[VER] Het vreemde wezen...

Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

[VER] Het vreemde wezen...

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 26-03-06 10:14

Dit verhaal schrijf ik in een ik-perspectief maar als een buitenstaander. Hopelijk vinden jullie het leuk.

Citaat:
Het vreemde wezen wordt snel weer vastgeketend aan de muur. “Kipaido Mikador iro!” roept zij, maar ze wordt genegeerd. Een paard reageert echter wel op haar met een zwakke hinnik, maar het dier krijgt een snauw en wordt weer stil. Even later zie ik welk paard hinnikte, een mooie hengst die erg stevig gebouwd maar ook zo mager als de Akhal-Tèke die hier voor de rest zijn. Het wezen roept weer, maar deze keer “Mikador parot!” en de hengst steigert in volledige lengte en met een kracht waarvan niemand had verwacht dat er nog in zou zitten. Daarna rent hij naar dat wezen toe en trapte naar haar. Tenminste, dat dacht ik. Nu ik dichterbij kom, zie ik dat de hengst de aansluiting van haar kettingen had gesloopt en snel ontdoet het wezen zich van de meeste kettingen en het paard van het hoofdstel en zadel wat hij om had. “Wemo Mikador.” zegt ze en ze rent naast de hengst weg, ontsnappend in de chaos die was ontstaan.

“Hoe kan dit? Nog nooit is er ook maar één paard ontsnapt uit dit gebouw en nu ontsnapt een vreemd wezen, lichtroze van kleur en warmbloedig op 2 benen met een hengst die nooit wilde luisteren! Hoe kan dit?”

Ik ga achter ze aan en zie dat ze naar het bos gaan. Ze zegt nog wat tegen die hengst en nadat hij sip kijkt gaat hij toch grazen. “Normaal grazen paarden toch veel sneller?” vraag ik me af terwijl ik dichterbij kom. Het paard komt even een knuffel bij het wezen halen en daarna gaat hij zijn benen strekken. Ik zie hem denken: “Lekker, eindelijk vrij!” Na enige tijd remt hij toch wel weer af en begint weer wat te grazen. Nu veel uitbundiger dan eerst en het wezen reageert daar duidelijk ook op. “Mikador!” zegt ze streng, en na een zielige blik begint hij minder uitbundig te grazen. Bij mij komt weer dezelfde vraag op...

“Hoe kan dit? De hengst die nooit luisterde, die altijd vocht. Hij lijkt wel te luisteren naar een naam. Elke keer als zij iets zegt reageert hij daarop. Hoe kan dit?”

Het wezen loopt naar de hengst toe en begint zachtjes te neuriën. Hij graast in de richting van haar en zij begint hem te poetsen. Op zijn rug legt hij een paar keer één oor plat en dan doet ze daar erg voorzichtig. Nadat ze zijn hele lichaam is afgeweest gaat ze lopend op zoek naar iets. Na een tijdje pakt ze een steen en ze gaat weer verder zoeken. Enige tijd later pakt ze er nog één en dan gaat ze weer op twee meter van de hengst zitten en begint de stenen tegen elkaar te slaan. Aan het begin zie je nog niets maar na een tijdje begon er een punt te vormen. Vele uren later is het duidelijk te zien dat ze een vlijmscherp mes heeft gemaakt zonder handvat. Ze loopt naar een boom en snijd er een paar takken af. Van dun tot dik. Even later heeft het mes ook een handvat, het is erg vernuftig gemaakt maar het is niet te zien hoe.

“Hoe kan dit? Waarom straft ze hem niet als hij dreigt? Hoe weet zij hoe ze een mes kan maken? Waarom heeft ze dit geduld nooit laten zien? Hoe is dat handvat gemaakt? Waarom kan ik niet zien hoe het is gemaakt? Hoe kan dit?”

Ze fluit de hengst bij zich en tikt de hoeven één voor één aan. Daarna pakt ze de hoef die van voren linksvoor is en begint deze te bekappen met het pas gemaakte mes. Ze brabbelt wat tegen de hengst maar het is niet te verstaan wat. De hengst staat er lekker ontspannen bij maar let toch wel op. Na een half uur is ze pas klaar met de eerste hoef en dan gaat ze naar linksachter. Wat haalt ze veel van de hoeven af zeg, zo heeft het paard toch nooit een mooie knieactie? Na linksachter kwam rechtsachter en daarna rechtsvoor. Hierna snijdt ze de staart een flink stuk korter maar aan de manen doet ze niks. “Huh?” denk ik bij mijzelf.

“Waarom doet ze dit? Waarom maakt ze die hoeven zo kort? Waarom brabbelt ze zo’n vaag taaltje? Waarom doet ze er zo lang over? Waarom snijdt ze wel de staart af maar niet de manen? Waarom doet ze dit?”

De hengst loopt weer een stukje weg en gaat daarna liggen. Het ontspant helemaal en het wezen klimt de boom in. Na een kwartiertje gaat de hengst weer met zijn benen bij het lichaam liggen maar het wezen blijft in de boom. Ze is duidelijk bezig met iets en als ik dichterbij kom zie ik ook met wat. Ze maakt de laatste kettingen los van haar lichaam. Ze is er mee klaar en nu staat het paard op. Het wezen loopt weg en als ze terug komt zit haar mond onder het bessensap, ze was wat gaan eten duidelijk. Weer roept ze de hengst bij zich en nu gaat ze de benen helemaal af met haar handen die masserende bewegingen maken. Hij ontspant weer en valt er bij in slaap, staand.

“Waarom doet ze dit? Waarom klimt ze de boom in en doet ze het niet op de grond? Waarom ging ze überhaupt weg? Waarom eet ze bessen? Waarom is ze de benen van de hengst aan het masseren? Waarom doet ze dit?”

