[verhaal]De hemel is wel een huis

Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
Fenn

Berichten: 6395
Geregistreerd: 13-08-04
Woonplaats: nederland

[verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 28-11-06 19:20

De hemel is wel een huis is een verhaal waar ik mee begon op een saaie zondagavond. Ik startte met een klein soort idee en dat werd langzaam een langer verhaal. Het is nu nog lang niet af, lang niet af, maar gezien de fans die ik nu al heb wil ik ook wel eens kijken wat bokt ervan vind.
Er moet alleen van te voren één ding gezegd worden. Het verhaal is fictief, ik heb alles verzonnen. Het is niet zo dat ik geloof, beweer dat dit zo zou zijn. Het is niet de bedoeling iets of iemand ergens van te overtuigen of te kwetsen. Het is geschreven met meerdere ideeën in mijn hoofd en dit rolt er nu uit.
Commentaar is uiteraard wel welkom.

de hemel is wel een huis


De vrouw wees door het raam naar buiten met trillende hand en zei met dramatische stem: ‘De wereld is vannacht vergaan.’
Ik volgde met mijn blik haar hand. Achter het raamkozijn, tussen de ouderwetse gordijnen en boven de cactusjes was een schokkend beeld te zien: Een paar mensen zaten voor een muurtje. Ze waren iets aan het eten, een hond? Een ander groepje zat rond een vuur. Voor de rest was er een hoop puin. Geen pittoreske huisjes meer. Geen kleine straatjes, gezellige winkeltjes of plantenbakken die buiten hingen. Alleen maar brokken steen, een paar muurtjes en wat hout. Ook zag ik overal afval. Één oogopslag en ik had alles overzien.
Het greep me bij de keel, waar was alles? Waarom was ik hier in dit huis, waar zelfs het raamkozijn nog heel van was? De vrouw, door al het leed wat achter de raampjes speelde door mij vergeten, tikte me aan op mijn schouder. Ze wees weer naar buiten, naar een kind. Het zat in een hoekje bij een hoopje puin te huilen. Een paar seconden later zag ik dat er iets onder dat hoopje puin vandaan stak. ‘O god, een arm,’ mompelde ik.
Het kindje had er blijkbaar wanhopig aan gesjord, want het lag nu ver onder het puin vandaan. Voor de eigenaar was er weinig hoop, maar dat leek dat kindje niet te beseffen. Het arme ding bleef huilen en zachtjes de arm aaien.
Minuten, kwartieren keken we naar buiten. Het leek of de beelden vanzelf voorbij gleden. Alsof we naar een film keken. Een film door een raam. We zagen een jonge vrouw met een baby op de arm angstig naar het vuur lopen. De groep schoof een stukje op, maar een oudere man werd boos. Ze maakten ruzie. Uiteindelijk mocht ze erbij zitten, maar het was duidelijk dat dit niet zomaar kon. Ik vroeg me af wat de consequentie zou zijn voor die vrouw. Er was een tienerjongen die blijkbaar een lied inzette. Hoe het klonk, of wat hij zong dat hoorden we niet, maar door het glas zagen we dat zijn ogen begonnen te stralen. Hij kon het nog, zingen. Een jong meisje barstte in tranen uit. De jongen keek gelaten om zich heen. Zijn mond zat weer dicht, zijn stem weer verstopt. Toen niemand het meisje ging troosten sloeg hij een arm om haar heen. Tranen rolde over mijn wangen. Wat een wanhopige situatie en waarom? Ik draaide me om naar de vrouw. Die keek mij berustend aan. ‘Erg hè? Daarom willen mensen denk zo graag hier heenkomen.’
Net toen ik haar wat wilde vragen schoot er iemand naar binnen, die bruusk het gordijn sloot. Pats boem, alle narigheid weg. Boos keek hij ons aan.
‘Hms, vrouwen.’ Mompelde hij chagrijnig en haast onhoorbaar. Zonder verder op ons te letten vertrok hij weer. De vrouw keek hem kwaad na. Verbaasd keek ik hem ook na. ‘Wie was dat?’ Rolde uiteindelijk uit mijn mond. Nu keek de vrouw voor het eerst wat triest.
‘Maar dat moet je toch weten, Johanna? Dat was Petrus.’ Ik voelde me onwetend. Wie was Petrus? Waarom noemde ze me Johanna?
‘Martje heet ik, Johanna is mijn doopnaam. En wie is Petrus?’
De vrouw zuchtte overdreven diep.
‘Hier noemen we je bij de naam die wij ooit ontvangen hebben; Johanna,’ begon ze op betweterige toon, ‘en Petrus is de bewaarder hier. Hij heeft je hier toegelaten.’
Nu snapte ik er nog minder van.
‘Waar toegelaten?’
De blik van de vrouw werd nu echt wanhopig. Ze schudde afkeurend haar hoofd. ‘Begrijp je dan niet dat je gewoon dood bent? Dit is de hemel.’

Na de onthulling van de vrouw duurde het een paar dagen voor ik weer normaal kon functioneren. Dat ik dood was kwam er niet echt in. Laat staan dat dit de hemel kon zijn. Nadat Petrus ons kijkje uit het raam had verstoord hadden we die dag verder rondgezworven door de ‘hemel’. De vrouw had uitgelegd dat gordijnen altijd dicht waren. Mensen hier mochten niet weten wat er op aarde gebeurde. Het was Gods speelplaats, maar de laatste tijd nam de duivel net iets te veel dingetjes over, beweerde ze. Ik zou al die ellende ook wel snel vergeten volgens haar. Op mijn vraag waarom het hier toch zo licht was antwoordde ze snuivend: ‘Dit is de hemel. Wat denk jij?’ Ik dacht eigenlijk dat ze gek moest zijn, maar lampen zag ik niet aan de knalgele muren hangen.
In sneltreinvaart liepen we over het zachte tapijt langs honderden deuren. ‘Allemaal jonkies. Die moeten zich nog melden,’ snoof ze boos. Verbaasd was ik toen ook toen er een oude man uit een van de deuren kwam.
‘Waar ben ik?’ Luidde zijn vraag.
‘In de hemel,’ zei de vrouw dan nors. Zwijgend beende ik naast haar verder. Ze somde alles op waar we voor bijkwamen: ‘Hier links is de keuken, alhoewel eten eigenlijk puur tegen het vervelen is hier. Daar achter die mooie lichtgroene deur is natuurlijk het paradijs. Was paradijselijker geweest zonder deuren, maar is zo evengoed wonderschoon. Daar is het register. Zie je de enorme rij? Die stakkers willen allemaal weten of er familieleden of vrienden in de hemel zijn. Arme stumpers, die zijn óf naar de hel óf onvindbaar in dit doolhof. Maar goed, zolang af en toe één iemand z’n pa, moe of beste vriend vindt blijft het populair. O, dit hier is de leeszaal. Ik wed dat je geen van deze boeken gelezen hebt. Allemaal hier geschreven, er zit zelfs nog een Shakespeare tussen die hij tijdens zijn leven niet af kon schrijven, arme stumper. Misschien kom je hem nog eens tegen. Heeft het nooit af kunnen leren zijn ouderwetse taalgebruik te gebruiken, maar je zult het verstaan hoor kind. Dat grapje met de toren van Babel heeft hier nooit doorgewerkt. Hij vloekt trouwens ook als een ketter, die Shakespeare, niet de toren van Babel. Petrus wilde hem niet toelaten, maar in zulke gevallen blijft God heer en meester en die vertikt het zulke beroemdheden aan Lucifer te geven. Precies om die reden zitten we ook opgescheept met Hitler. Volledig paranoïde en weigert zijn kamer uit te komen, maar hem aan Lucifer geven? Nee hoor. Doodsbang dat die duivel Hitler weer terug op aarde deponeert. Het is daar nu toch al een zooitje, met al die kernoorlogen en zo’n type kan Hij nu echt niet op de aarde gebruiken.
De wachtlijsten zijn immens. Tegenwoordig gaan er veel meer mensen de pijp uit en die kloppen allemaal bij de hemelpoort aan. Maar afijn, waar was ik? Oja, dit hier is de spiegelzaal. Kan je jouw eeuwige jeugd bewonderen. Soms vraag ik me af waarom iedereen toch oud wil worden. Hier kan je blijven genieten van je schoonheid, je wordt nooit ouder. Jij blijft nu eeuwig mooi.
Daar achter die enorme deur zit het kerkgedeelte. Alle mensen die ooit misbruik hebben gemaakt van de kerk zitten daar. Hoor je het gezoem? Ze zingen psalmen en moeten tot in de eeuwigheid blijven zingen. Wie heeft ooit gedacht dat God vergevingsgezind was?’
Na deze filosofische vraag valt ze even stil. Een scherpe blik opzij: ‘Ik wed dat jij daar één van was.’
‘Huh?’
‘Jij dacht dat God vergevingsgezind was of anders heeft Jezus een oogje op je. Zoveel jongs laat Hij niet meer binnen.’
Dat was het toppunt. Jezus die verliefd op me was?
Omringd door alle deuren, gangen en gesloten gordijnen barste ik in lachen uit. ‘Jezus verliefd op me?’ Ik schaterde het uit. Tranen sprongen in mijn ogen. ‘U voert de grap nu wel erg ver door mevrouw.’ Bracht ik nog nahikkend uit.
‘Maar het is geen grap, Johanna.’ Argh, weer die naam.
‘Ik heet Martje,’ zei ik brutaal.
‘Op de aarde ja, maar niet hier. Dit is de hemel en ooit is er vast gelegd dat je Johanna heette. Jij bent dus Johanna, net als ik hier Maria heet. Al werd ik op de aarde door vrienden ook Martje genoemd.’
Het leek alsof ze zich bedrogen voelde dat ik niet kon geloven dat dit de hemel was. Boos beende ze weg en als ik niet wilde verdwalen moest ik achter haar aan. Ik wilde niet verdwalen.
‘Ik breng je nu naar je slaapvertrekken,’ begon ze toen ik haar had ingehaald. ‘Alles is daar. Je wordt vanzelf ontboden om bij God te komen. Die zal je vertellen hoe en wat.’
De rest van de weg liepen we zwijgend verder. Bij een deur aangekomen die sprekend op de rest van de deuren leek stopte ze.
‘Hier is het. Jouw slaapkamer.’ Als bij toverslag verscheen, in het goud gegraveerd, mijn naam op de deurklink met daar achter een hele hoop cijfers. Toen ik geen aanstalten maakte naar binnen te gaan deed de vrouw de deur voor mij open.
Voor mijn ogen verscheen een prachtig kamertje. ‘Ga nu maar naar binnen. Er komt straks nog iemand die je naar God brengt. Tot die tijd mag je de kamer niet uit. God kan je dan wel overal zien, maar de hemel is groot en zelfs Petrus weet niet waar iedereen uithangt.’
Ze gaf me een zetje en ik struikelde over de drempel naar binnen. De vrouw zond me een zeldzame glimlach.
‘Het komt vanzelf goed meid.’ Daarna draaide ze zich om. Hoofdschuddend verdween ze uit het zicht. ‘Arme stumper,’ hoorde ik haar nog mompelen.

