Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek
,
.
Grappig om eens te lezen over iemand die helemaal niks met paarden heeft en die toch op een stal gaat werken
Ik ben benieuwd naar het volgende deel
Citaat:Voor de netheid moet je in het verhaal nooit cijfers gebruiken.
Dus geen 4 maar vier!
Citaat:Sam Tuinman
0623945923
Verzend. Klik.
Zo, nu maar kijken wat ze terugkrijgt. Ze zijn vast op zoek naar iemand met ervaring. Nu is het bedtijd. Sam sluit de computer af en stapt in bed. Morgen is ze nog vrij, dan het weekend en maandag voor het eerst naar school.
2
“Sam! Ontbijt! Nu!” schreeuwt Sams vader, Erik. Sam doet een oog open en kijkt naar buiten. Lekker weer, de zon schijnt en het is helemaal blauw. Het is 9 uur. Waarom moeten ze altijd zo verschrikkelijk vroeg ontbijten. Gezellig, met z’n allen. Moeizaam staat Sam op en sloft naar de badkamer. Ze neemt een douche en kleed zich aan. Als ze beneden komt, is de rest al uitgegeten. “Ik zei toch ‘Nú’, Sam,” sist haar vader. “Is het nou zó moeilijk?”
Sam negeert haar vader en gaat aan tafel zitten. “Hè Erik,” zegt Moniek, Sams moeder. “Houd het even gezellig, wil je?” Erik springt op en gaat naar zijn kantoor. Nouja, een kantoor kun je het nog niet echt noemen. Er staat een bureau, een computer en voor de rest alleen maar dozen. Sam schuift ondertussen een boterham naar binnen en sluipt stiekem weg. “Sam!” zegt Moniek. “Kom een hier.” Te laat, denkt Sam. Sacherijnig komt ze de keuken weer in. “Ben je al op zoek gegaan naar een baantje?” zegt Moniek. “Ja,”zegt Sam en loopt de keuken weer uit. “Sam!” hoort ze nog, maar dat zal toch wel weer alleen maar gezeur zijn. Ze loopt naar haar kamer en doet de computer aan. Eén nieuw bericht! Ze klikt het snel aan.Onderwerp: Stalhulp op stal Vermeer, afzender D.v.Bassen. Dat is snel, denkt Sam.
Geachte mevrouw Klusman,
In het begin heet ze Tuinman, daarna Klusman.
Zo heten de vorige bewoners van ons huis
Bedankt voor de opmerkingen!
.
?! 
Citaat:4
Het is al 8 uur, als Sam eindelijk afgekoeld is. Ze is aangekomen in een dorp, waar ze nog nooit geweest is. Ze ziet een café en parkeert haar scooter. Als ze binnenkomt zitten er een paar mensen bij een tafel, een man bij het gokautomaat en een man aan de bar. Ze gaat ik de hoek aan de bar zitten. Een oude barkeeper komt naar haar toe en bekijkt haar even goed. “Biertje?” vraagt hij. Sam knikt en hij haalt een schoon glas en tapt het vol.
Sams maag knort. Ze heeft sinds het broodje vanochtend en het ijsje niets meer gegeten. “Heeft u misschien iets te eten?” vraagt ze schor.
“Jazeker,” zegt de barkeeper. “Roept u maar!”
“Een groot bord patat en een tosti, alstublieft.”
“Komt dr’an,” antwoord hij.
Langzaam begint ze van haar biertje te drinken en doet haar ogen dicht.
“Problemen thuis, moppie?” vraagt de man, naast haar aan de bar.
Sam wuift zijn vraag weg en zegt: “Maakt niet uit.”
“Je hebt anders een flink blauwe wang,” dringt de man aan. “Dat is een flinke klap geweest. Doet het nog zeer?”
Sam tast en haar wang en krijgt een flits van pijn. Ze trekt ‘m snel weer terug en neemt nog een flinke teug.
“Dat dacht ik al,” zegt de man wijs. “Henry, haal es effe ijs voor dat kind!” roept hij naar de barkeeper.
Deze komt net aan met een bord patat en een tosti. “Alsjeblieft,” zegt hij en bukt om ijs te pakken. Hij wikkelt het ijs in een theedoek en geeft het aan Sam. “Hou dat maar effe op je gezicht.”
Sam bedankt hem en legt het tegen haar wang. Wat een verkoeling zeg, denkt ze. Snel werkt ze de patat naar binnen en eet de tosti op.
“Ik ga weer,” zegt ze, terwijl ze haar flesje leegdrinkt. Ze legt de theedoek op de bar en betaald de barkeeper.
