Tips zijn altijd welkom
Citaat:Hoofdstuk 1
Ik sloot mijn ogen en voelde het koude metaal tegen mijn huid drukken. Een koude rilling verscheen van onder mijn rug. Ik opende mijn ogen terug en keek ik in de spiegel. Ik zag een meisje met droevige bruine ogen, lang bruin haar en wat sproeten op haar neus. In mijn ogen was ze lelijk, dit beeld wou ik niet zien! Dit zielige meisje moet verdwijnen! Ik kneep mijn ogen dicht en snee. Toen ik mijn ogen terug opende zag ik bloeddruppels van mijn pols druppelen die terechtkwamen op de bodem van de lavabo. Het bodempje water dat erin stond kleurde rood. Ik zuchtte, ik voelde dat het niet meer dezelfde werking had. Het moest meer!
“Margo! Eten!” Mijn moeder haalde me uit mijn bloeddorstige gedachten. Ik schudde met mijn hoofd, langzaam kwam er een gedachte dat dit niets hielp. Ik trok de stop uit de lavabo en het rode water verdween langzaam. Het bebloede scheermesje spoelde ik af en klikte het weer terug in mijn vaders scheermes. Het bloeden van de snede was ondertussen al gestopt. Blijkbaar was het niet diep. Het bloed dat nog aan mijn pols kleefde spoelde ik er af, daarna verbond ik mijn pols met een strak verband. Ik sloeg nog een laatste blik op de badkamer toen ik de badkamerdeur opende, zodat ik er zeker van was dat er niets verdacht achter bleef. Traag liep ik de gang op, mijn moeder had me nogmaals geroepen. Geïrriteerd had ik gegild dat ik eraan kwam. Net toen ik de trap kwam aflopen kwam mijn vader beneden aan de trap staan.
“Voor jou vanavond geen eten!” Riep hij. Beteuterd keek ik hem aan.
“Het duurt uren voor wanneer je beneden bent, dus blijf nu maar boven!”
Mijn beteuterde blik verdween en er verscheen een woedend gezicht. Mompelend draaide ik me om en liep naar mijn kamer. Ik had wijselijk niets terug gezegd, anders zou ik morgen bond en blauw op school verschijnen, nog meer gepest dus.
Ik liet me vallen op mijn bed, beneden hoorde ik mijn ouders ruziën. Ik hoorde mijn naam een paar keer, het ging dus weer eens over mij. Al vlug hoorde ik iemand de trap op lopen en voor mijn deur halt houden.
“Ik haat je Margo!” Hoorde ik mijn kleine broer roepen. Er verschenen tranen in mijn ogen. Al snel hoorde ik een deur heel hard dichtslaan. Ik probeerde mijn tranen in te slikken, diep in mezelf wist ik dat mijn broer dat niet meende. Hij zei dat alleen omdat onze ouders ruzie hadden door mij. Beneden hoorde ik mijn ouders nog altijd ruziemaken. Ik zuchtte, mijn maag bromde van de honger.
“Margo? Wakker worden!”
Traag opende ik mijn ogen. Mijn moeder stond voor me, haar ogen waren rood doorlopen.
“Het is tijd voor school. Sta eens wat vlugger op!” Zei ze boos. Het begint al weer, ik was net wakker en ik werd al opgejaagd. Al vlug zou mijn moeder me uitmaken voor slak en waarom ze zo’n dochter als mij had verdiend. Ik was het gewoon, ik trok het me al lang niet meer aan.
“Margo! Doe eens wat voort, straks kom je te laat op school!” Riep mijn moeder nog toen ze mijn kamer uitliep. Niet echt onder de indruk van het te laat komen op school volgde ik haar voorbeeld, alleen op een iets trager tempo. Ik zag dat de badkamer nog vrij was, een zeldzame gebeurtenis, dus besloot ik eerst een douche te nemen. Net toen ik de badkamer wou binnenstappen stak mijn kleine broertje me voorbij. Hij keek me pissig aan toen hij de deur voor me dicht sloeg. Ik gromde, dan maar geen douche. Ik liep de trap af naar de keuken. Mijn vader zat aan de keukentafel zijn krant te lezen. Ik wenste hem een goedemorgen en hij gromde eens terug. Snel smeerde ik me wat boterhammen, at er één op en dronk een glas fruitsap. De rest van mijn gesmeerde boterhammen stak ik in mijn brooddoos. Het was al 8 uur. Mama had me dus weer eens te laat opgemaakt. Zou ze het doen om me te pesten? Ik liep snel weer naar boven en kleedde me vlug aan. Mijn brooddoos stak ik in mijn rugzak, ik keek nog eens de kamer rond zodat ik zeker was dat ik alles mee had. Ik wierp nog een snelle blik op mijn polsverband, gelukkig was het niet rood gekleurd. Dan nog juist mijn schoenen vinden en aandoen en dan was ik klaar. Ik kroop onder mijn bed, daar vond ik ze meestal terug, en zoals altijd stonden daar mijn allstars. Zo vlug als ik kon deed ik ze aan, het viel me weer eens op hoe versleten ze eruit begonnen te zien, zo vond ik ze best wel cool.
