Wat zijn jullie toch ook een geluksvogels
Hier heb ik al weer het volgende stukje, een beetje actie in het verhaal aangebracht. En misschien kunnen we over een heleboel stukjes wel een klein veulentje verwachten (ligt aan mijn stemming op dat moment).
Citaat:
Tessa
Waar ben ik? Wat doe ik hier? Vraag ik mezelf af terwijl ik op sta en rond kijk. Ik sta in een oude vervallen hok, het hobbelt heel erg. Het laatste wat ik me kan herinneren is dat ik een spuitje kreeg, van wat er daarna is gebeurt, weet ik niks meer. Ik hoor iets aan de andere kant van het schot, het trapt tegen het schot aan. Zou het ook een paard zijn? Ik laat een schel gehinnik horen en krijg vrijwel meteen antwoord. Daar zit ook een paard. Wie zou het zijn? Ineens stopt het hobbelen, ik moet me schrap zetten om niet te vallen. De deur voorin gaat open, er loopt iemand naar binnen. Ik krijg een harde tik tegen mijn neus, verschrikt spring ik naar achter. Het touw waarmee ik vast stond komt strak te staan. De man pakt een zweep en geeft me nog een klap op mijn nek. Ik steiger en het touw knapt. Ik trap om me heen, pas als de man weg is stop ik. Als de klep achter in het hok open gaat storm ik meteen naar buiten. Een andere man probeert me tegen te houden en pakt me bij m’n manen. Ik steiger en bok maar de man laat niet los, uiteindelijk geef ik het op. Ze maken een nieuw touw aan mijn halster en ze trekken me mee een gebouw in. Daar wordt ik in een kleine vieze stal gezet en lopen ze weer weg. Onrustig draai ik in de stal, voor zover dat gaat. Ik kijk door de tralies en zie dat de stallen verderop een stuk beter en mooier zijn, ik wil daar staan. Ik trap hard met mijn hoef tegen de deur die een stukje mee beweegt. Na nog een paar harde rake klappen breekt het hout. Snel loop ik de stal uit, naar de schone en mooiere stallen. Ik kijk daar rond en zie verschillende paarden staan. Ik vraag aan eentje wat voor een gebouw dit is, het blijkt een manege te zijn. Ineens duikt er een van de mannen naast me op en grijpt me bij mijn halster, ik probeer nog weg te komen maar het lukt niet. “Zet haar bij die andere zwarte” hoor ik hem tegen zijn maat zeggen. Hij klikt het halstertouw weer aan mijn halster en trekt me mee naar de kleine longeerbak.
In die bak zie ik Mike staan. Hij was dus het andere paard in de trailer. Die andere man komt weer binnen, hij draagt een zadel. Hij loopt naar mij toe, snel draaf ik weg. Ik geef nog een aantal bokken in zijn richting en ga dan weer stil staan. Hij heeft zijn zadel weg gelegd en komt nu met een zweep en halstertouw op me af. Ik loop weg maar krijg dan een harde tik op mijn kont. Ik geef een bok in zijn richting en galoppeer verder. Weer krijg ik een tik, op mijn nek deze keer. Ik geef nog een aantal bokken, en krijg deze keer een tik op mijn hoofd. Helemaal verward blijf ik stil staan, snel wordt er een halstertouw aan mijn halster gedaan. Ik probeer te steigeren, maar ze hangen met twee man aan mijn hoofd. Ik geef nog een trap met mijn voorbeen, maar ik mis. Ruw wordt het zadel op mijn rug gegooid, en de singel wordt hard aangetrokken. Ik probeer hem te trappen en te bijten maar ik mis. Ik krijg nog een harde klap op mijn neus, een pijnscheut gaat door heel mijn hoofd. Ruw wordt het hoofdstel om gedaan en ik wordt meegetrokken naar de binnenbak.
Een meisje komt naar mij toe gelopen, ik herken haar. Het is Lianne. Ze zegt wat tegen een van de mannen en die loopt weg. Ondertussen loopt ze naar mij toe en geeft me een aai over mijn neus. Verschrikt gooi ik mijn hoofd omhoog. Ondertussen komt een andere man binnen met een kar en tuig. Lianne zadelt mij af en zet mij voor de kar, ik vertrouw haar. Intussen komt de andere man binnen met Mike. Hij wordt ook voor de kar gezet. Lianne gaat op de bok zitten en pakt de leidsels. De deur van de bak naar buiten gaat open en we worden naar buiten gestuurd. De mannen lopen achter ons aan, ze zeggen dat Lianne binnen moet blijven. “ik rijd alleen een rondje over het erf” vertelt Lianne ze. Ondertussen laat ze ons naar buiten stappen.