Een tijd lang bleef ik op de drempel staan. Gedachten flitste door mijn hoofd, voornamelijk beginnend met stel dat: Stel dat dit echt is, stel dat dit een grap is. Stel dat ik ontvoert ben door een gek die de hemel na wil bouwen, stel dat ik voor eeuwig in deze kamer moet blijven. Door dat laatste keek ik rond waar ik beland was. De vloer (paarse tapijt, net als in de hallen) was schoon en zacht, aan de wanden (zachtgeel geverfd) hingen lege lijsten. De gordijnen van het raam waren vanzelfsprekend dicht. Verder stond er een boekenkast, een kledingkast, een bed, een bankje en een grote spiegel. Ik haastte me er heen om wat vertrouwds te zien. Gelukzalig keek ik naar m’n eigen spiegelbeeld. Haast ontroerd stond ik er naar te staren. Ikzelf, mezelf. Hoewel de kleding niet van mij was klopte de rest. Van mijn piekerige haar tot mijn blote tenen die zich in het tapijt krulde. Ik droeg een nauwsluitende jurk die tot net over m’n knieën viel. Hij was lelijk grijs.
Ik draaide me om en nam een kijkje in de kledingkast. Ik wilde een spijkerbroek aan of in elk geval een andere jurk. Ik wilde thuis zijn. In de kast hing niets anders dan een nachthemd. Toen ik me weer omdraaide zag ik mijn spiegelbeeld opeens huilen. ‘waar ben ik.’ Snifte ik verdrietig. Ik liep naar het bed en plofte erop neer. Ik trok mijn benen op en omhelsde mijn knieën met mijn armen. Waar in hemelsnaam kon ik zijn? Als dit echt de hemel was, waarom voelde ik me dan zo rot? Was ik dan nu een engel? Maar als dit niet de hemel was, waar was ik dan? Opgesloten in een huis met een vreemde vrouw en een oude man? Natuurlijk de gordijnen. Die mochten niet open, omdat anders iedereen kon weten waar ik was. Om te kijken of het waar was liep ik naar mijn raam. Met een hand probeerde ik de gordijnen opzij te duwen, maar ze gaven niet mee. ‘Wel verdomme,’ siste ik boos. Wat is dit? Ik duwde tegen het gordijn en het deinde zachtjes heen en neer. Ik kon de onderkant een stukje optillen, maar meer niet.
Gefrustreerd, bang en boos liep ik terug naar mijn bed.

Ik droomde dat ik thuis was.

Annemarie

Berichten: 3426
Geregistreerd: 02-01-05
Woonplaats: Wageningen/Almelo

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst: 28-11-06 19:23

Heeeeeel mooi Fenn!
Ik vind het echt geweldig bedacht! Haha!
Een heel origineel onderwerp Lachen

Lady_Tamzz

Berichten: 937
Geregistreerd: 06-08-05
Woonplaats: ..

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst: 28-11-06 21:55

Echt een heel mooi verhaal Knipoog

Mariss

Berichten: 3501
Geregistreerd: 18-12-05

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst: 28-11-06 22:03

Wauw Fenn, echt een prachtig verhaal. Klasse.

Butterfly14

Berichten: 1065
Geregistreerd: 30-10-05

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst: 29-11-06 17:47

ja, daar is die dan! hij is super, heel origineel onderwerp dat mooi uitgewerkt is. OK dan!

Fenn

Berichten: 6395
Geregistreerd: 13-08-04
Woonplaats: nederland

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 29-11-06 18:20

Zal ik deel twee dan ook maar gaan plaatsen? (of deel twee, nou ja. We werken niet in delen he Knipoog )

Een tijd lang bleef ik op mijn kamertje. Hoelang weet ik niet precies. Ik vulde mijn tijd met slapen, nadenken en lezen. De boeken waren niet veel soeps. Behalve een variant op de bijbel die ik niet kende (God schiep de aarde niet, maar nam hem over?) was er een boek van Shakespeare en er waren nog een paar boeken die me niets zeiden. Denken had helaas ook niet veel zin. Mijn gedachten over waar ik was en wat ik moest doen veranderde in gedachten waar mijn familie was en wat zij deden. Ik dacht ook weer na over wat ik had gezien door het raam. Was de wereld echt vergaan?
Of over hoe het thuis zou zijn gegaan als ik dood was. Hoe zou mijn begrafenis zijn geweest? Een enkele keer dacht ik aan opstaan en weglopen. Maar de angst te verdwalen hield me op mijn kamertje en de nieuwsgierigheid naar God hield me wachtende. Slapen deed ik als ik al denkend in slaap viel. Wakker worden gebeurde dan vanzelf.
De enige goede ontdekking was dat er elke keer dat ik wakker werd een andere kleur jurk hing. Eten of drinken deed ik niet en blijkbaar had ik het niet nodig. Zo werd mijn kleding prioriteit nummer één. Zodra ik wakker werd liep ik naar mijn kledingkast om te kijken wat er voor nieuws hing. Ik verwisselde mijn kleding dan snel. Daarna begon ik in de spiegel te kijken hoe de jurk me stond. Een spijkerbroek was er nooit, maar de jurken paste perfect en al snel kon ik mezelf niet meer in een spijkerbroek voorstellen. Na dit ritueel zakte ik meestal in kleermakerszit op de grond. Zo kon ik weer urenlang mijmeren.