“Als ie je nog es wat flikt, moet je mij maar effe halen, goed?” zegt de man naast haar. Ze glimlacht flauwtjes, groet de barkeeper en vertrekt.
Als ze op haar benzine meter kijkt, ziet ze dat de benzine bijna op is. Ze zal nog net thuis kunnen komen, maar ze zal morgen op de fiets naar stal moeten. Ze rijdt dezelfde weg terug en na ongeveer een uur komt ze thuis aan. Wat een reis, denkt ze. Dat heb ik op de heenweg niet gemerkt!
Er brandt nog licht in de woonkamer, maar ze loopt direct naar boven. Ze springt onder de douche, want ze ziet er niet uit en stapt in bed. Ze zet haar wekker om 6 uur en doet het licht uit.
Ze valt pas na een uur met een rotgevoel in slaap.
5
De wekker gaat. Sam springt van schrik uit bed. Ze heeft de wekker iets te hard gezet. Snel zet ze de wekker weer uit. Wat geschrokken gaat ze voor de kast staan en kijkt wat ze aan moet. In het informatie boek stond de precieze uitrusting uitgelegd. Een paardrijbroek heeft ze niet, dus dan maar iets anders van stretch stof. Een joggingbroek. En paardrijlaarzen heeft ze ook niet. Ze heeft niet eens gewone laarzen, dus ze trekt maar oude sneakers aan. Ze trekt een strak gestreept t-shirt aan.en pakt haar dunste winterhandschoenen. Anders krijg je blaren, had het boek verteld. Ze doet haar lange bruine haar in een staart en ze doet de staart door de pet heen. Zo ziet ze er best leuk uit. Heel sportief. Tevreden kijkt ze in de spiegel.
Ze denkt liever even niet aan gisteravond en aan haar ouders, maar aan vandaag en nu. Het is wel erg moeilijk om niet aan gisteravond te denken, want er zit een grote blauwe plek op haar wang, die langzaam groen begint te worden. Met een beetje foundation probeert ze het weg te werken, maar het lukt niet helemaal.
Ze loopt de trap af naar de keuken. Ze smeert 2 boterhammen voor zichzelf met pindakaas, snijdt een appel in stukjes en mixed muesli met yoghurt. Terwijl ze dit opeet, neemt ze nog even haar lijstje door, met hoe je een paard moet benaderen en hoe je het naar de wei moet brengen.
· Kijk het dier nooit recht aan, deze kan zich aangevallen voelen.
· Let op of de oren naar voren of naar achteren staan. Naar voren betekent nieuwsgierig en meestal vriendelijk en naar achteren betekent sacherijnig. Het paard heeft liever niet dat je in de buurt komt.
· Wees altijd zeker van je zelf en rustig. Zo weet een paard wat hij aan je heeft.
· Tijdens het halster omdoen, áltijd aan de zijkant staan. Het paard kan je een kopstoot geven.
· Praat zacht, rustig en laag tegen het dier.
· Leidt het paard in de linkerhand, rechts van de schouder.
· Zorg dat het paard je niet ‘overloopt’. Jij bepaalt het tempo.
· Als je bij de weide komt, eerst het hek opendoen, dan het paard om je heen laten draaien met zijn neus naar de ingang toe. Dan het halster af doen en een stap naar achteren zetten. Pas op: sommige paarden rennen weg en geven graag een bokje naar achteren.
· Het hek goed sluiten en controleren of het paard is voorzien van water.
Tevreden leest Sam ze door. Ze kent ze nu uit haar hoofd.
Plotseling hoort ze gestommel achter zich. Een kamerjas met haar moeder erin komt de trap af.
“Dag, kind,” zegt ze schor.
“Hallo,” zegt Sam naar de grond kijkend.
“Erik vindt het heel erg, weetje?” zegt haar moeder voorzichtig.
Sam snuift.
“Ik moet zo werken,” zegt ze.
“Dat dacht ik al!” zegt Moniek. “Je bent zo vroeg op! Hartstikke goed, joh!”
Sam glimlacht. Ze is best een beetje trots.
“Wat is dat?” vraagt Moniek, wijzend naar het briefje.
“Dat zijn omgangsregels voor paarden,” legt Sam uit. “Zo doe ik niks verkeerd.”
“Jeetje,” zegt Moniek duidelijk onder de indruk. “Je neemt dit baantje wel heel serieus hè?”
Sam knikt enthousiast.
“Misschien kun je er mee doorgaan na dit schooljaar. Na dit schooljaar ben je klaar!” zegt Moniek blij.
“Hohoho!” zegt Sam lachend. “Eerst maar kijken of ik dit kan, hè!”
Samen lachen ze even. Dan kijkt Sam op haar horloge. “Ik moet gaan!”
