[VER] Lia

Moderators: Essie73, NadjaNadja, ynskek, Polly, Telpeva, Muiz

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

[VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 15-07-07 21:14

Ik weet nog niet of het de definitieve titel wordt maar voor tijdelijk is hij goed genoeg. Ik heb net "Het vreemde wezen" afgerond en daar zal ik tussendoor ook nog wel aan werken maar ik probeer aan dit verhaal iedere dag te schrijven. Dus elke 2 a 3 dagen hoop ik toch wel een update te hebben. Commentaar is zeer gewenst.

Citaat:
Langzaam beweeg ik mijn handen. Ik probeer mijn ogen open te doen maar het licht is te fel, het doet te veel pijn. Ik voel dat er naalden in mijn lichaam zitten en dat maakt me bang. Dan hoor ik stemmen in de verte “Ze komt bij” en voetstappen die steeds dichterbij komen, het licht wordt gedimd. “Zo beter?” nog steeds uit de verte, voorzichtig knik ik. Langzaam doe ik mijn ogen open, ik lig in een grote kamer, volledig wit. Direct schiet ik in de stress, de angst is van mijn ogen te lezen, zoals dat altijd is. “Rustig maar, alles is goed.” Maar daar geloof ik niet in. Ik krik mezelf op en er wordt nog meer gelopen. Een hand op mijn schouder voorkomt dat ik nog verder omhoog kom, een jongeman houdt mij tegen. Hij ziet er gehard uit, ik deins achteruit, dus lig weer plat op mijn rug in bed. Hij glimlacht, “Ik bijt niet hoor.” Geloven doe ik het niet. Dan komt er een dokter aan, hij vraagt mijn arm, maar hij heeft een injectienaald in zijn handen dus ik geef mijn arm niet. Ik leg mijn handen op mijn schouders om te voorkomen dat hij erbij kan. “Het is beter voor je, heus. We doen je niks.” Ik durf het niet, het is gevaarlijk. Dan krijg ik een flashback…

Ik ben in een grot, maar weet niet waar die grot is. Er lopen mannen buiten, ze hebben vreemde gezichten, een volwassen man besluipt ze met een wapen. Zij zien hem echter eerst en schiet met een stok op hem, dan legt de grootste zijn hand op de man zijn borst en ik zie de volwassen man ouder en ouder worden, hij probeert te gillen maar het lukt niet. Uiteindelijk sterft hij als een zeer oude man. De grootste van de vreemde gezichten staat verlekkerd te kijken. ‘Ze weten niet dat ik hier ben.’ Schiet door mijn gedachten. De mannen vertrekken, dan zak ik weg.

De ruimte om mij heen is donker. Ik voel me duf, maar ben bang om weer in slaap te vallen want ik voel dat er anderen in mijn buurt zijn. Ze doen zachtjes maar toch is duidelijk te merken dat ze er zijn, dan wordt er een zwak licht aangezet en kijk ik om mij heen. “Je bent weer wakker zie ik.” Ik knik voorzichtig, het is de dokter die mij eerst een injectie wilde geven. “Hoe voel jij je nu, al wat meer uitgerust?” even denk ik na, maar ik kan niet echt zeggen hoe ik me voel. “Ik voel me voornamelijk duf.” Fluister ik, bang om hardop te praten. “Dat trekt wel weg over een tijdje. Je was er slecht aan toe toen we je vonden.” Weer denk ik na, maar nu snap ik het echt niet. Waar hebben ze me gevonden? Het laatste dat ik me herinner is de grot, bij een grote poort met tekens. Ik kijk de man vertwijfeld aan. “Ik zal me trouwens even voorstellen. Ik ben dokter Merchy.” Zegt hij omdat hij niet echt raad weet met de blik in mijn ogen. “Ik ben Lidaterna, maar de meeste noemen mij Lia.” Weer fluister ik, ik wil weten waar ik ben maar durf het niet te vragen. Mr. Merchy besluit dat het tijd is om te rusten en vraagt of hij nu wel de injectie mag geven. Ik schud angstig mijn hoofd, hij laat het erbij, zet het licht uit en loopt weg. Nu is er niemand meer en langzaam ontspan ik, dan zak ik in een diepe slaap.

De ruimte om mij heen is prachtig, alsof ik in een film ben. Er zijn verschillende soorten dieren en wezens, maar bang zijn geen van ons beide. Ik loop rond, eet wat bessen en ga uiteindelijk zwemmen in een meer dat ik vind. “Lia…” hoor ik in de verte, “Lia…” hoor ik nogmaals, het komt dichterbij. Ik ga uit het meer en direct zijn mijn kleren weer droog. “Lia!” hoor ik nu duidelijk, opeens herken ik de stem. Het is de stem van mijn vader, ik ren zo hard ik kan weg van de stem, maar hij herhaald het nogmaals en komt steeds dichterbij, en dichterbij, en dichterbij! Ik kijk achterom en zie hem staan, met de zweep in zijn handen. “Je bent ongehoorzaam geweest, en daarom zal je gestraft moeten worden!” Hij tilt de zweep op en haalt uit.

Ik ben bezweet van boven tot onder en hyperventileer. Ik ga rechtop zitten en probeer mijn ademhaling onder controle te krijgen. Het licht gaat aan en mr. Merchy loopt naar mij toe. “Gaat het?” Ik krijg mijn ademhaling niet onder controle en schud angstig nee, hij doet iets in een injectiespuit en ondertussen hoor ik in de verte nog wat voetstappen. Mr. Merchy zegt nog wat maar alles is ver weg, iemand houdt mij vast en ondertussen voel ik de naald mijn lichaam binnendringen. Ik probeer nog wat tegen te stribbelen maar de persoon die mij vasthoudt voorkomt dit. Langzaamaan kan ik weer denken en krijg ik mijn ademhaling onder controle. ‘Hij heeft mij geholpen. Het kan niet anders, hij heeft mij geholpen. Maar waarom zou hij zoiets doen?’ schiet er door mijn gedachten heen. Ik kan er niet opkomen. De persoon die mij vasthield laat mij los en dan zie ik dat het weer die geharde man is. Hij knikt vriendelijk en loopt dan weer weg. “Bedankt.” Fluister ik. “Geen dank, ik ben toch een dokter.” Zegt Merchy. Ik knik, maar weet niet wat ik ervan moet denken.

Iemand vertrouwen is zowat onmogelijk voor mij, ik doe het zo min mogelijk omdat ik al zoveel bedrogen ben. Door mijn moeder, mijn vader, mijn zogenaamde vrienden, mijn docenten en mijn psychiater. Al die mensen die mij bedrogen hebben. Die mij misleid hebben. Die mij pijn gedaan hebben, lichamelijk, zoals mijn vader en moeder, en/of geestelijk, zoals mijn psychiater en mijn docenten. Hoe kan ik nu mensen vertrouwen, ze zijn tot nu toe allemaal hetzelfde. Dezelfde blok haat, dezelfde blok agressie, dezelfde blok wreedheid. Ik weet het niet…

Merchy loopt weg en het licht gaat uit. Nogmaals probeer ik te slapen maar erg goed lukt dat niet. Ik sta op en loop een stukje. Ik zoek de weg naar het lichtknopje en na even voorzichtig zoeken vind ik het. Dan loop ik rustig rond en kijk waar ik ben. De kamer waar ik ben is niet zo groot, maar heeft een douche, toilet, tafel en een bed. Het is dus goed te doen. Er staan ook nog wat medische dingen, maar daar blijf ik af. Ik weet er namelijk niks van. Als ik in de laatjes van de tafel ga kijken vind ik wat papier en pennen. Ik ga dus maar schrijven, korte gedichten. Want een verhaal komt niet in mij op.

Luister
Luister mijn kind
Luister naar de wind
Verdrijf de haatgevoelens
De dwang die jij probeert te gebruiken.

Luister mijn kind
Luister naar de wind
Daar waar de goden spreken
De goden van weleer.

Luister mijn kind
Luister naar de zon
De felle lamp die in de hemel schijnt
Die verschijnt overdag, maar ’s nachts verdwijnt.

Luister mijn kind
Luister naar de aarde
De aarde vol met pracht en praal
Laat deze in haar waarde.

Na dit gedicht ben ik toch wel weer erg moe, ik zet het licht uit en schuifel terug naar mijn bed. Daar ga ik liggen, binnen de kortste keren val ik in slaap. Terug naar het verleden.

“Ga naar huis Lia, het is al laat.” Mijn docent vind dat ik mij aanstel als ik zeg dat ik bang ben om naar huis te gaan. “Je vader en moeder zijn heel aardig altijd, ik kan mij niet voorstellen dat ze je kwaad doen. Ga gewoon naar huis, het valt heus wel mee.” Dan zet ze mij de school uit zodat ze hem op slot kan doen. Sjokkend ga ik naar huis, bang voor wat mij te wachten staat. Als ik thuis ben hoort mijn moeder mij direct. “Je bent laat. Ga de afwas doen, deze keer echt schoon.” Direct ga ik aan de slag. Ik herinner me het pak slag van gisteren nog goed. Ik heb niet fatsoenlijk kunnen slapen ervan. Na anderhalf uur ieder vuiltje, vetje of ander viezigheidje van de borden afgeschrobd te hebben roep ik mijn moeder. Doodsbang, maar ik kan echt niks vuils meer ontdekken. “Je hebt geleerd zie ik. Naar boven, ik breng je avondeten wel. Als ik er aan denk tenminste.” De valse lach van mijn moeder maakt mij inkrimpen en snel sluip ik naar boven, geruisloos. Waar ik op mijn bed ga zitten, nadenkend over mijn verhaal, over het meisje Tirza. “Kon ik maar net als haar zijn.” Fluister ik zachtjes. Ik ga languit op bed liggen en denkend aan Tirza val ik in slaap.
Laatst bijgewerkt door Mireille op 15-07-07 21:15, in het totaal 1 keer bewerkt
Reden: [ver] > [VER]

Duhelo

Berichten: 30047
Geregistreerd: 29-05-03

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst: 16-07-07 19:19

ik heb je vorig verhaal in een ruk uitgelezen, en ook in dit verhaal wordt ik weer volledig meegesleept!
ben benieuwd naar volgende stukken!