Midden in één van die mijmersessies ging de deur open. In eerste instantie schrok ik, maar toen de man in de deur: ‘Johanna?’ vroeg kwam ik weer bij zinnen.
‘Ik wordt liever Martje genoemd.’ Zei ik schuchter en ik kwam overeind, onderwijl mijn jurk gladstrijkend.
De man bekeek me even. ‘Johanna dus. Je mag meekomen.’ Vervolgens draaide hij zich om en liep meteen weg. Hij keek niet eens of ik hem volgde. Ik bedacht me dat ik best kon blijven staan. Gewoon uit protest. Nieuwsgierigheid dwong me echter om niet zo kinderachtig te doen en hem toch maar achterna te gaan. Toen ik de deur achter me sloot was de man al bijna aan het andere eind van de gang. Ik moest rennen om hem in te halen. Mijn rok ruiste. Zijn snelle passen maakten me zenuwachtig. Na de eerste bocht werden zijn passen alleen sneller. ‘kunt u misschien wat langzamer lopen?’ vroeg ik.
Als antwoord schoot hij weer een ander pad in en versnelde hij zijn pas opnieuw. ‘Meneer?’ Hij snoof.
‘Petrus?’ probeerde ik in de hoop dat hij Petrus zou zijn.
Toen lachte hij sarcastisch. Zijn benen leken twee keer langer dan die van mij en vooral zijn stappen moesten drie keer zo groot zijn. Moe werd ik niet, maar ik was bijna blij toen hij eindelijk stopte. We stopten midden op de gang. De deur voor onze neus was hoog en imposant. De posten waren prachtig versierd met allerlei inkepingen en de deur was van het mooiste hout. De man klopte aan. Drie snelle klopjes. Toen draaide hij zich naar mij om. Bekeek me van top tot teen, veegde een paar pluisjes van mijn jurk, draaide zich opnieuw om naar de deur en klopte weer. Er vloog van alles door mijn buik. Zenuwen die ik in mijn kamertje verdrongen dacht te hebben.
Wie was God, wat ging ik hier doen, zou ik zo naar binnen moeten?
Het antwoord was een zonnig en zangerig: ‘Ja?’
De deur ging open en ik moest naar binnen. Angstig stapte ik over de drempel. Achter een bureau zat een jongeman, met een mooi gezicht dat werd aangevuld met adembenemend mooie ogen. ‘Hallo, jij moet Johanna zijn?’ constateerde hij met een warme stem.
Ik knikte verlegen. ‘Noem me maar Martje,’ zei ik desondanks. Was dit nou God? Deze mooie man?
De man glimlachte. ‘Martje.’
Hij stond op en liep op me af. Hij gaf me een hand en gaf een antwoord op de niet hardop gezegde vraag. ‘Ik ben Jezus, Mijn vader is te druk bezig met de wereld. Daarom moet ik opeens allerlei taken overnemen. Niet dat ik het erg vind. Hij liet de laatste tijd alleen gelovige oude mannetjes binnen. Ik houd meer van zoiets als jij.’
Ik slikte, ‘pardon?’
‘Je snapt me toch wel?’ Hij trok quasi plagerig zijn wenkbrauwen op, ‘God is mijn vader. Hij wil alleen gelovige oude mannetjes en ik. Tja. Ik wil ook wel eens wat jongs hier.’
Wat zich voor mijn ogen afspeelde kon ik helemaal niet geloven. Jezus, zo’n player? Zo’n gladjanus? Zo’n… ontzettend lekker ding?
Blijkbaar was het te zien dat ik me verbaasde. ‘Was jij er ook zo eentje die de bijbel niet las, Martje?’ vroeg hij.
Ik schudde mijn hoofd. ‘Nee, ik weet wie God zou moeten zijn en ook over u heb ik het één en ander gelezen. Dit verbaast me gewoon.’
Hij keek me supervriendelijk aan. Met zijn zachte stem vroeg hij waarom dit me verbaasde. Ik wist zo snel geen antwoord te verzinnen. Wat moest ik zeggen? Dat ik bij Jezus altijd een man in een jurk met een baard voor me zag? Deze Jezus was glad geschoren en droeg verdomme een spijkerbroek!
‘Ik overval je natuurlijk! Jij hebt de hele tijd in zo’n achterlijk kamertje opgesloten gezeten en nu werd je door Petrus hierheen gezonden met de boodschap dat God voor je staat. Ben ik er op eens.’
Hij sloeg zijn hand voor zijn mond. ‘Ik had papa moeten vragen of hij dat wilde vertellen aan jullie. Het moet toch ergens duidelijk zijn dat hij al die officiële rompslomp niet meer kan regelen.’ Diep zuchtend ging hij weer achter zijn bureau zitten. Ik kon hem alleen verbouwereerd aankijken. Wat ging hij nu weer uitvoeren?
‘We moeten namelijk nog wat zaakjes op een rijtje zetten. Je heet hier Johanna, officieel. Heb je dus dingen nodig, noem jezelf dan Johanna. Verder krijg je van mij een plattegrondje mee van de hemel. De plattegrond is nooit helemaal up to date, maar je kunt vanaf jouw gang alle belangrijke zaken vinden en uhm…’ hij zond me een knipoog, ‘ik weet jouw kamertje ook altijd te vinden.’
Wat? Was dit Jezus? Het kon niet. Het mocht niet! Dit was wel een hele foute ingehuurde acteur. Op wat voor plek was ik? Jezus had niet door dat ik echt enorm geschokt was van deze opmerking en ging rustig verder.
‘Verder wil jij natuurlijk weten hoe het zit op de aarde, etc. Nou moet ik toegeven dat precies in jou sterftejaar er een ongelukje plaats vond. God is toen een soort van zijn functie gestapt, hij liet helemaal geen mensen meer toe en dan wil de duivel ook niet alles. Nou ja, toen greep ik in. De aarde was toen al zo’n vijfhonderd jaar verder en voor ik alles in orde had kon je daar weer honderd jaar bij optellen. Toen ik alles had opgeknapt dacht papa dus dat hij het wel weer over kon nemen, maar dat kon niet. Zodra hij een paar mensen weer een eigen wil gaf ging het bergafwaarts. De dag dat jij hier kwam verging de wereld. Één grote kernbom. Wat we met alle sterfte aanmoeten weet ik niet precies. Petrus en Maria hebben het nu al razend druk met nieuwe mensen en dan nog sturen we eigenlijk alles weg. De Aarde is een zooitje en God is zich nu aan het afvragen of hij een nieuwe planeet moet gaan bevolken. Vandaar dat hij nu met een enorm groot project bezig is. Mars ontdooien.’
Dit alles zei hij zo achteloos alsof het dagelijkse koek was. Ik wist even niets te zeggen. ‘En m’n ouders?’ vroeg ik uiteindelijk.
‘Ja, dat is dus het probleem. Die gingen waarschijnlijk een jaar of zestig na jou dood? In elk geval was dat net de tijd dat God zich nergens mee bemoeide en ik nog niet ingegrepen had. Jij was toen nog ergens in het middelpunt. Niet in de hemel, niet op de Aarde, niet in de hel. Ik denk dus dat die of door de duivel opgevangen zijn of daar nog ergens rondzweven. Sorry kind, maar die zie je niet snel meer terug.’
Au, die voelde ik wel even. Betekende die woorden dat ik hier nooit meer weg kon. Gingen ze losgeld vragen ofzo? Ik beet op m’n lip. Jezus leek niet door te hebben dat die me pijn had gedaan. Pas toen hij opkeek van een paar papieren zag hij het.
‘Och nee, ik had het natuurlijk niet zo plompverloren moeten zeggen.’ Hij stond op het sloeg een arm om me heen. ‘Arm kind, maar misschien zijn er nog andere familieleden hier, een oma of zo iets. Ik zal voor je gaan kijken. Dat gaat een stuk sneller als je in de rij gaat staan voor dat register. Ondertussen zal ik iemand die hier al langer is voor je roepen. Zij kan je dan rond gaan leiden. Als ik wat over je familie vind, nou ja. Dan hoor je het wel.’
Waar had die gozer het over? Hier mijn oma. Die was al heel lang dood. Ik had er nooit echt gemogen, ze was al oud en ik nog jong. Maar goed, nu was hier mijn oma?
Verward schudde ik de arm van ‘Jezus’ van me af.
‘Dus?’ vroeg terwijl ik heel diep adem haalde.
‘Dus ik ga nu iemand voor je regelen die hierheen komt. Ik geloof namelijk dat ik alle info van jou wel heb…’ hij keek nog eens door zijn papier. ‘Wil jij nog wat weten, Martje?’
‘uhm… Ja, nee. Ik, uhm, ik weet het niet. Nee.’
Hij keek me aan met een typisch spottend glimlachje, een lachje dat ik toen al zat was. Hij schudde zachtjes mijn hoofd en mompelde iets wat op: ‘tut,tut,tut,’ leek.
Ik wist even niet waarop ik nou moest reageren. Helemaal niets wist ik eigenlijk. Wat moest ik hier nou mee? Jezus liep terug naar het bureau en pakte de hoorn van iets wat op een ouderwetse telefoon stond. Daarvoor moest hij eerst wat papiertjes wegschuiven. Johanna Maria Peters zag ik op één staan. Mijn naam, hoe wist hij mijn hele naam? ‘Wat is dat?’ Ontsnapte uit mijn mond.

Felice

Berichten: 3096
Geregistreerd: 04-11-01

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst: 29-11-06 18:35

Ja, doe dat! Mooi verhaal.. Lachen
Het brengt de (benauwde) sfeer goed over en het is niet meteen helemaal te begrijpen, dat vind ik wel positief.

[edit] Ohw je hebt 'deel 2' al geplaatst Tong uitsteken

Lady_Tamzz

Berichten: 937
Geregistreerd: 06-08-05
Woonplaats: ..

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst: 29-11-06 18:48

Super stuk Knipoog

Mariss

Berichten: 3501
Geregistreerd: 18-12-05

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst: 30-11-06 19:27

Echt in 1 woord; Super.

Duhelo

Berichten: 30052
Geregistreerd: 29-05-03

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst: 02-12-06 21:59

ik ben erg benieuwd naar een nieuw stuk!

Wadi_
Berichten: 723
Geregistreerd: 16-06-06
Woonplaats: België

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst: 03-12-06 10:46

Mooi verhaal!Super geschreven!

Fenn

Berichten: 6395
Geregistreerd: 13-08-04
Woonplaats: nederland

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 04-12-06 20:08

iedereen bedankt Lachen Ik zal het nieuwe stuk nu plaatsen, maar voor het volgende moeten jullie denk ik wat langer geduld hebben. Ik zit namelijk een beetje met een persoon. Nouja, eerst even dit stuk Knipoog

