iedereen bedankt
Ik zal het nieuwe stuk nu plaatsen, maar voor het volgende moeten jullie denk ik wat langer geduld hebben. Ik zit namelijk een beetje met een persoon. Nouja, eerst even dit stuk 
‘Wat?’ Jezus keek verward naar me op. Ik knikte naar de papieren, ‘O, dat. Dat is gewoon wat informatie over jou en wat nutteloze dingetjes. Je hoeft je daar niet mee bezig te houden.’
Daarna beschouwde hij het als afgedaan en ging hij weer verder met de telefoon.Inzich zelf de cijfers mompelend draaide hij het nummer.
‘Maria? -…- Ja, nee ik heb alles verteld,- O, niet zo. Maar ze snapt waarom pap hier niet staat. Zou jij Lillian hier heen kunnen sturen? -…- Waarvoor? Die kan Johanna hier rondleiden. -…- Dat heb jij al gedaan?’ Hij legde zijn hand op de hoorn, ‘Heeft Maria jou hier al rondgeleid?’
Ik knikte en wilde wat zeggen, maar hij was alweer in gesprek: ‘Maakt niet uit, het is goed voor haar als ze iemand van haar leeftijd ziet. -…- O, nee. Maar als ze zo’n lange tijd alleen maar op dat kamertje heeft gezeten. -…- Oké, dag Maria.’
Jezus legde de hoorn neer, ‘er komt zo iemand die je rond kan leiden. Ik kan nu even zoek naar je familie.’ Legde hij vriendelijk het gesprek uit. Vervolgens plofte hij neer op een bureaustoel die zachtjes over het tapijt rolde en maakte een vaag gebaar naar een andere stoel. ‘Ga even zitten, terwijl ik zoek.’
Ik knikte en ging voorzichtig op de stoel zitten. Om een houding aan te nemen streek ik mijn jurk glad en frummelde ik wat aan mijn haar.
Jezus rammelde op een toetsenbord. Toen ik daar naar keek bedacht ik me hoe vreemd het was dat ze gewoon zo’n ding hadden hier in de hemel. Een heel normaal toetsenbord voor een normale monitor. Ik miste alleen wat snoertjes. Jezus keek strak naar de monitor en mompelde wat in zich zelf. Er verscheen een frons op z’n voorhoofd. Heel even keek hij wat donkerder. Damn, zelfs dat stond hem. Ik bestudeerde zijn gezicht verder. Wie was hij? Een glad gezicht, twee sexy bruine ogen. Wie hoorde daarbij. Jezus dat vertelde de man me, maar moest ik hem geloven? Waarom was ik hier, was ik dood? Losgeld konden ze niet vragen. Ik was veel waard voor mijn ouders, alles misschien wel, maar ze hadden niet zoveel. Dus waarom zouden deze mensen mij kidnappen? Ook was ik tot nu toe goed behandeld, behalve dat ik niets te eten had gehad.
Het kwartje viel, niets te eten…
‘Hoe komt het dat ik hier niet hoef te eten?’
Jezus keek op van het beeldscherm, ‘Eten?’ Reageerde hij wat verward. ‘O, sorry. Martje, je bent dood. Doden hoeven niet te eten. Doden hebben niets nodig. Ons hart hoeft niet te kloppen, ons bloed niet door ons heen te pompen. Onze hersens werken, maar op de kracht van de hemel. Voel jij soms je hart kloppen?’
Ik knikte heftig. ‘Natuurlijk!’ Mijn hand verschoof richting mijn hart. Er van overtuigd dat mijn hart nog wel zou kloppen, maar hij had gelijk. Wat vroeger zo vanzelf sprekend leek was er nu niet meer. ‘Maar…’ bracht ik uit.
Ik voelde dat ik zat te trillen, mijn hand verschoof zenuwachtig heen en weer. Ik voelde mijn hart niet meer. Nergens niet. Met twee vingers probeerde ik mijn pols. Mijn adem versnelde. Mijn hand ging naar mijn keel… Opeens wist ik zeker dat dit niet zomaar een huis was. Dit huis was wel de hemel. Weer naar mijn hart, niets. Ik kneep in mijn handen, kleine groefjes van mijn nagels verschenen. Ik voelde het niet, geen pijn daar. Een andere pijn voelde ik wel. Dood?
‘Maar waarom ben ik dan niet gelukkig?’ Bracht ik met gebroken stem uit. ‘Hélemaal Niet Gelukkig.’
Opeens was ik heel hard aan het huilen. ‘Hoe kan dit allemaal?’
Ik hoorde Jezus niet opstaan, maar ik voelde opeens een hand op mijn schouder. ‘Maar Martje, je kunt nooit meer dood gaan, je voelt geen pijn meer en wordt nooit meer ouder. Dat is toch wat iedereen wil?’
‘Ik wil naar huis.’ Snifte ik. Ik stond op en wilde weg. Ik wist niet waarheen, maar ik wilde zo snel mogelijk weg. Tranen liepen over mijn wangen en ik hield ze niet tegen. ‘Kijk. Ik huil. Iemand die dood is kan toch niet huilen?’ schreeuwde ik tegen Jezus. ‘Ik beef en ben ongelukkig. Ik ben zelfs boos, waarom moet ik hier zijn? Ik ben niet gelukkig, ik wil niet eeuwig hier wezen. IK WIL NAAR HUIS!’
