Ik sta open voor alle comentaar en ik hoop dat jullie er van genieten.
Citaat:"Er gaat niets gebeuren, er gaat niets gebeuren, er gaat niets gebeuren," Elien keek recht voor haar uit en zei die woorden voordurend. Haar begeleider keek haar bezorgd aan. Waar maakt zij haar nu druk over? Ze heeft toch al in een vliegtuig gezeten.
"Rustig Elien. We zitten gewooon in een vliegtuig. Binnen enkele uren landen we weer," probeerde de begeleider Elien te kalmeren.
"Er gaat niets gebeuren, er gaat niets gebeuren, er gaat niets gebeuren," Toen zweeg Elien, ze deed haar ogen dicht en plots weer open. Ze sperde ze echt helemaal open.
"Er gaat wel iets gebeuren!" gilde ze. Alle mensen keken om naar haar. Elien was nu nog hysterischer aan het doen. De begeleider probeerde alles om haar te kalmeren wat geen effect had. Plots klonk het alarm in het vliegtuig.
Lief dagboek
Nadat je uren in de zon hebt liggen drogen kan ik eindelijk weer in je schrijven. Als je ogen in je kaft zou hebben dan zou je niet kunnen geloven waar je nu bent. IK zelf ook niet, ik geloof zelf niet dat ik nog leef.
Elien sloot haar dagboek met een diepe zucht. Ze wist niet hoe ze kon verwoorden wat er was gebeurd. Op een paar seconden was opeens zo veel gebeurd. Wat raar, dat je op het éne moment springlevend kan zijn en op het andere moment dood.
“Je bloed aan je hoofd,” plots stond er iemand achter haar. Het drong pas laat tot Elien door. Ze bekeek de jongen die haar onderzoekend aan keek. Ze keek naar zijn blonde krullen en blauwe ogen. Als ze nu thuis zou geweest zijn, zou ze hem direct proberen te versieren. Zo’n jongen had ze al maanden niet meer gezien. Nee, ze had gewoon al maanden geen jongens gezien. De jongen hurkte voor haar neer, en voelde voorzichtig aan haar voorhoofd. Toen hij zijn vingers terug trok zag Elien dat er bloed aan hing. Ze huiverde en voelde dat haar maag keerde. Vlug draaide ze haar gezicht af van de jongen en kokhalsde.
“Gaat het?” vroeg de jongen bezorgd. Elien knikte, eigenlijk ging het totaal niet goed. Ze voelde haar zo beroerd als dat ze groot was.
“De wond is niet zo diep, het is maar een schaafwond. Dat kan gebeuren als je vliegtuig een onverwachte tussenstop onderneemt,” zei de jongen. Zijn woorden bereikte alleen maar een muur, een onzichtbare muur die was opgesteld door Elien. De jongen zuchtte.
“Mijn naam is trouwens Robin,” hij zette zich naast Elien neer en keek naar de vloedlijn, de golfjes die het strand opkwamen en bijna zijn schoenen aanraakte en daarna weer het strand verlieten. Dit zou een zalige plaats zijn, bedacht Robin, maar niet in deze situatie.
“Elien,” klonk het opeens uit Eliens mond. Verbaasd keek Robin op, zei ze nu net iets?
“Zei je iets?” vroeg hij.
“Mijn naam is Elien,” ze bleef voor zich uitkijken. Het zinnetje dat ze zei klonk als iemand die zich voorstelde op de eerste dag van het nieuwe schooljaar.
“Mijn naam is Robin,” verveeld keek Robin de klas in. Waar hij nu was terechtgekomen, had hij nooit verwacht. Allemaal seutjes en sulletjes met brillen op. Hij zuchtte en verheugde zich nu al op het nieuwe schooljaar.
“Geen hobby’s?” vroeg een meisje die bijna op de schoot van de leerkracht zat. Zo dicht zat ze bij hem, haar bank stond tegen zijn bank geschoven. Hij moest maar een beetje naar voren buigen of hij botste al tegen haar vettige kop.
“Ja, net een nieuwe,” zei hij doodserieus toen hij haar indringend aankeek.
“Welke?” vroeg ze doodleuk terug. Robin begon naar haar te glimlachen, een glimlach waar je koude rillingen van krijgt en zo snel mogelijk van zou willen weglopen. Maar het meisje voelde de rillingen niets, ze was blij dat iemand naar haar lachte en haar aandacht schonk.
“Hoe noem je?” vroeg Robin.
“Helena,”
Robin stond recht en zei tot de klas: ”Mijn nieuwe hobby dit jaar is…”
Hij kon niet uitspreken want er kwam net en meisje met een heel woedend gezicht de klas binnen. Ze sloeg hard de deur achter haar dicht. Robin zag direct dat ze anders was dan de andere mensen in zijn nieuwe klas, dit was geen seutje maar iemand zoals hem!
“Mooi. Wat is dit? Een bijeenkomst van de ondergedoken mensen? Ahnee het is mijn klas! Sorry mensen maar neem dit maar als een hint aan” gilde het meisje. Ze was blijkbar net zo blij met deze klas dan Robin. Blijbaar had de klas haar ook niet graag, ze keken haar allemaal aan met een gezicht: was jij maar dood.
“Jij moet Melissa zijn? Melissa Morni?” vroeg de leerkracht. Ze knikte en liep naar de achterkant van de klas waar Robin nog altijd op zijn stoel stond om zijn nieuwe hobby te verkondigen. Melissa keek Robin aan en lachtte.
"Toch iemand van mijn soort," zei ze vrolijk.
"Hé jullie daar!"
Robin schrok op en keek achter hem. Er kwam een vrouw dichter en dichter.