‘Wat?’ Jezus keek verward naar me op. Ik knikte naar de papieren, ‘O, dat. Dat is gewoon wat informatie over jou en wat nutteloze dingetjes. Je hoeft je daar niet mee bezig te houden.’
Daarna beschouwde hij het als afgedaan en ging hij weer verder met de telefoon.Inzich zelf de cijfers mompelend draaide hij het nummer.
‘Maria? -…- Ja, nee ik heb alles verteld,- O, niet zo. Maar ze snapt waarom pap hier niet staat. Zou jij Lillian hier heen kunnen sturen? -…- Waarvoor? Die kan Johanna hier rondleiden. -…- Dat heb jij al gedaan?’ Hij legde zijn hand op de hoorn, ‘Heeft Maria jou hier al rondgeleid?’
Ik knikte en wilde wat zeggen, maar hij was alweer in gesprek: ‘Maakt niet uit, het is goed voor haar als ze iemand van haar leeftijd ziet. -…- O, nee. Maar als ze zo’n lange tijd alleen maar op dat kamertje heeft gezeten. -…- Oké, dag Maria.’
Jezus legde de hoorn neer, ‘er komt zo iemand die je rond kan leiden. Ik kan nu even zoek naar je familie.’ Legde hij vriendelijk het gesprek uit. Vervolgens plofte hij neer op een bureaustoel die zachtjes over het tapijt rolde en maakte een vaag gebaar naar een andere stoel. ‘Ga even zitten, terwijl ik zoek.’
Ik knikte en ging voorzichtig op de stoel zitten. Om een houding aan te nemen streek ik mijn jurk glad en frummelde ik wat aan mijn haar.
Jezus rammelde op een toetsenbord. Toen ik daar naar keek bedacht ik me hoe vreemd het was dat ze gewoon zo’n ding hadden hier in de hemel. Een heel normaal toetsenbord voor een normale monitor. Ik miste alleen wat snoertjes. Jezus keek strak naar de monitor en mompelde wat in zich zelf. Er verscheen een frons op z’n voorhoofd. Heel even keek hij wat donkerder. Damn, zelfs dat stond hem. Ik bestudeerde zijn gezicht verder. Wie was hij? Een glad gezicht, twee sexy bruine ogen. Wie hoorde daarbij. Jezus dat vertelde de man me, maar moest ik hem geloven? Waarom was ik hier, was ik dood? Losgeld konden ze niet vragen. Ik was veel waard voor mijn ouders, alles misschien wel, maar ze hadden niet zoveel. Dus waarom zouden deze mensen mij kidnappen? Ook was ik tot nu toe goed behandeld, behalve dat ik niets te eten had gehad.
Het kwartje viel, niets te eten…
‘Hoe komt het dat ik hier niet hoef te eten?’
Jezus keek op van het beeldscherm, ‘Eten?’ Reageerde hij wat verward. ‘O, sorry. Martje, je bent dood. Doden hoeven niet te eten. Doden hebben niets nodig. Ons hart hoeft niet te kloppen, ons bloed niet door ons heen te pompen. Onze hersens werken, maar op de kracht van de hemel. Voel jij soms je hart kloppen?’
Ik knikte heftig. ‘Natuurlijk!’ Mijn hand verschoof richting mijn hart. Er van overtuigd dat mijn hart nog wel zou kloppen, maar hij had gelijk. Wat vroeger zo vanzelf sprekend leek was er nu niet meer. ‘Maar…’ bracht ik uit.
Ik voelde dat ik zat te trillen, mijn hand verschoof zenuwachtig heen en weer. Ik voelde mijn hart niet meer. Nergens niet. Met twee vingers probeerde ik mijn pols. Mijn adem versnelde. Mijn hand ging naar mijn keel… Opeens wist ik zeker dat dit niet zomaar een huis was. Dit huis was wel de hemel. Weer naar mijn hart, niets. Ik kneep in mijn handen, kleine groefjes van mijn nagels verschenen. Ik voelde het niet, geen pijn daar. Een andere pijn voelde ik wel. Dood?
‘Maar waarom ben ik dan niet gelukkig?’ Bracht ik met gebroken stem uit. ‘Hélemaal Niet Gelukkig.’
Opeens was ik heel hard aan het huilen. ‘Hoe kan dit allemaal?’
Ik hoorde Jezus niet opstaan, maar ik voelde opeens een hand op mijn schouder. ‘Maar Martje, je kunt nooit meer dood gaan, je voelt geen pijn meer en wordt nooit meer ouder. Dat is toch wat iedereen wil?’
‘Ik wil naar huis.’ Snifte ik. Ik stond op en wilde weg. Ik wist niet waarheen, maar ik wilde zo snel mogelijk weg. Tranen liepen over mijn wangen en ik hield ze niet tegen. ‘Kijk. Ik huil. Iemand die dood is kan toch niet huilen?’ schreeuwde ik tegen Jezus. ‘Ik beef en ben ongelukkig. Ik ben zelfs boos, waarom moet ik hier zijn? Ik ben niet gelukkig, ik wil niet eeuwig hier wezen. IK WIL NAAR HUIS!’
Jezus stond op en liep op me af. ‘Rot op, jij kunt Jezus niet zijn! Die is zit alleen in de Bijbel en in de hemel en ik ben niet dood!’ Ik duwde hem van me af, maar Jezus sloeg zijn armen om me heen. Ik verstarde en wilde slaan en schoppen, maar opeens liet ik het toe. Ik kroop tegen hem aan en legde mijn hoofd op zijn schouder. Ik huilde met gierende uithalen. Jezus wiegde me zachtjes heen en weer.
We zeiden niets tot er op de deur geklopt ben. Zijn hoofd op mijn schouder en zijn armen om me heen. Ik voelde me geborgen en het huilen ging over in zachtjes snikken. Jezus tilde zijn hoofd op en riep: ‘Binnen?’
De deur ging open er stond in de deuropening een meisje in dezelfde jurk als ik aan had. Ze had lang haar, dat in een vlecht op haar rug hing. Verbaasd keek ze naar Jezus, die mij nog steeds in zijn armen had.
‘Sorry, ik dacht dat ik moest komen, maar uhm…’ verlegen ging haar blik richting ons. Jezus zijn armen gleden van mijn schouders. In een paar passen was hij bij de deur. ‘Nee, natuurlijk niet. Je bent welkom Lillian.’ Verteld hij warm. ‘Nou, Martje, dit is Lillian. Lillian, Martje.’ Hij knikte naar ons beiden en maakte een gebaar naar Lillian dat ze binnen mocht komen. Toen die bleef staan in de deuropening nam ik het heft maar in handen. Ik veegde de tranen van mij gezicht en liep op haar af met snelle passen. Toen ik mijn hand uitstak zag ik nog steeds kleine groefjes van mijn nagels staan in mijn hand.
‘Hallo, ik ben dus Martje. Je komt hier denk voor mij.’ Zei ik, merkend dat mijn stem weer normaal mee wilde werken.
Het meisje schudde mij de hand en knikte. Daarna keek ze verlegen naar Jezus. ‘U hebt me dus om haar laten komen?’
‘Ja, het lijkt mij een goed idee dat jij Martje rond gaat leiden in de hemel. Ze is hier nog niet zo lang en kent hier niets of niemand. Verder, nou ja. Ik denk dat jullie misschien ook met zijn tweeën kunnen praten.’
Lillian keek me schattend aan, mijn gezicht was behuild en er zaten kreukels in mijn jurk. Ze haalde haar schouders even op. ‘Natuurlijk wil ik dat doen.’
‘Dat is mooi,’ zei Jezus tevreden. ‘Nou Martje, ik heb je nu echt alles verteld. Veel plezier op jullie zoektocht hier.’
Drie seconden later sloot hij de deur achter ons. Verlegen stonden Lillian en ik naast elkaar in de lange gang. ‘En waar zou jij heen willen?’ vroeg Lillian toen maar aan mij.
‘Ik zou het niet weten. Ik ben al die tijd alleen maar in mijn kamer geweest. Waar ben jij graag?’
‘Overal en nergens. Ik kan heel lang rondzwerven, maar ja. Ik ben hier ook al zo lang.’
‘Hoe lang dan?’ Informeerde ik nieuwsgierig.
‘Weet ik niet. In de hemel doen we niet aan dag of nacht, aan uren of aan dagen. De tijd is er niet meer. God die heeft al dat soort irritante dingetjes uit het hele bestand gewist. Vandaar dat jij en ik elkaar ook kunnen verstaan. Jij kunt vast geen 18e eeuws Frans?’ Vroeg ze liefjes.
‘18e eeuws…?’ Vlug dacht ik terug aan wat ik geleerd had met geschiedenis. ‘De Franse revolutie?’ wist ik opeens weer.
Lillian knikte, ‘ja. Zo lang al.’
Met open mond keek ik haar aan. Ik stond hier met iemand uit de Franse revolutie te praten? ‘Maar dan, ik leefde…- Maar hoe? Jij? Dat was 200 jaar voor mij.’ Bracht ik stotterend uit.
Lillian knikte opnieuw en haalde toen haar schouders op. ‘Er zijn hier ook mensen van 2000 jaar voor jou. Die man die je net omhelsde bijvoorbeeld.’ Mompelde ze erachteraan. Hoorde ik jaloersheid in haar stem? Pfoe, jaloers waarop?
‘Was dat echt Jezus?’ Nieuwsgierigheid borrelde weer op. Ergens geloofde ik nog niet dat dit de hemel was.
‘Wie denk je anders?’ Zei ze bot.
Ik haalde mijn schouders op, ‘Geen idee, maar. Hij leek niet op de Jezus uit de bijbel.’
Een lach verschijnt op Lillians gezicht. ‘Jezus uit de bijbel? Wie was dat ook alweer?’ grijnzend kijkt ze op. ‘Een man in een jurk. Met een baard?’ een lachje schiet eruit. ‘Een man die op water kan lopen?’ een enorme grijns versierde nu haar gezicht.
Ik knikte verlegen.
‘Toch,’ zei Lillian met haar wijsvinger zwaaiend, ‘Is de man die jou net troostte Jezus.’ Daarna barstte ze in schaterlachen uit.
Verbouwereerd bekeek ik haar, maar heel langzaam kroop er een lach op mijn gezicht. ‘Maar deze Jezus draagt een spijkerbroek,’ probeerde ik nog. Maar als antwoord kon Lillian alleen maar harder lachen en of ik het nou wilde of niet. Ik lachte mee.



Laatst bijgewerkt door Fenn op 04-12-06 20:19, in het totaal 1 keer bewerkt

Mariss

Berichten: 3501
Geregistreerd: 18-12-05

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst: 04-12-06 20:19

Ah, mooi weer. 1 foutje; 18eeeuws= 18e eeuws Knipoog

Fenn

Berichten: 6395
Geregistreerd: 13-08-04
Woonplaats: nederland

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 04-12-06 20:20

dankje, ik kon het nog verbeteren Knipoog Dat krijg je als je het gewoon van Word overkopieeert hiereen Vork