Langzaam tikt de tijd voorbij maar ze blijft bezig. Pas na een aantal uren vindt ze duidelijk dat de benen soepel genoeg gemaakt zijn en ze veegt de hengst af met haar handen. Langzaam wordt hij wakker en dan loopt ze weg terwijl ze “Wemo Mikador.” zegt. Ze pakt het mes ook van de grond en neemt het mee. Langzaam verdwijnt ze in het bos en ik besluit achter hen aan te gaan. Na een half uur lopen komt ze in één van de dichtsbegroeide gebieden van het bos aan en daar stopt ze. Ze zegt iets tegen de hengst maar ik kan niet goed verstaan wat. Aan de reactie van het paard is het wel te zien en hij gaat weer opvallend rustig grazen. Zelf klimt ze een boom in en valt in slaap. Eindelijk heb ik eens tijd om haar van dichtbij te bekijken, want als ze wakker is voelt ze mijn aanwezigheid als ik binnen twee meter van haar af ben.

Behalve dat ze dan lichtroze en warmbloedig is ziet ze er best normaal uit. Dat brabbeltaaltje van haar lijkt best ver gevorderd te zijn en ook haar lichaam is zeer geavanceerd zover ik kan zien. Ze draagt een slavenjurk. Iets dat niet meer voorstelt dan een zak met drie gaten tot ongeveer de knieën die vaak omhoog gekoppeld is zodat de slaven fatsoenlijk kunnen lopen. Ook draagt ze iets om haar hals en dit lijkt op een koordje met een stukje metaal eraan dat in een bepaalde vorm gemaakt is. Haar ogen zijn verfijnd en het haar van haar is de kleur bruin waar vele anderen waarschijnlijk trots op zouden zijn, de kleur van een boom. Maar haar leek het niks te doen, terwijl ze zo vredig lag te slapen in hetgeen waarop het haar van haar lijkt. Maar ik voel dat ik haar rust verstoor en maak toch maar afstand. Ze ligt nu toch zo vredig en het is flauw om haar te verstoren terwijl ze zo lang geen fatsoenlijke rust heeft gehad.

“Waarom doet ze dit? Waarom doet zij zoveel moeite? Waarom lijkt zij zo op ons kwa bouw? Waarom blijft die hengst bij haar? Waarom is het haar van haar zo bruin? Waarom voelt zij mij toch constant als ik in de buurt ben? Hoe kan dit stukje metaal zo verwerkt zijn? Hoe kan ze zo het juiste stuk bos vinden zonder te aarzelen? Waarom slaapt zij in een boom? Waarom doet zij dit?”

Het wezen wordt na een uur of 11 wakker van de hengst, deze begint namelijk tegen de boom te trappen. Snel wrijft ze de slapertjes uit haar ogen en komt ze naar beneden om te zien wat de reden is geweest om haar wakker te maken. Ook ik ben er nieuwsgierig naar maar kan het niet vinden. De hengst slingert zijn hoofd naar een bepaalde kant en als het wezen daarheen kijkt zegt ze zachtjes “Wemo Mikador.” en sluipt daarna weg met het paard achter haar aan. Ik ga nog even kijken en ik snap direct waarom ze zo snel en zo geruisloos mogelijk weg probeert te komen. De Razz zijn op zoek naar haar en de hengst. Ik wil achter het wezen aangaan maar ze zijn verdwenen. Ik vind ze pas terug in de avond terwijl ze bezig is met haar hand boven de plekken waar de hengst eerder nog dreigde te houden. Ze maakt lichte bewegingen en de bultjes die daar op de rug zitten lijken wel te verdwijnen.

“Hoe kan dit? Hoe weet die hengst wanneer ze haar moet waarschuwen? Hoe kan ze zo stil wegkomen dat ik haar niet eens meer terug kan vinden? Waarom houdt ze die hand boven de rug van de hengst? Hoe kunnen die bultjes verdwijnen? Hoe kan het dat zij kan toveren? Hoe kan dit?”

Zo gaat ze de alle plekken af en als ze naderhand er weer over wrijft reageert de hengst niet. Ze lacht zachtjes maar toch duidelijk blij en hij briest. Hierna gaat ze rechtop zitten met haar benen over elkaar gevouwen en haar handen op haar knieën. De binnenkant van de handen staan naar boven en ze sluit haar ogen daarbij. Ik probeer weer dichtbij te komen maar dichterbij dan twee meter kom ik niet. Niet dat zij dan stopt met dit maar er lijkt wel een soort van onzichtbare muur te zijn. Het is heel vreemd maar ik vertrek maar weer naar tien meter afstand, dat lijkt mij veiliger.

Na ongeveer vier uur doet ze haar ogen weer open en staat ze op. De hengst kijkt op en komt dravend naar haar toe. Ze aait hem en gaat hem uitgebreid poetsen. Ik kom wat dichterbij en wanneer ik op 5 meter ben voel ik duidelijk hoe sterk zij nu is. Veel sterker dan toen ik tijdens het slapen in d e buurt kon komen. De hengst staat helemaal te suffen en wanneer hij helemaal schoon is en ook de hoeven met het mes zijn schoongemaakt gaat ze weg. Wel heeft ze hem even wakker gemaakt. Na een half uur komt ze weer terug met een gevilde haas. Ze gaat nogmaals zitten en begint dan de hele haas klaar te maken. Van de darmen draait ze touwen en de van de huid haalt ze ook de laatste restjes vlees. De blaas maakt ze leeg maar bewaard ze wel, “wat kan je daar nou mee doen?” vraag ik me af.