Op het erf stappen we eerst een rondje en worden daarna in draf gezet. We draven nog een rondje en dan stuurt Lianne ons ineens de weg op. Ik hoor de mannen schreeuwen, maar Lianne rijd gewoon door. Ze komen achter ons aan. Ik voel ineens iets langs mijn hoofd suizen, ze bekogelen ons. Verschrikt begin ik harder te draven, Lianne probeert mij te kalmeren maar ik luister niet. Ik moet hier weg, zo snel mogelijk. Ik spring in galop, Lianne houd mij tegen met de teugels maar ik blijf rennen. Ik ga steeds harder, en de kar hobbelt over het wegdek, ook Mike moet moeite doen om mij bij te houden. Lianne probeert me nog te stoppen, maar het is te laat. De kar kantelt. In paniek probeer ik los te komen, maar het sterke leer geeft niet mee. Mike probeert mij te helpen en gaat aan de riempjes sjorren. Al snel heeft hij er een los, dus ik ga ook aan de riempjes sjorren. Na een tijdje zijn we allebei bevrijd. De kar ligt op zijn zij. Lianne is bewusteloos. Ik zie een bordje staan met “Dressuur, Spring, Fok en Ren stal Het Gulden Hoefijzer nog 1000 meter”. Ik volg het bordje terwijl Mike bij Lianne blijft. Ik ga rennen en al snel ben ik thuis. Roos ziet mij aan komen rennen en loopt naar mij toe. Ik probeer haar duidelijk te maken dat ze mee moet komen, en al snel komt ze met een zadel aanlopen. Nadat ze mij snel heeft opgezadeld stapt ze op en laat mij mijn gang gaan. In galop galoppeer ik terug naar Lianne. Ze is intussen bijgekomen en zit op de grond. Roos stapt af en helpt Lianne met opstappen. Ze pakt mij bij de teugel en Mike bij zijn halster. Rustig stappen we weer terug naar huis.
De volgende ochtend komt de dierenarts me controleren. Ik voel me goed, alleen erg moe. Na een flinke gaap ben ik wel wakker maar ik heb geen zin in de dierenarts. Hij controleert alles, en ontsmet het wondje wat ik op mijn rug heb en de striemen op mijn kont en hoofd. Ik heb geluk gehad zegt hij, voor het zelfde geld was er iets erger gebeurt. Geluk, noemt hij dat geluk, ik heb overal striemen zitten en dat ontsmettingsspul prikt. Even later komt ook nog eens de hoefsmid langs. Ik weet niet of ik dat vol houd. Terwijl de hoefsmid bezig is doezel ik beetje bij beetje weg, totdat ik slaap.
Ik schreeuw om mijn mama, ik ben net een paar uur oud. Iemand heeft me op het erf gelaten, waar is mama. Er staat nog een veulentje, hij lijkt een exacte kopie van mij, alleen is hij een hengst en ik een merrie. Samen schreeuwen we om onze mama’s. Uiteindelijk zijn we zo moe dat we samen op de mesthoop in slaap vallen. We worden snel weer gewekt. Roos heeft ons gevonden, en brengt ons terug naar onze mama’s. Een spannend avontuur was het wel, maar ik ben blij dat ik weer bij mama ben.
Ik schiet wakker doordat de hoefsmid mijn andere been op wil tillen. Een vreemde droom was het, zo ging het toen. Lang geleden, Roos werkte er net en mocht mij blijven verzorgen. Wie het andere veulen is weet ik niet, misschien is hij verkocht. Anders zal ik hem toch wel kennen, ik ken alle hengsten hier op de stoeterij. Mike is net zo zwart als ik ben, en heeft net zo’n sterretje op zijn voorhoofd. Maar als ik het goed herinner had het veulen van die nacht een heel dun wit randje over zijn rechter voorhoef lopen. Daar was hij toen zo trots op. In al die tijd dat ik heb staan dromen heeft de smid mij weer nieuwe ijzers cadeau gedaan en is hij al weer met een ander paard bezig. Ik heb hem nog niet eens gedag gezegd. In een onbewaakt moment loop ik naar hem toe en geef hem een por. Ik krijg een aai over mijn neus en een stukje wortel. Roos pakt me snel bij mijn halstertouw, verontschuldigd zich bij de smid en neemt me mee naar de wei. Ik krijg nog een lekkere warme deken om en wordt dan de wei in gelaten. Daar draaf ik nog een paar rondjes, oefen nog wat figuren en ga dan lekker liggen rollen. Heerlijk zo’n zandbad na een spannend avontuur. Van een aantal weilanden verderop hoor ik Mike hinniken. Hij staat blijkbaar alleen. Ik hinnik terug en ga dan lekker in het zonnetje liggen slapen.
Ik begin snel weer aan het volgende stuk ( ik heb toch niks te doen
)