[verh] zand met de kleur van de avondzon

Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
Kimmm

Berichten: 1739
Geregistreerd: 19-04-05
Woonplaats: Tiel

[verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 18-01-07 16:40

na het eindigen van mn vorige verhaal, de wereld draait door, hier op bokt. kon ik het toch niet laten om opnieuw een verhaal te gaan schrijven Clown hier het eerste stukje ben heel erg benieuwd naar jullie reacties, hoop dat jullie deze net zo waarderen als mn vorige verhaal Lachen

ik wil erg graag opmerkingen/tips om het verhaal te verbeteren. of gewezen worden op dingen die niet helemaal of helemaal niet kloppen.




De warme zon lijkt haar donkere huid bijna te strelen. Haar oogleden en krullende, lange wimpers beschermen de ogen voor het felle licht. Knijpend met haar ogen kijkt Adannaya naar de helderblauwe lucht. Haar slanke vingers strijken over haar platte buik, waarna ze hard tegen haar ribben stoten als ze omhoog langs haar borst strijkt. Een leeg gevoel in haar maag. Een gevoel wat alle mensen om haar heen lijken te hebben. Een gevoel wat er altijd al lijkt te zijn geweest, al negentien jaar. Holle, donkere ogen kijken haar vanaf de overkant van de weg aan. De kinderen lachen naar elkaar met glinsterende ogen en plagen elkaar. Vrolijke kinderen op het eerste gezicht. Maar kinderen die het moeilijker hebben, dan mensen denken. Dikke buiken waar de aandacht naar toe getrokken wordt. Dikke, opgezwollen buiken van de honger. Honger. Een begrip in het dorp waar niemand over praat. Een taboe. Een begrip wat de hele wereld kent, maar wat maar weinig mensen in het Westen in vergelijking met Afrika echt gevoeld hebben. Honger. Het lege gevoel in haar maag houdt aan. Voor haar strekt een wereld van vervallen en armzalige huisjes zich uit. Overal mensen om haar heen. Gekleurde stoffen van de kleding lijkt de ruimte om haar heen te vullen met vrolijkheid. Een schaterlach van een kind klinkt in haar oren. Lange, zwarte haren vallen over haar schouder als ze haar hoofd draait om de straat te overzien. Ogen die snel neergeslagen worden. Haar oogleden proberen de felle stralen van de zon tegen te houden als ze haar hoofd weer terug draait. Opnieuw slaan ogen zich voor haar neer. Frustrerend zet ze haar handen in haar zij. Waarom? Waarom kijken mensen haar nooit aan? Waarom niet? Er is toch niets mis met haar? Toch? Zij kan er ook niets aan doen dat haar broertjes en zusjes zijn overleden aan de ziekte? Een ziekte waardoor ze diaree kregen en geen vocht meer vast konden houden? Haar donkerbruine ogen bestuderen haar lange vingers. Maanden geleden bleven de rode zandkorrels aan haar handen plakken tijdens het dichtgooien van de kleine kindergraven. Droge takken symboliseren het kruis van hun nagedachtenis. Drie weken later sterft haar moeder. Een ongelukkige val waardoor haar onderbeen kapot is gegaan. Zonder de donkere huid om haar lichaam te beschermen was haar lichaam het doelwit voor infecties. Ze haalt haar neus op als ze denkbeeldig de geur van het been opsnuift tijdens de laatste paar dagen voor haar overlijden. Haar ooit zo trotse Afrikaanse moeder lag als een zielig hoopje op bed. Zweet parelde langs haar lichaam op de weinige dekens die in hun bezit waren. Het kostte Adannaya’s laatste krachten om opnieuw een graf te graven, een graf voor haar moeder in het rode zand. Zand met de kleur van de avondzon.

Gedachten aan haar vader dringen zich naar voren, gedachten die ze heeft geprobeerd te negeren. De herinnering komt weer naar boven. Plotseling. Heftig. ‘Ga lekker slapen, prinsesje. Papa komt snel weer thuis. Ik ga eten halen, dan hoeven we nooit meer honger te hebben. Nooit meer.’ Een fluistering in haar hoofd. De laatste woorden van een wijs man. Een vredelievende en slimme man. Een man die is weggedaan en nooit meer is teruggekeerd. De tranen wellen op uit haar ogen. De eerste tranen trekken natte strepen over haar wangen. De druppels vallen schitterend in het zonlicht op de rode grond voor haar blote voeten uiteen. ‘Pap, waar ben je? Ik ben helemaal alleen.’ Een snik welt achter in haar keel op. Bijna woest veegt ze de tranen van haar wangen waardoor ze in het rond vliegen. Adannaya, niet huilen! Niet doen! Niet waar alle mensen het kunnen zien. Je moet sterkt zijn, voor jezelf. Wees sterk! Plotseling dringt de harde waarheid zich weer naar voren. Eén moment lijken haar ogen zich te vergroten. Glashelder lijkt de waarheid voor haar gezicht te zweven. Machteloos volgen haar bruine ogen de contouren van de heuvelachtige omgeving. Rood zand, overal. Een enkele struik, een enkele boom. Voor haar verschillende huizen, donkere mensen in de koele schaduw. Vluchtend voor de warmte van de zon. Enkele koeien in een kleine kraal bijeen. Stof waait op als ze hun benen verzetten. Een mooi land, een land met veel mogelijkheden, maar een land waar honger heerst. De stof op haar voeten maakt haar voeten donker rood. Haar wiebelen van haar tenen laat kleine wolkjes stof opstuiven. Een land waar droogte heerst en de zon het voor het zeggen heeft. Geen groen gras langs de bermen, maar dode, droge takken. Takken die zo droog zijn, dat ze bijna uit elkaar lijken te vallen als je het oppakt. De honger laat haar maag pijnlijk samenknijpen in haar lichaam. Het lijkt haar leven te overheersen, net zoals het de levens van de mensen om haar heen overheerst. Het maakt het moeilijker. Lastiger. Haar ogen tasten de droge omgeving af. De hele dag draait erom om voedsel te verzamelen. Voedsel om elke dag maar weer te overleven. Een witte wolk drijft zachtjes geruisloos voorbij. Zacht voortgestuwd door de wind. Verlangen maakt zich van haar meester. Het lijkt haar bijna vleugels te geven. Wat zou er achter de horizon zijn? Een nieuwe wereld? Een groene wereld? Een wereld zonder honger? Een wereld zonder angst? Een wereld die niet alleen maar draait om overleven? ‘Wat zou ik daar graag naar toe willen.’ Opnieuw als een zachte fluistering over haar lippen.

De warmte laat de lucht trillen boven de uitgedroogde, maar bewerkte velden. Twee weken geleden groeven haar donkere vingers in de rode aarde om het kwetsbare zaad te verspreiden in de droge grond. Het gehele dorp hielp elkaar met het opnieuw inzaaien van het droge akkerland. Honderden geleegde emmers met water over het land, gedragen door tientallen donkere mensen, volwassenen en kinderen, om de nieuwe zaden een kans te geven om te groeien. Akkerland wat alleen de kleine zaden succesvol verder kan laten groeien, als de donkere wolken weer terugkeren van over de verre heuvels. Dikke regendruppels die de grond natmaken totdat het verzadigt is en voor nieuw leven kan zorgen. ‘Adannaya! Wil je me komen helpen met het eten?’ Een harde, maar hartelijke stem bereikt haar oren. Een oudere vrouw staat met een trotse houding en een kind op haar heup naar haar te kijken. Snel slaat ze haar ogen neer en als vanzelf brengen haar benen haar bij de vrouw. ‘Hier.’ Donkere ogen vol met schitteringen kijken haar aan als ze het kleine meisje in haar armen gedrukt krijgt. De dikke buik van het meisje drukt tegen haar ribben. Een mooi lied wordt door het kleine beetje wind meegedragen. Gezongen door een heldere stem. De vrouw verzamelt de kleine, gedroogde takken voor een vuur. Een kookvuur. ‘Adannaya, een feestmaal vanavond! Dayo heeft een konijn geschoten!’ Na een uur bereikt de geur van warm voedsel haar neus. Met een smachtende blik lijkt Adannaya nu al te genieten van de komende maaltijd. De kleine kom met een waterig mengsel met flinterdunne stukjes echt vlees, is veel te klein. Haar tong en keel branden door de hete vloeistof, als het nog niet genoeg is afgekoeld. Honger. Bijna schamend slaat ze haar ogen, op als ze de lege kom voor haar blote voeten op de grond zet. ‘Kind, heb je zo’n honger?’ Knikkend laat ze haar antwoord weten. ‘Ik heb niets meer voor je, alles is op. We moeten wachten totdat m’n man terug is met nieuwe voorraden. Ik kan je niets meer geven, Adannaya. Het spijt me.’ Een traan rolt van de gerimpelde wang van de vrouw tegenover haar. ‘Het spijt me echt.’ Pijn snijdt door haar buik door de krampen. Voedsel in haar maag, eindelijk. Eindelijk na zoveel dagen zonder voedsel. Voedsel wat de afgelopen weken heeft bestaan uit droge wortels van planten uit de grond en de kleine insecten die over boomstammen lopen. Maar na enkele minuten heeft de volheid van de karige maaltijd plaats gemaakt voor het eeuwige gevoel van nieuwe honger.

Met een ruwe beweging wordt ze moeiteloos op de rode grond gesmeten. Een lage, grommende stem dicht naast haar oor. Zijn warme adem strijkt langs haar wang. ‘Waag het niet nog eens, meisje.’ In plaats van de kilte van angst te voelen, borrelt de hitte van woede in haar lichaam omhoog. Haar blauwe ogen schitteren in de felle stralen van de zon. ‘Blijf van me af…’ Haar stem lijkt sissent uit haar keel te komen. Door de kracht van de vlakke hand op haar wang wordt ze achterover geworpen. De metaalachtige smaak van bloed in haar mond. Rood stof dwarrelt uit haar lange, blonde haren als ze omhoog krabbelt. Knipperend met haar ogen blijft ze staan als duizeligheid zich van haar meester probeert te maken. Twee donkere mannen staren haar van achteren aan. Twee paar donkere ogen met dezelfde meedogenloze blik. Dezelfde mannen namen haar drie dagen geleden mee. De beelden staan bij het lange, slanke meisje nog scherp op haar netvlies.