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 16-07-07 21:13

Ik heb weer een nieuw stuk, ben nog even aan het puzzelen hoe ik het ga vervolgen maar ik heb al wel iets. (alleen is het nog niet zeker of ik dat ga houden daarom plaats ik het nog niet. Clown ) Leuk dat jij nu ook meeleest. Vroeger was alleen Gerlienke vast klant Go jij! Go jij! . Ik zal jullie niet langer met kletspraat lastig vallen. Hier is het vervolg (wel een beetje kort 1.448 woorden)

Citaat:
Het licht in de kamer staat aan. Even weet ik niet waar ik ben maar dan hoor ik de stem van Merchy. “Heb je besloten om maar eens wakker te worden?” Nog kijk ik een beetje verdwaasd om mij heen maar na een tijdje knik ik dan toch maar ja. Rustig kom ik bij en ga dan voorzichtig rechtop zitten. Wanneer ik zit kijk ik om mij heen en zie dat er nog iemand in deze kamer is, een wat oudere man. “Dit is Commandant Vedint. Commandant, dit is Litaterna, volgens haar ook wel Lia genoemd.” Stelt Merchy ons aan elkaar voor met een glimlach. “Ik heet je van harte welkom op basis Dorado, je mag zolang je wilt gebruik maken van deze basis.” Zegt de commandant. “Bedankt… denk ik.” Fluister ik, niet wetend wat ik moet zeggen en niet wetend wat ik ervan moet vinden. ‘Ben ik op iets militairs beland of zo? Ik snap het niet echt meer.’ “Mooi gedicht, het geeft me een vreemd gevoel. Echt bijzonder.” Even straal ik, dan gaat de deur open en loopt die geharde man weer binnen. Ook zie ik dat er mannen met geweren bij de deur staan. De angst is weer duidelijk van mijn gezicht af te lezen.

“Gabirov, daar ben je.” Hij knikt. Dan richt Gabirov zich naar mij, ik krimp direct ineen, vind hem nog steeds een grootste griezel. Hij doet me een beetje aan mijn vader denken. “Heus, ik bijt niet.” Zegt hij met een glimlach, maar dat maakt mij hem niet meer vertrouwen. Hij heeft echt zo’n donkere waas over zich hangen. Alsof hij heel erg slecht is of heel lang in moeilijke tijden heeft moeten leven. Zo ziet hij er uit, maar zo voelt hij ook echt. Hij maakt mij gewoon bang, ik kan het niet anders beschrijven. Dan loopt hij naar de tafel en pakt het blaadje waar het gedicht op staat. Even is hij bezig met het te lezen. Dan zegt hij iets dat ik niet verwacht had.

“Luister mijn kind
Luister naar het water
Daar waar de zee het diepst is
Daar naar het geklater

Luister mijn kind
Luister naar de geesten
De geesten van de werelden
Waar jij nog niet gekomen bent

Luister mijn kind
Luister naar jezelf
Daar waar je hart ligt stuurt het aan
Naar die kant zal je moeten gaan.”


“Wow, je kent het. Nu herinner ik me het weer, ik wist dat ik het ergens van kende.” Fluister ik, met zowat tranen in mijn ogen. “Dit gedicht heb ik toen ik jong was geleerd. Maar in de loop van de tijd ben ik het vergeten.” Gabirov glimlacht subtiel. “Commandant, kan ik u even spreken?” Samen lopen ze de kamer uit. “Wil je wat eten?” vraagt Merchy. Ik knik, ‘Tjonge, wat heb ik een honger. Hoe lang heb ik eigenlijk al niet gegeten?’ vraag ik me af. Maar hardop vraag ik het niet. “Dat dacht ik al, ik kom zo terug.” Dan loopt hij weg, even ga ik nog op bed liggen. Direct zak ik weg.

“Lia, weet je wat voor tijd het is vandaag?” vragen de jongens uit de 4e , ik voorzichtig schud ik nee, bang voor wat er komen gaat. “Tijd om te lopen!” en ze steken met naalden mijn beide banden weg voordat ze vertrekken, lachend en wel. Maar ik lach niet, van binnen huil ik zelfs, maar dat laat ik hen niet zien. Zo’n grote triomf wil ik hen ook niet geven. Maar het is voor mij een half uur fietsen naar huis, dat betekend anderhalf uur lopen. ‘Mijn moeder zal woest op mij zijn. Nu ik zo laat ben. Dan moet ik extra veel doen.’ Schiet door mij heen en ik haal de naalden uit mijn banden en begin te lopen. Met stevig doorlopen ben ik uiteindelijk na vijf kwartier thuis, ik sluip naar binnen, mijn moeder is boven aan het televisie kijken, en stop de eerste van de vier wassen in de wasmachine, waarna ik ga afwassen, het volledig schoon krijgen gaat steeds sneller. Als ik daarmee klaar ben wissel ik de was en ga ik afdrogen en opruimen. Nogmaals de was wisselen en alles zuigen, voor de laatste maal de was wisselen en dan mijn band plakken, de laatste was eruit halen en gaan koken. Om zeven uur kunnen we aan tafel, mijn moeder is maar half tevreden van wat ik gedaan heb en vindt dat ik opnieuw moet zuigen en dat het tafelkleed ook nog gewassen moet worden. Ik kijk enigszins verbijsterd, dat zal een grove fout blijken, aangezien ze daarom aan het eind van de maaltijd het resterende eten over het tafelkleed strooit zodat het extra veel werk is om schoon te maken . “Nu duidelijk?” vraagt ze, met een gemene grijns op haar gezicht. Ik knik, wat kan ik anders. Om half twaalf lig ik in bed. Ik ben zo vertrokken, want de wekker gaat toch al weer om zes uur af.

Langzaam kom ik bij. Er staat iemand naast mijn bed, ik kan de persoon voelen. Hij doet iets aan mijn arm, er wordt een naald in mij geschoven en ik voorzichtig open mijn ogen. “Ah, je bent wakker. Ik was net wat bloed aan het afnemen voor onderzoek.” Ik kijk angstig naar mijn arm maar zie dan dat hij de waarheid spreekt. “Mag ik vragen wie u bent?” vraagt ik voorzichtig. “Oh ja hoor, ik ben Evert Qual, dokters assistent. Meestal wordt ik Evert genoemd. Jij bent toch Lia?” Ik knik ter bevestiging en terwijl we praten is hij klaar met bloedprikken. Ik ga rustig rechtop zitten en hij vraagt of ik mijn eten wil. “Ja graag, meneer.” Antwoord ik, hij haalt het van het bureau en zet het op mijn schoot. Het is brood met iets van jam en pasta erop, best wel lekker. “Bedankt.” Zeg ik met een kleine glimlach op mijn gezicht. ‘Iedereen is hier zo aardig, zo vreemd.’ Gaat door mijn gedachten heen. “Geen dank, Merchy had het al gepakt maar in de tussentijd was je in slaap gevallen. Het is toeval dat ik er net ben nu jij wakker wordt. We hebben vier keer achter elkaar om de 3 uur bloed genomen om te kijken hoe jouw bloedwaarden schommelen. Dat doen we bij iedereen.” Ik knik, enigszins twijfelend maar dat valt hem niet op. “Ik zal je met rust laten, over een uurtje komt er nog wel iemand bij je kijken.” Ik kijk onzeker en daarop lacht hij. “Ik zal proberen Merchy te laten kijken, volgens mij ben je niet zo’n fan van Gabirov. Hij is best aardig hoor, heeft alleen een vreemde geschiedenis en is daarom ook zo gehard. Hij kan ook goed luisteren. Zal ik het licht aanlaten?” Ik knik, dan loopt hij weg.

Als ik klaar ben met eten denk ik aan de afgelopen uren. Als ik daar klaar mee ben, besluit ik aan het bureautje te gaan zitten en wat te doen. Eerst weet ik nog niet wat, want zin om weer een gedicht te schrijven heb ik niet. Ik heb geen inspiratie voor een lied, maar dan denk ik aan Tirza, mijn virtuele dinnetje (vriendin) en besluit over haar te gaan schrijven. Haar en haar relaxte leven.

Nadat Tirza haar tas heeft ingepakt komt haar moeder haar broodtrommel brengen. “Bedankt mam.” Haar moeder glimlacht, “alles voor mijn lieverd.” Dan hoort ze een kort toetertje en rent ze naar beneden met haar tas en broodtrommel in haar handen. “Tot vanmiddag.” Roept ze naar haar moeder die vanuit de deuropening zwaait. Dan stapt ze in de auto en brengt haar vader haar naar school. “Pap, kan jij me vanmiddag even naar de ruitershop brengen? Ik heb echt een supermooi hoofdstel gezien, hij had echt ontzettend veel blingbling en was van dat mooie zachte leer en een superbrede aansnoerneusriem. Ik denk wel 5½e cm, te cool gewoon.” “Laat me raden, je wilt dat ik het voor je koop, is je bankpas alweer geblokkeerd.” “Toe pap, astublieft!” “Ja ja, het is al goed. Alles voor mijn meisje.” Blij zit ze in de auto, na een kwartiertje zijn ze bij school aangekomen. “Ik haal je om 3 uur weer op, oké?” Ze knikt. Dan gaat ze bij haar vriendinnen staan, ze roddelen wat en al snel gaat de bel. “Ik moet mijn jas nog ophangen. Kleine pauze in het fietsenhok?” “Doen we, zie jullie dan wel!” Snel gaat ze naar binnen en hangt ze haar jas aan de kapstok. Daarna rent ze de trap op naar boven, ze heeft wiskunde, saaaaaai! Maar gelukkig zit ze naast een vriendin en al snel spelen ze kamertje verhuren. Dan staat de leraar naast hen. “Wat zijn jullie aan het doen meiden?”

Surion

Berichten: 3067
Geregistreerd: 13-07-04
Woonplaats: La douce Belgique!

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst: 16-07-07 23:26

Leuk verhaal, maar ik snap er eigenlijk weinig van. Nagelbijten / Gniffelen
Maar dat komt nog wel veronderstel ik. Ja

Limitless

Berichten: 2518
Geregistreerd: 08-04-06
Woonplaats: In my head

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst: 17-07-07 13:33

Ik vind je verhaal nu al leuk. Ik houd wel van de manier waarop je dit verhaal beschrijft. Het komt namelijk allemaal heel mysterieus op me over, en daar houd ik van.

Citaat:
“Lia, weet je wat voor tijd het is vandaag?” vragen de jongens uit de 4e , ik voorzichtig schud ik nee, bang voor wat er komen gaat.


Ik neem aan dat de dikgedrukte ik daar niet moet staan? Dat was het enige wat me eigenlijk opviel in je verhaal. Een echte schrijffout vind ik het niet.

Maargoed, ik blijf je verhaal dus volgen. Zeker als je veel stukjes plaats in weinig dagen Tong uitsteken

Duhelo

Berichten: 30047
Geregistreerd: 29-05-03

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst: 17-07-07 20:42

Mij viel ook iets op Clown
Citaat:
Heus, ik bijt niet.” Zegt hij met een glimlach, maar dat maakt mij hem niet meer vertrouwen.

ik snap deze zin niet echt
nou, ik snap hem wel maar vind de zinsbouw zo raar?