“Waarom? Waarom is die hengst zo blij haar te zien? Waarom reageert hij niet meer op de plekken waar hij eerder wel reageerde? Waarom kon ik niet dichterbij dan twee meter? Waarom is zij nu zoveel sterker? Waarom jaagt zij? Waarom?”

Het vlees laat ze liggen en als ze klaar is roept ze het paard en vraagt ze iets. De hengst wijst met zijn hoofd naar de waterpoel en ze zegt: “Oui, guto!” daarna wast ze haar handen en mes bij de waterpoel nadat ze de blaas had omgespoeld en daarna gevuld en afgesloten met een stukje touw. Opeens snap ik waarvoor de blaas is, als waterzak.

Als ze weer terug bij het paard is snijdt ze de huid in een vorm dat het drie maal de grootte van het mes heeft en daarna begint ze gaten in de huid te maken. Als ze daarmee klaar is slaat ze de huid netjes om het mes heen en rijgt ze het met touw aan elkaar. Ook snijdt ze nog een plukje van de staart af en doet ze die om haar middel terwijl ze het met het laatste stukje touw een lusje maakt en die om de riem (stukje paardenstaart) doet. Dan fluit ze de hengst weer op en als stuurt ze hem los haar, wanneer hij loskomt pakt ze de manen en zit ze erop. Hij zoekt een nieuwe schuilplaats die voor beide goed genoeg is en zij ligt zo op hem dat ze nauwelijks te zien is. De hengst zoekt stappend, töltend en soms galopperend een hele tijd. Pas na anderhalf uur besluit hij dat waar hij nu is een goede plek is. Diep in het bos maar toch niet heel dicht op de plaats zelf met voldoende gras en bessenstruiken met bessen. Er kabbelde ook een riviertje maar er stonden ook genoeg bomen om in te kunnen verstoppen voor het wezen.

De hengst graasde nu wat uitbundiger maar zij zegt er niks van. Duidelijk mocht het van haar. Na een tijdje ging ze opnieuw weg en kwam ze terug met een zeer grote haas met een gescheurde schedel. Hij was al een paar uur oud dat kon je zien dus zij had deze keer niet echt hoeven jagen. Ze maakte hem bij het kabbelende riviertje schoon en daar ging ook al het vlees in. Weer maakte ze van de darmen touw en bewaarde ze de blaas maar ook deze keer was het niet duidelijk wat ze ermee ging doen want ze had nu toch al een waterfles? De huid maakt ze daarna helemaal schoon ook de restjes vlees die hier vanaf komen gooit ze in de rivier. Die huid ziet er heel gaaf uit nog maar ze doet er niks mee. Ze rolt hem op en knoopt hem met de pootjes dicht en daarna gaat ze bij de bomen kijken hoe buigzaam de takken zijn. Na een tijdje lijkt ze te vinden wat voor tak ze zocht en ze snijdt die eraf. Ze knoopt de ene kant van het touw aan één van de kanten van de tak en daarna buigt ze de tak een stukje en bindt ze aan de andere kant de andere kant van het touw. Het was een bijzonder ding geworden maar zij legt het neer en loopt naar een boomsoort waarvan het bekend is dat die ze onbuigzame en zeer sterke takken heeft. Hoewel zij dat niet kon weten had ze het misschien al met het zoeken van de juiste tak voor dat ding dit al ontdekt. Ze snijdt er een paar takken van vooraan 2 cm dik en achteraan 1 cm dik af en daarna loopt ze terug naar het ding dat ik een boog noem. Daar ging ze scherpe punten in de dikke kant snijden van de takken in een soort V die op zijn kop staat en maakt ze de rest netjes glad. Ze zet ze in de boog en schiet er een paar keer mee en snijdt ze nog wat bij. Dan vindt ze het goed genoeg en gaat ze een boom in met de huis en de boog met die pijlen. Daar valt ze in slaap en deze keer hoeft de hengst haar niet wakker te maken want na 13 uur wordt ze vanzelf wakker. Nadat ze zich uit heeft gerekt klimt ze met haar spullen weer de boom uit en gaat een uitgebreid ontbijt hebben. Ze vindt de bessen duidelijk lekker want ze eet er een heleboel van. Van de huid van de haas besluit ze een buidel te maken waar ze nog wat bessen in kan doen en na enig prutswerk lukt dit ook zonder touw. Het zag er leuk uit.

“Hoe kan dit? Hoe weet zij hoe dit moet? Hoe kan zij zo overleven? Hoe kan zij zulke wapens maken? Hoe kan ze zulke plaatsen vinden? Hoe kan dit?”
Laatst bijgewerkt door Mireille op 13-07-07 14:48, in het totaal 1 keer bewerkt
Reden: [verhaal] > [VER]

gerlienke
Berichten: 1613
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 26-03-06 12:30

leuk verhaal;)ben benieuwd naar het volgende stuk.

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 26-03-06 20:17

Leuk dat jij weer van de partij bent. Jammer hè dat "The pretender" afgelopen is. Hier het volgende stukje. Kom officieel nog 25 woorden te kort, ik weet het.

Citaat:
Ze gaat weer in die vreemde houding zitten en weer zit ze een paar uur stil. Ik raak gewend aan haar stilheid en ik probeer gewoon opnieuw of ik in de buurt kan komen. Weer kan het niet. Ze doet haar ogen open en zegt: “Mahzo ripa codoron, lasa fidus arbro!” tegen mij. Ik weet niet wat het betekend maar wat ik zeker weet is dat het inderdaad tegen mij is want daarna steekt ze een hand naar mij uit en duwt me met een windvlaag weg.

“Hoe kan dit? Hoe kan zij mij zien? Hoe weet zij waar ik ben? Hoe kan zij mij wegduwen? Hoe weet zij dat ik überhaupt besta? Hoe kan dit?

