Na lang twijfelen.
Ben benieuwd wat jullie ervan vinden
'T is een fantasieverhaal 
Commentaar is meer dan welkom

Eerste stukje;
Citaat:‘’Weg hier!’’ zei ze, ze pakte een pluk manen en sprong op haar paard.
Alles stond in brand, overal schaduwen. Vanuit een ooghoek zag ze iemand ineengedoken zitten op de grond. Ze spoorde haar paard aan en het sneeuwwitte dier nam een sprint, dwars door de brandende takken en brokstukken die langs hen heen op de grond vielen.
‘’Stand up!’’ schreeuwde ze hard naar de persoon op de grond terwijl ze er naar toe galoppeerde.
Ze zag de persoon moeizaam opstaan ‘’take my hand!’’
Tot haar verbazing pakte de jongen niet haar hand maar sprong zwierig op de rug van haar paard en hield zich goed vast.
Ze spoorde haar paard meer aan en galoppeerde langs de brandende huizen en bomen.
In de verte klonk een gigantische brul. Ze boog zich voorover om het paard onder zich nog harder te laten gaan. Haar knokkels werden wit van het stevig vasthouden aan de zijdezachte witte manen.
Achter zich voelde ze de jongen dicht tegen zich aan gedrukt. Er klonk weer een brul en een boom die in lichterlaaie stond viel om, vlak voor het paard zijn benen.
Het paard remde en steigerde. Haar ogen keken vluchtig in het rond. Het paard vond eerder een andere uitweg dan het meisje en keerde zich half om, om een ander weggetje in te slaan.
Het meisje boog zich weer voorover en pakte er een pluk manen bij.
Naast haar zag ze schaduwen, gigantische schaduwen terwijl ze langs de rijen brandende bomen galoppeerden. Een grote schaduw vloog rakelings over hen heen. Ze wilde niet weten wat dat was, waar het vandaan kwam en wat het van plan was.
Het gebrul klonk nu ver achter hen, langzaam werden de bewegingen van het paard minder snel. De bomen aan de kant van het zandpad brandden niet meer.
Het was donker om hen heen. Ze keek omhoog naar de sterren en zag de rookpluim die vanuit het dorp kwam. Moeizaam slikte ze en spoorde haar paard weer aan. Ze besloot de weg in te slaan die ze het best kende. Na iets wat uren leek te duren ging het paard als zichzelf over in draf. De bewegingen waren nog gehaast. Achter zich hoorde ze de jongen hoesten.
Ze opende haar ogen die ze een tijd lang stijf dicht had gehouden. Ze keek om zich heen en zag dat ze al een heel eind van het dorp verwijderd moesten zijn.
Zuchtend liet ze het paard overgaan in stap om zich daarna doodop van het paard te laten glijden.
Eenmaal met beide benen op de grond voelde ze hoe slap haar benen wel niet waren en viel ze bijna op de grond. Ze leunde op de rug van het paard en keek naar de jongen die ook was afgestegen.
De jongen keek terug en hun blikken kruisten elkaar. Hij was lang, had zwart halflang haar, zijn gezicht was knap maar er zat een laag zwarte roet overheen. Hij had bruine ogen, verder een lange zwarte jas aan, een hoed op en ze zag dat er een zwaard aan zijn riem hing.
Ze keek weer naar zijn zwarte gezicht en lachte. De jongen lachte terug. Ineens bedacht ze zich iets ,ze haalde een vinger over haar wang en keek ernaar. Haar vinger was zwart. Ze deed een stapje achteruit en aaide en klopte haar paard, die ook haast helemaal zwart was.
Toen keek ze om zich heen en naar boven, de lucht was rood. De zon kwam op.
Ergens vlakbij hoorde ze kabbelende geluiden van water. Ze liep erop af en liet haar paard en de jongen even voor wat het was.
Al gauw ontdekte ze een klein beekje, ze knielde erbij neer en waste haar gezicht.
Zwarte druppels vielen in het heldere water. Ze bekeek zichzelf in het spiegelende water, haar anders zo mooie langbruine haar hing als sliertjes langs haar gezicht. In een flits zag ze wat er gebeurd was misschien maar drie uren geleden. Schreeuwende, in paniek rakende mensen. Ze slikte moeizaam en hoestte en spuugde zwart op de grond. Ze plensde nog een keer water in haar gezicht en stond op. Achter haar zag ze de jongen sloffend naar haar toe lopen. Hij liep wat raar. Eenmaal naast haar hurkte hij neer bij het beekje en waste ook zijn gezicht. Wie was deze jongen? Vroeg ze zich af. Ze gokte dat hij ongeveer 18 jaar was, in mensenjaren. Even bleef ze zo naar hem staan kijken. En liep toen terug naar haar paard die stond te grazen. Ze aaide het dier om het zwarte roet van haar anders zo mooie witte vacht af te kloppen.
Toen omhelsde ze haar ‘’ Aimé’’ fluisterde ze de naam van het dier. Aimé haar oortjes draaide zich richting haar en ze hinnikte zachtjes ‘’thank you for saving us, Aimé’’.
Toen draaide ze zich om en ging zitten op een omgevallen met mosbegroeide boomstam.