Fenn

Berichten: 6395
Geregistreerd: 13-08-04
Woonplaats: nederland

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 09-12-06 23:11

Terwijl wij nog nahikte ging opeens de deur achter ons open. Het hoofd van Jezus kwam te voorschijn. De rest van zijn lichaam nog verscholen achter de deur. Zijn haar een beetje voor zijn ogen. Toen hij onze gezichten zag verscheen zijn grijns weer rond zijn mond en pretlichtjes kwamen in zijn ogen. ‘Is dit het enige van de hemel wat je wilt zien, Martje?’ Vroeg hij semi-verbaasd aan mij.
Even had ik de neiging om Jezus diep in zijn ogen te kijken en een verleidelijk ja te antwoorden, maar ik onderdrukte die neiging snel en schudde toen mijn hoofd. Bang dat er iets verkeerds uit kwam. Ik had het idee dat Lillian dat niet leuk zou gaan vinden en ik wilde zo ook niet zijn.
Ook Lillian viel even stil. Even keek Jezus verbaasd van de een naar de ander, maar toen schudde Jezus zijn hoofd. Op vaderlijke toon zij hij: ‘Kom op meiden, ga erop uit. Ik weet dat jullie eeuwig de tijd hebben, maar neem het er nou maar van!’
Toen we nog geen aanstalten maakten om weg te gaan zuchtte hij geërgerd. ‘Goed, goed. Jullie zoeken het zelf maar uit. Het is al goed dat je net zo keihard stond te lachen. Al lachten jullie om mij.’ Mompelde hij als laatste voordat hij de deur weer dicht trok.
Verbaasd keken Lillian en ik elkaar aan. Toen barstten we weer in lachen uit. Onze lach weerklonk door de lange, lege gang. Hij wist het gewoon.
Uiteindelijk stonden we nog steeds voor de grote deur van de werkkamer. We hijgden nog zachtjes. Ik was er het eerst weer bovenop en begon rond te kijken. Ik zag alles heel anders opeens heel anders nu ik wist dat dit de hemel was. Terwijl ik me dat bedacht viel er een soort steen terug op mijn maag. Ik was dood.
Toen Lillian ook bijgekomen was voelde ik me al weer haast hetzelfde als toen we net de deur uit waren. ‘Ik ben dood.’ Zei ik.
‘En je ziet je familie nooit meer, en je weet nooit hoe het is om ouder te worden en je zult nooit meer eten om het lekker vinden en,’ een korte stilte ‘… en het is kút.’
Verbouwereerd keek ik naar haar. Even moest ik nadenken over wat ze had gezegd. ‘Ik vind het Kút’ gaf ik toe.
‘en met jou honderden, duizenden anderen.’ Las ze me de les.
‘Maar,’ probeerde ik ‘maar jij kan toch ook nog lachen? Waarom wil je hier nog zijn? Wil je hier nog zijn?’
Ze knikte aarzelend ‘Omdat ik hier niet weg kan,’ ze wende zich van me af, ‘en omdat ik het alternatief ken.’ Voegde ze toe.
Ik hield mijn mond. Het alternatief? Wat zou dat zijn? Wilde ik dat weten?
Nee, verdomme! Ik wilde alleen wat medelijden. Ik voelde me zielig, ik had het even nodig. Geen preek over dat ik niet de enige op de wereld, pardon: Hemel, was.
‘Ik dacht dat jij wat van de hemel wilde zien?’ zei Lillian voordat ik iets kon zeggen.
Toen ik knikte, draaide ze zich om en begon ze van mij weg te lopen. Ze liep niet de kant op waar Petrus en ik vandaan kwamen. Haar blote voeten raakte het tapijt en ik zag het tapijt indeuken. Hoorden engelen niet zwevend te lopen? Vroeg ik me nog af, voordat ik haar volgde op mijn eigen blote voeten, die mijn eigen kuiltjes maakten.
We liepen een tijd lang door de gangen. Ik was al gauw naast Lillian gaan lopen, maar we spraken niet meer. Er was niets te zien behalve de deuren. Ik begon me af te vragen hoe ik hier ooit de weg kon vinden. Lillian ging doelbewust haar weg. Zij wist de weg. Maar ja. Ze was hier ook al tweehonderd jaar. Jeetje, tweehonderd jaar!
Of kon je dat niet zeggen als er geen tijd zou zijn? Hoelang zou dat voor haar voelen?
Heel de tijd dat we liepen kwamen we maar twee mensen tegen. Beide gingen helemaal aan de andere kant van de gang lopen, om ons heen. Ze waren oud. Lillian negeerde ze en ik dus ook. Hoorde dat zo als je dood en in de hemel was? Waren er etiquette voor doden? Iemand die jong gestorven is mag niet in de buurt komen van iemand die oud gestorven is. Waren ze jaloers? Omdat ik eerder dood was gegaan? Wat een wereld.
Toen we verder liepen had ik niet het idee dat er iets veranderde. De gangen bleven lang, na elke bocht bleven de muren geel. Ik begon te fantaseren over eeuwig zo doorlopen, maar algauw eindigde die fantasie in het niets. Het was lang niet zo leuk om over eeuwig te fantaseren als je mee maakte wat eeuwig was. Eeuwig was altijd een sprookje. Shít, ik zou hier eeuwig moeten zijn!
Ik voelde een brokje zelfmedelijden omhoog kruipen. Ik knipperde een paar tranen weg. Ik ging toch niet weer huilen! Net stond ik nog te lachen met degene naast me, die trouwens nu alleen nog hatelijk leek te kunnen zwijgen.
Weer gingen we een bocht om. De zelfde gang streek weer ver voor me uit. Waar waren al die dingen die Maria mij had laten zien? Toen zag ik deuren en zalen. Ik zag nu alleen het zelfde. Als dit dat hemel was… Nou, dan wilde ik dood. Een zwak lachje borrelde op. Ik onderdrukte het snel. Ik wilde hier de humor niet van inzien!
Ik was zielig!
Om de tijd te doden keek ik opzij. Lillian keek stug naar voren en beende met vrij lange passen. Ze was korter dan ik, maar niet veel. Haar haren waren lang en de vlecht werd bij elkaar gehouden door een elastiek in dezelfde kleur als haar jurk. De kleur van vandaag was een warme oranje die goed stond bij haar zwarte haar. Haar gezicht was mooi, in mijn tijd zou ze knap zijn geweest. Ze had donkere ogen, maar een lichte huid. De paar sproeten, rond haar rechte neus, stonden haar goed en maakte haar wat zachter. Ze zag er op het eerste gezicht niet heel oud uit. Toch zag je in haar houding en haar blik dat ze ouder was dan je snel zou denken. De jurk stond haar goed, ze leek gewend er een te dragen en het liet zien hoeveel taille ze had. Haar handen frunnikten aan een plooi van de rok. Ze had slanke vingers. Ik registreerde dat ze zachte handen moest hebben. Hoe zat dat hier? Werden je handen ook zacht als je vroeger, toen je op de aarde was, eeltige werkhanden had?
De hand die ik bekeek ging om hoog om een los geraakte lok achter haar oor te schuiven. Mijn ogen keken opeens naar de hare. Toen ze zich er bewust van werd dat ik naar haar keek, schonk ze me alleen een boze blik.
‘Wat?’ Kon ik het niet nalaten te zeggen.
‘Waarom kijk je naar me?’
Ik trok mijn schouders op, ‘gewoon.’
‘Waarom keek je naar me?’ Vroeg ze nogmaals.
‘Ik weet het niet,’ antwoordde ik nu. Ze schonk me weer een boze blik. ‘Ik keek of ik kon zien wie je was.’ Zei ik eerlijk.
‘Lillian. Ik bén Lillian. En trouwens,’ ze stopte voor een deur die een tikkie anders was dan de andere. ‘We zijn waar we willen zijn.’
‘Waar we willen zijn?’
Lillian knikte geheimzinnig en deed de deur open. ‘Deze kamer wordt ‘Rust’ genoemd. Er komen weinig mensen. Ik kom er vaak.’
We stapten over de drempel en ik voelde me thuis. Het was meer geborgen dan de armen van Jezus en nu al vertrouwder dan mijn kamertje. Zacht blauwe muren en een vloer die warmte uit leek te stralen. Er lagen kussens die turkoois gekleurd waren en er stonden paarse stoelen her en der verspreid. Één van de wanden was voel met planken waarop boeken stonden. Er was verder geen geluid. Lillian zat al op een van de kussens en gebaarde naar mij dat ik ook kon zitten. Ik nestelde in een van de donkerste paarse stoelen.
Even keken we elkaar aan. ‘Sorry,’ zei Lillian opeens.
Verward keek ik op. Ik had Lillian net als koppig bestempeld. Ik hield wel van koppige mensen.
‘Ik,’ toen ze zuchtte hoorde ik wat twijfel, ‘ik weet nog hoe ik het vond toen ik hier net was.’ Zei ze. ‘Ik voel me nu soms nog zo.’ Ze keek me vriendelijk aan. ‘Het wordt wel minder, hoor.’
Ik vond het raar dat ze was begonnen met praten, ‘Deze kamer heet toch rust?’ bracht ik subtiel naar voren.
Lillian knikte ijverig. ‘Ja. Het is hier fijn. Je kan hier heel lang zitten en aan niets denken. Weinig mensen komen hier, maar dat had ik al gezegd. Mensen in de hemel zoeken liever naar familie of naar vrienden. Even zitten is er niet bij.’
Ik zette mijn voeten op de stoel. ‘Ik houd van stil zitten en niets denken.’ Kondigde ik aan.
‘Ik ook,’ bevestigde Lillian. ‘Ik weet trouwens toch al dat mijn ouders hier niet zijn. Ik heb gezocht en gezocht, maar niemand is hier’
Mijn knikje leek ze als excuus op te vatten om verder te praten,


Net aan een stuk door geschreven. Ik vond dat het er maar weer eens van moest komen, gezien ik er de laatste tijd weinig tijd voor had. Ik zit nog steeds met Lillian en misschien is dit wel een manier om het uit te stellen.
Overigens. Word geeft vaak aan: spreektaal of schrijftaal of ouderwets taalgebruik Soms pas ik dat aan, soms niet. Is het iets wat stoort? Zinnen als: Je kan het wel i.p.v Je kunt het wel? Woorden als Nogmaals en mijn ogen vingen de hare ?
Verder nog een vraag. Is het duidelijk genoeg welke stukjes alleen gedachten zijn van Martje? In sommige verhalen worden gedachtes vaak schuingezet, maar ik vond het niet zo passen. Toch, zou dat prettiger lezen?

Mariss

Berichten: 3501
Geregistreerd: 18-12-05

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst: 09-12-06 23:23

Nee, juist vervelender. Het is duidelijk zo. Lachen

Nee, mij storen die woorden absoluut niet. Knipoog

Goed geschreven weer, mooi stuk.

