Citaat:‘Zie je me graag huilen?
Wil je zo graag weten dat je m ’n leven hebt verpest?’ zeg ik met tranen in mijn ogen.
Ik had moeite om ze in te houden, en met een brok in mijn keel kon ik ook nog eens moeilijk praten.
‘Wat ben jij een aansteller zeg’ schreeuwt Ben tegen mij.
Ik stroop mijn mouwen op en draai de binnenkanten van mijn polsen naar hem toe.
Hij kijkt naar mijn polsen, het zit onder de sneeën en littekens.
Langzaam glijd zijn tas van zijn schouder.
‘Jij weet niet hoe het is om gepest te worden, of door iedereen gehaat.
Elke keer maar weer wachten op een opmerking die je gewoon kapot maakt van binnen,
En elke keer worden ze erger.
Ze zeggen dat schelden geen pijn doet, nou meer dan dit hoor.’ Ze wijst naar een verse snee, en er rolt een traan over haar wang.
Hij schud met zijn hoofd, ‘jij bent gewoon ziek’ en hij doet een stap achteruit.
Ik veeg een traan weg, ik probeer me sterk te houden. Maar de tranen beginnen een brandend gevoel te geven op mijn ooglid.
‘mensen zoals jij begrijpen dit niet, die zien alleen zich zelf.
Ga jij je beter voelen door iemand te kwetsen? Krijg je daar soms een kick van?’
Hij kijkt nog even snel naar mijn pols, ‘ik dacht dat jij van je zelf al gek was, maar dit slaat gewoon alles.’
Ik haal mijn schouder op, ‘waarom, omdat ik een einde aan mijn leven wil maken? Alles is beter dan deze hell.’
Hij staart een tijdje naar de grond.
Hij had niks terug te zeggen.
Hij was juist de gene met de grote mond, had altijd wel zijn woordje paraad.
Na een tijdje kijkt hij mij aan. ‘je had het er zelf naar gemaakt hoor.’
Ik kijk hem verbaasd aan, ik gooi mijn handen in de lucht. ‘zelf naar gemaakt!?
Denk eens na, de eerste schooldag eerste klas. Ik was de klas nog niet binnen of ik kreeg al een opmerking naar mijn kop gesmeten, omdat mijn truitje je niet aanstaat.
Als je me dan zo erg haat, besteed dan helemaal geen aandacht aan me, dan hoef je me ook niet te zien.’
‘ik heb je wel een kans gegeven!’
‘ogh’ zeg ik bitcherig.
‘jij geeft alleen de mensen die er volgens jou goed uitzien een kans, als iemand z’n kop jou niet aanstaat, dan moet je ze niet. Nee dan gaan we ze maar lekker depressief maken.
De wereld draait niet alleen om jou.’
Hij haalt zijn schouders op.
Het doet hem niks, maakt het hem dan helemaal niets uit dat ie mensen hun leven ruïneert?
‘Jij denkt maar dat mensen respect voor je hebben.’
Hij viel me in de reden, ‘hebben ze ook’
‘Nee Ben, ze zijn bang. Niet specifiek voor jou, maar voor je vrienden. Die beuken gewoon iedereen in mekaar. En dat weet je zelf ook wel, want wanneer je alleen bent met mensen zoals mij kan je opeens wel aardig zijn omdat je weet dat je in het nadeel bent.
Denk je nou werkelijk dat iedereen jou mag?’
Hij hurkt neer om zijn veter te stikken, hij kijkt omhoog en zegt; ‘Ja, anders zouden ze wel niet met mij omgaan.’
Ik rol met mijn ogen, ‘heb je wel geluisterd? Ze zijn bang voor je, voor jouw vrienden. Als ze een woord verkeerd zeggen hebben ze klappen te pakken.
Mensen die er voor uitkomen dat ze je niet mogen worden maar lekker van school gepest, vind je het gek dat er dan niemand voor uit durft te komen?’
Hij kijkt langs haar een, ‘ik noem het macht.’ Zegt hij trots.
‘Dat is geen macht jongen, dat is geen macht.’ Zeg ik als laatste.
Ik duw mijn mouwen naar beneden en loop langs hem weg met rode ogen.
Ben staart voor zich uit. Hij begint te beseffen wat hij heeft gedaan.
Hij pakt zijn tas weer op, en draait zich om.
Hij bijt nog even op zijn lip en loopt daarna weg.
