Jullie mogen bepalen of ik verder schrijf ja of nee.
Citaat:DE WAARHEID
DEEL 1 (precies 1500 woorden)
Je vertelde me dat je zo verschrikkelijk moe was van alles en dat je het allemaal niet meer trok, maar ik dacht dat je overdreef. De onzekerheid, de twijfels, dat allemaal van mijn kant. Het was te groot, te groot om er serieus over na te denken. We zouden nog wel smsen zei je, maar ik had geen flauw idee wat ik zou moeten zeggen tegen je. Het was voor mij allemaal een groot raadsel, een raadsel dat door praten er echt niet makkelijker op werd, misschien zelfs nog wel moeilijker. Dus antwoordde ik met een “misschien”. Hard, achteraf gezien, maar ik had niet door dat jij zo diep zat. Ik typte nog “have a little faith in me”, maar een paar seconden later kwam er een melding dat mijn bericht niet aangekomen was. oliebol, dacht ik bij mezelf, maar ik liet het voor wat het was, ik vond het niet de moeite waard om je er een smsje over te sturen. Om eerlijk te zeggen, ik dacht er verder ook niet echt meer aan. Tot dat ene smsje, dat smsje dat ik kreeg om 21:17. Je eerste schreeuw om hulp was al geroepen, maar ik wilde hem niet horen. Dacht dat je aandacht nodig had, maar toch was ik ervan geschrokken. Ik probeerde er oppervlakkig op in te gaan, je niet teveel m’n emoties te tonen, ik was bang dat je een spelletje met me speelde, een spelletje met m’n gevoelens. Je weet hoe gevoelig ik ben, die keren dat ik er met je over sprak, misschien maakte je er nu wel misbruik van. Ik had beter moeten weten.
Na wat heen en weer gesms, had ik het idee dat je me een schuld gevoel aan probeerde te praten, maar toch wilde ik er voor je zijn, je maakte me wel duidelijk dat je ergens mee zat. Ik zei je dat je als nog, omdat niets ineens weg kon zijn, je best nog tegen me aan mocht praten en je hart kon luchten. Dit wees je af, je vertelde me dat we niet in vertrouwen konden praten als ’t vertrouwen er niet helemaal was, misschien had je gelijk. Maar ik stuurde je, dat je me blijkbaar slechter kende dan ik dacht. Want jij weet toch ook, dat als ik ruzie heb of iets over is. Dat ik de dingen die mij in vertrouwen zijn vertelt, niet ga rond bazuinen? Juist jij, na al die ruzies tussen ons, zou je dat moeten weten. Maar nee hoor, je bleef koppig en wilde niets los laten.
Het volgende smsje kwam. Dat als je zo moest leven je nog liever niet leefde. De alarmbellen begonnen al bij me te rinkelen: ‘ze zal toch niet ..’ Ik liet je weten dat je normaal moest doen en dat ik niet wist wat er gebeurd was, maar dat het me allemaal wel wat overdreven leek. Ik kreeg niets terug ..
Kwart over tien, eindelijk weer een smsje van je, een teken van leven. Ik had nooit gedacht, dat ik dit smsje die nacht meerdere malen zal herlezen, keer op keer. De perfecte woordkeuze, niet het afscheidsmsje dat ik zou sturen, maar het was allemaal zo precies gekozen, dat je wel een plannetje móest hebben. Ik raakte gestresst, bezorgt en in paniek. Smste je nogmaals dat je normaal moest doen en dat je me hartstikke bang maakte, maar weer liet je niets van je horen.
Ik had geen idee wat ik moest doen, helemaal overstuur begon ik tegen een vriend van me te ratelen, ik móest m’n verhaal gewoon kwijt, ik moest weten wat ik moest doen. Hij schoot me gelijk te hulp, ik moest je bellen of je ouders, als ik het echt niet vertrouwde. Ik vertrouwde het niet, maar ik durfde niemand te bellen. Ik was bang voor wat ik zou horen, bang dat ik niets zou horen. Alleen een overgaande telefoon die geen contact maakte.