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 17-07-07 20:50

Ik zal er op letten. Dat van ik is inderdaad een foutje, had de zin herschreven. De zinsbouw bij die zin is inderdaad wat krom, heb wel vaker kromme zinnen ertussen zitten. Ik zal er proberen op te letten. Leuk dat er nu meer lezers zijn. Ik heb weer een nieuw stuk. 1.470 woorden, maar ben nog steeds aan het twijfelen of ik het goed vind. Ik blijf maar gewoon schrijven, trek a.u.b. aan de bel als het verhaal de verkeerde kant op gaat. (te druk of te onduidelijk of nog iets anders). Bedankt voor al het commentaar.

Citaat:
Hoofdstuk 2
De deur gaat open. Merchy komt naar binnen en Gabirov volgt. Ik leg mijn pen neer. “Daar zijn we weer.” Als hij mijn angstige gezicht ziet “Ik weet dat je gevraagd had zonder Gabirov te komen maar hij wil met je praten. Maar ik dacht, ik ben aardig, ik ga ook mee zodat je niet met hem alleen opgescheept zit.” Nog kijk ik wat hulpeloos maar na even knik ik. “We hadden toch een stoel mee moeten nemen.” Zegt Gabirov, de dokter knikt en antwoordt “Dan zit ik maar op het bureau, daar kan het tegen.” “Wil je op het bed zitten of liever op de stoel?” vraagt Gabirov. “Het bed astublieft.” “Ga je gang.” Als ik op het bed zit pakt Gabirov de stoel en parkeert hem tegenover mij. Hij gaat zitten.

“Lia, ik ga er maar niet om de echte vraag heen draaien. Waarom ben je zo bang?”
Ik zwijg, heb geen idee wat ik daarop moet antwoorden, wat ik kan zeggen.
“Ik heb de tijd, denk er maar even over na.”
“Ik kan daar niet op antwoorden, het spijt me.” Ik zet me schrap voor de klap die logischerwijs nu zal komen.
“Ik sla niet, dat doe ik nooit.”
Ik kijk hem vreemd aan en schud mijn hoofd wantrouwend, iedereen slaat wel eens.
“In ieder geval nooit om zo’n reden, bij iemand die al zo bang is en niet durft te antwoorden.”
Ik kijk weg, hij maakt onderscheid, dat klopt niet.
“Waar ben je geboren?”
“In Nederland, in het kleine stad Dune aan de Dun.”
“Dat ligt toch in Noord-Brabant?”
Ik knik.
“Hoe oud ben je nu eigenlijk?”
“Ik ben nu 17 jaar oud, geboren op 28 mei 1990.”
“Heb je ook hobbies?”
“Voornamelijk schrijven, ik heb namelijk nooit tijd gehad voor echte hobbies.”
“Hoe bedoel je, nooit tijd gehad?” hij kijkt me nieuwsgierig aan.
Direct klap ik dicht, dat had ik niet mogen zeggen. Mijn moeder zal woest zijn als ze erachter komt.
“We beschermen je als dat nodig is.”
“Sorry, ik kan er niets over zeggen.” Weer zet ik me schrap.
“Het geeft niet, maar bedenk wel: het is niet jouw schuld.”
“Natuurlijk wel, ik doe het elke keer fout.” De angst maakt me boos.
“Iedereen maakt fouten, die moeten en zullen vergeven worden door de juiste personen.”
“Mijn fouten niet, nooit.”
“Ook jouw fouten, heus.”
Ik zwijg, het is verwarrend. Waarom zegt hij dingen die ik altijd anders heb ervaren?
“Ik zal het hierbij laten, maar bedenk: we willen je helpen, helpen om een trotse vrouw van je te maken.”
Ik knik.
“Ik zag trouwens dat je weer wat had liggen, mag ik het lezen?”
Weer knik ik, een kleine glimlach komt op mijn gezicht.

“Kom Gabirov, dan laten we haar met rust. Wil je nog wat eten?” Het laatste richt Merchy naar mij. Ik schud mijn hoofd. “Mag ik mijn glas hier houden?” vraag ik voorzichtig. “Natuurlijk, geen probleem.” Ze lopen naar de deur. Voordat Gabirov de deur uit gaat knipoogt hij nog naar mij, direct richt ik mijn blik naar de grond. Merchy merkt dit echter niet op en zegt: “Probeer nog wat te rusten, je lichaam heeft het nodig en je geest geloof ik ook.” Dan vertrekken ze. Ik ben ontzettend moe dus zet ik het licht uit en ga op bed liggen. Direct reis ik weer naar mijn flashbacks af.

FLASHBACK
Ik heb een brood gekocht en mijn kleren zitten in mijn tas. Nu gaat het echt gebeuren. Het is echt vreemd om mijn kleding in een tas te zien zitten. Hoewel, zoveel is het niet: 2 broeken, 2 shirts, 4 paar sokken en ook nog wat ondergoed. Ik heb niet alles meegenomen, maar wel het meeste en het is voldoende. Dan ga ik lopen, richting het bos, richting de veluwe. Het is twee uur lopen maar daar heb ik geen problemen mee, dat ben ik gewent en het zal er ook niet meer toe doen als ik daar eenmaal ben. Dan ben ik van de mensheid verlost, die vreselijke mensheid. Nog even voel ik aan mijn diploma, die heb ik ook in mijn tas zitten, geplastificeerd en wel. Eindelijk ben ik van die rotjongens af, mijn hele schoolcarrière hebben ze mijn banden lekgestoken, mijn broodtrommel uit mijn handen geslagen en mij mishandeld, maar het maakt nu niet meer uit. Ik heb mijn vmbo-diploma en ga nu lekker in de bossen leven. Niemand die mij meer lastig valt. Geen mensen meer die mij pesten, die mij slaan, die mij uitschelden, die mij schoppen, die mij dwingen, die mij bedreigen, die mij chanteren, die mij wurgen, geen mensen meer in mijn omgeving. Daar ben ik vanaf nu van af. Ik houd er stevig de pas in, des te sneller dat ik in het bos ben, des te beter. Na ruim twee uur sta ik daar dan, voor het wildrooster dat zorgt dat de wilde dieren er niet uit kunnen. Ik ben eindelijk vrij, alleen nog over het wildrooster lopen. Ik loop over het wildrooster, maar als ik met beide voeten erop sta voel ik mij licht in mijn hoofd worden. De omgeving draait, ik zie een flits en daarna niets meer…

REALITEIT
Er is geschreeuw op de gang, de deur gaat open en de mannen met geweren die ik eerder zag lopen naar binnen en vragen aan mij hen te volgen. Ze lopen stevig door maar zeggen niks. Plots wordt er om ons heen geschoten, “Liggen!” beveelt degene die voor mij loopt, maar ik ben niet snel genoeg. Er gaat een stroomschok door mij heen. “We hebben je, denk maar niet dat je ons nog eens kan ontvluchten.” Nog een stroomschok gaat door mijn lichaam. Ik blijf plat op de grond liggen in de hoop dat ze het niet voor een derde maal doen. “Daar zijn ze.” Wordt er geroepen, ze richten de aandacht op de kant waar het geluid vandaan komt. Weer wordt er om mij heen geschoten. Ik til voorzichtig mij hoofd op en zie mijn begeleiders in de buurt van mij liggen, er is echter geen bloed. Eentje schudt versuft zijn hoofd, maar gaat, als hij merkt in wat voor situatie hij zit, weer plat op de grond liggen. Ik volg zijn voorbeeld maar, en hoop dat het snel voorbij is. De stroomschokken hebben ervoor gezorgd dat mijn lichaam nog steeds tintelt. Dan hoor ik een pijnkreet naast mij, degene die bij mij de stroomschokken toediende lijkt ook een schok te krijgen. Ik hoor meerdere mensen op de grond vallen, maar dan is het stil. Doodstil…

“Iedereen ongedeerd?” de stilte is verbroken en alles komt weer in beweging. Voorzichtig probeer ik op te staan, maar mijn benen werken niet mee. Gabirov controleert mij en zegt dat er een brancard moet komen. Tegen mij zegt hij dat ik stil moet blijven liggen, dat alles goed komt. Toch krimp ik ineen, ik blijf hem eng vinden, zeker als hij tegen mij praat. Hoofdschuddend gaat hij met anderen verder, vier mensen worden geboeid afgevoerd, waaronder degene die mij geshockeerd had. Erg veel krijg ik er niet van mee, want nu de adrenaline wegebt voel ik me steeds lomer worden. “Blijf je wel wakker?” hoor ik in de verte Gabirov zeggen, maar dat lukt niet. Ik faal.

FLASHBACK
Langzaam kom ik bij, mijn hoofd wil niet. Het lijkt alsof iemand er met een hamer op slaat, zo’n pijn doet het. Het is nacht, er is geen maan maar de sterren zijn goed te zien. Direct ga ik op zoek naar de grote beer, de kleine beer en de noorderster maar geen van allen zijn te vinden. “Waar ben ik beland?” fluister ik, dan hoor ik iets in de bosjes. Ik ga voorzichtig rechtop zitten maar de hoofdpijn wordt te erg, eerst zak ik door mijn armen van de pijn en daarna lig ik plat op mijn rug. Ik wil het uitschreeuwen maar ik durf het niet en het zal ook niet helpen, alleen verergeren. Dan begin ik maar gewoon te hopen dat het snel voorbij is. Het lijkt uren te duren maar langzaam aan zakt mijn hoofdpijn weg tot een monotone trom binnenin mijn hoofd. Weer ga ik voorzichtig rechtop zitten, de trom wordt iets zwaarder maar het blijft goed gaan. Zo wacht ik tot het weer terug gaat naar de zachte trom, weer duurt het uren. De zon komt op en ik merk dat deze erg fel is, maar in de buurt is een grot en voorzichtig ga ik op mijn benen staan. Ik heb wat moeite met mijn evenwicht maar uiteindelijk haal ik de grot zonder te vallen. Voorzichtig kijk ik naar binnen, er is niemand. Dan sluip ik een stukje naar binnen maar ook achterin de holte is niets. Ik zak door mijn benen en ga dan voorzichtig liggen op de harde ondergrond. Al snel val ik in slaap.