Nadine schrikt wakker, maar het is onduidelijk waarom. Een schrapend geluid buiten langs de muur. Stilte. Voetstappen naar het openstaande raam. Bewegingsloos volgen haar ogen de onzichtbare man achter de muur van haar slaapkamer. Gordijnen die bewegen. Haar armen en benen versteend. Geen stem. Geen gegil. Stilte. Haar open mond vertrekt in een geruisloze gil. Ruwe handen trekken haar het bed uit en laten rode plekken achter op haar blanke huid, waarna ze over de brede schouder van de donkere man wordt gegooid. De grond voelt koud aan als hij haar minder voorzichtig uit het raam naar buiten laat zakken. Een tweede gereedstaande man komt, uit de schaduw van een grote boom uit de tuin, tevoorschijn. Een vieze oude lap bungelt vlak voor haar gezicht. ‘Geen woord.’ Angst lijkt haar borst te pletten onder de grote druk. Een dichtgeknepen keel. Haar neus vangt onbewust de geur van de lap op. Misselijkheid maakt zich van haar meester. Kokhalstent ligt ze op de grond. ‘Hou op!’ Een stille grom komt diep uit de keel van de andere man als hij achter het meisje uit het raam klimt. Zonder nog enige woorden te verspillen wordt Nadine omhoog op het lange benen getrokken. Een grote hand sluit zich bijna pijnlijk om haar pols als ze rennend het terrein verlaten en de savanne intrekken.

Onmerkbaar geeft de man voor haar een stopteken naar zijn partner voor vanavond. Totaal uitgeput laat Nadine zich, in haar gescheurde pyjama, op haar knieën naast een boom zakken. Beide mannen slaan geen acht op het meisje en spreken zacht met elkaar. Nadine’s blanke huid wordt helder verlicht door de maan in de zwarte lucht boven haar. Het lijkt bijna licht te geven. Met moeite probeert ze haar hijgende ademhaling weer rustig te krijgen. Van onder haar half gesloten oogleden probeert ze de mannen te bestuderen. Twee donkere mannen, beiden groot, breed, sterk. Kort krullend haar, maar geen kroeshaar. Mannen die goed doorvoed lijken, totdat één van hen zich naar haar toedraait. Zelfs in het donker steken zijn ribben zichtbaar bijna door de huid heen. Ze spreken een onbekende taal, maar vanavond is gebleken dat ze beiden ook engels kunnen spreken. De kou dringt vanaf de grond via haar benen en voeten haar lichaam binnen. Een huivering door haar lichaam heen. Kippenvel trekt langs haar rug. Haar vingers trekken de overgebleven stukken stof van haar pyjama strakker om haar lichaam heen. Haar mooi gelakte vingernagels afgescheurd en donker van de aarde. De grootste van de twee mannen, de man die haar uit bed heeft gehaald, gooit achteloos een wollen deken naar haar toe die ze dankbaar om haar schouders slaat. Haar gedachten nemen haar uren mee terug. Uren dat de zon nog scheen en alles verlichte met haar gouden stralen. Een gelukkig leven die binnen enkele uren op z’n kop is gezet. Waarom is zij uitgekozen? Waarom hebben ze haar meegenomen? Het antwoord klikt bijna helder in haar oren. Haar vader. Haar vader die directeur is van één van de succesvolste bedrijven van het land. Misschien zelfs van het continent. Een bedrijf wat veel donkere werknemers heeft. Maar een bedrijf die te maken heeft gehad met reorganisatie. Tientallen. Nee. Honderden goede werknemers ontslagen. Van de één op de andere dag geen werk meer. Geen inkomsten. Geen voedsel. Daarom.

Herinneringen nemen haar nog verder mee terug. Nadine’s negentiende verjaardag is twee weken geleden met een groot feest gevierd in de tuin. De tuin met exotische en de meest uitzonderlijke planten en bloemen rond het grote huis heen. Het huis waar Nadine samen met haar ouders woont. Geen broers. Geen zussen. Enig kind, maar met alles wat haar hart begeert. Opeens maken de herinneringen plaats voor andere gedachten. Doemscenario’s trekken door haar gedachten. De één nog erger en vreselijker dan de andere. Wat gaan ze met haar doen? Alleen ontvoeren voor losgeld? Verkrachten? Misschien zelfs vermoorden? Zullen ze haar laten gaan en genoegen nemen met alleen losgeld? Vast niet. Haar ogen flitsen door haar omgeving. Een fluistering van haar lippen. ‘Ik laat me niet ontvoeren!’ De zin blijft in de lucht hangen als een strijdkreet. Droge bladeren kraken onder haar benen als ze steeds verder uit het zicht van de mannen voor haar schuift. Vermanend spreekt ze zichzelf toe in haar gedachten. Rustig aan. Geen geluid maken! Voor de laatste keer bestudeert ze naar haar ontvoerders, maar nog steeds lijken beide mannen geen acht op haar te slaan. Met een explosie van kracht springt ze op en rent ze met grote sprongen weg. Droge, afgebroken takken slaan tegen haar blote benen. De donkere deken dicht tegen haar huid aangedrukt om haar blanke huid te beschermen tegen weerkaatsing van het licht van de maan.

‘Trek aan.’ Opnieuw alleen maar twee woorden. De kleren voelen ruw aan op haar blote huid. De man draait zich weer om en loot gracieus naar de andere. Zacht beginnen ze weer te praten. Nadine is ervan overtuigt dat ze toch op haar letten, maar hoe? Ik moet hier weg. Nu! Ik kan hier niet blijven, ze mogen me niet meenemen! Woede welt in haar omhoog. In de verte kleurt de opkomende zon de zwarte lucht. Haar voeten houden het ritme van de man bijna gemakkelijk bij. De lange buitenritten, stiekem op het paard van haar vriendinnetje, hebben haar fit gemaakt. Automatisch komen de gedachten aan haar vader naar boven. Zijn rode, boze gezicht vlak voor de hare. ‘Nadine, laat me er niet achterkomen dat je met die smerige beesten in aanraking komt!’ Wat was ze boos geweest op haar vader. Hij noemde paarden beesten, hoe kon hij dat zeggen van die sierlijke, eerlijke en edele dieren? Stap na stap lijkt de omgeving steeds meer dezelfde te worden. Dezelfde vlakte met dezelfde bomen en dezelfde struiken. Op de schrammen van haar benen van de laatste twee vluchtpogingen zitten dikke korsten. Een plotselinge duw laat haar bijna struikelen en op de grond smakken. Door haar dagdromen is ze langzamer gaan lopen. Nadine heft haar hoofd. Plotseling maakt trotsheid van haar meester, na zich binnen een kort moment hersteld te hebben. Haar stem klinkt opnieuw als een fluistering.’Jullie zullen me nooit gevangen kunnen houden. Nooit.’ Een belofte. En beloftes mogen niet gebroken worden.

De klap op haar wang laat haar oren suizen. ‘Waag dat nooit meer, meisje.’ De donkere ogen lijken dwars door haar heen te kijken. Ze went haar blauwe ogen af om aan de intense blik te ontsnappen. Voor hen maakt de uitgebreide vlakte plaats voor heuvels. De mannen lijken steeds spraakzamer te worden, maar blijven Nadine negeren. Een hele opluchting. Alleen maar commanderen. Wat dachten ze wel niet? Daar komen ze nog wel een keer achter. Nu eerst nog een keer proberen om weg te komen, maar hoe? De heuvels. Haar blauwe ogen volgen gretig de contouren van de dalende en opstijgende horizon. Bijna zal er opnieuw een kans zijn om haar belofte waar te maken.

Haar donkere ogen volgen bijna lusteloos de contouren van de heuvels die zich voor haar uitstrekken. Wat zou daar achter zijn? Misschien zou ze haar moed bij elkaar moeten schrapen en haar spullen pakken. Maar waar zou ze dan naar toe moeten? Welke kant op? Haar lange haren zwieren in het rond als ze op haar blote voeten een rondje draait. Waar zou ze heen moeten? Ze staart naar de verte, de heuvels. Iets binnen in haar vertelt haar dat daar haar kans ligt. Maar hoe weet ze dat zeker? Haar dromen laten zichzelf zien dat ze genoeg moed heeft om een poging te wagen. Weg uit het dorp. Met een bundel kleren op haar rug brengen haar voeten haar geruisloos en gracieus over de vlakte heen naar de heuvels. Naar het geluk. Nooit meer honger hebben. Zou dat ooit kunnen? Het lijkt haar bijna onmogelijk. Genoeg voedsel om de hele dag te kunnen eten en dan nóg over hebben. En schoon water. Heerlijk, vers water. Wat zou dat heerlijk zijn! Haar pijnlijke buik laat haar weer terugkeren naar de werkelijkheid. Honger. Geen voedsel. Met sloffende stappen nemen haar voeten haar mee naar enkele struiken verderop. Haar knieën schaven zich aan een verlaten kei op de grond. Tranen springen in haar ogen. Waarom heb ik dit weer? Ik heb zo’n honger, ik wil alleen eten. Ik moet eten. Haar vingers klauwen in de rode aarde. Alstublieft struik, geef me iets van uw wortels om op te kauwen.



het gaat inderdaad over 2 verschillende personen, maar dat komt helemaal goed bij het volgende stuk Vork

pomelo
Berichten: 573
Geregistreerd: 07-07-05
Woonplaats: het land van de stille waters...

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst: 19-01-07 14:43

Wow, heel knap geschreven! Ik vind het nu wel verwarrend met de 2 personages (en zijn er ook tijdssprongen, of ligt dat aan mij Tong uitsteken), maar dat betert vast als er een 2de stuk is.
Klein dingetje: Ik vind het persoonlijk makkelijker lezen als je het verhaal quote, weet niet waarom hoor, mss die witte achtergrond dan ofzo... Maar dat zie je zelf maar Knipoog

Kimmm

Berichten: 1739
Geregistreerd: 19-04-05
Woonplaats: Tiel

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 21-01-07 18:55

dat kan best zo overkomen Lachen maar weet zeker dat het helemaal goed komt! Vork heb het al op papier liggen, moet het alleen nog even op de pc zetten en op bokt plaatsen, maar dat wordt op zn vroegst morgenavond. in ieder geval deze week Clown

zal kijken of ik het volgende stuk kan quoten! bedankt voor je reactie Lachen

pomelo
Berichten: 573
Geregistreerd: 07-07-05
Woonplaats: het land van de stille waters...