Moniek geeft Sam een kus op haar wang. “Heel veel succes, kind!”
“Dankjewel!” zegt Sam blij. Ze doet haar nieuwe, blauwe jas aan en loopt naar de schuur. Daar pakt ze haar fiets.
“Is je benzine op?” vraagt Moniek.
Sam knikt. “En dit is goed voor mijn conditie!” zegt ze grappig.
Haar moeder zwaait haar uit en als Sam achterom kijkt, ziet ze Erik in het raam staan. Hij zwaait ook. Direct houdt Sam op met zwaaien en kijkt weg. Achter haar zakt de hand van Erik langzaam naar beneden.
Maar nu ga ik werken! Denkt Sam en fiets in een redelijk tempo naar stal.
6
Als ze aankomt, zet Sam haar fiets in het fietsenrek en gaat op zoek naar Fok4. Het is veel rustiger dan gisterochtend, maar nu is het natuurlijk nog vroeg. Fok2, Fok3… Daar is Fok4!
Ze schuift de grote deur op zij en stapt voorzichtig naar binnen. Meteen valt haar oog op een merrie met een veulen, dat nieuwsgierig naar Sam kijkt. Sam is vertedert en loopt naar het diertje toe, om het te aaien. Het veulen hinnikt en Sam aait over zijn neusje. “Wat ben jij een lieverdje, zeg!”
“Goedemorgen!” hoort ze opeens. Ze schrikt zo, dat ze op springt, het veulen met een raar geluid weg springt, dat de moeder uit haar dutje wakker wordt en dreigend op Sam afkomt. Die schrikt daar ook weer van, valt achterover, recht in de armen van een jongen. “Rustig maar hoor! Ik bijt niet!”
Beschaamd komt Sam weer overeind en doet haar haar weer goed. Ze bekijkt de jongen even goed. Het is een lange jongen met halflang donkerblond haar en sterke handen. “Ik heet Sam,” zegt ze verlegen, terwijl ze haar hand uitsteekt. “Aangenaam Sam, ik ben Luke.”
“Ik heb eigenlijk niks met paarden, vandaar mijn ‘reactie’ net,” zegt ze blozend. Luke lacht. “Ja ik heb het gehoord, maar dat is niet erg hoor. Je leert hier toch wel zo ontzettend veel, door alleen al te werken.” Zijn stem klinkt zeker en Sam gelooft hem meteen. “Zullen we dan maar beginnen?” vraagt ze. Luke knikt.
“We gaan eerst de merries naar het land brengen.” Hij loopt naar de achterste boxen. “Dit zijn hoogzwangere merries, dus ze lopen vrij langzaam en een beetje moeilijk. Begin jij hier maar mee.” Hij doet een hele dikke bruine merrie een halster om en geeft het halstertouw aan Sam.
‘Rosa’ leest ze op de boxdeur. “Wacht maar even,” zegt Luke. “Ik pak even twee merries en dan volg je mij naar de weiden.” Sam knikt en vol zelfvertrouwen aait ze Rosa over haar hals. Dit heeft ze ook gelezen. Eerst doet ze het een beetje krampachtig en zachtjes, maar als ze merkt dat Rosa het lekker vindt, maakt ze grotere rondjes en stevigere bewegingen.
“Kom maar!” roept Luke.
Sam neemt het halstertouw in haar rechterhand en trekt Rosa de stal uit.
“Doe maar rustig aan,” zegt Luke. “Laat het touw maar in een boogje hangen.”
Braaf doet Sam wat hij zegt en Rosa volgt haar in een rustig tempo.
“Probeer naast haar hoofd te lopen,” zegt Luke. Sam doet wat hij zegt.
Zo volgt ze hem tot aan de wei en bij de eerste wei zegt hij: “Kom eens hier.” Sam loopt met Rosa naar hem toe en wacht. Luke doet het hek van de eerste wei open. “Zet haar hier maar neer, weet je hoe dat moet?” Sam knikt. Ze leidt Rosa de wei in en draait de merrie langzaam om. Ze klinkt het halstertouw los en zet een stap naar achter.
“Heel netjes!” zegt Luke. Sam glimt van trots. Luke doet het hek weer dicht.
“Doe maar alvast de halsters om van Lydia, Maike, Kelly en Ans.”
Sam loopt snel terug naar de stallen en legt voor de stallen snel de halsters neer, voor ze het vergeet. In een van haar boeken stond beschreven hoe je een halster om moet doen. Stom dat ze net niet even gekeken had hoe Luke het deed. Hij deed het ook zo snel. Ze raapt het halster op bij de stal van Kelly. Ze denkt na. Wat moet boven, wat moet beneden? Ze heeft geen flauw idee. Dus probeert maar wat. Het lukt totaal niet en Kelly schudt met haar hoofd. Geschrokken gaat Sam naar achter en weet niet wat ze moet doen. Ze houdt het halster in de lucht om te kijken hoe het moet. Ondertussen hoort ze voetstappen achter zich. “Lukt het een beetje?” klinkt de vriendelijke stem van Luke.