Limitless

Berichten: 2518
Geregistreerd: 08-04-06
Woonplaats: In my head

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst: 17-07-07 21:05

Weer een goed stuk! Heb er eigenlijk niks op aan te merken, alleen dat ik het Flashback en realiteit gedeelte erg fijn vind. Dat brengt je tenminste niet in verwarring. Mijn complimenten Knipoog
Voor mijn doen is het echt wat om een verhaal te volgen, dat heb ik er niet bij velen. Alleen bij het Orlando fanfic heb ik dat tot nu toe écht gehad, en hierbij nu dus eigenlijk ook. Telkens als er een postje hier was heb ik gekeken Tong uitsteken Hoewel er dat nog niet veel zijn :/

gerlienke
Berichten: 1609
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst: 17-07-07 21:23

k heb nu een klein stukje gelezen en lees de rest over een paar dagen wanneer ik tijd heb, maar voor zover ik heb gelezen is het een mooi verhaal en het lijkt in de stijl te zijn van 'Het vreemde wezen'

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 17-07-07 21:29

Oké, en het is inderdaad in dezelfde stijl. Ik heb moeite met anders schrijven.

Anoniem

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst: 17-07-07 21:42

en ook hier heb je weer een lezer erbij!
je schrijft wel prettig vind ik! Ja

gerlienke
Berichten: 1609
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst: 18-07-07 16:57

ik heb net alle hoofdstukken gelezen:) het is een leuk verhaal en dat je er realiteit en flahback boven zet, maakt het wel duidelijker.

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 18-07-07 18:19

Zo, weer een nieuw stuk. Wat vroeger dan de vorige delen, maar heb 's morgens al flink wat geschreven. Het is 1.529 woorden lang en het stuk bevalt mij op zich wel. Leuk dat ik deze keer zo veel lezers heb, het is het eerste verhaal waarbij dat gebeurd. Ik was eerst aan het twijfelen of dat REALITEIT, FLASHBACK en DROOM erboven moest of dat dit het verhaal minder zou maken maar als het goed in de smaak valt zal ik het blijven doen. Het geeft inderdaad wel overzicht. Als het te druk wordt moeten jullie maar roepen, commentaar vind ik fijn.

Citaat:
REALITEIT
Mijn spieren beginnen langzaam aan te luisteren, even lig ik zonder dat ik iets kan doen maar na een kwartiertje lukt het om voorzichtig mijn ogen open te doen. Ik ben weer in de witte ruimte van aan het begin. Ik voel dat er een naald in mij zit en zie dat ik aan het infuus lig. Het is hier een drukte van belang, overal lopen mensen, maar niemand ziet dat ik wakker ben. Blijkbaar is er heel wat aan de hand maar ik herinner me niet wat het is, plots weet ik het weer. De schoten en de pijn. Dan wordt er geroepen dat mensen aan de kant moeten, het klinkt ernstig.

“Aan de kant iedereen, brancard moet erlangs.”
“Wat is er gebeurd?”
“Brand op de derde verdieping, Wat er precies gebeurd is weten ze niet. Deze is er erg aan toe, maar er zijn nog twee mensen met eerste- en tweedegraads brandwonden.”
“Oké, zal de spullen alvast pakken.”

De brancard komt langs, de man erin is geheel verbrand, op sommige plaatsen tot verkoold aan toe. en dan komen Gabirov en een man die waarschijnlijk wetenschapper is binnen. Beide hebben ze brandwonden in hun gezicht, op hun armen en op hun handen. Evert vangt ze op en neemt ze naar een rustiger deel waar hij de wonden behandeld. Ze staan vrij dicht bij mij dus ik kan het goed volgen. Eerst wil Evert hen wat pijnstillers geven maar Gabirov hoeft deze niet, met het behandelen van de wonden zie ik een pijnlijke trek op zijn gezicht komen maar zelfs op een “Echt niet?” blijft hij “Nee.” Volhouden. Dan worden zijn armen omwikkeld met nat verband en moet hij een icepack tegen de brandwonden in zijn gezicht houden. Opeens lijkt hij niet zo gevaarlijk meer, ik krijg zelfs medelijden met hem, maar dat laat ik niet merken. Ik sluit mijn ogen, langzaam loopt hij naar mij toe en gaat hij naast mijn bed zitten. Hij weet duidelijk niet dat ik wakker ben.

“Vreemd om je zo stil te zien liggen, zo vredig. Wat zou je toch allemaal doorgemaakt hebben? Wat heeft jou toch zo’n pijn gedaan? We zullen je helpen om de mensen weer te vertrouwen. We zullen zorgen voor een toekomst voor jou, want we hebben al gezien dat je een diploma hebt. Misschien kan je zelfs wel een havo-diploma halen, dan kan je hier blijven. Over een tijdje zal je hier ook zelf thuis voelen, geloof me maar. Op een dag…”

Ik ben in slaap gevallen, eigenlijk wilde ik wakker blijven, om te horen wat hij zegt, maar daar was ik te moe voor. Ik ben nog kapot, maar zou hij gelijk hebben? Zou ik mijn havo-diploma kunnen halen? Zou ik weer gezellig met mensen om kunnen gaan? Zou ik hier kunnen blijven? Ik weet het niet, maar daar zal ik nog wel achter komen.

DROOM
Overal om mij heen is lucht, niet alleen naast en boven mij, ook onder mij. Ik zweef, de wolken drijven onder mij door en af en toe ga ik er dwars doorheen. Steeds minder wolken verschijnen echter totdat er geen wolk meer over is. Dan is de zee onder mij zichtbaar geworden. De zee die ik al eerder lichtjes geroken heb is nu duidelijker. De zilte zeelucht dringt door tot diep in mijn longen en het voelt alsof het mijn hele lichaam zuivert. Steeds lager ga ik zweven, tot net boven de zee, zodat ik haar kan aanraken met mijn handen. Wanneer ik dit echter voorzichtig doe veranderd ze, snel uitbreidend vanaf het punt dat ik aanraakte, naar land. Ik wordt door een onzichtbare kracht op mijn voeten gezet en kan niet meer omhoog, de zweefkracht is weg. Ik ben op de heide beland, waar overal van die prachtige bloemen staan. Rustig loop ik er doorheen, mijn lichaam ontspant volledig en ik besluit te gaan liggen, genietend van de wolkloze blauwe lucht en de rustig zon er boven in, voor het oog stilstaand, Als ik geluiden hoor sta ik weer op. Er komen 6 honden aanrennen, maar niet echt van het type jachthond. Ze snuffelen wat aan mij en gaan vrolijk kwispelen als ik ze een aaitje over hun kop geef. Ook komt een vrouw aanlopen, als ze op een tiental meters afstand staat fluit ze de honden bij zich en daarna loopt ze naar mij toe. “Welkom vreemdeling, wat komt u doen?” Haar vriendelijkheid treft mij, “Ik weet het niet, ik was hier plots.” “Volg me maar.” Zonder angst volg ik haar, op een vreemde manier voel ik dat ze te vertrouwen is. We lopen door de heide en gaan dan het bos in, we moeten een paar heuvels op en dan zijn we bij een klein primitief dorpje. “Hier woon ik, zolang je in deze omgeving blijft kan je hier rusten.” “Bedankt.” Dan verdwijnt ze. Ik kijk rond en zie dat er op vele plekken kinderen aan het spelen zijn, maar oudere mensen zie ik niet. Niet ouder dan 30 jaar in ieder geval. “Wil je meedoen met verstoppertje?” vraagt een meisje, “Nee dank je.” Wijs ik het af, ik ken hier nog niemand en wil eerst meer van het dorpje zien. Als ik bijna een touwladder op mijn hoofd krijg kijk ik naar boven en zie dat daar nog veel meer huizen zijn. Het is erg bijzonder, maar toch weet ik niet wat ik hiervan moet vinden. Het is zo vredig maar toch hangt er een sfeer van dood. Ik ga even tegen een boom zitten en ontspan. Door het leven op de achtergrond val ik in slaap.

REALITEIT
Om mij heen is het donker, pikdonker. Iemand pakt mijn hand rustig vast, verschrikt probeer ik hem weg te trekken, maar hij houdt hem nog vast. “Rustig maar, het is goed. Ik ben het, ik kom om je te helpen.” Het is de stem van Merchy. Toch trek ik mijn hand echt weg, ik vind het eng om niets te zien. Waar ben ik? “Ik weet dat je niks ziet, er is een zenuw beschadigd in de buurt van je ogen en zijn aan het onderzoeken of het zal herstellen. Ook wordt er zometeen een scan gemaakt van je om te kijken waar je nog meer beschadigingen heb zitten, we waren al een stukje begonnen maar toen werd je wakker. Ik wilde je nog wat verdovend middel geven, zodat je geen last van de scan hebt als we deze afmaken.” Ik schud mijn hoofd heftig als teken dat ik dat niet wil, want verdovingen zij eng. Dan pakt iemand mijn arm net boven en zo’n 10cm onder mijn elleboog vast, daardoor is de mogelijkheid om mijn arm weg te halen en te buigen verdwenen, het lukt niet meer. “Het spijt me meisje, maar het kan echt even niet anders.” Ik verzet me tegen de dwang, maar het lukt niet. Dan voel ik de naald door mijn huid gaan en de inhoud is koud. Binnen enkele seconden zak ik weg, weer faal ik om te verzetten.

DROOM
Ik schrik op, een jongen had mijn hand vastgepakt en springt achteruit. “U zit in de weg vreemdeling.” Zegt hij tegen mij, vriendelijk maar serieus. Ik spring op mijn benen en zeg dat het mij spijt. “Het geeft niet, hoe heet u?” Ik glimlach, “Zeg maar jij hoor, ik heet Lia.” Dan lacht hij ook, “Oké, zal ik doen. Ik heet trouwens Jordy. Wil je even een stap aan de kant doen?” “Oké.” Er wordt een touwladder naar beneden gegooid. “Ik zal je voorstellen aan de leider, hij wil je spreken.” Even kijk ik verbaasd, maar dan knik ik. Hij klimt de touwladder en dat doe ik dus ook maar. De boomhut is erg mooi gemaakt, er zitten 3 jongens van ongeveer mijn leeftijd in de hut en nog een oude man, rond de 60 schat ik. “Welkom in het dorp Modor, het is lang geleden dat wij bezoekers hebben gehad. Ik heb al gemerkt dat je hier voor het eerst geslapen heb.” Even kijk ik vreemd, hoe kan hij dat nou weten? “Je sliep namelijk onder het trapgat, geen van mijn leerlingen kon omhoog of naar beneden.” Direct kleur ik rood, dat was ik vergeten. “Het geeft niet dat je daar niet aan heb gedacht, maar kijk voortaan even omhoog.” Ik knik. “Ik ben Cotodor, de leider en oudste van ons mooi dorp. Wie ben jij?” “Ik ben Litaterna,” en als ik het vreemde gezicht van Jordy zie, volgen ik snel mijn zin; “maar normaal wordt ik Lia genoemd.” “Jordissimo kom hier.” Jordy loopt direct naar Cotodor en buigt lichtjes. “Oordeel minder snel, ook jij stelt je voor met je bijnaam aan vreemden, en met je echte naam aan leiders.” “Ja grootvader, ik zal het doen.” Dan knikt Cotodor, “Wijs haar waar ze kan slapen zonder dat ze in de weg zit.” Jordy knikt en vraagt mij te volgen. We lopen door het dorp en we komen bij wat grondhuisjes aan. “Het is wat krap maar het is goed genoeg om even te slapen. Het is de ziekenboeg en herberg.” “Bedankt.” “Wel te rusten.” “Zal ik doen.” Dan loopt hij weg. Ik ga liggen en val langzaam in een diepe slaap.