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst: 21-01-07 19:54

Leuk Lachen
Ik zal van de week dan nog is komen kijken (Heb ik iets om naar uit te kijken tijdens het leren Tong uitsteken)

Kimmm

Berichten: 1739
Geregistreerd: 19-04-05
Woonplaats: Tiel

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 22-01-07 16:02

even voor de duidelijkheid Lachen

Citaat:
Twee levens, twee meiden, zwart en blank. Zoveel verschil, zoveel overeenkomsten. Passies die gedeeld worden, maar heuvels die de werelden scheiden.


kom net niet aan het maximale aantal woorden, dus schrijf nog even door voordat ik het plaats Knipoog

Kimmm

Berichten: 1739
Geregistreerd: 19-04-05
Woonplaats: Tiel

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 22-01-07 17:30

heb het nieuwe stuk afgekregen voor vandaag. ben benieuwd wat jullie ervan vinden. laat het weten! Lachen

@ pomelo: met de quote duidelijker te lezen? Lachen


Citaat:
Bijna een onmenselijk gevoel van verlangen verspreidt zich door haar lichaam. In de heuvels zal er een kans zijn om te ontsnappen en een kans om te eten. Voedsel. Het begrip begint haar geest en haar lichaam te beheersen. Een simpel woord wat in enkele uren veranderd is in een begrip van het hier en nu. Een begrip waar een donker meisje aan de andere kant van de heuvels dagelijks mee geconfronteerd wordt. Met elke stap wordt het lopen moeizamer. Met elke stap lijkt de honger erger te worden. De ruwe stof van de kleren maakt haar huid rauw, maar waar niets tegen gedaan kan worden. Haar blanke voeten onder de rode stof, kleine schaafwonden getuigen van het weinige eelt wat ze hebben. Simpele dingen waar donkere voeten aan de andere kant van de heuvels geen last van hebben.

De lucht voelt koel aan op haar huid. Kippenvel kruipt over haar rug en laat haar onwillekeurig rillen. Duisternis omringt de drie mensen. Een zacht, maar koud briesje laat het vuur knetteren en bewegen. Schaduwen worden opgeworpen en bewegen op de dichtstbijzijnde bomen en struiken. Schaduwen spelen op haar blanke benen die onder de deken uitsteken. De warmte van het vuur probeert de rillingen te verjagen, maar wat niet lukt. Haar lange vingers strijken de blonde lokken uit haar gezicht. Haar gezicht geheven naar de donkere lucht. Honderden sterren lijken haar weg te volgen. De halfvolle maan hoog in de lucht verlicht het landschap om haar heen. Het lijkt de omgeving bijna geheel in zilverglans te omhullen. Prachtig. Waarom heeft ze hier nooit aandacht aan besteedt? Wanneer was het voor het laatst dat ze naar de lucht boven haar heeft gekeken? Waarom heeft ze nooit de tijd genomen om naar de sterren en de maan te kijken? Waarom? Vragen lijken haar gedachten te overspoelen. Waarom heeft ze altijd naar de luxere dingen in haar omgeving gekeken en niet naar de simpele dingen? Simpele dingen die het leven prachtig maken. Simpele dingen die ze nooit een kans heeft gegeven. Haar blikt trekt naar beide mannen. Mensen die voor haar vader werken. Zijn werknemers. Werknemers die altijd hard gewerkt hebben, altijd hun best gedaan hebben om hem tevreden te stellen. Werknemers die hard moeten werken voor een beetje geld. Geld om van te overleven. Geld wat steeds opnieuw niet genoeg is om voedsel te kopen. Werknemers die van de één op de andere dag hun baan kwijt zijn. Werknemers zijn ook mensen. Mensen met een gezin, met een leven. Mensen die hun baan zijn kwijtgeraakt. Zomaar, ineens. En waarom? Langzaam begint de harde waarheid door te dringen. Een waarheid waar ze nooit van haar leven over nagedacht heeft. Een waarheid waar niet alleen zij, maar veel meer mensen weg voor lopen. Maar een waarheid wat je blijft achtervolgen. De waarheid. Opnieuw trekken haar ogen naar beide donkere mannen die zacht praten aan de andere kant van het vuur. Geen zakken voor voedsel, geen voedsel. Haar vingers wrijven over haar buik. Geen voedsel, omdat ze het helemaal niet hebben. Ze kunnen haar niets geven, omdat ze zelf ook niets hebben. Hoe komen ze dan aan eten? Hoe overleven ze dan? Zullen ze altijd honger hebben? Opeens verschijnen er verschillende beelden voor haar ogen. Wat gaan ze met me doen? Wat willen ze met me bereiken? De welwillendheid van een aantal minuten geleden is verdwenen. Gaan ze geld voor me vragen? Zal pap dat betalen? Laten ze me dan gaan? Honderden open vragen, honderden verschillende mogelijkheden. Haar vingers trekken de donkere deken over haar schouders. De mannen zijn nog steeds in gesprek. Straks. Nog even wachten, Nadine. Straks is het tijd om het opnieuw te proberen.

Het vuur wordt steeds kleiner nadat het verdwijnt achter een volgende heuvel. Haar voeten glijden weg over losse stenen als ze omhoog klimt. Stenen kletteren met veel lawaai naar beneden en nemen nieuwe stenen in hun val naar beneden mee. Haar handen zoeken ondertussen haastig naar steunpunten om haar lichaam mee omhoog te trekken. Niets. ‘Nadine, kom op! Je moet hier weg. Nu!’ Op haar tenen staand glijden haar handen over het stuk boven haar. De heuvel lijkt steil omhoog te klimmen. Maanlicht verlicht een deel van haar pad naar boven. Haar nagels breken af en scheuren als ze hulpeloos naar boven klauwt om een uitweg te vinden. Steeds meer stenen rollen naar beneden. Het lawaai zwelt steeds meer aan. Een sterke arm om haar middel. Met een minimale krachtsinspanning wordt ze meegenomen. Hulpeloos staren haar ogen naar de steeds kleiner wordende heuvel waar ze haar uitweg zocht. Geen uitweg meer. Geen ontsnapping meer.

Adannaya’s bruine ogen verwijden zich als de twee terugkerende mannen het blanke meisje meeslepen. Haar hakken laten diepe sporen achter in het rode zand. Stof verzamelt zich in de lucht. Haar gezicht vertrokken in woede. Een rode blos siert haar gezicht. Haar mond stuurt verwensingen de lucht in. Uit de hutten komen de mensen toestromen. Het lijkt bijna een keuring! Een keuring van een nieuwe koe. Ongelofelijk! Waar hebben ze dat meisje vandaan? Wat gaan ze met haar doen? Wat denken ze wel niet?! Een kille woede maakt zich van haar meester. Als vanzelf brengen haar voeten haar voor beide mannen en het onbekende blanke meisje. ‘Waar komt ze vandaan?’ Een lage grom laat haar opzij stappen. Stevig zet ze beide handen op haar heupen. Haar woede lijkt een kookpunt te bereiken. Opnieuw brengen haar voeten voor beide mannen. ‘Laat haar gaan!’ De harde greep om haar pols laat haar abrupt zwijgen. Tranen van de pijn schieten in haar ogen. ‘Adannaya, blijf erbuiten! Jij bent maar alleen, maar wij hebben gezinnen met kinderen die honger hebben en gevoed moeten worden.’ De steek van de plotselinge opmerking duwt alle lucht uit haar longen. Ze hapt naar lucht. ‘Het is niet mijn schuld dat ze zijn overleden. Hou dat erbuiten! Jullie geloven me dus nog steeds niet?’ Haar stem verheft zich om ook de mensen om haar heen te bereiken. Verschillende ogen worden neergeslagen en staren naar de rode korrels zand op de grond. De blauwe ogen van het meisje op de grond worden groot en staren haar aan. ‘Dit lost niets op! Als jullie het geld voor het meisje hebben, dan hebben jullie nog steeds geen voedsel om jullie vrouwen en kinderen mee te voeden. Geloven jullie echt dat jullie haar vrijheid weer terug zullen geven?’ Opnieuw wordt ze onderbroken. Deze keer door de klap in haar gezicht die haar oren laat suizen en haar uit evenwicht brengt. Haar handen grijpen naar haar wang. Een grijzend gezicht voor haar ogen. De mond vormt woorden die uiteindelijk haar oren bereiken. ‘Bemoei je niet met zaken die niet voor jou zijn.’ Het dreigement blijft in het midden van de grote groep mensen in de lucht hangen. Stilte. Door de woede beginnen haar ogen te glinsteren. Onbewust vangen ze de smekende blik op van de blauwe ogen voor haar. Hulpeloos spreiden haar handen zich in de lucht. Met haar gedachten probeert ze het angstige meisje gerust te stellen. Meisje met de blauwe ogen, ik kan niets voor je doen, niet nu. Geef de hoop nog niet op. Houd moed. Alles sal reg kom. Altijd. Alles sal reg kom. De zin blijft in haar hoofd hangen als beide mannen het meisje meeslepen naar één van de oude hutten waar vroeger de voorraden bewaard werden. Een verroeste ketting met een groot slot wordt aan de deur gehangen. De laatste zonnestralen geven de hut een gouden gloed.

Een schrapend geluid maakt haar wakker uit haar droomloze slaap. Het geluid brengt Nadine terug naar de avond van de ontvoering. Zacht krast opnieuw een nagel tegen het hout aan de buitenkant van de hut. Waarna haar aandacht wordt getrokken aan dringende tikken. Bewegingsloos volgen haar blauwe ogen het schrapen en het tikken als het zich verplaatst. ‘Meisje? Niet bang zijn.’ Een verstaanbare taal, maar met een zwaar accent. ‘Wie ben je?’ Angst maakt zich van haar meester. Wat zullen de mensen met haar doen? Ze kan niet eeuwig hier blijven. Ze heeft ook voedsel en water nodig om te blijven leven. Dingen die ze overduidelijk niet in overvloed hebben. Ze was meer een lastpost. ‘Adannaya. Mijn naam is Adannaya. Ik heb je geprobeerd te helpen vanmiddag.’

domiekje
Berichten: 189
Geregistreerd: 05-12-06
Woonplaats: Zuid-Limburg

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst: 23-01-07 17:46

zo is het egt wel duidelijker ga je nog doorschrijven vind het een spanend verhaal

Kimmm

Berichten: 1739
Geregistreerd: 19-04-05
Woonplaats: Tiel

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 23-01-07 17:52

domiekje schreef:
zo is het egt wel duidelijker ga je nog doorschrijven vind het een spanend verhaal


dankjewel voor je post, maar heb je misschien nog opmerkingen en/of tips voor me? Vork waarom is het een spannend verhaal? ik zou graag iets meer willen weten waarom je dat vind, waardoor ik het vervolg beter op papier kan zetten en het juist nog leuker kan maken voor de lezers Lachen

Mias
Berichten: 1793
Geregistreerd: 23-04-06
Woonplaats: drentshe hoofdstad

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst: 23-01-07 20:37

Ik vind het wel een leuk verhaal, maar af en toe vind ik het nog wel lastig als je van de ene personage naar de ander over gaat.