De hengst loopt naar haar toe en ze fluistert iets in zijn oor. De hengst kijkt blij maar gaat gewoon weer grazen. Het wezen klimt weer in een boom maar springt er na een half uur uit. Snel pakt ze alle spullen en roept ze: “Mikador!” en de hengst komt aan draven. Hij stopt naast haar en ze springt er snel op. “Dor omia huias!” En de hengst stuift weg met haar. Hij galoppeerd en tölt het hele eind en al snel begrijp ik waar ze heen gaan, de rand van het bos. De reden weet ik nog niet maar de tocht duurt best lang. De hengst is moe na vier uur en mag een tijdje rustig tölten maar na een half uurtje gaat hij uit zichzelf weer vlugger tölten en vervolgenen zij hun reis. Na nog anderhalf tölten komen ze bij de bosrand aan en wat ik dan zie is ongelofelijk, de stalling jaagt zijn paarden weg en sluit de hekken. Snel daarna rijden ze zelf weg. Het wezen stapt van de hengst af en deze drijft snel en behendig alle paarden bij elkaar. Dan lijkt ze in de verte wat te horen en ook de hengst kijkt op...

“Wat hoort zij? Hoe wist zij dit? Waarom doet de hengst dit voor haar? Wat hoort de hengst? Waarom houdt de hengst de paarden bij elkaar? Waarom lijken de hengst en het wezen elkaar aan te voelen? Wat hoort zij toch?”

Al snel zie ik wat er te horen is. Eerst zie ik silhouetten van paarden en wanneer ze dichterbij komen is het te zien dat het paarden zijn met ruiters, allemaal in traditionele vechtkleding maar de paarden lopen zonder zadel of hoofdstel. Het wezen springt op, pakt haar boog en doet de paardenriem weer om. Snel roept ze de hengst en rijd een flink stuk voor de kudde terwijl de hengst duidelijk hinnikt. De kudde blijft na een aarzelende stap stil staan. Ze heeft de boog in de aanslag maar de ruiters minderen vaart zonder naar de wapens te grijpen.

Langzaam laat ze de boog zakken want ook zij ziet nu dat de paarden dit in vrijheid doen en volgens mij heeft ze door dat de reden dat de ruiters niet naar hun wapens grijpen ook is dat het wezen de hengst in alle vrijheid berijd. De ruiters staan nu stil en de leider zegt dat ze het wapen neer moet leggen, echter doet ze dit niet. “Quat Damar?” zegt ze niet begrijpend. Wel laat ze de boog nu op haar benen rusten. “Laat je wapen op de grond zakken!” zegt de leider nu duidelijker en minder vriendelijk. “Notzir avor putsha!” zegt ze wanhopig. Meerdere achter de leider pakken naar hun wapen en zij ziet dit. Direct laat ze de boog vallen en pakt haar mes. Direct stormen de ruiters naar voren en ze hebben haar in een oogwenk overmeesterd. Hoe precies dat kan ik niet zien. Het enige wat ik kan zien is het mes op de grond met een beetje bloed eraan.

“Hoe kan dit? Het ontembare wezen wordt in zeer korte tijd overmeesterd. Het mes draagt bloed, maar van wie? Hoe kan dit?

Een ruiter parkeert zich tegen de achterkant van de hengst aan en doet iets in de nek van het wezen, wat is niet te zien maar het wezen zakt direct in elkaar en hij laat direct zijn paard daarna wegspringen. Een fractie van een seconde later trapt de hengst maar gelukkig mist hij. Hij begint te steigeren en ik zie dat ze hem een soort halster om hebben gedaan van touw. Hij stopt al snel met steigeren maar je ziet aan hem dat als je te dichtbij komt of niet goed op let dat hij dan direct weer in de aanval gaat. Het wezen wordt door een ruiter te paard onder de arm- en knieholtes vastgehouden en een aantal anderen jagen de paarden bij elkaar. Al snel lopen alle Akhal-Teke’s netjes mee met de groep en ze gaan weer verder.

De hengst tölt meestal en dit vind ik vreemd, het paard is namelijk 1.55 waarschijnlijk maar toch een koudbloedbouw en er zijn zover ik weet geen koudbloedpaarden van die grootte die tölten. Ook sommige ruiters valt het op dat hij anders loopt dan hun paarden maar na enkele woorden te hebben gewisseld met de rest laten ze het zo. Het wezen blijft doodstil liggen, “Wat hebben ze met haar gedaan?” vraag ik me af. De ruiters houden er een stevig tempo in en ik zie de omgeving veranderen terwijl ze doorgaan. Aan het begin was de omgeving erg groen, daarna een stukje zilvergouden woestijn en nu zijn we een berg aan het op gaan. De reis heeft nu al 5 uur geduurd en ze besluiten een pauze in te lassen. Ze springen van hun paarden af en de ruiter met het wezen wordt geholpen met eraf gaan. De hengst wordt aan een boom vastgebonden. Sommige vinden dat dit te gevaarlijk is maar toch worden ze overtuigd door de rest dat deze hengst nog te ontoerekeningsvatbaar is om los te laten lopen zolang zijn baasje (volgens hen) nog verdooft is voor onderzoek. Er wordt een tent opgezet en al snel brengen ze het wezen erin, de hengst verdrietig achterlatend.

“Waarom? Waarom hebben ze haar verdoofd? Waarom liep de hengst toch zo goed mee? Waarom is het gevaarlijk om de hengst vast te binden? Waarom wordt er een tent opgezet? Waarom brengen ze daar het wezen in? Waarom reizen ze zover? Waarom?”