Beschaamd kijkt Sam naar de grond. “Eerlijk gezegd, totaal niet. Ik snap er niks van.”
Luke lacht vriendelijk. “Kijk,” zegt hij. “Hier gaat de neus doorheen en dit gaat over de oren, haakje vast en klaar! Fluitje van een cent. Probeer maar bij Ans.” Sam loopt naar de box met Ans op de deur en een vriendelijk, beetje grijs hoofd komt naar haar toe. Sam opent de boxdeur en gaat naast het paard staan. Daar gaat de neus doorheen, denkt ze en dat over de oren. Haakje dicht en voilá! “Goedzo!” zegt Luke. “Zie je wel.” Sam glimlacht en doet ook het halster bij Maike om.
“Neem Maike en Ans alle twee maar mee.” Sam pakt de twee merries en volgt Luke weer naar de wei.
“Dat zijn al twee oude merries, die jij nu hebt,” legt Luk uit. “Ze zijn alle twee al 20, maar zijn nog steeds goed als fokmerrie.”
“Hoelang kunnen ze dat nog blijven?” vraagt Sam.
“Tot het niet meer gaat.”
“En wat gebeurt er dan met ze?” Sam rilt.
“Als ze nog fit zijn, gaan ze naar het bejaardentehuis…” Sam grinnikt. “… en anders worden ze afgemaakt,” zegt Luke triest. “Maar alleen als ze echt op en oud zijn hoor. Hier staan ze.”
Hij doet het hek open en Sam leidt de paarden de wei in. Een beetje zenuwachtig doet ze de touwen los, want het zijn er nu twee! Maar de paarden blijven rustig en geduldig staan tot ze klaar is en Sam hoeft geen moeite te doen.
Zo zetten Luke en Sam nog een paar drachtige merries buiten en komen ze uiteindelijk uit bij de merries met veulens.
“Oke,” zegt Luke. “Luister goed.”
Sam luistert goed.
“Ik neem zo de merrie en jij het veulen. Eerst ga jij met het veulen voorop en als ze de stal uit zijn haal ik je in.” Hij wacht even, om te kijken of Sam het snapt. “Terwijl je voorop gaat, zal het veulen vreselijk drammen, want dat wil achter zijn moeder lopen. Maar je moet maar denken dat je groter en sterker bent en je trekt het veulen gewoon mee.”
Sam slikt even moeizaam. Zo’n veulen is best sterk.
Luke doet het halster om bij het veulen, dat zich hevig verzet. “Rustig maar, uk,” zegt hij kalmerend. “Dit is alleen maar goed voor je toekomst. Want aan een paard dat geen halster omkan, heeft niemand wat.” Sam lacht en neemt het veulen over.
“Ga maar,” zegt Luke, als hij het halster bij de merrie om heeft gedaan.
Sam loopt rustig voorop, maar het veulen wil niet mee. “Kom maar,” zegt ze vriendelijk, maar het veulen wil niet mee. “Kom!” zegt ze nu harder en geeft een ruk. Het veulen laat zich nu gemakkelijk leiden en dribbelt mee naast Sam, die met stevige passen de stal uit loopt.
“Prima gedaan,” zegt Luke. “Even wachten nu.”
Sam wacht en Luke komt met de merrie voorbij. “Komt u maar,” zegt hij. Het veulen is nu helemaal braaf en Sam heeft het gevoel dat ze voor spek en bonen meeloopt. Dit doen ze met de laatste vijf merries met veulens en hoe de veulens zich ook verzetten, Sam heeft ze prima onder controle. Als ze na het laatste tweetal terugkomen in de lege stal, zegt Luke tegen Sam: “Ik wil niet bij je slijmen ofzo, maar je doet het echt geweldig!” Sam bloost.
“Nee echt! Ik heb nog nooit iemand gezien die zo ver vordert in een ochtendje als jij.”
Sam is trots. Yes, denkt ze, dit is echt geweldig leuk!
“Nou dankjewel,” zegt ze verlegen. “Maar jij legt wel heel goed uit hoor!”
Ze staan een beetje onwennig tegenover elkaar.
“Oke!” zegt Luke. “Nu gaan we aan het echte, zware werk!”
“Cool,” zegt Sam grappig. “Laten we dat maar gaan doen dan hè!”

.