Ik zelf kan nog niet zeggen dat ik het echt spannend vindt. Toen je schreef dat het blanke meisje ontvoord werd door die 2 donkere mannen had ik al een voor gevoel dat dit zou zijn voor eten.

Het begin vond ik trouwens heel erg mooi, je ging echt diep in op hoe de omgeving eruit ziet, hoe de mensen er uit zien. Dat vindt ik wel mooi.

Wat mischien beter was geweest was wanneer je wat meer gevoel in de "ontsnappings" stukjes had gelegd. Was ze bang om te ontsnappen, hoe voelde ze zich toen ze de handen in haar zij voelde.
Dus met wat meer gevoel schrijven. Hoe voelt ze zich nu ze opgesloten is? Jah ik weet niet precies hoe ik het moet uitleggen.

het zijn maar een paar tips Knipoog

Maar ga het verhaal zeker volgen.

Kimmm

Berichten: 1739
Geregistreerd: 19-04-05
Woonplaats: Tiel

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 24-01-07 10:27

dankjewel voor je tips! Lachen ik vond dat het zelf ook nog niet helemaal klopte en lekker te lezen was. denk nog wel dat ik een aantal dingen ga veranderen (weet ik eigenlijk wel zeker). ik zal de veranderingen hier ook plaatsen.

Kimmm

Berichten: 1739
Geregistreerd: 19-04-05
Woonplaats: Tiel

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 24-01-07 13:23

met behulp van de tips van Mias, heb ik een groot deel herschreven, alleen het eerste stuk niet (eigenlijk bijna alles Clown). Mias, je hebt namelijk precies gezegt wat ikzelf er ook van vond en daarom vanmorgen herschreven. op deze manier is het meer op 'mijn' manier van schrijven geworden. de opzet is hetzelfde gebleven, alleen verder en beter uitgewerkt. weet niet of ik er nu helemaal tevreden mee ben, misschien verandert het nog wel een keertje Knipoog ga het laatste stuk ook helemaal doorlezen en kijken of ik hier en daar er nog iets aan kan veranderen. vast wel Lachen

zou graag jullie mening willen weten over de veranderingen. goed? niet goed? was niet nodig geweest?


Citaat:
Twee levens, twee meiden, zwart en blank. Zoveel verschil, zoveel overeenkomsten. Passies die gedeeld worden, maar heuvels die de werelden scheiden.

De warme zon lijkt haar donkere huid bijna te strelen. Haar oogleden en krullende, lange wimpers beschermen de ogen voor het felle licht. Knijpend met haar ogen kijkt Adannaya naar de helderblauwe lucht. Haar slanke vingers strijken over haar platte buik, waarna ze hard tegen haar ribben stoten als ze omhoog langs haar borst strijkt. Een leeg gevoel in haar maag. Een gevoel wat alle mensen om haar heen lijken te hebben. Een gevoel wat er altijd al lijkt te zijn geweest, al negentien jaar. Holle, donkere ogen kijken haar vanaf de overkant van de weg aan. De kinderen lachen naar elkaar met glinsterende ogen en plagen elkaar. Vrolijke kinderen op het eerste gezicht. Maar kinderen die het moeilijker hebben, dan mensen denken. Dikke buiken waar de aandacht naar toe getrokken wordt. Dikke, opgezwollen buiken van de honger. Honger. Een begrip in het dorp waar niemand over praat. Een taboe. Een begrip wat de hele wereld kent, maar wat maar weinig mensen in het Westen in vergelijking met Afrika echt gevoeld hebben. Honger. Het lege gevoel in haar maag houdt aan. Voor haar strekt een wereld van vervallen en armzalige huisjes zich uit. Overal mensen om haar heen. Gekleurde stoffen van de kleding lijkt de ruimte om haar heen te vullen met vrolijkheid. Een schaterlach van een kind klinkt in haar oren. Lange, zwarte haren vallen over haar schouder als ze haar hoofd draait om de straat te overzien. Ogen die snel neergeslagen worden. Haar oogleden proberen de felle stralen van de zon tegen te houden als ze haar hoofd weer terug draait. Opnieuw slaan ogen zich voor haar neer. Frustrerend zet ze haar handen in haar zij. Waarom? Waarom kijken mensen haar nooit aan? Waarom niet? Er is toch niets mis met haar? Toch? Zij kan er ook niets aan doen dat haar broertjes en zusjes zijn overleden aan de ziekte? Een ziekte waardoor ze diaree kregen en geen vocht meer vast konden houden? Haar donkerbruine ogen bestuderen haar lange vingers. Maanden geleden bleven de rode zandkorrels aan haar handen plakken tijdens het dichtgooien van de kleine kindergraven. Droge takken symboliseren het kruis van hun nagedachtenis. Drie weken later sterft haar moeder. Een ongelukkige val waardoor haar onderbeen kapot is gegaan. Zonder de donkere huid om haar lichaam te beschermen was haar lichaam het doelwit voor infecties. Ze haalt haar neus op als ze denkbeeldig de geur van het been opsnuift tijdens de laatste paar dagen voor haar overlijden. Haar ooit zo trotse Afrikaanse moeder lag als een zielig hoopje op bed. Zweet parelde langs haar lichaam op de weinige dekens die in hun bezit waren. Het kostte Adannaya’s laatste krachten om opnieuw een graf te graven, een graf voor haar moeder in het rode zand. Zand met de kleur van de avondzon.

Gedachten aan haar vader dringen zich naar voren, gedachten die ze heeft geprobeerd te negeren. De herinnering komt weer naar boven. Plotseling. Heftig. ‘Ga lekker slapen, prinsesje. Papa komt snel weer thuis. Ik ga eten halen, dan hoeven we nooit meer honger te hebben. Nooit meer.’ Een fluistering in haar hoofd. De laatste woorden van een wijs man. Een vredelievende en slimme man. Een man die is weggedaan en nooit meer is teruggekeerd. De tranen wellen op uit haar ogen. De eerste tranen trekken natte strepen over haar wangen. De druppels vallen schitterend in het zonlicht op de rode grond voor haar blote voeten uiteen. ‘Pap, waar ben je? Ik ben helemaal alleen.’ Een snik welt achter in haar keel op. Bijna woest veegt ze de tranen van haar wangen waardoor ze in het rond vliegen. Adannaya, niet huilen! Niet doen! Niet waar alle mensen het kunnen zien. Je moet sterkt zijn, voor jezelf. Wees sterk! Plotseling dringt de harde waarheid zich weer naar voren. Eén moment lijken haar ogen zich te vergroten. Glashelder lijkt de waarheid voor haar gezicht te zweven. Machteloos volgen haar bruine ogen de contouren van de heuvelachtige omgeving. Rood zand, overal. Een enkele struik, een enkele boom. Voor haar verschillende huizen, donkere mensen in de koele schaduw. Vluchtend voor de warmte van de zon. Enkele koeien in een kleine kraal bijeen. Stof waait op als ze hun benen verzetten. Een mooi land, een land met veel mogelijkheden, maar een land waar honger heerst. De stof op haar voeten maakt haar voeten donker rood. Haar wiebelen van haar tenen laat kleine wolkjes stof opstuiven. Een land waar droogte heerst en de zon het voor het zeggen heeft. Geen groen gras langs de bermen, maar dode, droge takken. Takken die zo droog zijn, dat ze bijna uit elkaar lijken te vallen als je het oppakt. De honger laat haar maag pijnlijk samenknijpen in haar lichaam. Het lijkt haar leven te overheersen, net zoals het de levens van de mensen om haar heen overheerst. Het maakt het moeilijker. Lastiger. Haar ogen tasten de droge omgeving af. De hele dag draait erom om voedsel te verzamelen. Voedsel om elke dag maar weer te overleven. Een witte wolk drijft zachtjes geruisloos voorbij. Zacht voortgestuwd door de wind. Verlangen maakt zich van haar meester. Het lijkt haar bijna vleugels te geven. Wat zou er achter de horizon zijn? Een nieuwe wereld? Een groene wereld? Een wereld zonder honger? Een wereld zonder angst? Een wereld die niet alleen maar draait om overleven? ‘Wat zou ik daar graag naar toe willen.’ Opnieuw als een zachte fluistering over haar lippen.

De warmte laat de lucht trillen boven de uitgedroogde, maar bewerkte velden. Twee weken geleden groeven haar donkere vingers in de rode aarde om het kwetsbare zaad te verspreiden in de droge grond. Het gehele dorp hielp elkaar met het opnieuw inzaaien van het droge akkerland. Honderden geleegde emmers met water over het land, gedragen door tientallen donkere mensen, volwassenen en kinderen, om de nieuwe zaden een kans te geven om te groeien. Akkerland wat alleen de kleine zaden succesvol verder kan laten groeien, als de donkere wolken weer terugkeren van over de verre heuvels. Dikke regendruppels die de grond natmaken totdat het verzadigt is en voor nieuw leven kan zorgen. ‘Adannaya! Wil je me komen helpen met het eten?’ Een harde, maar hartelijke stem bereikt haar oren. Een oudere vrouw staat met een trotse houding en een kind op haar heup naar haar te kijken. Snel slaat ze haar ogen neer en als vanzelf brengen haar benen haar bij de vrouw. ‘Hier.’ Donkere ogen vol met schitteringen kijken haar aan als ze het kleine meisje in haar armen gedrukt krijgt. De dikke buik van het meisje drukt tegen haar ribben. Een mooi lied wordt door het kleine beetje wind meegedragen. Gezongen door een heldere stem. De vrouw verzamelt de kleine, gedroogde takken voor een vuur. Een kookvuur. ‘Adannaya, een feestmaal vanavond! Dayo heeft een konijn geschoten!’ Na een uur bereikt de geur van warm voedsel haar neus. Met een smachtende blik lijkt Adannaya nu al te genieten van de komende maaltijd. De kleine kom met een waterig mengsel met flinterdunne stukjes echt vlees, is veel te klein. Haar tong en keel branden door de hete vloeistof, als het nog niet genoeg is afgekoeld. Honger. Bijna schamend slaat ze haar ogen, op als ze de lege kom voor haar blote voeten op de grond zet. ‘Kind, heb je zo’n honger?’ Knikkend laat ze haar antwoord weten. ‘Ik heb niets meer voor je, alles is op. We moeten wachten totdat m’n man terug is met nieuwe voorraden. Ik kan je niets meer geven, Adannaya. Het spijt me.’ Een traan rolt van de gerimpelde wang van de vrouw tegenover haar. ‘Het spijt me echt.’ Pijn snijdt door haar buik door de krampen. Voedsel in haar maag, eindelijk. Eindelijk na zoveel dagen zonder voedsel. Voedsel wat de afgelopen weken heeft bestaan uit droge wortels van planten uit de grond en de kleine insecten die over boomstammen kruipen. Maar na enkele minuten heeft de volheid van de karige maaltijd plaats gemaakt voor het eeuwige gevoel van nieuwe honger.

