Hoi, ik ben bezig met een verhaal, dit is deel 1.
Graag hoor ik een positieve reactie, ik heb nog nooit een echt verhaal geschreven.
Elise rende naast Fidar, een schimmelruin van rond de 1.50 m. Ze hield haar handen voor zich, legde die op Fidars billen en sprong op zijn rug. Daarna bleef ze zitten en stapte hem rustig uit.
Elise was een blond meisje van 15 jaar. Haar ouders hadden een fokkerij, waar ze verschillende paarden fokken en verkopen. Elise deed aan voltige en bracht de meest geschikte paarden uit op voltige-wedstijden.
Ze zette Fidar stil en sprong van zijn rug. “Kom Fidar, dan ga je naar je stal.” Fidar liep braaf mee. Elise bracht hem naar de poetsplaats, waar ze het tuig van zijn rug afhaalde en het zweet weg borstelde. Daarna bracht ze hem naar de stal waar zijn bix al in de emmer zat. Fidar vloog de box in en dook met zijn neus in de emmer.
Daarna ging Elise naar haar de box van haar pony, Muis. “Hey Muis! Kom je mee? Dan ga ik je lekker poetsen en maken we een rustig bosritje.” Muis hinnikte. Het was een grå-fjord, dus wildkleur met een grijs tintje. Elise pakte het halster met touw van de haak en maakte Muis vast. Ze nam hem mee naar de laatste van de 5 poetsplaatsen, want Muis was een echte fjord die zelf haar plekje wou uitzoeken. Elise poetste Muis goed, maar haar buik deed ze alleen met een wollen poetshandschoen. Muis was namelijk drachtig. Al 9 maanden, dus nu werd het echt tijd voor het rustig aan doen. Elise pakte het hoofdstel en deed het om Muis’ hoofd. Daarna ging ze zonder zadel het bos in.
Na een half uurtje gingen ze terug naar de stal. “Zo, meisje dat was een heerlijke rit.” Elise zette haar op haar eigen poetsplaats en verving het hoofdstel door het halster. Ze bracht de fjord naar de wei en zette Muis bij de vriendelijke Shetlander Spot, een gestippelde merrie. Muis en Spot gingen altijd samen rollen, grazen en spelen met elkaar en konden super met elkaar opschieten.
Elise liep op het erf, toen er plotseling de bekende zwarte auto met de trailer er achter aan kwam rijden. Elise’s vader stapte uit en gelijkertijd klonk er een luid, schrel en angstig gehinnik uit de trailer. De stalhulp kwam er bij en hield Elise’s vader met de trailer opendoen. Er kwam een grote, angstige vos tevoorschijn. De stalhulp ging daarna door het voorluikje naar binnen en Elise’s vader haalde de stang weg. De vos werd naar achter geduwd en de stalhulp gaf het touw aan Elise. “Breng deze merrie naar stal, en ga dan even naar je vader. Die wilt iets met je bespreken. Elise knikte en zei: “Okee, zal ik doen.” En daarna liep ze met de vos naar een box die Elise’s moeder voor haar had klaargemaakt. De merrie sprong de box in en begon te bokken, waarschijnlijk van nieuwigheid.
Toen de merrie in de box stond zocht Elise haar vader. Ze zag hem lopen voor de schuur en ze rende er naar toe. “Pap, je wou mij spreken? Wat is er?” “Zoals je weet heb ik net een merrie gekocht, nou ja, ik had haar gevonden. Een man kreeg het paard niet weg en liet haar maar achter op de markt. Toen de eigenaar weg was had ik haar maar meegenomen.” “Hmm, dat iemand zijn paard gewoon achterlaat!” “Okee, ik wil graag dat je deze merrie wat vertrouwen terug geeft, zodat het een fijn paard wordt.” “Ai, dat zal lastig worden. Ik heb nog nooit zo’n angsthaas gezien!” “Nou, probeer het gewoon. Het zal je wel lukken. Ik reken op je.” Met een knipoog liep Elise’s vader weg. “Wacht, hoe heet de merrie??” vroeg Elise terwijl ze achter haar vader aanrende. “Nog niet eens over nagedacht, verzin zelf maar een mooie naam.” Zei vader. Meteen liep ze naar de merrie die nog steeds rare sprongen maakte en ging over de boxdeur leunen. “Wat zal bij je passen voor naam? Een niet veel voorkomende naam, dat zou leuk zijn. Weet je wat, ik ga je gewoon een dag verzorgen en dan verzin ik wel een naam.” Vastbesloten pakte ze een touw van de haak en klikte het aan het halster. Ze bracht hem naar de poetsplaats waar de merrie nog steeds stond te dansen. Elise pakte haar poetsspullen en ging de merrie poetsen. Toen ze bij de billen poetste, ontdekte ze wat striemen. “Die zijn waarschijnlijk van een zweep. Oh, meisje, nu snap ik waarom je zo druk bent!” zei Elise bezorgd en ze gooide al haar borstels uit de poetskist om de zalf te kunnen pakken. Ze wreef wat zalf over de striemen en ging de hoeven uitkrabben, wat al een tijd niet was gedaan, aan de prut te zien. De merrie had duidelijk niet geleerd om haar hoef op te tillen, uit eindelijk gaf ze toe en tilde ze haar voorhoef op, maar liet hem meteen weer zakken. Met veel kracht tilde Elise de hoef weer op, hield het stevig vast en de grote vos wou haar hoef weer neerzetten maar dat lukte haar niet dus leunde ze tegen het schot aan. Elise liet de hoef zakken en pakte de andere voorhoef, waarbij de vos precies hetzelfde deed. Toen ze de achterhoef deed trapte de merrie naar achteren. “Ai, die was bijna raak. Ik zal mijn vader maar roepen.” Ze riep haar vader en die krabde de achterhoeven uit. “Pap, ik heb trouwens striemen op de billen gevonden. Ik heb ze met wat zalf ingesmeerd.” Elise liet de striemen zien. “Maar nu zet ik haar weer in de stal.” Ze bracht de merrie weg naar de stal en een naam schoot haar te binnen: Bliksem. De merrie kon zo snel trappen, die zag je niet aankomen, dus ongeveer net zo als je geraakt wordt door de bliksem.