Limitless

Berichten: 2518
Geregistreerd: 08-04-06
Woonplaats: In my head

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst: 19-07-07 08:42

Ook dit stuk van je verhaal bevalt me weer. Heb eigenlijk niks aan te merken. Ga zo door Lachen

mireltjuh

Berichten: 142
Geregistreerd: 29-08-06
Woonplaats: Veldhoven!

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst: 19-07-07 15:35

Prachtig verhaal Ja Ik heb er niet echt iets op aan te merken Lachen

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 19-07-07 21:52

Weer een nieuw stukje. Niet echt heel veel inspiratie gehad maar ik probeer toch consequent door te schrijven. Om het verhaal realistisch te houden heb ik wat informatie opgezocht over een taser, dat heb ik er dan ook in verwerkt. Persoonlijk lijk ik dronken als ik geblindoekt ben i.v.m. een slecht ontwikkeld evenwichtsgevoel dus voor mij is het echt een heel gepruts om het logisch te laten klinken. Als ik daar ergens een fout in maken moeten jullie het maar roepen, kan iemand trouwens iets van commentaar bedenken over het stukje Tirza? Gabirov heeft het gelezen en gaat er tips op geven, maar ik ben erg slecht in op mijn eigen stukjes commentaar te verzinnen. Ik bedoel dus gewoon iets van een puntenlijstje ofzo, alvast heel erg bedankt. Het nieuwe stukje is eigenlijk een beetje kort (1.386 woorden) maar voor het volgende stukje REALITEIT wil ik eerst even kijken of het zo ongeveer klopt.

Citaat:
REALITEIT
Er is flink wat lawaai om mij heen, nog steeds zie ik niks. Dan stopt het en beweeg ik rustig, de ruimte om mij heen is frisser en mijn ogen registreren wel iets aan licht. Zouden ze herstellen? Ik weet het niet. Als ik een beetje bij ben gekomen ga ik rustig rechtop zitten, maar lopen durf ik niet. Ik ken niks van de weg en het lichtknopje zoeken heeft nu ook geen zin. Waarschijnlijk staat het licht zelfs aan, want anders zou ik toch niet iets van licht “zien”. “Fijn te zien dat je wakker bent.” Het is de stem van Merchy, direct duik ik achteruit, straks doet hij weer zoiets. “Het spijt me van daarnet, maar het kon even echt niet anders. We zijn de gegevens al aan het onderzoeken maar er zijn al wel een aantal dingen vrij zeker. Je zicht komt terug, maar het zal wel zo’n jaar duren voordat het volledig terug komt, je hebt lichte hersenschade en een hersenschudding dus je zal waarschijnlijk regelmatig hoofdpijn hebben en moeite hebben met dingen onthouden maar ook dit is waarschijnlijk tijdelijk, het laatste is dat je spieren en de bijbehorende zenuwen ook een flinke optater hebben gekregen. De conditie en kracht die je spieren hadden zal een heel stuk verminderd zijn en het trainen duurt ook langer, maar zelfs dit is niet permanent. Je hebt dus ontzettend geluk gehad.” Ik ben helemaal beduusd. Tot wel een jaar zonder ogen, hoe moet ik dat overleven? De hoofdpijn doet mij niet zoveel maar alle mogelijkheden om te vluchten zijn waarschijnlijk ook in de vernieling geholpen door die spierbeschadigingen. “Wat gaat er nu met mij gebeuren?” vraag ik bang. “Gabirov zal je naar je kamer brengen, daar ken je de omgeving beter.” Ik knik, maar weet niet waar Gabirov is. Dan voel ik een hand op mijn schouder, direct draai ik om en de hand glijdt van mijn schouder af. “Rustig maar, ik ben het, Gabirov.” Nog steeds ben ik bang maar ik weet dat hij me naar mijn kamer gaat brengen. “Sta maar op, dan leid ik je.” Even blijf ik zitten, met mijzelf in beraad, dan sta ik langzaam op. Weer voel ik de hand op mijn schouder en hij zegt dat ik maar moet gaan lopen.

Bijna schuifelend ga ik vooruit. Bang dat ik ergens tegenaan bots of val. Ik vertrouw Gabirov nog steeds niet maar op zich leidt hij wel erg vriendelijk, hij zeg welke kant we op gaan zodat ik verrast word door de schouderdruk, ook is het dan duidelijker. Doordat ik bijna schuifel gaan we erg langzaam maar na een half uur zijn we er dan toch. Ik hoor de deur opengaan en loop al iets zelfverzekerder naar mijn bed toe. “Ho!” zegt hij als ik bijna tegen mijn bed aanloop. Ik strek mijn hand uit en voel dat er nog zo’n 5 cm tussen mij en het bed zitten, dus draai ik me om en ga zitten. Ik voel me nog steeds duf en vraag Gabirov of hij weg wilt gaan. “Ik ben moe.” Verklaar ik, hij zegt dat het goed is en over een paar uurtjes nog wel eens komt kijken. Dan loopt hij weg, de deur sluit en ik ga in bed liggen. Al snel vangt de slaap mij op.

FLASHBACK
Als ik wakker wordt ben ik erg stijf. Mijn hoofd doet pijn en ik hoor stemmen buiten. Stil blijf ik liggen, hopend dat ze de grot niet ingaan en me niet opmerken. De taal die ze spreken ken ik niet, maar het komt steeds dichterbij. Gelukkig lig ik in de schaduw en heb ik donkere kleding aan. De schaduwen zie ik voorbij gaan, maar ze blijven doorlopen. Mijn adem laat ik zachtjes gaan, gered. Ik ontspan weer en sluit mijn ogen. De wegebbende stemmen verdwijnen, net als ik.

REALITEIT
Ik doe mijn ogen maar zie niks, even doe ik ze dicht om ze opnieuw te openen, maar het werkt niet. Het blijft zwart, iets zegt mij dat het klopt maar ik herinner me de reden ervan niet meer. Dan hoor ik de deur open gaan en er komen stevige voetstappen binnen. “Je bent wakker zie ik.” Het is de stem van Gabirov. Ik knik onwennig. “Hoe kan het dat ik niks zie?” het blijft even stil. “Je bent meerdere malen geraakt door een taser, tijdens een gevecht. Daardoor ben je hard op de grond gevallen en heb een hersen- en zenuwbeschadiging opgelopen. Je kan daardoor tijdelijk niet meer zien en je hebt last van licht geheugenverlies.” Langzaam komen de herinneringen terug, alleen het woord taser kan ik niet thuisbrengen. “Wat is een taser?” vraag ik. “Een soort pistool die een stroomschok van zo’n vijf seconde geeft.” Ik knik als teken dat ik het begrijp. “Hoe voel jij je trouwens nu?” “Ik? Een beetje last van hoofdpijn, kan inderdaad niks zien en het is heel verwarrend dat ik maar delen nog weet van het gevecht. Heel veel komt terug maar sommige stukjes niet waardoor het verhaal vaag wordt.” Ik hoor hem bevestigend brommen, in mijn gedachten zie ik hem erbij knikken. Ik glimlach, waarop hij vraagt wat er leuk is. “Ik bedacht dat jij net bevestigend knikte, maar daarna dat dit ook helemaal niet zo hoefde te zijn. Ook bedacht ik dat het opvallend is hoe andere dingen je opvallen, waar je op let, wat je waar aan koppelt. Het maakt niet uit of je het bewust of onbewust doet, het gebeurt en als je eraan denkt valt het op.” Hij grinnikt, “Ik laat je met rust. Je moet veel slapen om te herstellen. Dan krijg je ook eerder je zicht weer terug.” Rustig knik ik, dan hoor ik hem weglopen, de deur valt in het slot. Mijn lichaam is uitgeput, de spieren zijn inderdaad een stuk teruggevallen. Alles kost meer energie dan eerst en heel veel dingen lukken minder. Ook mijn geest is moe, alles blijft nog lastig te bevatten. Daarom doezel ik langzaam in slaap, mijn gedachten al veel eerder uitgeschakeld.

DROOM
Ik doe mijn ogen open, mijn lichaam doet pijn en ik voel me ellendig. “Daar is ze!” wordt er geroepen, en direct hoor ik sirenes. “Drijf haar in een hoek, maar wees voorzichtig want ze is onvoorspelbaar en gevaarlijk.” Direct spring ik op, mijn lichaam protesteert wat maar ik negeer het. Ik ben op een bouwterrein, de mensen die mij opjagen rijden op motoren en in auto’s. Snel ren ik weg, heen en weer springend om te voorkomen dat ze me in kunnen sluiten. Als ik containers zie staan bedenk ik me geen seconde en ren ik zigzaggend eropaf. Een paar keer proberen motoren mij de pas af te snijden maar het lukt mij om ze te ontwijken en bij de containers aan te komen. Snel klim ik op één van de weinige containers waar er maar één laag is. Dan klim ik verder op een tweede laag. Ik steek het gebied met containers in rap tempo over, af en toe wat klimmen en springen maar het gaat erg vlot. Achter mij hoor ik de mensen, ook zij zijn op de containers geklommen. Dan kom ik aan het einde, tijdelijk zijn ze me kwijt, ik sta in een vak met aan drie kanten een container hoger dan waar ik sta. Naar beneden is het twee containers, niemand patrouilleert daaronder en ik besluit de gok te nemen. Snel klim ik naar beneden en sluip verder, naar het hek waar ik het bouwterrein af kan. Plots hoor ik een schreeuw, ze hebben mij gezien. Direct racen de motoren weer op mij af en ik trek een sprint om het hek te halen, een motor snijd me echter de pas af en twee andere sluiten me in. “Verzet je niet!” wordt er geroepen, maar ik ben te bang om dat te doen. De mensen, twee mannen en één vrouw, willen mij arresteren maar ik laat mij niet vastpakken. Er komen nog meer mensen aan, minstens zeven extra man. Nog vecht ik tegen hen, ik durf het niet. Ik durf me niet te laten arresteren, ondanks dat ik er ondertussen achter ben dat het politie is. Dan voel ik een schok, de pijn gaat door mijn lichaam. Met een schreeuw kom ik op de grond terecht, zodra mijn hoofd de grond raak, raak ik buiten bewustzijn.

