschijnlijk zichzelf afvragend of ik haar dat gevraagd heb.
‘Ze heeft net gebelt’ verklaar ik.
‘Op die manier, goed, moet ik jullie komen halen?’
Ik haal mijn schouders op.
‘Zal ik zo eens vragen.’
Ze kijkt me hoofdschuddend aan. Mijn afspraak-maken techniek heeft ze nooit zo kunnen appreciëren.
We spreken af dat ze me inderdaad moet komen halen. In de auto praat ze een beetje met haar broer en krijg ik de kans om wat meer wakker te worden. Ik staar dromerig naar buiten en probeer het snel voorbij flitsende landschap in me op te nemen. Lage witte paaltjes staan voor lange grasstroken met daarachter een rij bomen. Tussen de takken en bladeren door kan je fabrieken onderscheiden. Op de achtergrond klinkt harde rockmuziek uit de boksen met de stemmen van Mieke en haar broer er tussen door. Als het beeld van fabrieken afgewisseld met wat weilanden over gaat naar dichte behuizing die zo kenmerkend is voor steden. Haal ik mezelf een beetje uit mijn trance. Ik herken het stadsplein van Hasselt en dwing mezelf nu weer helemaal tot de realiteit te komen. Haar broer stopt rustig de auto.
‘veel plezier en voorzichtig he meisjes’
‘Komt goed!’ we stappen lachend uit.
‘eerst maar een pizza-stop?’ vraagt Mieke
‘Is goed!’ we lopen door een van de smalle zijstraatjes die naar de galerij leiden.
‘Valt nog mee met de drukte’ concludeer ik.
‘Klopt, maandag middag he, de meeste werken nu’
‘Helemaal waar’ ik glimlach even. Dat ik daar niet eerder aan gedacht heb.
Eenmaal in de galerij bestellen we elk ons rechthoekje pizza en een cola zoeken we een tafeltje uit. Eigenlijk is het meer de bedoeling dat je je pizza al lopend op eet, maar in de kleine ruimte staan ook een paar kleine tafeltjes met aan elk tafeltje 2 stoelen. Al snel komt de pizza en zitten we smakelijk te eten.
‘Pizza op de nuchtere maag’ grijnst mijn vriendin naar me.
‘Heb al een boterham op’
‘Dat valt mee’
We praten nog wat over de vakantie, over ons GIP dat zoveel problemen op leverde en over het vorige schooljaar. Als we na een half uurtje onze pizza en cola op hebben. Wandelen we via de galerij naar de hoofdstraat. Een brede, altijd drukbevolkte, winkelstraat.
‘Eerst richting fluo-winkel?’ vraag mijn vriendin overbodig.
‘Jep! Altijd leuk daar!’
We wandelen tot aan het kruispunt, rechts van ons ligt een groot plein met allerlei terrasjes, links een zijstraat. We nemen de zijstraat en wandelen langs vele eettenten. Een paar kleine alternatieve kledingswinkels en slaan tenslotte de 2de zijstraat weer links in. Daar wandelen we door tot de ijzeren platen die de gevel van deze winkel vormen. We wandelen het halletje binnen. Het is een mooie kleurrijke hal. De kleuren gaan in de helft ongeveer over op allerlei kleine spiegelstukjes die het geheel een grappig effect geven. Telkens weer moet ik bewonderend kijken. We openen de zware deur. Een lekkere wierookgeur komt ons tegemoet samen met de vele kleuren. Deze winkel heeft zijn naam beslist niet gestolen. De eigenares die deze keer roze dreads heeft begroet ons met een glimlach, ondertussen kent ze ons wel. We kijken naar de vele aparte kledingsstukken die ze zelf maakt. Werpen een blik op de juwelen maar helaas hangt er weinig bij dat echt geschikt is voor ons. Of het is te duur, of we vinden het niet mooi. We groeten de eigenares van de winkel en wandelen weer buiten.
‘haar collectie was flink uitgedund’
‘Hm, ze zal binnenkort wel weer aan het naaien slaan. Allemaal nieuwe dingen!’
‘Ben benieuwd naar haar winter collectie, heb nog een nieuwe trui nodig.’
‘We zullen tegen september nog eens hierheen komen.’
We wandelen weer richting de grote winkelstraat. Eenmaal daar slenteren we tussen de vele winkels. In een trendy kledingszaak gaan we via de trap omhoog wetende dat daar de wat specialere kledij altijd ligt. We passen al lachend een paar broeken maar besluiten te wachten op de solden.