Na enige tijd wordt het wezen weer naar buiten gebracht maar nu heeft ze fatsoenlijke paardrijkleding aan. Dus gewoon een broek en t-shirt en nog wat van die dingen. De spullen van haar komen ook weer tevoorschijn uit de tent. Na nog eens een uur worden alle spullen weer netjes opgeborgen en gaan de ruiters weer te paard. Ook de hengst wordt losgemaakt en het wezen wordt weer bij dezelfde ruiter op schoot gedropt. Ze lijkt nu meer ontspannen dan eerst hoewel dat onmogelijk zou moeten zijn aangezien ze verdoofd is. We trekken weer verder en hoewel ik het wel verwacht had gaan we toch niet rechtstreeks de berg over. Na een uur gaan we namelijk een zijpad in en na nog eens een uur op allerlei smalle paden te hebben gereden komen we aan in een soort van vallei die voor paarden een paradijs moet zijn. Er staat echter wel een groot hek voor maar dat openen de ruiters. Ze jagen alle paarden erin en daarna rijden ze er ook zelf in en sluiten dan het hek en stappen af. Het wezen wordt van de ruiter overgenomen door een ruiter op de grond en dan stapt ook de ruiter die het wezen gedragen heeft af. Iemand anders blijft haar dragen en draagt haar een grot binnen. Als ik daar binnen kom dan zie ik hoe geavanceerd deze grot eigenlijk is. Het is een soort laboratorium en ze nemen onder andere bloed van haar af. Ook helen ze een wondje aan haar hand. “Hoe komt dat wondje daar?” vraagt één van de onderzoekers. “Door het mes dat ze meedroeg Leo, toen ze ermee ging dreigen hebben we haar overmeesterd maar daarbij gleed het mes per ongeluk langs haar hand en veroorzaakte het.” Zegt de ruiter die haar steeds getild heeft. “Duidelijk uitlegt Amai, jij bent trouwens echt dol op haar hè?” zegt een ander. “Ze heeft gewoon superveel uitstraling, en die hengst van haar trouwens ook.” Antwoordt Amai terug. “Stilte a.u.b.” zegt een onderzoeker op de achtergrond. “Ik wil me kunnen concentreren.” Amai, Leo en die andere lopen naar buiten maar ik blijf nog even hier. Het ziet er zo bijzonder uit, ik wist niet dat dit er allemaal al was. “Zouden dit soms die mensen uit de toekomst zijn waar de kranten het over hadden?” vroeg ik bij mijzelf.

“Waarom? Waarom hebben ze haar kleding veranderd? Waarom gingen ze niet over de berg heen? Waarom hebben ze voor deze vallei gekozen? Waarom hebben ze dingen in grotten? Waarom hebben ze een laboratorium? Waarom zijn ze geïnteresseerd in dat wezen? Waarom is de techniek zo geavanceerd? Waarom volg ik hen eigenlijk? Waarom?”

gerlienke
Berichten: 1613
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 27-03-06 18:04

weer een goed stuk , idd jammer dat The Pretender is afgelopen, maar de film komt nog op tv dus:D, ben benieuwd wat voor onderzoeken ze naar het wezen gaan doen;)

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 30-03-06 07:55

Welke film? Die heb ik gemist. Hier weer een nieuw stukje, tips altijd welkom.

Citaat:
Na een paar minuten ga ik ook naar buiten want wat hebben ze eigenlijk met de hengst gedaan? Ik kan hem niet vinden in de vallei en Amai, Leo en die andere zijn ook verdwenen. Ik blijf maar gewoon bij een ander groepje mensen hangen en al snel hoor ik waar de hengst is. In één van de cellen. De man die het meest aan het woord is wordt na een half uur toch maar afgekapt door een ander die zegt: “Kunnen we nu eindelijk eens kijken of hij wel de moeite waard is Aron? We hoeven niet nog meer te weten over jouw paarden, we willen alleen weten hoe die hengst is. Hoe zullen we die hengst trouwens noemen?” “Ieron, zo zal de hengst heten. En oké, ik stop wel met praten over mijn hengst en we gaan er naartoe. Zoals jij zo graag wilt Geeron.” Ze lopen naar een grot toe en al snel hoor ik wat geluiden. “Wie doet dit?” vraagt Geeron. “Die hengst, hij probeert al de gehele tijd dat hij daar staat de cel te slopen,” zegt Aron en hij voegt er door de verschikte gezichten dit aan toe “maar het lukt hem nog niet hoor.” “Inderdaad, nog niet. Maar wanneer kunnen we het wel verwachten?” vraagt een ander die net het engste gezicht trok. “Rustig Firan, nooit. De hengst zijn aanvallen worden al minder krachtig.” en Firan lijkt opgelucht. “Laten we doorlopen.” Dat is Geeron weer. Nadat we de grot binnen zijn gekomen zie ik dat dit echt 100% cel is. Na één meter staat er een hek en Aron toetst een cijfercombi in op het alarmsysteem. We kunnen dan door het eerste hek en daarna worden we gescreend. Ze merken een extra energiebron op maar denken gelukkig dat het een storing is in dat ding. Anders was ik er gloeiend bij geweest.

“Hoe kan dit? Hoe kunnen Amai enzo verdwenen zijn? Hoe kan de hengst gevangen zijn in een cel? Hoe kan het dat ze gewoon besluiten dat de hengst Ieron heet? Hoe kan het dat Firan zo bang is? Hoe kan het dat ik opgemerkt werd bij het screenen? Hoe kan dit?