"Alles in orde?" vroeg de vrouw. Er was iets vreemd aan die vrouw, bedacht Robin. Hij keek haar inschattend aan. De vrouw werd er blijkbaar ongemakkelijk van en richtte zich tot Elien.
"Alles in orde? vroeg ze nog eens. Elien reageerde niet, ze knipperde alleen maar een met haar ogen. De vrouw keek van Elien naar Robin, die nog altijd aan het bedenken was wat er vreemd was met de vrouw.
"Vreemd," zei ze plots.
"Jij?" vroeg Robin doodserieus.
"Ah, je praat toch, ik dacht dat we hier plots met 2 gestoorden zaten en vo..." de vrouw schrok op en zweeg. Ze keek nog eens naar Elien en klapte in haar handen om een reactie te krijgen. Elien vond blijkbaar de zee veel leuker om naar te kijken.
"Verwacht je dat ze ook gaat klappen?" vroeg Robin onder de indruk van het klapspel. De vrouw negeerde hem en schreef iets op een klembord dat ze al de hee tijd vast had.
"Hoe kom je aan dat klembord?"
"Oh... dat heb ik net gemaakt,
"Je meent het," Robin bekeek de leuke tekeningetjes die ongetwijfeld door een computer waren gemaakt. "Wat kan jij goed tekenen"
De vrouw werd helemaal rood. "Wat is je naam?"
"Robin,"
Ze schreef het op.
“Waarom schrijf je mijn naam op?”
“Ik verzamel alle namen van de overlevenden,”
“Waarom schrijf je haar naam dan niet op?” hij wees naar Elien.
“Dat heb ik gedaan,”
“Onder welke naam? Gestoorde?”
“Eum… nee. De naam maakt niet veel uit, het is het aantal dat ik nodig heb,
“Waarom moet je dan mijn naam weten?”
“Zit jij in je waaromfase?” geërgerd keek de vrouw Robin aan.
“Blijkbaar,” zei Robin onverschillig. De vrouw draaide zich om en wou weglopen.
“Wacht,” beval Robin haar. Traag draaide de vrouw haar weer om naar Robin.
“Je hebt niet geantwoord op mijn vraag,” herinnerde Robin haar.
“Ik heb uit vriendelijkheid jouw naam gevraagd. Uit vriendelijkheid, hog de jeugd van tegenwoordig,” en met die woorden liep ze weer weg. Robin riep haar nog maar ze draaide haar niet meer om. De vrouw liep naar een man in mantelpak die er trouwens heel goed uitzag voor een vliegtuigramp meegemaakt te hebben.
"Moeilijkheden?" vroeg de man aan de vrouw die roodaangelopen was. Ze knikte.
"Alleen bij die jongen daar,"
"Wat is zijn naam,"
"Robin,"
De man dacht even na en trok een zorgelijk gezicht.
"Een slimme jongen. Pas er mee op, Eva. Als je met hem praat moet je goed voorbereid zijn op alle vragen die hij steld.
"Dat had ik al door. Er scheelt wel wat met dat meisje,"
"Hoe zo?"
"Ze heeft een klop op haar hoofd gekregen,"
"Wat?! ER konnen toch geen gewonden zijn?"
"Ja dat weet ik. Het is herhaaldelijke keren getest. Maar het is gebeurd, Tom."
"Ik stuur iemand om haar weg te halen."
"Zou ik niet doen,"
"En waarom dan niet,"
"Door die jongen, Robin."
"Wat heeft hij met haar te maken? Overdrijf je nu niet Ann?"
"Nee, kijk! Hij zit bij haar, hij kend haar naam. Je kan ze niet gewoon laten weghalen. Robin zou nog meer vragen stellen. Tot wanneer hij het antwoord weet,"
"We zijn nog maar pas begonnen en we hebben al problemen!" vol ongeloof keek Tom over het strand. Het was zo'n goed idee. Zouden ze er niet gewoon mee stoppen?
"Eén probleem, Tom, één probleem,"
"En wat bedoel je daarmee?"
"We doen gewoon verder."
Robin kan zichzelf wel slaan. Waarom heeft hij nooit een cursus liplezen gedaan. Niet dat hij dat ooit aangeboden gekregen heeft, maar op dit moment zou het echt handig zijn. Hij zou het gesprek kunnen volgen van de man en de vrouw. Er klopt echt iets niet aan dit 'ongeval'. Robin was er nu al zeker van dat hij er achter zou komen. Hij zag dat de man en de vrouw naar het oerwoud liepen, heel subtiel verdwenen ze in het dichtte gewas. Robin stond meteen op om te volgen, maar dan hoorde hij vaag Eliens stem in zijn hoofd 'mijn naam is Elien'.
Hij zuchtte, keek naar het oerwoud en keek naar Elien. Hij zuchtte nog eens diep en probeerde de achtervolgingmissie te vergeten. Robin nam Elien bij de arm en dwong haar om recht te staan, wat verbazend genoeg ook nog lukte..
"Kom we gaan kijken of er wat te eten valt," zei hij tegen haar. Hij verwachtte wel niet dat ze reactie zou geven en dat deed ze ook niet. Hij trok haar mee naar de rest van de mensen die zich aan het verzamelen waren bij elkaar. Het eerste wat Robin opviel was dat het allemaal jongeren waren. Er waren toch ook ouderen op het vliegtuig? Zouden die dan allemaal dood zijn?
"Wacht mijn dagboek!" gilde Elien opeens toen ze halverwege waren. Ze trok haar los en liep terug naar de plaats waarvan ze komen. Verbaasd keek Robin haar na. Hij zag dat ze een schrift nam en terug liep naar hem. Dat meisje zal me nog veel verbazen, bedacht hij onder de indruk van hoe zorgzaam het meisje omsprong met haar dagboek.


Ben benieuwd of het een beetje klopt!