De volgende dag zit Ben in de bus nutteloos voor zich uit te staren. Hij heeft de hele nacht niet kunnen slapen.
Hij heeft nergens anders aan gedacht dan die middag, ‘Wat heb ik gedaan.
Hoe heb ik het zover kunnen laten komen?’
Hij leunt tegen het raam aan en kijkt naar de witte strepen van de weg die langs schieten.
Hij heeft zolang mensen gekwetst. ‘Waarom had ik het niet door? Ik begon me er zelf beter door te voelen, voor mij was het allemaal maar een grapje.
Maar nu, kon ik het maar terug draaien.’ En hij sluit zijn ogen.
Na even zitten na te denken beseft hij dat hij de halte niet mag missen, maar het was al te laat. ‘oliebol!’ roept hij hard door de bus en springt op. Hij drukt de stop knop in en hoopt dat er dalijk maar snel een halte is.
Ik leg mijn tas op mijn tafel, ik rits hem open. Mijn klasgenoten liepen het lokaal binnen, Josien gaf me alweer een vuile blik.
Stomme Ben aanhangsels denk ik bij mezelf.
Ik kijk naar buiten, het lijkt wel alsof het weer zich aan mijn humeur aan past.
Er kwamen grote grijze wolken, en de zon werd weg gedrukt. Er stond een stevige wind waardoor de boombladeren allemaal een kant op werden geblazen.
Ik zet mijn tas op de grond en ga zitten omdat de leraar binnen komt.
Ik kijk naar de lege plek naast mij, maar ik word afgeleid door wat Mark zegt.
‘Waar is Ben?’
Ik kijk naar zijn plek, hij is leeg. Zou het dan toch zo zijn, hier heb ik dus elke ochtend op gehoopt. Op z’n minst een dag, maar een dag dat hij niet op school zou zijn.
Een half uur later word er op de deur van het lokaal geklopt. We zaten midden in de les en ik had een beter gevoel over vandaag.
Maar dat was al snel weg, ik zag dat Ben binnen stapte.
Wat doet hij hier? Verdomme,
Hij legde zijn tas op de grond en liep naar het bureau van de leraar,
Hij legde een briefje op zijn tafel en bleef staan terwijl de leraar zijn bril opdeed en begon met lezen.
‘En wat is u rede tot te laat komen meneer Ahrand?’
Ben vertelde dat hij de halte had gemist, en terug moest lopen.
‘Goed ga maar zitten.’ Ben liep naar zijn tas, hij pakte hem op en keek naar mij.
Waarom kijkt hij nou weer naar mij dan? Ik merkte dat het zweet me uit brak omdat ik bang was om weer een nare opmerking te krijgen. Waar ze dus weer de hele dag over door zouden gaan. Maar wonderbaarlijk genoeg bleef het stil.
Hij keek nog even naar mijn pols die open en bloot op tafel lag.
oliebol, helemaal vergeten. Ik pak mijn pols bandje en doe hem snel om.
De leraar stond op, aan zijn gezicht te zien zat er weer een preek aan te komen.
‘Goed, nu eens wat anders dan Wiskunde. Jullie cijfers.’
Hij ging op de hoek van zijn bureau zitten, en zette een hand op zijn been. Dat kon maar een ding betekenen. Hij was niet blij met ons.
Hij keek eens door de klas heen en iedereen hield zich maar stil. Sommige leerlingen gingen nog snel even recht op zitten.
‘Ik ben jullie mentor, en als ik het zo eens bekijk stellen jullie me diep teleur met jullie cijfers. Jullie zijn een leuke gezellige klas,’
Zachtjes zeg ik in mezelf ‘tsss, en gezellige klas, amehoela.’
Hij richtte zijn ogen op mij, ‘Zei u wat mevrouw Veenstra?’
‘Nee’ en ik schud vluchtig mijn hoofd.
De pauze na de les, ik loop de trap af en denk aan de preek van het eerste uur.
Onze mentor weet gewoon helemaal niks van onze klas.
Alleen dat we slechte cijfers hebben. Das het enigste waar hij het over kan hebben als mentor.
Maar hij heeft het niet door dat er geen fijne sfeer in de klas is.
Je kan niemand vertrouwen. Ze proberen alleen maar alles te verpesten.