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 20-07-07 13:51

Dat van Tirza is niet meer nodig, heb het anders opgelost.

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 21-07-07 09:01

Een nieuw stukje, heb zelf geen legerervaring dus het zal wel wat overdreven zijn maar hoplijk klinkt het goed genoeg. Heb deze keer niet zoveel te vertellen. 1.522 woorden

Citaat:
REALITEIT
Er loopt iemand op mijn kamer, mijn ogen probeer ik niet open te doen, dat heeft toch geen zin. De voetstappen zijn rustig en zacht. “Wie is daar?” fluister ik. “Merchy, hoe gaat het nu met je?” hij loopt dichterbij en dan hoor ik een zachte plof, waarschijnlijk is hij op een stoel gaan zitten. “Naar omstandigheden goed, denk ik.” “Herinner jij je wat er gebeurd is?” “Dat van die Taser wel, maar ik weet niet of je dat bedoelt.” Het blijft stil. “Bedoelde je dat?” vraag ik als er echt niks gezegd wordt. “Huh? Ja. Sorry, ik knikte.” Het deed pijn om dat te horen, waarom moest zoiets mij nou weer overkomen. “Het komt wel goed, maar je zal wel door moeten zetten. Het is gebeurd en hoewel het niet had mogen gebeuren, is er geen mogelijkheid om het terug te draaien, alleen om het te laten herstellen.” Ik bijt op mijn lip om mijn tranen in bedwang te houden. “Heus, het komt goed. Geef nou niet op. Wil je dat Gabirov nog even met je praat?” Even twijfel ik, maar dan schud ik mijn hoofd. Iedereen hier is zo aardig, maar toch zo eng. “Oké, ik neem nog even wat bloed af en zal je zo je eten brengen. Want je moet wel voldoende blijven eten.” Ik reageer niet en hij pakt mijn arm. Direct span ik hem aan maar wegtrekken doe ik niet. “Ontspan maar.” Ik haal nog maar een keer diep adem en langzaam laat ik alle spanning uit mijn lijf wegebben. De naald gaat door mijn huid en al snel wordt hij er weer uit gehaald. “Ik kom zo terug.” Zegt Merchy, “Probeer maar alvast rechtop te gaan zitten.” Dan loopt hij weg, hij laat de deur open staan.

Voorzichtig schuif ik mijzelf naar de rand en al snel zit ik, vanuit de deuropening ben ik als het goed is zichtbaar. Ik probeer de deur voor de geest te halen maar een heel duidelijk plaatje krijg ik niet. Buiten wordt er wat geroepen, het klinkt dringend maar verstaanbaar is het niet, daarom negeer ik het maar. Na een kwartier hoor ik stevige voetstappen, het zal Gabirov wel zijn. Al snel bevestigd hij dit door te groeten. “Ik kom je eten brengen, er was een ongeluk gebeurd en ze hadden Merchy nodig.” Zijn stem klinkt rustig, maar nieuwsgierig. “Wat is er?” Even blijft het stil. “Hoe bedoel je?” “Je klinkt nieuwsgierig.” “Ik ben nog steeds benieuwd naar jouw verleden, zeker nadat ik Tirza heb gelezen. Want het las alsof je daar helemaal niks vanaf wist.” Direct zwijg ik, hoe kon hij dat uit het stukje over Tirza opmaken? “Degene die je wat aangedaan hebben zullen niet meer bij je in de buurt komen, ik zal je beschermen als dat nodig is.” Mijn ogen worden vochtig, ik weet gewoon niet wat ik moet doen. Alles wordt door elkaar gegooid, niks is meer hetzelfde. “Zal ik je eten maar geven? Links staat wat brood met kaas en rechtsboven staat wat te drinken. Als je wilt kan ik je dat eerst wel aangeven.” “Graag.” En ik voel rustig de beker in mijn handen gedrukt worden. Mijn keel voelt aangenamer als ik de koele vloeistof naar binnen heb gegoten, ik heb de afgelopen dagen erg weinig gedronken. Daarna zet Gabirov het dienblad op mijn schoot en zegt me gedag. Hij vertrekt en sluit de deur zachtjes achter zich.

Langzaam eet ik mijn bord leeg, er lagen twee boterhammen op met kaas, heerlijk jonge kaas. Na een half uur ben ik klaar en leg ik het bord aan de kant. Schuifelend ga ik naar het toilet, gelukkig liggen er geen spullen op de grond. Daarna ga ik weer op bed liggen, al snel val ik in slaap.

DROOM
De kamer waar ik in lig beweegt, mijn zicht is onscherp. Ik probeer mijn handen naast me te zetten om rechtop te gaan zitten maar dat gaat niet, ik ben geboeid. Na enige tijd wordt mijn beeld wat scherper, het is een politiebusje waar ik in lig. De mannen die voorin zitten, zijn degene die mijn achtervolgt hebben. Ik geef op, mijn lichaam doet overal pijn en ik kan mijn gedachten er niet goed bijhouden. Na een krap half uurtje staan we stil. Er wordt gerommeld bij de deur en hij gaat open, een vrouw loopt naar binnen helpt me overeind. Eerst zak ik twee keer door mijn benen, maar de derde keer slaag ik erin om rechtop te blijven staan. Ze helpen me uitstappen en ik wordt meegenomen naar een groot gebouw. Aan de bewaking te zien is het een cellencomplex, het is maar een griezelige plek. Rustig loop ik met ze mee tot de deuropening, even staan ze stil en als ze weer verder willen weiger ik. Als een ezel zet ik me in de grond en uiteindelijk moeten ze me, met een man aan iedere kant, over de drempel tillen. Angstig kijk ik rond hoe het binnen is, maar als ze druk leveren loop ik deze keer wel mee. Heel snel ga ik niet, nog steeds doet alles pijn en ben ik duizelig, maar na niet al te lange tijd zijn we bij mijn cel aangekomen. De vrouw en ik gaan naar binnen, daar doet ze mijn handboeien af. Dan loopt ze weg, de deur valt dicht en wordt op slot gedraaid. Ik ga op bed liggen en ondanks de angst val ik al snel in slaap.

REALITEIT
Ik begin eraan te wennen dat ik niets zie, maar ondanks dat blijft het leeg en vreemd. Het is stil op mijn kamer, er is niemand. Na even bij te zijn gekomen besluit ik naar het bureau te gaan, het lopen lukt steeds beter. Ik ga zitten op de stoel en voel al snel waar het papier is, ook de pen heb ik zo gevonden. Ik besluit een gedichtje op te schrijven, het lezen ervan kan ik niet maar dan kan ik toch iets doen.

Het leven in de duisternis
Waar moet het toch naartoe?

Het leven in de duisternis
Hoe weet ik wat ik doe?

Mijn ogen zijn ermee gestopt
Mijn lichaam wil niet meer
Mijn geest die voelt zich uitgebuit
Geen mogelijkheid om vrij te zijn
Toch geeft geen van beide het nog op
Er is nog hoop, ook al is deze klein.

Het leven in de duisternis
Ik moet er maar aan wennen

Het leven in de duisternis
Zo ga ik het verkennen


Ik wil het nalezen maar dat gaat natuurlijk niet, het voelt wel rottig maar het geeft niet. Ik vind het fijn dat schrijven op zich nog wel lukt, ondanks dat het vermoeiend is. Ik besluit weer terug naar bed te gaan, wat kan ik anders doen? Dan is er gerommel op de gang, voetstappen van meerdere mensen zijn te horen, ik denk dat Merchy erbij zit maar zeker weten doe ik dat niet. De deur gaat open, “Hoi Lia, hoe gaat het met je?” het is de stem van Merchy. “Naar omstandigheden goed, denk ik.” Zeg ik fluisterend. Er zijn te veel mensen en ik ken ze niet, waar ze zijn weet ik ook niet en dat maakt me bang. “Gelukkig maar. Jongens, stellen jullie jezelf even voor?” “We hebben elkaar al eerder ontmoet, ik ben commandant Vedint.” Vaag komt er een plaatje bij mij boven, toen vond ik Gabirov echt nog doodeng. Het lijkt al lang geleden. “Korporaal Wasdor” een zware mannenstem klinkt,ergens komt hij mij bekend voor. “Korporaal Bakker” een vrouwenstem, licht en hoog. “Luitenant Jong, ik ben de laatste.” Hij heeft een vriendelijke stem. “Ik ben Litaterna, een rang heb ik niet.” Er wordt gelachen, maar niet om mij te kwetsen. Dan wordt het stil, niemand zegt iets, maar ik durf zelf ook niks te zeggen. Er staat een hele bende volwassen mensen voor mijn neus, allemaal actief in het leger. Mijn gezicht betrekt wat als ik dat bedenk. “Je vraagt je zeker wel af waarom we hier zijn?” vraagt Wasdor, voorzichtig knik ik. “Je te begeleiden naar een andere locatie en te zorgen dat alle deuren voor je openstaan. Als het goed is komt Gabirov er zo ook nog aan, maar die moest nog even iets regelen.” Ik hoor zijn voetstappen inderdaad, maar de rest lijkt het nog niet op te merken. Merchy vertelt de rest: “We brengen je naar een ziekenhuis gespecialiseerd in hersenbeschadigingen, hopelijk kunnen zij beter vertellen wat er nu precies beschadigd is en hoe het behandeld dient te worden. Als alles goed gaat zijn we er binnen enkele uren weer weg. Vedint en Wasdor gaan weer terug en Bakker en Jong zorgen voor bewaking. Ik blijf bij je tijdens wat er ook moet gebeuren samen met Gabirov.” Dan komt Gabirov naar binnen. “Direct weer over mij aan het roddelen?” vraagt hij, met in zijn stem duidelijk een glimlach te laten horen. “Kom op zeg.” Zegt Vedint, “Sorry commandant. Ik zie dat ik de laatste was die nog moest komen, het plan is al uitgelegd dus zullen we maar gaan?” om mij heen hoor ik positief gemompel. Ik voel de hand van Gabirov op mijn schouder, hij leidt mij weer.