We lopen weer verder. Het is een ingewikkeld gangenstelsel maar na 10 minuten lopen komen we alsnog bij de hengst aan. “Iii-eeron.” Roept Aron. Het klonk echt belachelijk en de hengst dacht er blijkbaar hetzelfde over want hij haalde flink uit met zijn achterbenen. Aron mocht blij zijn dat er nog een muur tussen zat met af en toe spijlen van 5 cm dik en 5 cm uit elkaar. De hengst trapt nog een paar keer maar stopt dan weer. Bij Firan loopt echter het zweet in straaltjes van zijn voorhoofd af. “Gaat het wel Firan?” vraagt Geeron. “Nnnee. Mmag ik wwwweg?” “dismissed.” Antwoordt Aron. En Firan rent weg. “Ik vind hem eigenlijk wel schattig.” Zegt Geeron later nog tegen Aron. “Maar jij bent ook vreemd. En je hebt concurentie, Amai vindt hem (en haar) ook top.” Ik besluit terug te gaan.

Na enig ronddwalen omdat ik de weg niet heb kunnen vinden beland ik uiteindelijk weer bij de poort. Uiteraard kan ik er gewoon doorheen maar wanneer ik dit doe gaat opeens het alarm af. Snel ga ik verder en daarna ga ik boven in de vallei zitten op een uitsteeksel. Het alarm heeft erg veel effect. Overal zie ik mensen vandaan komen en er wordt druk geroepen hoe en waar de opstelling moet zijn. Ook de wapens komen te voorschijn en nu zie ik waar ik al bang voor was. Deze wapens bestaan nog niet in deze tijd.

“Hoe kan dit? Hoe kan Aron zo’n reactie oproepen bij de hengst? Hoe kan het dat Firan zo bang is? Hoe kan het dat Aron al weet dat Amai het koppel ook top vindt? Hoe kan het dat het alarm af ging? Hoe kan het dat ze uit de toekomst komen? Hoe kan dit?”

Er worden ook scanners tevoorschijn gehaald en na enig scannen zie ik dat ze richting mij scannen en ik besluit er tussenuit te gaan. Het wordt te gevaarlijk. Toch wil ik terugkomen want ik wil antwoord op mijn vragen. Op mijn vele vragen die ik stel.

Na enkele dagen keer ik terug. Wat ik in de tussentijd heb gedaan hoeft niemand te weten, daarvoor kent niemand mij goed genoeg. De angst die daarin schuilt, voelt door te de botten. Tot de botten van mensen van vlees en bloed. Mijn lichaam en geest, deze zijn anders dan de rest. De angst en pijn die mijn lichaam en geest hebben moeten doormaken zal niemand, maar dan ook echt niemand kunnen begrijpen. Laten we zeggen, ook mij heeft het neergehaald en ook ik ben niet volledig terug gekomen. Echter wel volledig genoeg om hier te zijn, maar niet volledig genoeg om voor altijd terug te keren. Ieders leven is hier te kort voor en daarvoor heb ik geprobeerd mij te beschermen. Dit is maar deels gelukt en dus... leef ik maar deels door.

De vallei ziet er van een afstand heel anders uit dan eerst. Nog steeds zijn ze constant op hun hoede. Ik weet dat ik eigenlijk afstand zou moeten houden maar het wezen en de hengst trekken aan mij. Ik besluit wel geen grotten in te gaan maar gelukkig is er ook genoeg te bekijken en te horen buiten de grotten. Ik sluit me geruisloos bij een groepje aan en dan hoor ik dat ze erachter zijn wat het alarm heeft af laten gaan. De energiebron die eerder genegeerd werd door Aron enzo. Wat de energiebron is zijn ze nog niet achter. Ze hebben besloten alle alarmen op scherp te zetten en zo willen ze het uitzoeken. Ze weten uiteraard niet dat ik daar nu ook van weet en dus nu zeker weten niet meer de grotten in zal gaan. Opeens hoor ik Amai die zich druk over iets maakt, dus ik ga naar hem toe. Dan zie ik het wezen weer, ze is woest en er ligt een flinke druk om haar heen om, voor haar de vijand, de mensen op afstand te houden en te zorgen dat ze niet raak schieten. Het valt me op hoe sterk ze hier weer toont maar ik besluit deze keer in haar te gaan, want haar echte verdediging is te zwak om me daarvoor te stoppen. Vanaf nu vertelt zij dus wat er gebeurd...

De pijn in mijn lichaam wordt erger. Waarom moeten ze precies mij hebben? Was ik eindelijk vrij... Ik probeer nog wat tegen te houden maar langzaam zak ik door de knieën. Toch heb ik nog niet opgegeven want ze mogen nog steeds niet in de buurt komen. Een schot in mijn nek maakt er een eind aan. Ik voel hem optrekken en dan stort ik in, ik heb verloren. Opnieuw...

Wanneer ik wakker word ben ik niet in mijn cel, maar waar ik wel ben is voor mij een raadsel want ik ben geblinddoekt. Ik hoor die rare taal weer om mij heen en probeer te bewegen. Dan merk ik dat ik vastgebonden ben. Ik begin direct te vechten ertegen maar ik zit erg goed vast en ontsnappen zal dus niet lukken. De stemmen blijven maar worden wel zachter. Toch duurt het nog minstens een uur voordat ik weer een beetje kalmeer. De stemmen boezemen mij angst in sinds ik nu al voor de 2e keer neergeschoten ben. De eerste keer waren beide stralen in één keer op de juiste plaats raak, de tweede keer deden ze er veel langer over. Ik heb het overleefd, maar er is op die momenten ook een stukje van mij gestorven. Want ik kan niet tegen mezelf niet zijn. Ik moet mijzelf onder controle mogen houden en in ieder geval nooit door een ander onder controle gehouden worden. Dit gebeurd wel als ik neergeschoten of verdoofd wordt, en daarom zijn er stukjes gestorven. Of die stukjes terug tot leven komen is maar de vraag.