De volgende dag moest Elise naar school. Ze pakte haar fiets uit de schuur en fietste weg. Het was een uur fietsen naar haar school. Op school aangekomen kwam Kaitlin, Elise’s beste vriendin van 14 en bruin haar, al naar Elise lopen. “Hoi Elise, zullen we vanmiddag samen rijden?” “Ja, natuurlijk wil ik dat wel! Je mag wel op Fidar, want er is een nieuw paard aangekomen en die moet ik vertrouwen geven. Ik ga dan op haar.” “Wow, een nieuw paard, hoe heet ze en ziet ze er uit?” “Het is een grote vosmerrie, ze had geen naam, maar omdat ze als de bliksem kan trappen heb ik haar Bliksem genoemd.” “Heb je al eerder op haar gereden?” “Nee, eerst gaan we dan even in de bak, en als dat goed gaat het bos in, oké?” “Is goed.” Daarna kwam Saskia aanlopen. “Haha, weer aan het afspreken?? Ik dacht dat je moest oefenen om wedstrijden te winnen!” Saskia liep gierend weg. “Pff, kan ze ook nooit haar mond houden..” fluisterde Kaitlin terwijl Elise stokstijf Saskia nakeek.
Om een uur of 3 fietste Elise naast Kaitlin weer naar de stal toe. Om 4 uur waren ze er en de meisjes poetsten de paarden en zadelden ze op. Daarna liepen ze naar de bak en stegen daar op. Ze gingen stappen. Bliksem gaf even snel een bokje terwijl Fidar er rustig naast liep. “Bliksem is een stuk groter dan Fidar.” Zei Kaitlin terwijl ze naar Bliksem keek. Na een paar rondjes stappen gingen ze aandraven en dat deden allebei de paarden heel netjes. Bliksem keek met oortjes naar voren om zich heen, waarschijnlijk vond ze het wel leuk. “Dit gaat prima, Kaitlin, dus gaan we het bos in. Fidar is altijd heel rustig, dus daar hoef je je geen zorgen over te maken.” Het hek van de bak stond nog open, dus ze reden er zo uit. Ze hoefden alleen maar een weg over te steken, dan zijn ze in het bos. Eenmaal bij de weg begon Bliksem te dribbelen. Voor de weg stopten ze tot een auto die langs kwam razen voorbij was. Plots stond de auto stil met een oorverdovend remgeluid. Bliksem maakte een sprong en de auto wou de meisjes voor laten gaan, dus ging ongeduldig toeteren en toen kwam de druppel die de emmer deed overlopen. Bliksem schoot ervandoor en knalde het bos door. Elise zat angstig op haar rug, ze kon de merrie op geen enkele manier houden. Toen er ook nog eens een groep duiven langs vlogen ging ze nog harder. Eenmaal bij een grote, brede sloot dacht Elise dat ze wel zou stoppen. Ze maakte zich klaar voor de stop, maar nee, de merrie croste naar links! Daar had Elise niet op gerekend en ze viel uit het zadel, vlak voor de sloot. “Auw, mijn enkel!!” schreeuwde ze. Kaitlin kwam een paar seconden later aangalopperen met de nog steeds brave Fidar. “Gaat het??” vroeg ze bezorgt en sprong er af. “Ja, het gaat wel een beetje, maar mijn enkel doet zo zeer!” zei Elise terwijl Kaitlin naast haar knielde. “Stap maar op Fidar, dan ga ik Bliksem zoeken.” Kaitlin liep weg, ze zocht het bos door naar Bliksem, maar geen spoor. Opeens klonk er een schel gehinnik…