Limitless

Berichten: 2518
Geregistreerd: 08-04-06
Woonplaats: In my head

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst: 21-07-07 10:00

Ik vind het weer leuke delen. Op je vorige deel had ik niet gereageerd, geen zin in Schijnheilig Maar nu reageer ik wel weer. Het gedicht in je 2e verhaal, wat ik als laatste lees dus, vond ik mooi Lachen Deed me wel wat eigenlijk.

gerlienke
Berichten: 1609
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst: 21-07-07 15:16

heb net weer even bijgelezen, het zijn weer goede stukken:)
de gedichtjes zijn wel mooi, zoals hierboven al is gezegd Lachen

Duhelo

Berichten: 30047
Geregistreerd: 29-05-03

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst: 25-07-07 08:04

Enkele dagen stil Haha!
ik persoonlijk ben minder fan van de gedichtjes, maar dat heeft niks met het gedicht zélf te maken maar wél met het feit dat ik niet van gedichten hou Clown

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 26-07-07 20:27

Ik ben er weer, was een paar dagen naar mijn oma en de dagen ervoor had ik een schrijversblock. Het is ontzettend lastig om zonder ervaring over blind zijn te schrijven. Maar moeder natuur heeft daar vandaag even mee geholpen, een geval van tijdelijk blind zijn. Ondertussen gaat het weer maar ik heb zo'n uur lang eigenlijk niks, en nog een uur lang bijna niks gezien. Merk dan trouwens wel dat ik hetzelfde doe als dat ik mijn hoofdpersoon laat doen, gewoon op bed gaan liggen en hopen dat het zo snel mogelijk over gaat. Het schrijft in ieder geval wel weer lekker en heb dus ook weer eens een stukje dat echt over de minimumgrens heen gaat (1.528 woorden). Lia krijgt nog een hoop te beleven, heb al iets een beetje uitgedacht.

Nou ja, genoeg gepraat, het gaat om het verhaal.

Citaat:
Al bijna anderhalf uur zijn we ondertussen onderweg in een militaire wagen die eruit zien als gemotoriseerde huifkarren. Binnen is het warm en een beetje benauwd waardoor ik slaperig begin te worden, maar in slaap vallen durf ik niet. Er zit namelijk ook nog iemand bij mij op wacht. Even wacht ik nog en daarna besluit ik maar te vragen hoelang het nog rijden is, Merchy zit op de bijrijderstoel en zeg dat het nog zo’n twee uur rijden is. Ik slaag een zachte maar diepe zucht, wat duurt het lang. Aangezien ik toch iets moet doen ga ik met mijn aandacht maar naar Tirza, mijn lieve verwende dinnetje. ‘Wat verwaarloos ik haar eigenlijk, binnenkort moet ik maar weer een stukje over haar schrijven.’ Dan denk ik aan dat ik het vorige stuk niet kan lezen en zak moedeloos onderuit. ‘Hopelijk hebben ze een oplossing in de hersenbeschadigingspecialisatie ziekenhuis.’ Maar veel hoop heb ik er niet op. Het blijft stil in de wagen en ondanks dat ik wakker probeer te blijven, zak ik op het monotone gebrom van de motor langzaam weg, het is te saai.

FLASHBACK
Ik klim in de bomen die bij mijn hut staan, want bovenin zitten nog wat vruchten die nu wel rijp zullen zijn. Ik pluk ze en ga weer naar beneden, zo slecht is het leven hier nog niet. Aangezien ik zin heb om te rennen trek ik een sprintje naar het meer, waar ik wat drink en het fruit was. De vruchten smaken goed, ze zijn heerlijk zoet, een soort perziken. Als ik terug naar mijn hut loop voel ik me plots ongemakkelijk worden. Iets of iemand kijkt naar me, en het is gevaarlijk. Snel ren ik weg, het bos in. Na een kwartier merk ik dat het me niet achtervolgt, maar nog steeds is het hier… ergens. Ik besluit nog verder weg te gaan, ditmaal lopend.

Na anderhalf uur is de angst verdwenen. Maar zo ver weg van waar ik wakker werd ben ik nog nooit geweest. Ook weet ik de weg terug niet meer te vinden en maak dus maar een primitieve hut voordat het donker wordt, aan de zon te zien nog zo’n twee uur, dat is net voldoende. Direct ga ik hard aan de slag, de informatie die ik bij de vorige hut maken heb ontdekt komen nu goed van pas. Uiteindelijk wordt het niet eens zo’n primitieve hut als ik in eerste instantie had bedacht. Yeeh! De zon gaat ondertussen onder, maar ik moet nog wel iets eten dus ga ik op zoek naar wat bekende bomen. Na enig lopen vind ik een appelboom en al snel zit ik bovenin er wat appels uit te vissen. Eentje eet ik er boven op en de rest neem ik mee naar beneden. Even zoeken is het wel maar na een half uurtje heb ik mijn hut weer teruggevonden. Gelukkig is het een heldere nacht want de zon is volledig verdwenen, de maan is halfvol en de sterren zijn goed te zien. Al snel vind ik het emmertje, dat is mijn uitgangspost. Vanuit de hutopening kijk ik er recht op, zoals het bij mijn vorige hut ook het geval was. De regen komt bijna nooit van die kant, dus het blijft altijd wel redelijk droog binnen. Ik ben moe en besluit naar bed te gaan, nou ja, op de grond te gaan liggen in de hut. Maar als ik lig val ik niet in slaap, ik wordt afgeleid door het vreemde iets dat naar me zat te staren vanmiddag, dat iets dat me op de vlucht heeft gejaagd door enkel te kijken en er te zijn. De hele nacht blijf ik wakker, een paar keer opstaand om naar buiten te kijken maar meestal binnen liggend. Pas als de zon opkomt val ik in slaap.

REALITEIT
Mijn hele lichaam ligt vast en direct raak ik gestresst, “Rustig maar, het is de scan die ze van je hersenen maken.” De stem van Merchy klinkt zacht en vriendelijk, zoals altijd. Om mij heen wordt er geklikt, alsof het een fototoestel is alleen dan heel groot. Al snel ontspan ik iets, maar eng blijf ik het vinden. Na zo’n half uur stopt het klikken en rustig wordt ik verschoven, of beter gezegd, het ding waar ik op lig wordt verschoven. Er komt meer ruimte om mij heen, het is minder benauwd. “Hoe voel jij je?” vraagt Merchy. “Het gaat wel, wat was dat?” fluisterend vraag ik het, want er is nog iemand in de kamer, iemand die niet zo lekker ruikt. “Een MRI-scanner.” Zegt een onbekende man, “Welkom in het Menorische Ziekenhuis, ik ben Imiris Yan.” Ik zwijg, hij klinkt niet prettig, een nare man is hij. “De resultaten zijn gemaakt.” Ze lopen naar de computer, maar mij laten ze vastzitten. Gabirov komt binnen, “Moet ze niet los?” “Oh ja, wil jij dat even doen?” antwoordt Merchy. Al snel is hij bezig met alle riempjes los te maken. “Je ziet eruit alsof je geradbraakt ben, is zo’n scan nou echt zo erg?” een glimlach verschijnt op mijn gezicht, “Alleen eng.” Fluister ik. “Volgens mij vind je die gast eng, is het niet?” fluistert Gabirov tegen mij, op zo’n manier dat de anderen hem niet kunnen horen. Ik knik subtiel. “Wil je wat drinken? Dan haal ik wat.” “Ja graag.” Hij loopt weg, de voetstappen vervagen terwijl het gepraat van Merchy en Yan steeds harder wordt, ze zijn aan het discussiëren over de resultaten, dat is duidelijk, maar wat ze nou eigenlijk zeggen? Ik heb echt geen idee. Dan hoor ik de voetstappen van Gabirov weer, voorzichtig ga ik rechtop zitten en dan geeft hij mij een glas aan, met mijn vinger zoek ik de bovenkant en dan drink ik ervan. Het koele water werkt verfrissend, eigenlijk is het jammer dat het glas zo snel leeg is. “Straks breng ik je nog wel een glas.” “Bedankt.” Ik fluister al minder zacht, maar nog steeds is het echt fluisteren. Dan wordt het even doodstil, maar al snel wordt deze door Merchy verbroken. “Gabirov, wil je even meekomen?” Er wordt niet geantwoord maar al snel lopen ze met zijn drieën weg. Het wordt stil en ik ga maar weer liggen, al snel val ik in slaap.

DROOM
Er wordt geschreeuwd, snel ga ik rechtop zitten. Ik sla mezelf zowat knock-out tegen het lage dak en als ik iets bijgekomen ben en weer zicht heb, ga ik voorzichtig naar de uitgang. Nog vanuit de uitgang is te zien dat er een jongen dood op straat ligt, nog maar net gedood aan het bloed rondom te zien en hoe het nog uitbreid. Hij is vermoord, dat is te zien aan het aantal messteken. Het zijn er namelijk meerdere en allemaal in de rug. Iets dat bij zelfmoord of een ongeluk niet gebeurd. Als ik de hut uitkom is het doodstil, iedereen kijkt naar mij. “Zij is de dader!” Snel ren ik weg, ze komen met messen en speren achter mij aan. Ontkennen heeft toch geen zin. Minstens een uur ren ik, bang om neergestoken te worden. Het stuk dat ik eerst gezweefd heb ren ik nu. Plots krijg ik de mogelijkheid om te zweven weer terug, snel stijg ik op en het land veranderd weer in zee, landen ga ik niet meer. De rest van de dag zweef ik maar wat rond, last van honger of dorst heb ik op één of andere manier niet. Langzaam wordt het donker maar landen is eng, dus ik blijf zweven. In de horizon zie ik iets, het steekt af tegen de rode lucht en de ondergaande zon. Langzaam kom ik dichterbij, het is iets blauws, een draak of zoiets. Nog wat dichterbij gekomen zie ik dat het twee paar vleugels heeft, een paar blauwe drakenvleugels en een paar zwarte verenvleugels. Ook heeft het een snavel en vogelpoten, het lijkt wel een raaf en draak ineen. Het laat mij met rust dus we passeren elkaar en vliegen verder, nog eenmaal kijk ik achterom, wat een machtig beest is dat zeg, machtig gewoon. Ook de nacht gaat voorbij, langzaamaan wordt ik moe, maar landen durf ik niet, dus zweef ik door. Als de zon alweer voorbij zijn hoogtepunt is ben ik uitgeput, ik zou veel doen voor een dutje, maar niet alles, en landen is er één van. Instinctief weet ik dat zwevend slapen onmogelijk is, dus zorg ik er maar voor dat ik wakker blijf. De raafdraak komt nogmaals langs, maar weer negeert hij mij. ‘Ragon’ schiet door mijn gedachten heen ‘Een raafdraak heet een Ragon’. Hoe ik aan de kennis kom weet ik niet, maar ik weet het zeker. Het is een combinatie van de engelse woorden Dragon en Raven, wat draak en raaf betekend.