Met een ruwe beweging wordt ze moeiteloos op de rode grond gesmeten. Een lage, grommende stem dicht naast haar oor. Zijn warme adem strijkt langs haar wang. ‘Waag het niet nog eens, meisje.’ In plaats van de kilte van angst te voelen, borrelt de hitte van woede in haar lichaam omhoog. Haar blauwe ogen schitteren in de felle stralen van de zon. ‘Blijf van me af…’ Haar stem lijkt sissent uit haar keel te komen. Door de kracht van de vlakke hand op haar wang wordt ze achterover geworpen. De metaalachtige smaak van bloed in haar mond. Rood stof dwarrelt uit haar lange, blonde haren als ze omhoog krabbelt. Knipperend met haar ogen blijft ze staan als duizeligheid zich van haar meester probeert te maken. Twee donkere mannen staren het meisje van achteren aan. Twee paar donkere ogen met dezelfde meedogenloze blik. Dezelfde mannen namen haar drie dagen geleden mee. De beelden staan bij het lange, slanke meisje nog scherp op haar netvlies.

Nadine schrikt wakker uit een droomloze slaap, maar het is onduidelijk waarom. Een schrapend geluid buiten langs de muur. Stilte. Voetstappen naar het openstaande raam. Droomt ze nog? Is ze wakker? Hoort ze het echt? Ze probeert haar hoofd dieper in het grote kussen weg te duwen, haar oren zorgvuldig vrijhoudend. Opnieuw voetstappen. Bewegingsloos volgen haar ogen de onzichtbare man achter de muur van haar slaapkamer. Gordijnen die bewegen. Haar armen en benen verstijven.. Haar open mond vertrekt in een geruisloze gil. Geen stem. Geen gegil. Stilte. Ruwe handen trekken haar het bed uit en laten rode plekken achter op haar blanke huid, waarna ze over de brede schouder van de donkere man wordt gegooid. De warmte dekens vallen naast het bed op de grond en blijven in een hoop alleen achter liggen. De bries uit het openstaande raam laat de warmte snel oplossen in de kou van buiten. De grote spiegel op de wand van haar slaapkamer volgt getrouw de beelden die het te zien krijgt. Haar gedachten draaien rond in haar hoofd. Wat gebeurt er? Wat gaan ze met haar doen? De grond voelt koud aan als hij haar minder voorzichtig uit het raam naar buiten laat zakken. Een rilling trekt door haar lichaam en laat haar onbewust schokken. Haar handen trekken de stof van haar pyjama dicht tegen haar lichaam aan om de warmte te behouden. De blauwe ogen vliegen door haar omgeving heen. Proberend zoveel mogelijk op te nemen. Blonde haren vliegen in het rond als ze haar hoofd steeds maar weer opnieuw draait om haar omgeving te overzien. De zachte gloed van de sterren verlicht haar blanke huid. Angst neemt haar lichaam opnieuw in de greep en laat haar verstarren als een tweede gereedstaande man, uit de schaduw van een grote boom uit de tuin, tevoorschijn komt. De grote donkere handen van de man graaien in zijn weinige kleren. Zijn witte tanden schitteren in het weinige licht als zijn mond zich vertrekt in een grijns. Een vieze oude lap bungelt vlak voor haar gezicht. ‘Geen woord.’ De angst lijkt haar borst te pletten onder de grote druk. Een dichtgeknepen keel. Haar neus vangt onbewust de geur van de lap op. Misselijkheid maakt zich van haar meester. Kokhalstent ligt ze op de grond. ‘Hou op!’ Een stille grom komt diep uit de keel van de andere man als hij achter het meisje uit het raam klimt. Zijn handen grijpen naar het lichaam van het meisje. Zonder nog enige woorden te verspillen wordt Nadine omhoog op het lange benen getrokken. Een grote hand sluit zich bijna pijnlijk om haar pols als ze rennend het terrein verlaten en de savanne intrekken.

Onmerkbaar geeft de man voor haar na enkele uren eindelijk een stopteken naar zijn partner voor vanavond. Totaal uitgeput laat Nadine zich, in haar gescheurde pyjama, op haar knieën naast een boom zakken. Rood stof op haar voeten en benen. Haar oogleden bedekken haar blauwe ogen. Haar gedachten tollen door haar hoofd. Waar ben ik? Wat gaan ze met me doen? Waarom? Beide mannen slaan geen acht op het meisje en spreken zacht met elkaar. Nadine’s blanke huid wordt helder verlicht door de maan in de zwarte lucht boven haar. Donkere wolken drijven over het groepje heen en werpen donkere schaduwen op. Wolken zwaar van het regen, maar regen wat niet naar beneden valt. Een droog land wat snakt naar een paar druppels water. Water voor de planten, de dieren, de mensen. Water wat leven geeft. Met moeite probeert Nadine haar hijgende ademhaling weer rustig te krijgen. Van onder haar half gesloten oogleden probeert ze de mannen te bestuderen. Twee donkere mannen, beiden groot, breed, sterk. Kort krullend haar, maar geen kroeshaar. Mannen die goed doorvoed lijken, totdat één van hen zich naar haar toedraait. Zelfs in het donker steken zijn ribben zichtbaar bijna door de huid heen. Ze hebben een krachtige uitstraling. Ze spreken een onbekende taal, maar vanavond is gebleken dat ze beiden ook Engels kunnen spreken. Waarom hebben ze haar meegenomen? De kou dringt vanaf de grond via haar voeten en benen haar lichaam binnen. Een huivering trekt door haar lichaam heen. Kippenvel beweegt zich omhoog langs haar rug. Haar vingers trekken de overgebleven stukken stof van haar pyjama strakker om haar lichaam heen. Proberend haar lichaam warm te houden. Het lijkt bijna een onmogelijke taak. Haar mooi gelakte vingernagels zijn afgescheurd en donker van de rode aarde. De grootste van de twee mannen, de man die haar uit bed heeft gehaald, gooit achteloos een wollen deken naar haar toe. Stof wordt opgeworpen in de lucht als het voor haar op de grond komt. Dankbaar slaat ze het om haar schouders. De ruwe stof schuurt over haar blanke huid, maar houdt haar lichaamswarmte vast. De mannen lijken geen plannen te hebben om een vuur aan te maken voor warmte. Wanneer komt de zon op? De duisternis van de nacht lijkt eeuwigheid te duren. Wanneer wordt het weer licht?

Haar gedachten nemen haar uren mee terug. Uren dat de zon nog scheen en alles verlichte en verwarmde met haar gouden stralen. Een gelukkig leven die binnen enkele uren op z’n kop is gezet. Waarom is zij uitgekozen? Waarom hebben ze haar meegenomen? Het antwoord op de vraag klinkt bijna helder in haar oren. Automatisch schudt ze haar hoofd. Nee, dat kan niet. Zou het kunnen? Zou het waar zijn? Zou het mogelijk zijn? Haar vader? Haar vader die directeur is van één van de succesvolste bedrijven van het land. Misschien zelfs van het continent. Een bedrijf wat veel donkere werknemers heeft. Maar een bedrijf die te maken heeft gehad met reorganisatie. Tientallen. Nee. Misschien wel honderden goede werknemers ontslagen. Van de één op de andere dag geen werk meer. Geen inkomsten. Geen voedsel. Daarom.

Herinneringen lijken haar gedachten te bestormen. Zoals een muur, tijdens oorlogstijden, bestormd zou worden door honderden soldaten. Soldaten die de muur bestoken, totdat het langzaam afbrokkelt en hen een opening biedt. Lachende gezichten van de vele mensen dansen voor haar ogen. Nadine’s negentiende verjaardag is twee weken geleden met een groot feest gevierd in de tuin. De tuin met exotische en de meest uitzonderlijke planten en bloemen rond het grote huis heen. Het huis waar Nadine samen met haar ouders woont. Geen broers. Geen zussen. Enig kind, maar met alles wat haar hart begeert. De herinneringen worden opnieuw verstoord door hele andere gedachten. Doemscenario’s trekken door haar gedachten. De één nog erger en vreselijker dan de andere. Waarom komen de gedachten opeens vandaan?

Wat zullen de mannen met haar doen? Alleen ontvoeren voor losgeld? Verkrachten? Misschien zelfs vermoorden? Zullen ze haar laten gaan en genoegen nemen met alleen losgeld? Vast niet. Waarom zouden ze dat wel doen? Haar ogen flitsen door haar omgeving. Warmte stroomt door haar lichaam heen. Een fluistering van haar lippen. ‘Ik laat me niet ontvoeren!’ De zin blijft in de lucht hangen als een strijdkreet. Droge bladeren kraken zacht onder haar benen als ze steeds verder uit het zicht van de mannen voor haar schuift. Een grote boom ontrekt haar uit het zicht. De mannen lijken het niet op te merken en praten door. De bast van de boom duwt hard in haar rug als ze er tegenaan leunt. De blauwe ogen zoeken de omgeving af naar herkenningspunten. Waar moet ik heen? Welke kant op? Haar hoofd draait alle kanten op om de ogen zoveel mogelijk te laten zien. Haar benen en voeten verplaatsen zich in het rode zand rond de boom. Droge bladeren knisperen als ze haar voeten neerzet. Vermanend spreekt ze zichzelf toe in haar gedachten. Rustig aan. Geen geluid maken! Stilte. Voor de laatste keer bestudeert ze naar haar ontvoerders van een afstandke, maar nog steeds lijken beide mannen geen acht op haar te slaan. Nu is het moment. Nu. Gaan! Met een explosie van kracht springt ze op en rent ze met grote sprongen weg. Waarheen? Daarheen! Droge, afgebroken takken slaan tegen haar blote benen. Scherpe doornen van struiken haken zich in haar huid vast als ze erlangs rent. De donkere deken dicht tegen haar huid aangedrukt om haar blanke huid te beschermen tegen weerkaatsing van het licht van de maan.