Ze hoorde dat de jongen naar haar toe kwam lopen en plaats nam naast haar op de boomstam.
Een poosje was het stil. ‘’may I thank you for saving me?’’ zei de jongen plotseling.
Hij heeft een mooie stem dacht ze ‘’off course, but no thanks’’ glimlachtte ze ‘’by the way, what’s your name actually?’’
‘’My name is John’’ glimlachte de jongen ‘’and your name?’’
‘’Elizabeth’’
‘’Nice’’
‘’Hmm, no it’s not’’
Er klonk een zucht en weer een stilte.
‘’Just call me Liz’’ zei ze om de stilte te verbreken.
De jongen glimlachte weer. ‘’where are you coming from? I’ve never seen you before.’’
Ze keek hem aan en zuchtte ‘’I used to live in the orphanage’’
Zo, nu wist hij meteen ook dat ze geen ouders meer had dacht ze.
Blijkbaar wist de jongen niks meer te zeggen, want er was weer een stilte.
Ze keek omhoog naar de lucht, langzaam kleurde die blauw, zonnestralen kwamen door de bomen.
Een prachtig gezicht, net alsof er vannacht niks gebeurd was.
‘’And you? Where are you coming from?’’ vroeg ze toen terwijl ze naar Aimé keek die gulzig water uit het beekje dronk.
‘’I was in the village for bussiness, I come from the town Zoar.
‘’Zoar’’ fluisterde ze tegen haarzelf en dacht na waar dat lag ‘’in north?’’
‘’Yes, my father is stadtholder there’’
Ze knikte, een rijke jongen dus. Wat moet zo’n iemand in dit gebied? vroeg ze zichzelf af.
Zoaren waren rijke mensen, het is ook een rijke stad, met grote ommuring tegen de rare wezens die je overal tegenkomt. Deze stad had al een hele geschiedenis achter de rug. Ze had er veel verhalen over gelezen.
‘’I don’t like the savety of the towns, I’m rather in the open air.’’ Zuchtte John alsof hij haar gedachten kon lezen.
Ineens schoot haar iets te binnen en wierp een blik op zijn been, ‘’what happened to your leg?’’
‘’Why?’’
‘’You were shuffle’’
‘’I’m always shuffle’’ grijnsde John.
Ze deed haar mond open om wat te zeggen ‘’No, I know what you mean’’ en hij tilde zijn broekspijp een stukje op. Ze zag een stuk stof verbonden om zijn onderbeen. John liet zijn broekspijp weer zakken ‘’a dragon’’
‘’Dragon?’’ vroeg ze verbaasd.
‘’Yes..’’ zei John sarcastisch ‘’that’s why the village was on fire’’
‘’Ah’’ Ze had wel van die andere enge wezens gezien, wezens waar ze de naam liever niet van uitsprak.
Die grote schaduwen wierpen langs de bomen en over de huizen, gillende mensen,vlammen. Ze schudde met haar hoofd en rilde.
‘’Cold?’’ hoorde ze John vragen. Ze keek in zijn mooie diepbruine ogen en schudde toen haar hoofd.
‘’I’m gonna sleep a little’’ zei ze en stond op van de boomstam, haar benen voelden slap.
‘’Ok, sleep well’’
‘’Thanks’’ zei ze en liep richting het beekje, daar lag een mooi kleed van zacht mos. Ze ging op haar zij liggen en viel meteen in slaap.
Elizabeth schrok wakker en deed haar ogen open. Voor haar nog steeds het uitzicht van het beekje met daarachter mooie groene bomen.Ze draaide zich om, oef wat was ze stijf.
Moeizaam kwam ze overeind. Ze zag John zitten, leunend tegen een steen. Hij had een hoed op die hij over zijn ogen had geschoven. Waarschijnlijk sliep hij.
Ze stond op en draaide met haar nek, die kraakte. Al wrijvend met haar hand over haar pijnlijke nek liep ze naar Aimé. ‘’Hi beauty’’ zei ze tegen haar en aaide het paard. Toen keek ze omhoog naar de zon die recht boven haar stond. Halverwege de middag, dan hebben we zo’n drie uren geslapen dacht ze.
Achter haar hoorde ze John gapen, ze keek achterom en zag dat hij zijn hoed naar achteren schoof.
‘’Goodday’’ zei hij grijnzend en nam zijn hoed even af.
Ze schudde lachend haar hoofd, terwijl ze het hoofdstel van Aimé om deed.
John stond op, liep naar de beek en plensde water in zijn gezicht en dronk wat.
Ze voelde aan haar waterfles die aan haar riem hing. Leeg..
Langzaam liep ze ook naar het beekje en knielde erbij neer en vulde de waterfles met schoon fris water.
‘’ Where shall we go to?’’ vroeg ze aan John.
‘’ I want to go back to Zoar, but that is a week travel’’ zuchtte John en stond op.
Ze deed de kurk op de waterfles en stond ook op.
‘’ We can go to town Zilvania, that’s in north too and one day travel, than we look further what we do next, all right?’’
Ze knikte en liep naar Aimé terwijl ze de fles aan haar riem hing.
Ze sprong en zwiepte haar been over de rug van het paard en ging goed zitten. John kwam langzaam aanlopen en eenmaal bij Aimé nam hij een zwierige sprong en kwam achter Elizabeth op de rug van Aimé terecht.
Ze stuurde Aimé een pad in en dravend vervolgden ze hun reis naar Zilvania.

super




vet leuk verhaal babe
Ik ken het ook niet