Jezus stond op en liep op me af. ‘Rot op, jij kunt Jezus niet zijn! Die is zit alleen in de Bijbel en in de hemel en ik ben niet dood!’ Ik duwde hem van me af, maar Jezus sloeg zijn armen om me heen. Ik verstarde en wilde slaan en schoppen, maar opeens liet ik het toe. Ik kroop tegen hem aan en legde mijn hoofd op zijn schouder. Ik huilde met gierende uithalen. Jezus wiegde me zachtjes heen en weer.
We zeiden niets tot er op de deur geklopt ben. Zijn hoofd op mijn schouder en zijn armen om me heen. Ik voelde me geborgen en het huilen ging over in zachtjes snikken. Jezus tilde zijn hoofd op en riep: ‘Binnen?’
De deur ging open er stond in de deuropening een meisje in dezelfde jurk als ik aan had. Ze had lang haar, dat in een vlecht op haar rug hing. Verbaasd keek ze naar Jezus, die mij nog steeds in zijn armen had.
‘Sorry, ik dacht dat ik moest komen, maar uhm…’ verlegen ging haar blik richting ons. Jezus zijn armen gleden van mijn schouders. In een paar passen was hij bij de deur. ‘Nee, natuurlijk niet. Je bent welkom Lillian.’ Verteld hij warm. ‘Nou, Martje, dit is Lillian. Lillian, Martje.’ Hij knikte naar ons beiden en maakte een gebaar naar Lillian dat ze binnen mocht komen. Toen die bleef staan in de deuropening nam ik het heft maar in handen. Ik veegde de tranen van mij gezicht en liep op haar af met snelle passen. Toen ik mijn hand uitstak zag ik nog steeds kleine groefjes van mijn nagels staan in mijn hand.
‘Hallo, ik ben dus Martje. Je komt hier denk voor mij.’ Zei ik, merkend dat mijn stem weer normaal mee wilde werken.
Het meisje schudde mij de hand en knikte. Daarna keek ze verlegen naar Jezus. ‘U hebt me dus om haar laten komen?’
‘Ja, het lijkt mij een goed idee dat jij Martje rond gaat leiden in de hemel. Ze is hier nog niet zo lang en kent hier niets of niemand. Verder, nou ja. Ik denk dat jullie misschien ook met zijn tweeën kunnen praten.’
Lillian keek me schattend aan, mijn gezicht was behuild en er zaten kreukels in mijn jurk. Ze haalde haar schouders even op. ‘Natuurlijk wil ik dat doen.’
‘Dat is mooi,’ zei Jezus tevreden. ‘Nou Martje, ik heb je nu echt alles verteld. Veel plezier op jullie zoektocht hier.’
Drie seconden later sloot hij de deur achter ons. Verlegen stonden Lillian en ik naast elkaar in de lange gang. ‘En waar zou jij heen willen?’ vroeg Lillian toen maar aan mij.
‘Ik zou het niet weten. Ik ben al die tijd alleen maar in mijn kamer geweest. Waar ben jij graag?’
‘Overal en nergens. Ik kan heel lang rondzwerven, maar ja. Ik ben hier ook al zo lang.’
‘Hoe lang dan?’ Informeerde ik nieuwsgierig.
‘Weet ik niet. In de hemel doen we niet aan dag of nacht, aan uren of aan dagen. De tijd is er niet meer. God die heeft al dat soort irritante dingetjes uit het hele bestand gewist. Vandaar dat jij en ik elkaar ook kunnen verstaan. Jij kunt vast geen 18e eeuws Frans?’ Vroeg ze liefjes.
‘18e eeuws…?’ Vlug dacht ik terug aan wat ik geleerd had met geschiedenis. ‘De Franse revolutie?’ wist ik opeens weer.
Lillian knikte, ‘ja. Zo lang al.’
Met open mond keek ik haar aan. Ik stond hier met iemand uit de Franse revolutie te praten? ‘Maar dan, ik leefde…- Maar hoe? Jij? Dat was 200 jaar voor mij.’ Bracht ik stotterend uit.
Lillian knikte opnieuw en haalde toen haar schouders op. ‘Er zijn hier ook mensen van 2000 jaar voor jou. Die man die je net omhelsde bijvoorbeeld.’ Mompelde ze erachteraan. Hoorde ik jaloersheid in haar stem? Pfoe, jaloers waarop?
‘Was dat echt Jezus?’ Nieuwsgierigheid borrelde weer op. Ergens geloofde ik nog niet dat dit de hemel was.
‘Wie denk je anders?’ Zei ze bot.
Ik haalde mijn schouders op, ‘Geen idee, maar. Hij leek niet op de Jezus uit de bijbel.’
Een lach verschijnt op Lillians gezicht. ‘Jezus uit de bijbel? Wie was dat ook alweer?’ grijnzend kijkt ze op. ‘Een man in een jurk. Met een baard?’ een lachje schiet eruit. ‘Een man die op water kan lopen?’ een enorme grijns versierde nu haar gezicht.
Ik knikte verlegen.
‘Toch,’ zei Lillian met haar wijsvinger zwaaiend, ‘Is de man die jou net troostte Jezus.’ Daarna barstte ze in schaterlachen uit.
Verbouwereerd bekeek ik haar, maar heel langzaam kroop er een lach op mijn gezicht. ‘Maar deze Jezus draagt een spijkerbroek,’ probeerde ik nog. Maar als antwoord kon Lillian alleen maar harder lachen en of ik het nou wilde of niet. Ik lachte mee.
Laatst bijgewerkt door Fenn op 04-12-06 20:19, in het totaal 1 keer bewerkt