Fenn

Berichten: 6395
Geregistreerd: 13-08-04
Woonplaats: nederland

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 24-12-06 19:32


‘Mijn ouders zijn waarschijnlijk naar de hel.’ Vertelde ze. ‘In de Franse revolutie stonden ze blijkbaar aan de verkeerde kant.’
‘En jij aan de goede?’ Vroeg ik, maar direct daarna kon ik mijn tong er wel afbijten. Nu had ik haar nog een excuus gegeven om te praten ook.
Maar Lillian schudde alleen haar hoofd, ‘Doet dat ertoe?’
Als antwoord trok ik mijn benen nog dichter naar me toe, ‘nee?’
‘Nou dan.’ Zei ze zacht.
We werden stil, zoals het hoort in Rust. Ik bestudeerde mijn voeten en dacht aan niets en Lillian, wel, die hoorde ik ook niet meer.
Na een tijd ging de deur open. Of we daar lang of kort hadden gezeten wist ik niet. Lillian keek verschrikt, maar vooral verbaast op. Ze kon niet geweten hebben dat er iemand kwam Een hoofd verscheen om de hoek van de deur, nieuwsgierig keek ik wie het was. Het was een jongen. Hij had bruin haar, blauwe ogen, een niet zo opvallende neus en een normale mond. Toen de mond open ging kwam er een stem uit die van een van mijn klasgenoten had kunnen zijn.
‘Lill?’
Hij kende Lillian dus. Lill antwoordde slechts door haar schouders op te halen en een kort huhm? te laten horen.
‘Mag ik er bijkomen, Lillian?’ vroeg de jongen.
Lillian keek naar mij. ‘Als zij het goed vind.’ antwoordde ze met een hoofdbeweging richting mij.
Nu zag de jongen mij ook en nieuwsgierig begon hij me te bekijken. Ik voelde me in het nauw gedreven en kon niets anders doen dan knikken. Nee zeggen tegen een vreemde die vroeg of hij een kamer in mocht die van iedereen was? Nee.
‘Als je stil bent,’ bromde ik vanuit mijn stoel toen ik me bedacht dat we straks weer in een heel gesprek verwikkeld zouden zijn. Toen hij door mijn nukkige antwoord toch in de deuropening bleef staan voegde ik nog maar toe: ‘Ik beloof niet te bijten.’
Opgelucht door dit sprankje vriendelijkheid van mij schoof de jongen de deur verder open. Hij droeg een spijkerbroek en een ruimvallend T-shirt. Dat overigens dezelfde kleur oranje was als onze jurken. Toen hij de deur gesloten had werd het stil in de kamer. Op zijn tenen liep de jongen over de warme vloer en hij ging zitten op een van de zitzakken. Die liet een luid gekraak horen toen hij erin neerplofte. Verschrikt keek hij naar mij. Had ik hem door één boos antwoord zo schichtig gemaakt? Het verbaasde me en ik wilde wat vragen. Tot ik eraan dacht dat ik had gevraagd om stilte. Oja, ik beet op mijn tong en probeerde een wat meer ontspannen houding aan te nemen. Langzaam liet ik mijn voeten van de stoel glijden en ik leunde naar achter. Hier zat ik dan. Met een vreemde jongen en een meisje die mijn nu al niet meer mocht. Met een rothumeur en, dat moest ik toegeven, ik was bang.
Bang dat ik nooit meer terug kon, bang omdat ik wist dat dit nooit kon kloppen. Doodsbang dat dit mijn leven zou zijn voor eeuwig. Bang omdat ik nu eindelijk door had dat ik misschien toch echt dood was. Dat de hemel wel een huis was.
Onwillekeurig was ik in elkaar gekrompen. Ik wilde dit niet, mijn ademhaling werd wat sneller en mijn boven lichaam bewoog zich heen en weer. ‘Nee,’
‘Martje?’
Ik keek op, twee paar ogen waren gefixeerd op mij. De vreemde jongen keek gefascineerd, Lillian bezorgt. Ik slikte een paar tranen in. ‘Sorry, het gaat alweer. Ik kreeg het benauwd Ik bedacht me opeens…’ de rest van wat ik wilde zeggen slikte ik in. Het was te intiem om te vertellen dat ik bang was. Zelfs al moesten Lill en de jongen het kunnen zien.
Lillian zag het inderdaad. Ze stond op en liep op me af. Met haar armen drukte ze mij stevig tegen haar aan. ‘Maakt niet uit,’ ze in mijn oor. Ik liet haar begaan. Nu al weer ruzie wilde ik niet en de stilte was kwijt. Rust was zo rustig niet meer.
Nadat ik me uit de omhelzing van Lillian had bevrijd schoof Lill haar kussen meer richting mij. Ze wenkte de jongen dat hij er ook bij moest zitten.
‘Martje, ik moet Remco nog voorstellen aan jou. Ik hoop dat je het niet erg vind dat ik toch weer ga praten, maar de stilte is nu toch al weg.’ Zij had het dus ook door gehad, bedacht ik me.
‘Remco, dit is Martje. Ze is hier nog niet zo lang en komt uit het jaar…’ vragend keek ze me aan.
‘tweeduizend zes’ voegde ik toe.
Lillian knikte tevrede, ‘Martje dit is Hans. Hans komt uit het jaar negentien zeven en twintig. Hij was een Hollandse Boerenzoon.’
We gaven elkaar plichtsmatig een hand en ik kon het niet laten om mijn ogen nog een keer goed over hem heen te laten gaan. Nu ik wist dat hij tachtig jaar voor mij had geleefd was hij toch een stuk interessanter geworden.
‘Wat voor persoon was jij eigenlijk?’ vroeg Lillian opeens.
‘Ik was, ben een normaal meisje. Gewoon. Ik woonde in Nederland, ging naar school, had een vader en een moeder en een bijbaantje in een schoenenwinkel. Ik reed paard en liep hard en ik was gek op zingen. Ik kon het niet zo goed, maar als ik vrolijk was dan zong ik altijd.’
Een paar andere herinneringen borrelde op.
‘Ik had twee broers en een schattige poes. Meestal hield ik van mijn broers, maar soms dat haatte ik ze en nouja. Ik was niet echt het soort meisje dat alle feesten afging en leefde op drugs en alcohol. Feitelijk ben ik toen nog nooit echt dronken geweest. Eigenlijk was ik gewoon normaal. Ik had wel veel vriendinnen, maar geen enkele echtte en ik kon kletsen met iedere vreemde. Ik was, ben…’ even hield ik mijn adem in, ‘Martje. Gewoon dat rare, beetje gekke meisje met iets te veel lef. In mijn tijd was er niet de Franse revolutie en hadden we televisie.’
Nieuwsgierig leunde Lillian naar voren, Hans bekeek mij met grote ogen. ‘Je ging elke dag naar school? Wat voor werk deden jouw ouders?’ Vroeg hij verbaast. ‘Mijn moeder was kleuterjuf en mijn vader deed iets met architectuur.’
‘Ging je ook naar school in de zomer?’
Toen ik knikte, vielen zijn ogen bijna uit zijn kassen. Vol verbazing leunde hij voorover. ‘Hoe deden jullie dat dan op het land? Wie hielpen de boeren?’
‘De tractoren,’ antwoordde ik simpel en ik voegde nog toe dat ik in de zomer wel zes weken vrij had. ‘Dan gingen we op vakantie. Naar een ander land met de auto en één keer ben ik wezen vliegen.’
Nu vielen twee monden open, zelfs Lillian kon niet verbergen dat ze verbaasd was. ‘Vliegen!’ riep ze uit. Hans liet zijn adem sneller ontsnappen. Ik knikte, ‘maar dat deden we niet veel hoor…’ mompelde ik om niet opschepperig te klinken melde ik ook nog dat we veel vaker met de auto op vakantie gingen. ‘Soms zaten we wel de hele dag in de auto en als we pech hadden dan stond er een file en waren we nog geen eens in het midden van Frankrijk. Vanaf vijf uur reed je dan!’
‘Vijf uur stond ik elke dag op,’ zei Hans.
‘Frankrijk?’ vroeg Lillian.
Ik besloot mijn mond te houden over onze techniek, ‘Hoe was jullie leven dan?’
‘Doet er niet toe,’ besloot Lillian bazig.
‘Was die auto van jullie zelf?’ vroeg Hans, ‘Jullie waren zeker heel rijk?’
‘Ja, die was van onszelf en nee, we waren niet rijk. Iedereen had een auto. Maar ik was niet zo speciaal. Jullie verhalen zijn vast veel interessanter. Waar in Nederland woonde jij?’ Vroeg ik Hans om de aandacht van mijn o zo geweldige leven af te leiden.
‘O, ergens in het oosten.’ Mompelde Hans schouder ophalend. ‘Jij?’ vroeg hij mij toen.
‘Het westen,’ vertelde ik vaagjes.
Lillian voelde zich duidelijk wat buiten gesloten en mengde zich weer in het gesprek. ‘Jij bent dus ook wel eens in Frankrijk geweest?’ vroeg ze nieuwsgierig.
Ik knikte.
‘Ook in Parijs?’
Weer knikte ik. ‘Met mijn moeder. Het was er geweldig. Met de Eifeltoren, het Louvre en de winkelstraten.’
‘Stond het Louvre er nog?’


Het duurde even, maar na een korte schrijfdip kon ik weer verder. Zijn er overigens nog mensen die dit lezen? Anders dan stop ik met plaatsen... Bloos

Lady_Tamzz

Berichten: 937
Geregistreerd: 06-08-05
Woonplaats: ..

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst: 25-12-06 11:54

Super goed stuk Knipoog

Fenn

Berichten: 6395
Geregistreerd: 13-08-04
Woonplaats: nederland

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 18-02-07 13:44

Sorry dat ik al een hele lange tijd niets heb geplaatst. De computer had het begeven tussendoor en toen was ik mijn verhaal kwijt. Nu is ie weer gevonden en heb ik weer wat erbij geschreven. Commentaar mag altijd. Ik ben niet van suiker Haha!