Het was bijna elf uur en ik maakte aanstalten om te gaan douchen en in bed te gaan liggen, die vriend, waar ik mijn verhaal bij had gedaan, zei nog tegen me dat ik echt moest gaan slapen en niet wakker moest gaan liggen, de schat. Zelf wist ik wel, dat slapen hem toch niet werd. Ik nam m’n mp3 mee naar boven en m’n mobiel legde ik op mijn bed naast m’n kussen. Kleedde me langzaam uit en ging onder de warme douche staan, warme stralen liepen over me heen. Waste langzaam mijn haar en liet de heerlijke geur van mijn shampoo tot me doordringen. Wat moest ik nou? Toen ik klaar was met douchen en m’n tanden had gepoetst ging ik naar m’n kamer en zocht iets, een boek, een tijdschrift of wat dan ook. Iets dat ik kon lezen wanneer ik niet kon slapen, iets wat ik kon doen, om de tijd door te komen. Het lange wachten. Maar tevergeefs, ik kon niets vinden. Ik deed zoals elke avond, eerst mijn nachtlampje aan, vervolgens het grote licht uit en daarna als laatste mijn radio uit. De radio, waar ik normaal altijd het laatste liedje luister, maar het nu niet eens tot me door drong wel liedje er op was. Ik kroop onder m’n dekens, sloot m’n klamboe, schudde m’n kussen op en klikte nu ook mijn nachtlampje uit.
Ik pakte mijn mobiel en las de laatste smsjes nog eens over. De allerlaatste, misschien wel de laatste die ik ooit van je had gekregen. Ik las hem opnieuw en opnieuw en opnieuw. Wat je had gestuurd? Je weet het vast zelf nog wel, de letters waren stuk voor stuk zo perfect gekozen. “De voorgaande weken van twijfels en moeilijke keuzes maken zijn dodelijk vermoeiend geweest”. Dodelijk .. Dodelijk .. Dodelijk .. Dodelijk .. het bleef maar door mijn hoofd na galmen. Traag gleed er een traan langs m’n rechter wang. Als er een schaap over de dam is, volgen er meer. En jawel hoor, na die ene traan, kwamen er nog veel meer. Ze bleven maar komen. Ik zat met m’n duim, op de groene knop van m’n mobiel te twijfelen of ik je zou bellen. Ik wilde wel, maar durfde nog steeds niet. Je had nog steeds niets van je laten horen en ik wist niet wat ik moest. Ik bedacht me, dat ik al een tijd niet gehuild had en besloot je dat te smsen. Waarom? Ik heb geen flauw idee, ja misschien ook wel. Misschien dat je dan pas door had hoeveel zorgen ik me maakte om je, hoe ver en diep het ging. Ik zette er ook de vraag in of je alsjeblieft iets van je wilde laten horen. De woorden kwamen snel in het scherm te voorschijn, hoe sneller ik hem zou versturen hoe beter het was. “Lange tijd geleden dat ik heb liggen huilen, KATY laat alsjeblieft wat van je horen”. Katy, in hoofdletters, ja. Want ik was te ongeduldig om het te verbeteren. Ik verstuurde het smsje, legde m’n mobiel naast me neer en zette m’n mp3 aan.
Het eerste liedje dat kwam was, de Waarheid van Marco Bosato, een paar dagen geleden had je van dat liedje een klein stukje gekopieerd in ons msn gesprek. Gewoon omdat je hem mooi vond, volgens mij. De tekst kwam voorbij ‘hoe vertel je iemand, dat de aarde niet meer rond is, de vogels niet meer vliegen en de zon niet langer schijnt?’ en dan nog veel erg ‘je raakt me kwijt, het is de waarheid’. Hele scenario’s spookten door mijn hoofd. Je ouders die het paadje van ons huis oplopen en aanbellen, mezelf de deur open zien doen met tranen in m’n ogen en vragen ‘ze heeft het gedaan hè?’, mezelf door m’n knieën zien zakken, in elkaar storten en helemaal kapot gaan. Waarna ik weer genoeg kracht had verzameld op te staan, mijn fiets te pakken en weg te fietsen, weg van alles, met tranen stromend over m’n wangen, mensen die me raar aankijken, maar het kan me allemaal niets schelen. Naar wie zou ik gaan, waar zou ik heen gaan? Naar stal? Naar je paardje? Naar die ene goede vriend van me?
Ik moet die gast spreken, daar waar wat mee gebeurd was, waar je niets over kwijt wilde. Ik moet weten wat er tussen jullie gebeurd is, maar ik wist ook, dat het mijn schuld zou zijn en niet die van hem. Ik was er niet voor je geweest, op het moment dat je me extra nodig had. Ik had beter op je signalen moeten letten. Ik had niet moeten doen alsof ik doof was. Ermee leven zou ik niet kunnen, ik zou het mezelf op de een of andere manier dragelijk moeten maken, ik maakte me er nu al druk over hoe ik dat aan moest gaan pakken.
Alle reacties zijn welkom, positief en negatief.
Er staan heel veel vraagtekens bij dit verhaal.
*gnagna