Na nog een uur begin ik helemaal te kalmeren. Het monotone geluid van praten op de achtergrond maakt dat ik enigszins versuft raak. Opeens stopt het praten en lopen twee wezen zo te horen, naar mij toe. Direct ben ik klaar wakker en begin ik weer met vechten. Dit hadden ze duidelijk niet verwacht en nu besluiten gewoon te blijven staan. Hun ademhaling niet hoorbaar. Dit was stom, want ik voel ze nog wel. Hun aura komt tegen het mijne en daardoor weet ik dat ze er nog staan en wakkeren zij mij aan. Uiteindelijk loopt er ééntje weg en dan hoor ik de vriendelijke man. Hoe hij heet weet ik nog steeds niet maar het is niet te missen dat hij mij aardig vindt. Hij loopt naar mij toe met zijn vreemde gang, hij loopt namelijk licht mank en als je goed luistert is dat te horen. Als hij bij mij staat begint hij tegen mij te praten met zachte klanken. Eerst wil ik er doorheen vechten maar al snel besluit ik me bij hem neer te leggen. Hij verslaat mij op de enige manier die ik goed vind. Met vriendelijke woorden en zonder geweld.

gerlienke
Berichten: 1613
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 30-03-06 13:51

weer een goed stuk;)mischien kun je iets vertellen over de personen die uit de toekomst zijn gekomen, hoe ze eruitzien en welke reden. Dit zijn gewoon wat tips hoor en is niet bedoeld als kritiek;). De film van The Pretender komt morgenavond op tv, dus je hebt nikd gemist:)

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 03-04-06 20:52

2235 woorden. Mijn moeder heeft het voor mij opgenomen. Dus het kijken moet het lukken. hier het stuk.
Citaat:
Ik hoor wat geroezemoes en dan wordt er iets op mijn voorhoofd gelegd met grote zorg. Ik schud een beetje met mijn hoofd maar het blijft stevig zitten. Ik ben nieuwsgierig wat het is maar toch blijf ik rustig. Ik heb de vriendelijke man nog niet weg horen gaan. Ik hoor iemand “Amai!” roepen en die vriendelijke man antwoord. Zou hij Amai heten? Ik gok het erop. Dan voel ik dat ik beweeg. Nou ja, dat ik word bewogen door iets of iemand. Ik word er ontzettend draaierig van maar ach, ik hoef toch niks te doen. Zelfs door de blinddoek heen zie ik dat het lichter wordt en ik verwacht dat ik naar buiten ben gebracht. Zeker weten doe ik het echter niet. Dan voel ik een klein pijnscheutje in mijn arm waarvan ik zeker weet dat dit door een naald komt. Ik probeer me te verzetten maar ik voel me moe worden en al snel zak ik weg.Het

Wanneer ik wakker word is de blinddoek weg maar mijn oogleden lijken veel zwaarder dan eerst te zijn. Elke keer als ik ze probeer te openen vallen ze weer dicht. Armen en benen bewegen lijkt een onmogelijke klus.

Hoe kan zoiets? Wat hebben ze met mij gedaan? Is die Amai wel betrouwbaar, of niet? Zal ik doorgaan met vechten, of niet? Ik weet het niet, dus tijdelijk niet.

Omdat ik niet meer dingen probeer val ik al snel weer in slaap en de volgende keer is het licht. Mijn ogen gaan veel makkelijker open maar toch denk ik terug aan de dingen die ik mij gisteravond af vroeg en opeens schiet er weer een ding wat mijn moeder altijd tegen mij zei door mijn gedachte. “Ben je in gevaar, vecht zo min mogelijk. Spaar je krachten en observeer, ontdek de zwakke plekken van je vijand en probeer daardoor te ontsnappen.” Ik besluit volledig te gehoorzamen aan wat mijn moeder eerst zei. Want na haar dood bleken vele dingen die zij zei toch heel belangrijk te zijn voor mij. Nu is dat 3 jaar geleden. Ik kom weer bij het heden en probeer mijn armen en benen te bewegen. Dit gaat nog niet maar al snel staak ik de poging omdat ik iets hoor. Voetstappen! Geen enkele onregelmatigheid en dus weinig kans dat Amai erbij is. Ik probeer mijn hoofd te draaien in de richting van het geluid en met veel moeite lukt het. “Spaar je krachten en observeer...” dus ik kijk naar het geluid en als snel de mannen. Ik weet dat ze een kop groter zijn dan de gemiddelde man en koudbloedig met een groen-paarsige schrubben als huid. Ik kijk heel goed en zie dat ze allemaal felblauwe ogen hebben, oren die fiks in een punt lopen maar redelijk kort zijn, ze zijn kaal en dragen allemaal bruine broeken met bruine T-shirts die er legerachtig eruit zien. 2 dragen ook zo’n laserpistool bij zich. Dan begin ik de bewegingen te observeren. De mannen lopen ritmisch met even grote stappen, dezelfde armbewegingen en ze lijken in lengte allemaal even lang. Dit valt echt op nu ik zo er naar kijk. Hun handen zijn net als die van mensen alleen dan hebben ze langere nagels die gifgroen zijn en een zesde vinger. Ook zijn ze een stukje groter dan de gemiddelde mensenhand zover ik weet. De mannen komen steeds dichterbij en opeens bekruipt een angst me: “Wat als ze me zo weer pijn zullen doen? Nu kan ik me helemaal niet verdedigen.” “Vecht zo min mogelijk. Spaar je krachten...” ik probeer mijn ademhaling onder controle te krijgen en de mannen staan nu bij mij.