Kimmm

Berichten: 1739
Geregistreerd: 19-04-05
Woonplaats: Tiel

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 24-01-07 14:18

Citaat:
‘Trek aan.’ Opnieuw alleen maar twee woorden. De kleren voelen ruw aan op haar blote huid, maar zijn warmer dan de stukken stof van haar pyjama. De man draait zich weer om en loopt met grote, maar gracieuze stappen naar de andere wachtende man. Zacht beginnen ze weer met elkaar te praten. Hun ogen op de ander gericht, maar toch is Nadine ervan overtuigt dat ze op haar letten, maar hoe? Gedachten dansen door haar hoofd. Onvermoeibaar en ongrijpbaar. Ik moet hier weg. Nu! Ik kan hier niet blijven, ze mogen me niet meenemen! Woede welt in haar omhoog. De beelden van de vorige ontsnapping staan helder voor haar ogen. De man had haar sneller ingehaald, dan ze ooit had kunnen denken. Waardoor kon die man zo hard lopen? Ze had het gevoel net weg te zijn, toen ze languit op de grond viel. De donkere man trok haar overeind en sleurde haar onvriendelijk naar de andere wachtende man. Haar ogen volgen de wisseling van blikken tussen de twee paren bruine ogen. Geen woorden, maar toch duidelijke communicatie. Stilte. In de verte kleurt de opkomende zon de zwarte lucht. Snel zullen haar stralen de Aarde weer verwarmen en de kou verjagen naar de duisternis. De mannen maken zich op om verder te trekken. Hun donkere voeten onder het rode stof, grote stappen, aangestuurd door de donkere benen. Gracieus lopen beide mannen over de vlakte. Bijna geen energie verbruikend tijdens het lopen. De mannen lijken wel te zweven boven de grond. Haar voeten houden het ritme van de man bijna gemakkelijk bij. De lange buitenritten, stiekem op het paard van haar vriendinnetje, hebben haar fit gemaakt. Slanke, maar krachtige benen en armen. De spieren duidelijk afgetekend onder haar dunne, blanke huid. Tijdens het lopen komen automatisch de gedachten aan haar vader naar boven. Zijn rode, boze gezicht vlak voor de hare. ‘Nadine, laat me er niet achterkomen dat je met die smerige beesten in aanraking komt!’ Wat was ze boos geweest op haar vader. Hij noemde paarden beesten, hoe kon hij dat zeggen van die sierlijke, eerlijke en edele dieren? Stap na stap lijkt de omgeving steeds meer dezelfde te worden. Dezelfde vlakte met dezelfde bomen en dezelfde struiken. Op de schrammen van haar benen van de laatste vluchtpoging zitten dikke korsten. Een plotselinge duw laat haar bijna struikelen en op de grond smakken. Door haar dagdromen is ze langzamer gaan lopen. Haar voet stoot pijnlijk tegen een steen. Tranen springen in haar ogen. Ze knijpt haar ogen dicht om de tranen terug te dringen. Niet huilen. Gewoon doorlopen. Geef ze niet de kans om je tranen te zien. Laat ze niet zien dat je zwak bent. Wees sterk! Nadine heft haar hoofd. Plotseling maakt trotsheid van haar meester, na zich binnen een kort moment hersteld te hebben. Haar stem klinkt opnieuw als een fluistering.’Jullie zullen me nooit gevangen kunnen houden. Nooit.’ De woorden blijven een moment in de hete lucht hangen. Een belofte. En beloftes mogen niet gebroken worden. Nooit.

De klap op haar wang laat haar oren suizen. Haar blik wordt even wazig. Haar ogen knipperen om de waas weg te krijgen en de wereld te laten stoppen met draaien. ‘Waag dat nooit meer, meisje.’ De donkere ogen lijken dwars door haar heen te kijken. Ze went haar blauwe ogen af om aan de intense blik te ontsnappen, maar de blik blijft branden. Tintelingen trekken door haar lichaam, ongemakkelijk verplaatst ze haar gewicht op haar andere been. De man draait zich om. Hoe komt het dat de man haar zo snel weer heeft kunnen vinden? De takken met bruine, dorre bladeren hoog in de boom verborgen haar voor het zicht. Het lijkt bijna of de man kan toveren. Zijn voetstappen stopten precies voor de boom waar Nadine zich in verborgen had. Een gewone boom waar er meerderen van in de buurt stonden. Zijn lage stem beveelde haar naar beneden te komen. Toen dit niet gebeurde, klom hij snel als een aap de boom in om haar eruit te halen. De zon verwarmt de rode plek op haar wang. Haar hoofd heft zich omhoog naar de zin. De blonde haren schitteren in het licht. Haar blauwe ogen turen naar de omgeving voor haar. Voor hen maakt de uitgebreide vlakte plaats voor heuvels. Verschillende heuvels steken donker af tegen het zonlicht. De omgeving zou prachtig genoemd mogen worden, maar de woorden lijken niet over haar lippen te kunnen komen. De mannen lijken juist wel steeds spraakzamer te worden, maar blijven Nadine negeren. Een hele opluchting. Alleen maar commanderen. Wat dachten ze wel niet? Haar ogen knijpen zich samen door de plotselinge woede die in haar opwelt. Ik zou lekker thuis kunnen zitten. ‘Ik moet het opnieuw proberen. Ik kan hier niet blijven. Echt niet.’ Maar hoe? Haar blik trekt opnieuw naar de heuvels. De heuvels. Haar blauwe ogen volgen gretig de contouren van de dalende en opstijgende horizon. Bijna zal er opnieuw een kans zijn om haar belofte waar te maken.

Haar donkere ogen volgen bijna lusteloos de contouren van de heuvels die zich voor haar uitstrekken. Wat zou daar achter zijn? Een nieuwe wereld? Misschien zou ze haar moed bij elkaar moeten schrapen en haar spullen pakken. Maar waar zou ze dan naar toe moeten? Helemaal alleen? Wie anders moet ze meenemen? Geen leeftijdsgenoten. Iedereen die zijn blik neerslaat als ze langsloopt. Niemand die het aandurft om het avontuur op te zoeken. Niemand die het durft om een nieuw leven te beginnen. Haar lange haren zwieren in het rond als ze op haar blote voeten een rondje draait. De omgeving verandert voor haar ogen. Het dorp, de mensen met kleurige kleding, de vlakte en daarnaast de heuvels. Waar zou ze heen moeten? Welke kant op? Ze staart naar de verte, de heuvels. Iets binnen in haar vertelt haar dat daar haar kans ligt. Maar hoe weet ze dat zeker? Als ze slaapt laten haar dromen laten zichzelf zien als ze genoeg moed heeft om een poging te wagen. Weg uit het dorp. Met een bundel kleren op haar rug brengen haar voeten haar geruisloos en gracieus over de vlakte heen naar de heuvels. Naar het geluk. Nooit meer honger hebben. Zou dat ooit kunnen? Het lijkt haar bijna onmogelijk. Genoeg voedsel om de hele dag te kunnen eten en dan nóg over hebben. En schoon water. Heerlijk, vers water. Wat zou dat heerlijk zijn! Haar pijnlijke buik laat haar weer terugkeren naar de werkelijkheid. Honger. Geen voedsel. Met sloffende stappen nemen haar voeten haar mee naar enkele struiken verderop. Haar knieën schaven zich aan een verlaten kei op de grond. Tranen springen in haar ogen. Waarom heb ik dit weer? Ik heb zo’n honger, ik wil alleen eten. Ik moet eten. Haar vingers klauwen in de rode aarde. Alstublieft struik, geef me iets van uw wortels om op te kauwen.