Hij gaat er van uit dat iedereen uit onze klas volwassen is. Ja, tijdens zijn lessen kan Ben zich redelijk rustig houden. Engels, dat is de ergste les. Die lerares kan totaal geen orde houden. Propjes vliegen van hier naar daar en niemand zit op een stoel. Ja, dan is het wel makkelijk voor hun om mij te pakken.
Ik was zo diep in gedachten verzonken dat ik zo tegen iemand op knal. ‘Oh, sorry’
‘Het is wel goed.’ Hoor ik een bekende stem zeggen.
Ik kijk op en zie dat het Doron is.
‘Hoi’
Hij geeft me een knuffel, ‘alles goed meisje?’
Ik knik. Waarom zeg ik toch altijd dat het goed gaat? Dat gaat het juist helemaal niet.
‘Ah Doron!’ word er door de kantine geroepen. Eva staat aan de andere kant van de kantine te zwaaien. Doron pakt mijn hand en zegt ‘Ga je mee?’
Ik had geen tijd om te antwoorden, hij sleurde me al mee.
Niet dat ik wat beters had te doen, ik zou andere toch maar alleen zitten.
Zij accepteren me tenminste, ze letten niet zo nauw op iemands uiterlijk.
Doron gaf Eva een knuffel. Ze had kort bruin haar en had skate kleding aan. Ze gingen op de bank zitten, ik ging maar naast Doron zitten.
Mijn tas had ik tussen mijn benen gezet, Doron had eigenlijks nooit zijn tas bij.
Dat hij hem gewoon ergens durfde te laten staan.
Ik zou dat dus nooit doen, ik zou denken dat ze er aan zouden zitten.
Ik keek even naar Doron, hij had een zwarte wijde broek aan. En een wit shirt.
Hij had kort blond haar. Zijn stijl, was eigenlijks niet echt een stijl.
Hij noemde het altijd de Doron-stijl.
Op zich was hij wel leuk.
Hij was altijd aardig voor mij, en hij beschermde me wel een beetje.
Jammer genoeg niet zo dat hij het pesten op kon laten houden. Maar dan weet hij daar ook niks van af.
Andere denken altijd maar dat het goed met me gaat.
Wat nou als ze wisten wat er echt in mijn hoofd rond gaat. Zouden ze dan zeggen dat ik me aanstel, of gaat iedereen opeens medelijden hebben.
Mijn ogen gingen weer terug naar Doron. Hij was druk in gesprek. Hij was altijd zo enthousiast in zijn verhalen. Hij kon nauwelijks stil zitten. Ik moest er eigenlijks wel even om lachen.
Hij kon er niet tegen als hij ongelijk had. Wie eigenlijks wel?
Doron draaide zich om, ‘Wat ben je stil.’
‘Huh, ja ik dacht even na.’
Hij glimlachte even. ‘Ah, dus dat kan je ook nog.
Over wat dacht je?’
Wat moest ik nou zeggen. Ik zou niet kunnen zeggen over hem. Dan weet ie meteen dat ik hem toch een beetje leuk vind.
Maar wat maakt dat eigenlijks uit, we zijn al zo lang vrienden. Zou hij het erg vinden? Het lijkt er wel een beetje op dat hij Eva leuk vind. Ik moet snel wat zeggen.
‘Oh, over mijn cijfers. Ze zijn nog al slecht.’
Was dat mijn antwoord. Kon ik echt niet beter?
Hij lachte even. ‘als ik me zorgen moest gaan maken over mijn cijfers zou ik niet eens meer kunnen eten. Komt wel goed meisje.’ Zei hij grappig.
Hij sloeg even een arm om me heen en wreef over mijn boven arm.
Raar genoeg voelde ik wat kriebels in mijn buik. Zou ik hem dan echt leuk vinden?
Ik moest een beetje blozen. Erik zag het, ‘Oeh!’ zei hij gelijk.
De andere keken ook, Doron haalde zijn schouders op. ‘Mag ik dan niet met mijn vriendin knuffelen?’ En hij sloeg zijn andere arm ook om mij heen.
Nu ging mijn buik echt te keer.
Zijn vriendin? Bedoelde hij daarmee, als in vriendschap?
Of meer? Zou hij mij dan ook leuk vinden? Hij liet me los en glimlachte naar me.
Volgens mij ben ik echt verliefd.
Maar ik ken hem al een tijd. Waarom komt het nu dan pas?
Commentaar en/of tips zijn welkom


eigenlijks dus..