Ik knikte.
Lillian keek me met grote ogen aan en wilde wat zeggen.
Voor ze dat kon doen ging de deur weer open, dit keer geen jong gezicht dat om de deur heen kwam. Het was Maria en ze liep met grote passen de kamer binnen. Haar handen stevig om een stuk papier geklemd.
‘Jou zocht ik, Johanna.’ Begon ze direct. De andere twee negeerde ze. Hans schoof zijn zitzak een stukje van mij vandaan toen Maria tegen mij begon te spreken. ‘Jezus zou je dan alles uitgelegd hebben Johanna, maar hij is een enorme sloddervos. Daarom wil ik je dit en dit nog geven.’ Ze drukte het velletje papier en een sleutel in mijn handen.
‘Waarvoor…’ wilde ik vragen, maar Maria draaide zich om en was al weg voor ik mijn zin kon eindigen. ‘Dan niet,’ mompelde ik beduusd. Een paar tellen later bedacht ik me dat ik nog wat gemist had. ‘Ik heet trouwens Martje!’ schreeuwde ik nog maar veel te laat naar de gesloten deur. Niet dat het niet had. Ik kon het gewoon niet laten.
De sleutel die Maria mij gegeven had stopte ik in een klein zakje in mijn jurk. Daarna probeerde ik me op het papier te richten.
‘Johanna?’ Hoorde ik Lillian verwonderd vragen.
‘Zeg maar Martje,’ antwoordde ik afwezig terwijl ik het papier bekeek. Op de voorkant stond iets wat duidelijk een plattegrond was. Ik zag honderden hokjes, en een paar met cijfers erin. Mijn vingers gleden over het dolhof van lijntjes en hokjes. Ze raakten de weg kwijt.
‘Je heet Johanna?’ Naast me barstte Lillian opeens in lachen uit. Ik hoorde Hans in zijn zitzak zenuwachtig verschuiven. Of moest hij zijn lachen inhouden?
Verdomme, ik was die naam net vergeten. Waarom moest Lillian daar nou weer mee komen. Ik hield er niet van. Zonder het te merken had ik mijn armen over elkaar geslagen. Het papier kreukte een beetje onder mijn armen.
‘Ik heet Martje. Zo hebben mijn ouders me genoemd. Johanna was…’ ik probeerde iets te bedenken, een excuus voor die achterlijke naam. ‘Johanna was een foutje.’
Lillian hikte van het lachten, ‘Een foutje, zeg dat wel ja.’ Ze stootte Hans aan, maar gelukkig schoot die niet in de lach. Hij haalde alleen maar sullig zijn schouders op. ‘Maar daar kan zij toch niets aan doen.’
‘Precies.’ Zei ik beslist. Onderwerp afgesloten. Nors leunde ik naar achter in mijn stoel. De gezellige sfeer was door Maria in één keer weer weg. Mijn armen gleden uit hun houding op de leuning. Zenuwachtig roffelde ik op mijn stoel. Verdomme! Waarom zat ik nou weer hier.
‘Johanna,’ giechelde Lillian opeens.
‘Kan je daar niet over ophouden?’ om mijn vraag kracht bij te zetten wierp ik een boze blik op haar. Ze keek stralend terug.
‘Nee, Johanna. Dat gaat moeilijk.’ Antwoordde ze serieus.
‘Houd je kop, Lillian.’
‘Waarom? Kom, als je Johanna heet. Dan moeten we je jou zo noemen. Hans en ik worden toch ook gewoon bij onze naam genoemd? En kom er niet mee aanzetten dat jij geen Johanna heet, Maria noemt alles bij naam.’
‘Ik heet Martje.’ Antwoordde ik stroef.
Lillian liet een lachgeluidje horen. ‘Nietes.’ Even was het stil. ‘Johanna!’ toen gierde Lillian het weer uit.
‘Houd je kop!’ klonk het uit twee monden op. Hans was opgestaan en keek Lillian woest aan. ‘Doe nou niet zo kinderachtig Lillian en Martje,’ even zuchtte hij, ‘ik vind Johanna een even mooie naam als Martje. Maar ik zal je Martje noemen als je dat liever hebt.’
Ik knikte dankbaar, maar Lillian wist van geen ophouden.
‘Johanna, Johanna. Hans en Johanna.’ Begon ze opeens te zingen. Ook zij stond op en begon in het kleine kamertje te dansen. Haar jurk zwierde rond haar benen.
Uitdagend bleef ze na een rondje voor Hans staan. Zijn wangen waren rood gekleurd. ‘Je vind haar leuk, is het niet Hans?’ Ze streek met één hand over zijn wangen. ‘Ze zijn rood. Het is zo.’ Giechelend deed ze een stap naar achter en bekeek ons allebei. ‘Ik moet zeggen, Hans en Johanna klinkt goed. Jullie namen passen bij elkaar.’
‘Ze is gek.’ Bromde Hans.
‘Doe normaal,’ wierp ik haar toe.
Lillian giechelde, ‘Ik ben serieus.’ Met een grote grijns op haar gezicht liep ze op me af. ‘Trouwen hoeft in de hemel niet en uh,’ ze maakte een veel betekenend gebaartje en keek overdreven om zich heen, ‘is in de hemel net zo lekker als op aarde hoor.’
‘Jezus, Lillian, doe normaal!’ bracht ik uit en ik duwde haar weg.
Hier was het kamertje te klein voor. Lillian struikelde achteruit door mijn duw en na vier passen lag er een kussen in de weg. Het naar achter te vallen leek in slowmotion te gaan. Er klonk een harde bonk toen ze met haar hoofd op de vloer viel.
‘Lill!’ riep Hans.
‘Fúck!’ Vloekte ik.
Allebei liepen we snel op Lillian af, ik mopperend. Hans vooral bezorgt. Nog voor dat we bij haar neer geknield waren zat Lillian alweer rechtop.
‘Lill, gaat het?’ Hans was echt bezorgd. Mijn woede baande zich weer een weg omhoog nu ik haar zo gemakkelijk weer zag zitten. Stom kind!
‘Ja hoor Hans. Je weet toch dat je in de hemel geen pijn voelt? Ach, ik zal misschien een bult krijgen, maar niets ernstig.’ zei het stomme kind vrolijk, terwijl ze met haar hand naar haar hoofd bewoog.
Even kwam er een herinnering boven, maar die onderdrukte ik. Een herinnering?
‘En die bult is je verdiende loon. Waarom deed je nu zo kinderachtig?’
‘Ik, het is. Ach! Jij doet kinderachtig. Je laten stangen door alleen zo’n stomme naam. Wat is er mis mee?’ ze voegde nog net niet Johanna toe.
‘Ik… Het is,’ ik haalde diep adem om mijn woede te onderdrukken. ‘Het is gewoon zo!’ antwoordde ik toen maar.
'Goed, wat jij wilt. Mártje.' Gaf Lillian opeens mopperend toe. 'Ik vind het best, als snap ik er geen drol meer van.'
Ik wist zelf niet meer of ik het snapte, ze gaf het weer zomaar toe. Uit het niets, net als je het niet verwachtte. Om niet kinderachtig te lijken slikte ik de stekelige opmerking die op mijn tong lang weer in.
Ik stak een hand uit om Lillian te helpen opstaan. Ze nam hem aan zodat ik haar omhoog kon trekken. Even keken we elkaar aan.
‘We houden onze mond er verder over.’ Zei Lillian zeker.
‘Waar houden we onze mond over?’ vroeg ik overdreven.
‘Zouden we onze mond houden?’ herstelde Lillian zich.
Ik grijnsde, zij grijnsde terug. Stomme naam ook! Bedacht ik me nog.
‘Meiden, ik geloof het wel weer. Ik denk dat ik maar weer vertrek.’
Verbaasd keken Lill en ik op van elkaar. Hans stond op een afstandje. Hij keek een beetje onhandig, zijn handen in de zakken van de spijkerbroek. ‘Ik denk dat ik je nog wel zie Martje. Lill ik spreek jou ook wel weer.’
Even stak hij zijn hand op. Het viel me toen pas op hoe slungelachtig hij was. Samen met Lillian keek ik hem na. Het slungelachtige stond hem wel besloot ik terwijl ik naar zijn kont keek die er goed uit zag ik de spijkerbroek. He, het is wel een achtiende eeuwse Boer he! Probeerde ik mezelf wakker te schudden. Het werkte niet, hij zag er nog steeds goed uit.
‘Weetje Martje, ik denk dat ik ook wel weer terug ga naar mijn kamertje. Dus ik zie je nog.’ Voor ik antwoord kon geven draaide Lill zich de andere kant op en liep ze ook weg. Ze stak nog even haar hand op en verdween toen om de hoek.
Met een scheef hoofd keek ik haar na. Had ik een vriendin gevonden hier? Vroeg ik me af. Ze leek me aardig, maar ik had het idee dat ze niet was wie ze leek. Ontzettend koppig en dan opeens toegevelijk. Tijdens de ruzie van net, dacht ik haar even door te hebben. Het was toch niet zo en dat ze zo vaag deed over wie ze was. Schaamde ze zich daar voor? Lill leek me eigenlijk niet het type dat zich voor zoiets schaamde. Zeker niet na dat achterlijke dansen van haar in dat kamertje: Rust. Zonder dat ik het echt door had was ik gaan glimlachen.
Raar kind besloot ik voor mezelf. Neem dan Hans, een echte Hollandse boer. Doe maar normaal dan doe je al gek genoeg. Dat was Hans, een jongen die je in een, tja, hoelang hadden we in dat kamertje gezeten? Ach, ik had hem door in elk geval. Lief, lekker kontje en misschien een beetje simpel. Dat hij eigenlijk tachtig jaar voor me had geleefd was onbelangrijk. Wat maakte het uit dat zijn leven heel anders was geweest? Hier had iedereen hetzelfde. Niets.
Een oud vrouwtje schuifelde opeens de hoek om. Ze negeerde me totaal en schuifelde rustig de gang door. Toen ze vlak bij me was, bedacht ik me dat ik er heel debiel uit moest zijn. Een scheef hoofd en een grijns rond mijn mond. In geen tijd had ik me hersteld en stond ik met mijn rug tegen de deur van Rust.
Het oude vrouwtje had niet eens opgekeken bij de snelle beweging. Zag ze me wel? Zou ze me horen? Ach, ik had toch al voor paal gestaan bij haar.
‘Mevrouw?’ Vroeg ik.
De vrouw schuifelde door. Was ze doof, ofzo?
‘Mevrouw!’ Riep ik wat harder.
Nog steeds geen reactie en hoewel ze niet snel liep was ze al bijna bij de eerst volgende bocht. Bijna verdwenen om de hoek.
‘MEVROUW!’ donderde ik nu, het echode door de gangen heen. Hoeveel mensen hadden dat gehoord?
Zij hoorde het niet in elk geval. Iets geïrriteerd verliet ik mijn plek tegen de deurpost. Ze liep inderdaad niet snel. In een paar passen was ik bij haar. ‘Mevrouw?’ Dit keer tikte ik haar zelfs op haar schouders.
Te veel van het goede, ze draaide zich om en leek in staat zijn met de stok in haar hand te slaan. ‘Sorry, mevrouw,’ excuseerde ik me snel. ‘Ik vroeg me af of u...’ de laatste woorden van de zin slikte ik in. Of u me hoorde, had ik wilde vragen. Maar was dat niet oneerbiedig?
De vrouw kon gedachten lezen, ‘Ik hoorde je wel hoor, juffie.’ Mompelde ze nuffig. ‘Ik twijfelde alleen of je het tegen mij had. Normaal praten jouw soort en mijn soort niet tegen elkaar.’
Hiermee was volgens haar alles gezegd. Ze liep weer verder. Uit nieuwsgierigheid liep ik met haar mee. Iets van wat ze gezegd had snapte ik niet.
‘Uw soort en mijn soort?’ Vroeg ik.
De vrouw knikte ongeduldig. ‘Je bent hier nieuw.’ Constateerde ze.
Ik knikte.
‘Dat dacht ik al,’ bromde ze tevrede op haar oude vrouwtjes toon.
We liepen verder samen op. Een paar lege gangen lang zeiden we niets tegen elkaar. Toen keek de vrouw op.
‘Wat wil je weten?’ Vroeg ze .
‘Wat ik wil weten?’ herhaalde ik haar verbaasd?
‘Je hoorde me toch? Ik dacht dat wij als ouwetjes doof waren en niet de jonkies.’
Ze liep weer verder, leunend op haar stok. ‘Je loopt nog steeds naast me, dus je wilt iets weten.’
Beweerde ze.
Haar logica was niet te volgen, maar wel waar. Ik wilde iets weten, eigenlijk alles. Dat vertelde ik haar ook.
‘Alles, kan je niet weten. Ik kan je misschien iets uit leggen. Loop maar mee naar mijn kamertje. Daar worden we minder snel aangekeken. Jonkies en ouwetjes horen niet gezellig te babbelen. Dat geeft rare ogen.’
Rare ogen?