Honger knaagt aan haar ingewanden. Het lijkt haar van binnenuit te verteren. Waarom hebben de mannen haar, nu na ruim twee dagen, nog niets te eten gegeven? De slokken water uit de leren zak hebben de ergste honger en dorst gelest, maar nu steekt opnieuw de honger de kop op. De mannen zullen toch ook gewoon moeten eten? Haar ogen tasten beide mannen voor haar af tijdens de eerste pauze sinds uren. De spierpijn in haar benen en de pijn in haar gehavende voeten zijn bijna niet te vergelijken met de honger. Behalve enkele dekens voor de kou ’s nachts en drie leren zakken met water kan ze niets ontdekken wat op voedsel lijkt of waar het in bewaard zou kunnen worden. Haar gedachten kwellen haar met de heerlijkste broodjes die altijd op zondagmorgen gegeten worden. Haar ogen richten zich op de heuvels, om ergens anders aan te denken. Elk uur lijken ze te groeien, steeds groter. Bijna een onmenselijk gevoel van verlangen verspreidt zich door haar lichaam. In de heuvels zal er een kans zijn om te ontsnappen en een kans om te eten. Voedsel. Het begrip begint haar geest en haar lichaam te beheersen. Een simpel woord wat in enkele uren veranderd is in een begrip van het hier en nu. Een begrip waar een donker meisje aan de andere kant van de heuvels dagelijks mee geconfronteerd wordt. Met elke stap wordt het lopen moeizamer. Met elke stap lijkt de honger erger te worden. De ruwe stof van de kleren maakt haar huid rauw, maar waar niets tegen gedaan kan worden. Haar blanke voeten onder de rode stof, kleine schaafwonden getuigen van het weinige eelt wat ze hebben. Simpele dingen waar donkere voeten aan de andere kant van de heuvels geen last van hebben.
De lucht voelt koel aan op haar huid. Kippenvel kruipt over haar rug en laat haar onwillekeurig rillen. Duisternis omringt opnieuw de drie mensen. De derde nacht samen na de ontvoering. Een zacht, maar koud briesje laat het vuur knetteren en bewegen. Schaduwen worden opgeworpen en bewegen op de dichtstbijzijnde bomen en struiken. Schaduwen spelen op haar blanke benen die onder de deken uitsteken. De warmte van het vuur probeert de rillingen te verjagen, maar wat niet lukt. Eindelijk lijken de mannen de omgeving genoeg te vertrouwen om een klein vuur aan te leggen. Haar lange vingers strijken de blonde lokken uit haar gezicht. Haar gezicht geheven naar de donkere lucht. Honderden sterren lijken haar weg te volgen. De halfvolle maan hoog in de lucht verlicht het landschap om haar heen. Het lijkt de omgeving bijna geheel in zilverglans te omhullen. Prachtig. Waarom heeft ze hier nooit aandacht aan besteedt? Wanneer was het voor het laatst dat ze naar de lucht boven haar heeft gekeken? Waarom heeft ze nooit de tijd genomen om naar de sterren en de maan te kijken? Waarom? Vragen lijken haar gedachten te overspoelen. Waarom heeft ze altijd naar de luxere dingen in haar omgeving gekeken en niet naar de simpele dingen? Simpele dingen die het leven prachtig maken. Simpele dingen die ze nooit een kans heeft gegeven.
Haar blikt trekt naar beide mannen. Mensen die voor haar vader werken. Zijn werknemers. Werknemers die altijd hard gewerkt hebben, altijd hun best gedaan hebben om hem tevreden te stellen. Werknemers die hard moeten werken voor een beetje geld. Geld om van te overleven. Geld wat steeds opnieuw niet genoeg is om voedsel te kopen. Werknemers die van de één op de andere dag hun baan kwijt zijn. Werknemers zijn ook mensen. Mensen met een gezin, met een leven. Mensen die hun baan zijn kwijtgeraakt. Zomaar, ineens. En waarom? Langzaam begint de harde waarheid door te dringen. Het lijkt alsof ze opnieuw een klap in haar gezicht krijgt. Een waarheid waar ze nooit van haar leven over nagedacht heeft. Een waarheid waar niet alleen zij, maar veel meer mensen weg voor lopen. Maar een waarheid wat je blijft achtervolgen. De waarheid. Opnieuw trekken haar ogen naar beide donkere mannen die zacht praten aan de andere kant van het vuur. Geen zakken voor voedsel, geen voedsel. Haar vingers wrijven over haar buik. Geen voedsel, omdat ze het helemaal niet hebben. Ze kunnen haar niets geven, omdat ze zelf ook niets hebben. Hoe komen ze dan aan eten? Hoe overleven ze dan? Zullen ze altijd honger hebben? Opeens verschijnen er verschillende beelden voor haar ogen. Donkere Afrikaanse kinderen langs de weg naar school. Alleen een lapje stof voor de geslachtsdelen. Dikke buiken van de honger. Bruine ogen die langskomende mensen in de auto’s smekend aankijken voor een klein beetje geld, voor een klein beetje voedsel, voor wat dan ook. Voor iets. Hoe vaak heeft ze de kinderen langs de weg genegeerd? Hoe vaak heeft ze de kinderen niets gegeven? Hoe vaak heeft ze grappen gemaakt met haar vriendin ten koste van de kinderen? Hoe vaak heeft ze een dik belegde boterham in de prullenbak op school gegooid? Waarom? Tranen wellen op uit haar ogen. Misschien is dit mijn straf.

Wat gaan ze met me doen? Wat willen ze met me bereiken? De welwillendheid van een aantal minuten geleden is verdwenen. Gaan ze geld voor me vragen? Zal pap dat betalen? Laten ze me dan gaan? Honderden open vragen, honderden verschillende mogelijkheden. Haar vingers trekken de donkere deken over haar schouders. De mannen zijn nog steeds in gesprek. Straks. Nog even wachten, Nadine. Straks is het tijd om het opnieuw te proberen.

Mias
Berichten: 1793
Geregistreerd: 23-04-06
Woonplaats: drentshe hoofdstad

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst: 24-01-07 23:53

Het is stukken beter, heb het nu net nog even gelezen omdat ik toch wel nieuwschierig was hoe je het hebt veranderd.

Maar het is echt stukken beter. Geweldig gedaan. vooral de 1na en de laatste alinea vindt ik heel mooi geschreven.

Je hebt nu meer "gesloten" geschreven, ik weet niet wat er komen gaat. Hoe het verder gaat (op die manier bedoel ik het)

Ook zie ik wat meer gevoel, ik kan me nu beter inleven in het verhaal Ja

Heb je ook wat gedaan aan de overgangen van de personages? Want ik begrijp het nu wel beter Ja

Mooi geschreven. Ben benieuwd naar het volgend stuk Ja

Kimmm

Berichten: 1739
Geregistreerd: 19-04-05
Woonplaats: Tiel

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 25-01-07 10:55

dankjewel Bloos ben er wel even mee bezig geweest, maar vind het zelf ook stukken beter Lachen heb inderdaad een groot deel verandert, ook aan de personages. leuk dat je dat opvalt!

ga me zo maar eens bezig houden met het laatste stuk herschrijven en een nieuw deel erbij schrijven. weet niet hoever ik kom voordat ik het kan plaatsen Knipoog

Mias
Berichten: 1793
Geregistreerd: 23-04-06
Woonplaats: drentshe hoofdstad

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst: 25-01-07 16:30

Zie maar, doe maar rustig aan.

Ja ik vond het stukken makkelijker lezen dan eerst Ja

Kimmm

Berichten: 1739
Geregistreerd: 19-04-05
Woonplaats: Tiel

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 26-01-07 13:57

klaar Vork


Citaat:
Het vuur wordt steeds kleiner nadat het verdwijnt achter een volgende heuvel. Haar voeten glijden weg over losse stenen als ze omhoog klimt. Een aantal keer stoten haar tenen pijnlijk tegen stenen. Geen tijd. Tranen springen in haar ogen. Stenen kletteren met veel lawaai naar beneden en nemen nieuwe stenen in hun val naar beneden mee. Haar handen zoeken ondertussen haastig naar steunpunten om haar lichaam mee omhoog te trekken. De ruwe stukken rots schaven de blanke huid van haar handen. Niets. Geen steunpunten. Haar spieren in haar armen en benen spannen zich aan en staan strak. ‘Nadine, kom op! Je moet hier weg. Nu!’ Haar tanden bijten op haar lip. Een druppel helderrood bloed welt op als ze te hard bijt. Maar er wordt geen aandacht aan besteed. Op haar tenen staand glijden haar handen over het stuk boven haar. Waarom heeft ze niet beter gekeken welke heuvel ze opklom? Waarom heeft ze niet naar boven gekeken? Waarom moet dit juist nu gebeuren? Haar hoofd heft zich naar de donkere lucht boven haar. De heuvel lijkt steil omhoog te klimmen. Maanlicht verlicht een deel van haar pad naar boven. Haar nagels breken en scheuren nog verder af als ze hulpeloos naar boven klauwt om een uitweg te vinden. ‘Ik moet hier weg.’ Kleine straaltjes bloed lopen van haar handen, over haar polsen en haar armen totdat de druppels één voor één kapot op de grond vallen. Steeds meer stenen rollen naar beneden. Het lawaai zwelt steeds meer aan. Een sterke arm om haar middel. ‘Nee! Ik ga niet mee! Ik wil niet mee!’ Haar handen ballen zich tot vuisten en raken de zwarte man waar ze maar kan. Haar knokkels en vingers doen pijn. Met een minimale krachtsinspanning wordt ze meegenomen. ‘Laat me gaan!’ Tranen stromen over haar gezicht. Haar vuisten dalen nog steeds neer over zijn rug als ze over zijn schouder wordt gegooid. ‘Waarom?’ Haar spieren ontspannen, ze laat haar hoofd hangen en laat zich wegdragen. Hulpeloos staren haar ogen naar de steeds kleiner wordende heuvel waar ze haar uitweg zocht. Geen uitweg meer. Geen ontsnapping meer.

Adannaya’s bruine ogen verwijden zich als de twee terugkerende mannen het blanke meisje meeslepen. Haar hakken laten diepe sporen achter in het rode zand. Stof verzamelt zich in de lucht. Haar gezicht vertrokken in woede. Haar gehavende handen proberen met haar laatste beetje kracht de donkere handen van haar lichaam te trekken. Een rode blos siert haar gezicht. Haar mond stuurt met een heldere stem verwensingen de lucht in. Haar benen en voeten laten opgedroogd bloed en dikke korsten zien. Donkere plekken verschijnen op het lichte shirt van de man. Druppels vocht parelen op zijn voorhoofd. De spieren van zijn armen gezwollen. Zijn donkere vingers diep verzonken in het vlees van de armen en schouders van het blanke meisje. Het bloed van haar handen laten rode vlekken achter op zijn donkere huid. De druppels bloed glinsteren in de zon. Door de kracht van de beweging beginnen de druppels te rollen en laten strepen achter, waarna ze in het zand vallen en met stof bedekt worden.