Steeds lager zweef ik, ik heb de kracht niet om hoog te blijven zweven. Langzaam komt het avondrood weer in beeld en de Ragon bezoekt mij voor een derde maal. Deze keer word ik niet genegeerd, “Geef op.” Zegt hij, om daarna te verdwijnen, maar ik durf niet, ondanks dat ik bijna bewusteloos ben van vermoeidheid. Nog een laatste maal werk ik mezelf omhoog, om nog geen land te zien, daarna stort ik neer, buiten bewustzijn.

gerlienke
Berichten: 1609
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst: 27-07-07 16:43

goed stuk weer, ben wel beniewd wat Lia nou precies heeft.

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 31-07-07 21:28

Om eerlijk te zijn, ik ook. Het is in ieder geval een zware hersenbeschadiging. Sorry voor het lange wachten op een nieuw stukje, elke dag wel 3 of 4 regels maar kreeg er niet echt grip op tot vanavond. Ruim 1.000 woorden erbij geschreven. (1.513 woorden)

Citaat:
REALITEIT
Om mij heen ruikt het anders, ik ben niet thuis en ook niet op de basis. Waar ben ik? Even probeer ik mijn ogen te openen maar het blijft grijs, dan wordt ook mijn geheugen wakker. Ik ben in het ziekenhuis om mijn hersenbeschadigingen te laten controleren en door die beschadigingen ben ik blind geworden, mijn beeld was zwart. Maar nu niet meer, het is grijs geworden. Is dit een voor- of achteruitgang? Ik zal het vragen wanneer ik Merchy of Gabirov langs hoor komen, maar niet aan Yan, want hij is eng. Heel eng, zelfs Gabirov vond hem een griezel en dat zegt toch wel wat. Het blijft stil in de kamer en ik vraag me af hoe laat het is, zou het soms nacht zijn dat er niks te horen valt? Rustig blijf ik liggen, uren gaan voorbij en een paar keer doezel ik weg, maar de ontzettende vermoeidheid waar ik steeds last van had is weg. Niet dat ik heel veel doe natuurlijk, maar prettig is het wel. Langzaam aan hoor ik weer geluid om mij heen, voornamelijk ver weg maar uiteindelijk hoor ik ook bij mijn kamer de lampen aangaan. Er is echter nog steeds niemand. Nog een half uur blijf ik wakker, maar dan zak ik toch weer weg.

FLASHBACK
Het is al donker wanneer ik wakker wordt, even kijk ik verbaasd om mij heen, de hut ziet er anders uit, dan bedenk ik dat het ook een andere hut is, en is het goed. Ik heb dorst en ga dus op zoek naar een meertje, er is er echter geen in de buurt en ik ga dus maar wat appels plukken om toch wat vocht binnen te krijgen. Als ik deze op heb ga ik op zoek naar een paar flinke keien, zodat ik een mes kan maken. Daar ben ik de rest van de nacht aan bezig. Als de zon opkomt ben ik nog niet eens op de helft. Wat een werk zeg, uitgeput ga ik even achterover liggen, maar in slaap vallen doe ik niet. Na een kwartiertje besluit ik nog iets te gaan eten en daarna opnieuw aan de slag te gaan, ongewapend rondlopen is namelijk link. Het is toch de wildernis waar ik ben, en er lopen veel dingen rond die niet het beste met me voor hebben. Nog drie uur werk ik eraan, daarna ga ik nog maar eens op zoek naar een meertje, helemaal duf van het constant stenen tegen elkaar slaan. Nu het licht is, kan ik de weg veel beter zien en na een uurtje zoeken heb ik een meertje gevonden. Ik ga op mijn knieën erbij zitten en schep wat water met mijn handen, zo drink ik. Na enkele scheppen voel ik me licht in mijn hoofd worden, maar daar besteed ik niet echt aandacht aan, dan val ik flauw, het water in.

REALITEIT
Nat van het zweet schrik ik wakker, er wordt een naald in mij geschoven en al snel word ik rustig. “Het is goed, rustig maar.” Het is de stem van Merchy. Mijn gedachten liggen overal verspreid en direct probeer ik ze bij elkaar te sprokkelen hoewel dit niet zo goed gaat. ‘Het licht, ik zie licht’ gaat er door mij heen. ‘De hele tijd stil; De enge scan; Yan; het water’ het zijn brokken, maar wat het betekend weet ik niet. Ik krijg het niet voor elkaar om er een verhaal van te maken en ben hierdoor verward. “Gaat het wel?” dit is Gabirov. “De lijn, de gedachten, ze kloppen niet.” Angstig kijk ik naar hun stemmen, maar ik zie niks dan een donkere vlek daar met een lichter gedeelte. “Alles is door elkaar, wat is echt? Ik weet het niet!” wanhopig fluister ik. “Vertel maar wat je weet, dan kunnen wij er een verhaal van maken. “De stilte, lange stilte; een enge scan, hard geklik; Yan, een naar gevoel; het water, licht in mijn hoofd; licht, ik zie licht en een donkere vlek achter jullie.” Er wordt hoorbaar geslikt, dan begint Gabirov te vertellen. “De lange stilte is waarschijnlijk vannacht geweest, het is nu enkele uren ochtend. Gisteren is er gescand om de hoeveelheid en zwaarte van je hersenschade te bekijken. Dit vond je eng en gaf harde klikken. Dit blijkt vrij heftig te zijn en het hangt af van hoe je deze dagen hersteld of het over gaat. Yan is de dokter die hier de leiding heeft bij de scanner, maar is best wel een griezel. Het water kan ik niet verklaren, maar aangezien je net wakker schrok verwacht ik dat je gedroomd heb. Het licht en de donkere vlek is goed om te horen. Dat betekend dat je herstellende bent, de donkere vlek is namelijk de deur naar de gang, die vrij donker is. Wij zijn erg blij om dit te horen, dan heeft Merchy toch gelijk.” ‘Merchy, gelijk?’ gaat door mij heen, plots herinner ik me het gekibbel op de achtergrond tijdens mijn glas water. “Het geruzie terwijl ik een glas water kreeg.” Merchy klinkt instemmend. “Wil je wat trouwens wat drinken?” Ik knik, mijn keel is droog. Voorzichtig ga ik rechtop zitten terwijl de kraan even doorloopt, dan gaat deze uit en zegt Gabirov, die het ook heeft gehaald, dat ik mijn hand uit moet steken. Voorzichtig wordt het glas in mijn hand geplaatst en na de rand vinden, drink ik het vrij snel op. “Probeer wat rustiger te drinken, ook al heb je dorst, anders gooi je het er binnen de kortste keren weer uit. Zal ik je een appel brengen?” vraagt Merchy, weer knik ik. Hij loopt weg en Gabirov blijft hier.

“Hoe gaat het nu met je?” vraagt hij bezorgt, het is in zijn stem duidelijk te horen. “Niet zo goed, het is zo ontzettend verwarrend. Steeds maar weer krijg ik brokken geheugen terug zonder dat het duidelijk is wanneer het gebeurd is en of het überhaupt gebeurd is. Ik krijg het gewoon niet voor mekaar om er een verhaal van te maken en elke keer ben ik weer de weg kwijt.” Even slik ik, dan ga ik door. “En dan de flashbacks, het enige waar wel logica in zit, wel een verhaal in zit, wel van bekend is wat echt is en wat niet, maar juist van dat hoef ik het niet. Het maakt me bang, zo bang.” Zachtjes begin ik te huilen, ondanks mijn sluimerende wantrouwen krijg ik het niet meer voor elkaar sterk genoeg te zijn om droog te blijven, steeds maar weer snap ik niet wat er gaande is en elke keer maar weer weet Gabirov me te bereiken. “Rustig maar.” Hij vouwt zijn hand om de mijne heen en aait deze zachtjes, er dreigt geen enkel gevaar in. “Durf je me een stukje over je verleden te vertellen, of is het daar nog niet de tijd voor?” als hij dat zegt kijk ik verschrikt op en schud heftig nee, de tranen vliegen in het rond. Hysterisch fluister ik dat ik dat niet kan, niet durf, niet mag. “Ze vermoorden me als ze me vinden en erachter komen. Zeker mijn vader!” Ik kruip naar achter op mijn bed.

Voorzichtig veranderd hij de positie van zijn hand zodat hij met zijn duim voorzichtig rondjes over de rug van mijn hand kan draaien als hij merkt hoe extreem ik me voel. “Ze kunnen niet bij je komen, we hebben zwijgplicht en als het nodig is bescherm ik je met beide handen, zeker voor je vader. Heus, het komt wel goed.” Maar zijn woorden helpen niet, ontspannen doe ik niet. “Vergeet maar wat ik je net vroeg, het komt wel als de tijd er rijp voor is.” Na enige tijd ontspan ik een klein beetje, maar echt ontspannen doe ik niet. Dan klapt de deur dicht, van schrik spring ik zowat uit mijn bed. Ik had niemand aan horen komen. “Wilt u ons a.u.b. niet zo laten schrikken, Yan?” “Het spijt me, hier zijn haar medicijnen en een boterham, ik zal jullie tortelduifjes dan maar weer snel alleen laten.” Voordat er hier op geantwoord kan worden sluit de deur weer met een harde klap. Ik zit te trillen een heel stuk verder naar achter. “Het is goed, heus.” En hij gaat weer verder met mijn hand masseren, maar het helpt niet echt meer. Ik ben me echt rot geschrokken van die enge gast. Weer hoor ik de deur, deze keer wordt hij rustig open gemaakt. Het is Merchy, te horen aan zijn voetstappen. Toch sta ik weer strak van de spanning. “Wat is hier gebeurd?” vraagt hij, terwijl ik iets op de grond hoor vallen, de appel waarschijnlijk. “Zeg ik je wel op de gang, we komen zo terug en blijven voor de deur.” Antwoordt Gabirov. Ik duik nog verder in de hoek. “Ach meisje toch. We houden de wacht, heus.” Probeert Merchy me gerust te stellen. Ze lopen de kamer uit en zachtjes wordt de deur gesloten, er is wat geroezemoes op de gang, maar het is niet te verstaan. Opeens voel ik me helemaal naar worden, flitsen om mij heen. Ik gil…

gerlienke
Berichten: 1609
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re: [VER] Lia

Link naar dit bericht Geplaatst: 02-08-07 16:48

goed stuk Lachen je hebt het einde wel weer spannend gelaten, ben wel benieuwd wat er nu precies gebeurt.