Lady_Tamzz

Berichten: 937
Geregistreerd: 06-08-05
Woonplaats: ..

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst: 18-02-07 14:22

leuk stukjee.. Haha!

Fenn

Berichten: 6395
Geregistreerd: 13-08-04
Woonplaats: nederland

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 18-02-07 15:04

@ Mehorslady, fijn dat je het zo leuk vind, maar zou je misschien je posts wat meer kunnen onderbouwen?

Kimmm

Berichten: 1739
Geregistreerd: 19-04-05
Woonplaats: Tiel

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst: 19-02-07 12:11

Vind het een erg leuk verhaal Fenn Lachen maar wat me alleen een beetje stoort is het vele gebruik van de 'enter'. Ik vind het persoonlijk nét is teveel.
Probeer op het gebruik van komma's te letten, in het ene stuk gebruik je ze erg netjes en in een ander stuk weer een stuk minder.
Voor de rest lekker door blijven schrijven! Dit zijn trouwens alleen maar tips/opmerkingen en géén aanmerkingen Knipoog Hoop dat je er iets aan hebt Lachen

Fenn

Berichten: 6395
Geregistreerd: 13-08-04
Woonplaats: nederland

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 27-02-07 19:06

kimmm heb geprobeerd dat wat te minderen. Normaal houd ik in dialogen wel aan dat voor elke nieuwgesproken regel een enter komt. Hopelijk is het hier iets beter gedaan Knipoog


Rare ogen? Wat bedoelde dat oude mens daar nu weer mee? Langzamerhand begon ik me af te vragen of er in de hemel ook dementie bestond.
Toen er een oud mannetje de hoek om kwam stond de vrouw naast me acuut stil. Ze leunde zwaar op haar stok en begon zonder blikken of blozen haar jurk, bijna dezelfde als de mijne, af te stoffen. ‘Wat voer jij nu weer uit hier, Mien?’ Vroeg het mannetje met een krakende stem.
Het oude vrouwtje keek niet eens op van haar bezigheid. Hoewel de man tegenover haar een kop groter was sprak ze hem aan op een toon zoals ze ook haar zoons aan zou spreken.
‘Dat gaat je niets aan, meneertje.’ Nee, geen toon die een moeder tegen haar zoon aan slaat, een toon van een schooljuf tegen een bende hele, hele vervelende jongens. Ze stak nog net haar vingertje niet op.
‘Het gaat me wel iets aan Mien, maar als je het niet wilt zeggen. Dan hoeft het al niet meer.’ Hij leek niet op een bende vervelende jongens, maar gewoon op een seniel oud mannetje. Het beetje grijze haar dat hij nog had lag op zijn hoofd, hij was dun en bottig en negeerde me totaal.
Toen hij zich omdraaide, seinde Mien naar me met een handgebaar. Ik moest door lopen, begreep ik eruit. Vlug deed ik of ik niets door had. De etiquête van de hemel waren lang zo moeilijk nog niet. Ik liep door zoals het hoorde.
Tot hij uit het zicht was bleef Mien ergens achter me schuifelen. Één keer waagde ik het om achter me te kijken of hij weer weg was. Dat werd direkt bestraft met een boze blik en een waarschuwend gebaar met haar vrije hand. Jezus hé, wat kon er gebeuren als ze zagen dat ik met die vrouw praatte? Ons uit de hemel verbannen ofzo? Die man had ik in die ene snelle blik niet eens gezien. Hij zou dus al weg zijn. Waarom zo moeilijk doen?
Toch hield ik het toneelstukje vol. Als dat oude vrouwtje het nu wilde, wat zou het mij dan uitmaken? Ik had toch niets te verliezen. Met mijn beste pokerface liep ik door de gangen. Ik had geen flauw idee hoe ik eruit zag, maar hoe langer ik het spelletje moest spelen, hoe meer lol ik erin kreeg. Al snel voegde ik er een opvallend fluiten aan toe. Ik kon de witharige Mien bijna afkeurend haar hoofd zien schudden. Even twijfelde of ik zou gaan huppelen, maar dat was misschien teveel van het goede. Ik liet het huppeltje dus maar achterwegen.
Terwijl ik bezig was te bedenken of ik het fluiten in zingen moest veranderen, ik was vrolijk, voelde ik opeens een tikje op mijn schouders. Abrupt stopte ik met fluiten en draaide ik me om. Mien stond voor me. Verbaasd dat het oude mens zo snel had kunnen zijn, ze had net nog ver achter me gelopen, wilde ik wat zeggen. Ik bedacht me toen ze een vinger voor haar mond legde en naar de deur wees. Goed, ik moest stil zijn. Het leek wel een detective roman. Ze keek overdreven om haar heen, als een havik speurde ze de gang af. Daarna wachtte ze heel even. Toen er niemand was of kwam viste ze een sleutel uit een zakje in haar rok en trok ze de deur open. ‘Tel langzaam tot tien en kom ook naar binnen. Voor de zekerheid.’ Fluisterde ze. Toen schoot ze verassend snel voor haar leeftijd het kamertje binnen. De deur viel dicht voor ik een vingerbeweging kon maken.
Een beetje dommig staarde ik naar de deur. Tot ik diep adem haalde en begon met tellen. Één, bedacht ik in mijn hoofd. Ik keek om me heen en leunde tegen de deur. Wat een onzin. Twee. Wat zou het probleem zijn als ik er gelijk achter aan dook? Er was toch niemand. Drie. Zou ik het doen? Ik kon tegen het vrouwtje zeggen dat ik wat sneller geteld had. Vier. Het was wel flauw om tegen haar regels in te gaan en zij leek er bijna van te genieten dit te spelen. Vijf. Maar er was gewoon niemand, dit was nutteloos! Zes. Als er na de volgende tel nog niemand is, dan ga ik naar binnen. Zeven.
Er was niemand. Een snelle blik om me heen om het zeker te weten, maar er kwam ook niemand. Mijn hand lag op de klink. Ik voelde me net een dief toen ik de deur voorzichtig open deed.
Mien keek verschrikt op. Het liefst had ik de deur direkt weer terug geknalt. Had ik nu maar door blijven tellen. Ze zat op haar knieën bij haar bed. Net toen ik de deur open had gedaan hoorde ik haar acht mompelen. Een hand lag op een papier. Een ander papier lag erachter. Ik had het al gezien, zonder het te willen. ‘Ik,’ probeerde ik nog.
Ze schudde zachtjes haar tere hoofd. Langzaam schoof ze de twee tekeningen onder het bed. Ondertussen stond ik in de deuropening en durfde ik niet te bewegen. Ze keek me niet meer aan terwijl ze bezig was. Heel beheerst zag het eruit, maar toen ze opstond zag ik haar hand trillen op de bedrand. Broos leek haar gebogen rug, terwijl ze de bedrand gebruikte als ondersteuning. Trilde ze? Had ik dit gedaan. Ik wist al dat mensen niet dood konden in de hemel, maar dit was toch ook niet goed? Ze draaide zich met haar gezicht naar mij. ‘Kom binnen,’ sprak ze langzaam, beheerst. Ze had zichzelf beter onder controle dan ik. Ik stond zelf ook te trillen, zag ik opeens. Dit had ik helemaal niet willen zien. O, die stomme deur. Had ik net heel even kunnen wachten! Beet ik mezelf toe.
‘Het spij-..’
Mien schudde haar hoofd en legde een vinger voor haar mond. ‘Sst.’ Kwam er over haar lippen. Haar ijsgrijze ogen zeiden me te vergeten wat ik gezien had, zo snel mogelijk het liefst.
‘Kom de kamer binnen. Je herkent misschien wat van het jouwe. Kies een stoel.’ Mien gebaarde om zich heen en ik durfde niets anders te doen dan te gaan zitten. Terwijl ik naar de stoel liep zag ik mezelf in de spiegel. Een meisje in een oranje jurk met kort piek haar. Ik was nog niets veranderd sinds ik mijn kamer uit was gekomen.Zolang was het dus niet geleden, maar waarom leek het toch zo? Ik voelde me anders dan de laatste keer dat ik mezelf zag. Alles was toch ook anders. Ik nestelde me in een van de stoelen. Het vrouwtje kwam naast me zitten. In de andere stoel. Behalve die twee stoelen was de kamer bijna het zelfde als de mijne. Er stonden dezelfde spullen, alleen geen bankje.
‘Alles kan ik je niet vertellen, maar misschien kan ik je iets wijzer maken.’ Sprak Mien vriendelijk. Even twijfelde ik of ik het verdiende om alle informatie uit haar te trekken. Toch kon ik het niet laten. Wat ik Lillian niet had gevraagd kon ik Mien vragen en ze had ook nog veel vragen opgeroepen.
‘Wat bedoelde u met verschillende soorten?’ begon ik maar.
Mien leunde naar voren en ondersteunde haar kin sierlijk met haar hand. Even leek ze wat jonger dan ze was. Toen stak ze van wal.

Lady_Tamzz

Berichten: 937
Geregistreerd: 06-08-05
Woonplaats: ..

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst: 27-02-07 22:03

leuk stuk!! Haha!

Mich_elle
Berichten: 2361
Geregistreerd: 26-10-04

Re: [verhaal]De hemel is wel een huis

Link naar dit bericht Geplaatst: 27-02-07 23:40

Ik vind het een leuk orgineel verhaal!
Echt een leuk onderwerp!