Uit de hutten lijken de mensen toe te stromen. Kinderen. Volwassenen. Moeders met kinderen op hun arm en aan hun rokken. De kleding van de dorpelingen lijken de omgeving kleur te geven. De zon beschijnt de stoet met haar gouden stralen. De blonde haren van het meisje op de grond lijken een gouden licht uit te stralen. Adannaya staat aan de grond genageld. Haar hoofd draait verschillende kanten op waardoor haar zwarte haren in de lucht vliegen. De bruine ogen volgen de bewegingen van het meisje en de donkere man. Verschillende paren grote ogen van de omringende mensen lijken het tafereel gretig op te nemen. Haar ademhaling gaat steeds sneller. De donkere borst van Adannaya gaat hevig op en neer. De spieren van haar hart spannen steeds sneller en vaker samen. Haar lippen worden geopend om haar longen meer zuurstof te laten opnemen. De woede kruipt vanuit haar buik naar haar borst. Krampachtig wordt haar borst samengetrokken. Warmte verspreidt zich door haar lichaam en laat haar gloeien. Haar hoofd begint pijnlijk te bonken. Wat doen al die mensen hier? Waarom helpt niemand dat meisje? Het lijkt bijna een keuring! Een keuring van een nieuwe koe. Ongelofelijk! Waar hebben ze dat meisje vandaan? Wat gaan ze met haar doen? Wat denken ze wel niet?! De woede breidt zich uit over haar gehele lichaam. Als vanzelf brengen haar voeten haar voor beide mannen en het onbekende blanke meisje. Met een ruk staat de donkere man stil. Het blanke meisje stopt met slaan. Ze brengt haar vingers naar haar mond, waarna ze het bloed opzuigt uit haar vele wonden. ‘Waar komt ze vandaan?’ De donkere ogen bestuderen haar met een intense blik. Stevig zet ze beide handen op haar heupen. Haar woede lijkt een kookpunt te bereiken. Ze blijft staan. ‘Laat haar gaan!’ De harde greep om haar pols laat haar abrupt zwijgen. Tranen van de pijn schieten in haar ogen, maar toch laten haar ogen de blik van de man tegenover haar niet los. ‘Adannaya, blijf erbuiten! Jij bent maar alleen, maar wij hebben gezinnen met kinderen die honger hebben en gevoed moeten worden.’ De steek van de plotselinge opmerking duwt alle lucht uit haar longen. Ze hapt naar lucht. ‘Het is niet mijn schuld dat ze zijn overleden. Hou dat erbuiten! Jullie geloven me dus nog steeds niet?’ Haar stem verheft zich om ook de mensen om haar heen te bereiken. Verschillende ogen worden neergeslagen en staren naar de rode korrels zand op de grond. De blauwe ogen van het meisje op de grond worden groot en staren haar aan. ‘Dit lost niets op! Als jullie het geld voor het meisje hebben, dan hebben jullie nog steeds geen voedsel om jullie vrouwen en kinderen mee te voeden. Geloven jullie echt dat jullie haar vrijheid weer terug zullen geven?’ Opnieuw wordt ze onderbroken. Deze keer door de klap in haar gezicht die haar oren laat suizen en haar uit evenwicht brengt. Haar handen grijpen naar haar wang. Een grijzend gezicht voor haar ogen. De mond vormt woorden die uiteindelijk haar oren bereiken. ‘Bemoei je niet met zaken die niet voor jou zijn.’ Het dreigement blijft in het midden van de grote groep mensen in de lucht hangen. Stilte. ‘Want anders…’ Adannaya’s ogen volgen de ogen van de donkere man voor haar. Door de woede beginnen haar ogen te glinsteren. Onbewust vangen ze de smekende blik op van de blauwe ogen voor haar. Het meisje lijkt begrepen te hebben dat ze haar probeert te helpen. Met een zucht ontsnapt de lucht uit haar longen tussen haar half geopende lippen door. Haar schouders ontspannen zich. Even laat ze haar hoofd hangen, hulpeloos spreiden Adannaya’s handen zich in de lucht. Waarna ze haar rug recht en het meisje opnieuw in haar ogen kijkt. Gedachten draaien en draaien in haar hoofd. Ik kan meer voor je doen en voor je betekenen als ze mij ook niet opsluiten. Het spijt me. Met haar gedachten probeert ze het angstige meisje gerust te stellen. Meisje met de blauwe ogen, ik kan niets voor je doen, niet nu. Geef de hoop nog niet op. Houd moed. Alles sal reg kom. Altijd. Alles sal reg kom. De zin blijft in haar hoofd hangen als beide mannen het meisje meeslepen naar één van de oude hutten waar vroeger de voorraden bewaard werden. Opnieuw probeert het meisje de man met haar vuisten te raken. De lucht draagt het geluid van de rake klappen naar haar oren. De donkere man lijkt zich er niets van aan te trekken en sleurt het meisje niet zachtzinnig achter zich aan. Haar donkere ogen volgen het tafereel. Haar benen als versteend. Een enkele traan rolt over de wang van Adannaya. Een nat spoor achterlatend. Het vrolijke geklingel van het metaal laat de rest menigte uit elkaar gaan. De metalen ketting met een groot slot wordt aan de deur gehangen. De laatste zonnestralen geven de hut een gouden gloed.

Een schrapend geluid maakt haar wakker uit haar droomloze slaap. Een slaap van uitputting en herstel. Met behulp van haar armen gaat ze rechtop zitten. De huid van haar handen en armen staan strak. Een paar korsten van haar knokkels breken opnieuw open. Druppels helderrood bloed wellen op uit de wonden. Het geluid brengt Nadine terug naar de avond van de ontvoering. Beelden trekken langzaam voor haar ogen voorbij. Haar warme bed, de voetstappen, de lap, het vluchten, de tocht door de savanne. Zacht krast opnieuw een nagel tegen het hout aan de buitenkant van de hut. Ze trekt haar benen onder haar lichaam en gaan op haar knieën zitten. Een pijnscheut trekt langs haar gezwollen knieën omhoog naar haar heupen en rug. Een kort moment sluit ze haar ogen en zet haar tanden op elkaar totdat de pijn weer wegebt. Haar blauwe ogen worden groter. Het zachte schrapen is overgegaan in dringende korte tikken. Bewegingsloos volgen haar blauwe ogen het schrapen en het tikken als het zich buiten langs de wand verplaatst. Haar ogen vangen geluiden op die in haar hoofd bliksemsnel worden omgevormd in woorden. Woorden die ze kan verstaan. ‘Meisje? Niet bang zijn.’ Een verstaanbare taal, maar met een zwaar accent. Haar mond vormt woorden als antwoord, maar er lijkt geen geluid uit haar keel te komen. Zacht schraapt ze haar keel. ‘Wie ben je?’ Angst maakt zich van haar meester als er niet gelijk een antwoord komt. Opnieuw dezelfde vragen dwalen in haar hoofd. Wat zullen de mensen met haar doen? Ze kan niet eeuwig hier blijven. Ze heeft ook voedsel en water nodig om te blijven leven. Dingen die ze overduidelijk niet in overvloed hebben. Ze was meer een lastpost. Zacht klinkt uiteindelijk een antwoord. ‘Adannaya. Mijn naam is Adannaya. Ik heb je geprobeerd te helpen vanmiddag.’

pomelo
Berichten: 573
Geregistreerd: 07-07-05
Woonplaats: het land van de stille waters...

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst: 26-01-07 16:31

Goed!!
Zo leest het idd makkelijker Lachen

Het vervolg heeft veel dingen duidelijker gemaakt, maar het roept ook weer nieuwe vragen op. Het maakt je echt nieuwsgierig naar wat Adannaya nog van plan is.
De herschreven versie is idd beter, vlotter om te lezen en bepaalde stukken zijn er een pak duidelijker van geworden .
Doe zo voort OK dan!

Kimmm

Berichten: 1739
Geregistreerd: 19-04-05
Woonplaats: Tiel

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 27-01-07 14:55

bedankt Lachen het is ook wel een beetje de bedoeling dat het vragen oproept, want op die manier blijf je wel een beetje nieuwsgierig en blijf je doorlezen.

volgende stuk duurt nog wel even, ga me eerst maar eens storten op mn tentamens Vork

xFioon

Berichten: 4898
Geregistreerd: 15-09-06

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst: 29-01-07 15:37

leuk verhaal ! Lachen
ik heb niet echt tips voor je,
maar moet dit:
Haar wiebelen van haar tenen laat kleine wolkjes stof opstuiven.,
niet zijn: het wiebelen van haar tenen laat kleine wolkjes stof opstuiven? Bloos (weet het niet zeker Tong uitsteken)
de herschreven versie van de stukken vindt ik idd leuker en makkelijker om te lezen, helemaal nu de personages bij elkaar zijn gekomen en er dus gewoon 1 verhaallijn is (of hoe je dat ook zegt Tong uitsteken)

Kimmm

Berichten: 1739
Geregistreerd: 19-04-05
Woonplaats: Tiel

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 29-01-07 16:49

mmm... helemaal niet gezien, gewoon overheen gelezen denk ik. maar bedankt! ga het veranderen Lachen

maar het klopt wat je zegt over de verhaallijn, het is ook een stuk makkelijker schrijven. ben ook zeker erg blij met de herschreven stukken, dit is meer mijn werk - mijn schrijven Vork

Mias
Berichten: 1793
Geregistreerd: 23-04-06
Woonplaats: drentshe hoofdstad

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst: 29-01-07 21:19

Mooi stuk weer, ik ben benieuwd hoe het verder gaat *LOL*

Dus toch blij dat je het hebt herschreven Knipoog

Kimmm

Berichten: 1739
Geregistreerd: 19-04-05
Woonplaats: Tiel

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 31-01-07 12:01

heb al een groot stuk weer op papier staan, moet het alleen nog op de pc zetten en nog een stuk erbij schrijven, denk niet dat ik anders aan genoeg woorden kom Knipoog wordt heel misschien vanmiddag Lachen

litteltje

Berichten: 3060
Geregistreerd: 26-03-04

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst: 31-01-07 13:45

Heb een klein stukkje gelezen, lijkt me een leuk verhaal Haha!
Maar ben nu op school, dus als ik thuis ben lees ik de rest

Faelivrin

Berichten: 15454
Geregistreerd: 03-02-04
Woonplaats: Rijnsburg

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst: 31-01-07 14:44

Wauw, heel erg mooi! Ja Complimenten!
Ik blijf dit verhaal volgen.

Saroosh_S

Berichten: 1897
Geregistreerd: 02-07-06
Woonplaats: Almere

Re: [verh] zand met de kleur van de avondzon

Link naar dit bericht Geplaatst: 31-01-07 17:15

Mias schreef:
Ik vind het wel een leuk verhaal, maar af en toe vind ik het nog wel lastig als je van de ene personage naar de ander over gaat.

Ik zelf kan nog niet zeggen dat ik het echt spannend vindt. Toen je schreef dat het blanke meisje ontvoord werd door die 2 donkere mannen had ik al een voor gevoel dat dit zou zijn voor eten.

Het begin vond ik trouwens heel erg mooi, je ging echt diep in op hoe de omgeving eruit ziet, hoe de mensen er uit zien. Dat vindt ik wel mooi.

Wat mischien beter was geweest was wanneer je wat meer gevoel in de "ontsnappings" stukjes had gelegd. Was ze bang om te ontsnappen, hoe voelde ze zich toen ze de handen in haar zij voelde.
Dus met wat meer gevoel schrijven. Hoe voelt ze zich nu ze opgesloten is? Jah ik weet niet precies hoe ik het moet uitleggen.

het zijn maar een paar tips Knipoog

Maar ga het verhaal zeker volgen.



Dit ook ja, het mocht iets uitgebreider zijn, je mag ook wat meer zeggen over hoe ze zich voelen, hoe ze praten ofzo.. bijvoorbleed: *hier staat een zin*, aarzelde ze, bang.
maar heel goed geschreven meid! mijn complimenten Knipoog