Ik sloot de voordeur achter me maar al snel opende ik hem weer. Vlug liep ik naar binnen en nam mijn regenjas van de kapstok. Het regende buiten hard en ik moest een halfuur met de fiets naar school rijden. Zuchtend nam ik hem uit de garage, de meeste ouders zouden nu hun kind naar school voeren maar de mijne niet.
Net toen ik de straat wou oprijden met mijn nu al verzopen fiets stopte er een auto voor mij. Het raampje ging naar beneden en ik herkende een jongen uit het 6de jaar van mijn school.
“Wil je een lift?” Vroeg hij aan me. Ik keek naar de auto en toen naar de fiets. Ik kende de jongen wel niet maar het zal wel geen kwaad kunnen.
“Dat zou fijn zijn!” Riep ik, ik had het gevoel dat hij me niet goed kon verstaan door de regen die met veel lawaai op het dak van de auto viel. Vlug zette ik mijn fiets weg en stapte onwennig in de auto.
“Ik ben wel al wat nat,” zei ik onwennig. Ik wou niet dat de jongen boos zou zijn omdat ik zijn auto had nat gemaakt. Dat zou ik ook wel kunnen missen. Hij haalde zijn schouders op.
“Jij bent Margo zeker?” Vroeg hij al snel nadat we vertrokken waren. Hij kent me! Ik knikte. Ik voelde dat dit niet goed was.
“Het zusje van Joris?”
Verbaasd keek ik hem aan. “Hoe ken jij Joris?”
“Hij was nog een oude vriend van me. Vroeger ben ik nog veel bij jullie thuis geweest, maar sinds het ongeluk...,”
“Ahja,” zei ik onverschillig. Ik sprak niet graag over Joris en het ongeluk. Na het ongeluk is er zoveel thuis veranderd. Vroeger was het nog allemaal een vrolijke boel thuis, nu was het allemaal geforceerd. Van het minste was er ruzie.
“Ik kan je me niet herinneren,”
“Je was nog klein, misschien 12 jaar ofzo. En de laatste jaren was ik er niet meer vaak. Andere vrienden enz,”
“En wat is je naam?”
“Tom,”
“Ahja,” het klonk weer onverschillig. Ik kende Tom nog wel, ik werd overspoeld van herinneringen van vroeger. Ik zag mezelf weer als klein meisje samen met Joris en een vriendje van hem gaan wandelen. Hoe we tikkertje speelden en liedjes zongen. Thuis aten we dan pannenkoeken die mama had gebakken. Mama had al jaren geen pannenkoeken meer gebakken, na het ongeval nooit meer. De volgende herinnering wou ik vergeten, maar hij kwam altijd terug. In mijn dromen, in mijn woorden, in mijn gedachten, hij bleef terug komen. Het was ik die in de tuin aan het spelen was met de bal, ik was toen 11 jaar. Joris was 15. Van mama moest hij op me passen. Maar hij was binnen naar tv aan het kijken. Boos had ik naar hem geroepen dat ik het zou vertellen aan mama dat hij niet met me wou spelen. Nadat ik 10 minuten had zitten doordrammen besloot hij om me te leren voetballen. Volgens hem was er te weinig plaats in de tuin dus gingen we op straat gaan spelen. Al vlug was de bal op straat gerold en Joris liep er achter en net op dat moment kwam er een vrachtwagen aangereden.
“Gokeuh, waar ga je naartoe?”
Ik was nog niet de speelplaats op en ik hoorde de stem al van iemand die ik liever zo vroeg niet wou zien. Eigenlijk gewoon de hele dag niet. Ik negeerde het en liep gewoon door. Al vlug hoorde ik voetstappen achter me aankomen.
“Margo? Waarom spreek je niet meer tegen me?”
Ik bleef doorstappen. Waarom zou ik toch niet meer met je praten, misschien om wat je me hebt aangedaan! Plots greep hij me aan mijn schouders vast en hield me tegen. Boos draaide ik me om.
“Wat?” Zei ik geïrriteerd.
“Het spijt me echt,” zei Dieter. Het leek of hij het meende. Ik sloeg mijn ogen dicht en wou weer verder lopen. Al vlug had hij mijn hand te pakken.
“Blijf met je poten van me af,” siste ik naar hem. Hij liet mijn hand direct los.
“Vroeger had je niet liever,”
“Dieter, ik zeg dit nog één keer. Voor de laatste keer. Er is niets meer tussen ons! En wat er is geweest tussen ons wil ik zo snel mogelijk vergeten!”
“Komaan. Doe niet kinderachtig. Van dat éne ding? We hadden het zo goed samen,”
“Dat éne ding? Je beschrijft het alsof het niets is. Jij weet niet hoeveel last ik er nog van heb, voortdurend denk ik er aan. Jij waarschijnlijk niet, jij denkt alleen maar aan je eigen! En laat me met rust, ik wil je niet meer zien!”







Hoop dat jullie het nog altijd graag lezen...