Ik lig op een soort bed ofzo, rond 50 cm van de grond schat ik maar het is erg slecht te schatten en ik ben er ook nog eens niet goed in door een afwijking aan mijn ogen. Één van de mannen haalt het ding van mijn voorhoofd af en dan begint hij rustig mijn voorhoofd te masseren met zijn vingers. Al snel voel ik me heel loom worden en begin helemaal te ontspannen. Vaag zie ik hoe de andere drie mannen dingen tevoorschijn halen maar het interesseert me niet. Zo ontspannen als ik ben kwam voor het laatst ongeveer 4 jaar geleden voor. Mijn moeder nam me mee naar een vrouwelijke masseur omdat ik heel gespannen was de laatste tijd. Die vrouw vroeg niks behalve dan om ik mij vest uit wilde doen en of ik wilde gaan liggen op mij rug. Binnen no time was ik ontspannen door de dingen die ze met haar handen op mijn hoofd, nek en schouders deed. “Mama, ik mis je zo...” zeg ik fluisterend. Maar niemand reageert erop. Na een tijdje zak ik nog verder weg. Ik ga naar mijn een wereld die ik normaal alleen in mijn dromen zie sinds ik hier ben. Ik zie mijn moeder, in de wereld waarop ik geboren ben. Ik ben hier nog een klein meisje en mijn moeder leest me “Aranga van de mythes” voor. Dat deed ze vroeger altijd en ik ken de verhalen helemaal, ik kan ze zo uit mijn hoofd vertellen. “Mama? Als er iets met jou gebeurt, waar kan ik je dan weer terugvinden?” “Door naar boven te kijken mijn meisje, naar boven naar de sterren. Op een keer, mijn kleine Iris, zal je uitvinden welke ster bij mij hoort en welke bij jou. Ik hoop echter dat dit nog lang zal duren.” “Hoe bedoel je?” “De ster zal je pas vinden als de persoon gestorven is, daarom hoop ik dat het nog lang zal duren.” “ Maar natuurlijk mam, jij zal bij mij blijven tot ik groot ben. Of niet soms?” zeg ik daar met een vrolijk maar bezorgt gezicht. “Ik zal mijn uiterste best doen. Dat beloof ik.” Antwoordt mijn moeder. En daarvan heeft ze geen woord gelogen, het was alleen niet goed genoeg. Want toen ik 10 was knapte haar levensdraad. Toen moest ik zonder haar verder leven. Zonder ouders, want mijn vader was al gestorven voordat ik geboren was.

Langzaam kom ik weer bij positieven. De mannen zijn verdwenen en het plaatje op mijn voorhoofd ligt weer terug. Het is zo vreemd om terug in de tijd te gaan met je gedachten, ik weet niet meer wat waar is en wat niet. Er is niets veranderd behalve dat mijn gedachten geordend zijn, en dat heb ik zelf gedaan. Heb ik de massage van die man en de dingen van de andere mannen gewoon gedroomd? Of zit er toch meer achter...

Het stil liggen begint ernstig saai te worden. Maar alsnog kan ik alleen mijn hoofd bewegen. Uren sluipen voorbij en ik begin zachtjes kinderliedjes te zingen. Zoals: ’s Avonds als de maan schijnt; zagen wiede, wiede wagen; er is een kinneke geboren op aard; en nog vele anderen. Niemand lijkt ze te horen en langzaam aan helpt dit mij te ontspannen en zingend val ik in slaap. Nogmaals droom ik over mijn moeder maar deze keer vaag, ze probeert me niks duidelijk te maken deze keer.

Ik schrik wakker. Wat gebeurt er? Schreeuwende wezens, alarm, een gevaarlijk klinkend gerommel. Het plaatje wordt van mijn voorhoofd gehaald me een snelle beweging en ze zetten iets in mijn nek dat mij prikt. Hierna kan ik me bewegen maar het wezen dat dit deed rent direct weg van het geluid. Ik volg hem in verband met dat het geluid heel erg gevaarlijk klinkt. Na een stuk rennen zie ik een uitstekend steen met daarvoor een kuiltje te laat, ik struikel en heb niet meer de mogelijkheid om op te staan door een verschrikkelijke pijn in mijn been, het voelt alsof het gebroken is en met een snelle screen bevestig ik dat. Het geluid komt steeds dichterbij en ik sleep mezelf naar een holte in de wand van de grot. Ik hoop dat het “gevaar” me niet ontdekt en me dus met rust laat zodat ik mezelf kan genezen. Of dit gaat lukken weet ik nog niet maar het geluid klinkt nu erg dichtbij hoewel het lastig in te schatten is door de echo’s van de grot. Opeens zie ik wat het gevaar is. Een aantal wezens die er minder beschaafd uit zien als dat ik tot nu toe tegen gekomen ben. Ik probeer me nog kleiner te maken in de holte en ze rennen voorbij. Er moeten nog een paar kleinere langs maar dan gaat het fout...

Één van de kleinere struikelt over hetzelfde steen als ik dat heb gedaan. Ze gilt van pijn en direct kijken een aantal grote wezens om en twee rennen terug naar haar. Ze zeggen iets tegen haar en ze stopt met gillen. Ze zeiden iets tegen haar en al snel bleek de schade mee te vallen want als ze opstaat mankt ze alleen een beetje. Toch lopen ze naar de kant en dan naar de holte waarin ik mij schuil houd.

Ik probeer weg te kruipen, maar door mijn been gaat een stekende pijn. Verder kan ik niet, maar ze komen steeds dichterbij. Hoewel ze maar licht mankt zie ik dat ze een doorbijtertje is want in haar gezicht is met iedere stap de pijn te lezen. Nog een paar stappen en ze zullen me zie, mijn been kan ik zo snel niet genezen want dat is zeer moeilijk bij een breuk. Twee stappen, één stap, mijn voorstelling klopte. De grote zagen me en direct trekken ze hun messen en gaan tussen het meisje en mij in staan. Ik houd mijn handen voor me als verdediging, maar ook als teken dat ik ongewapend ben. Opeens hoor ik opnieuw het geluid van een groep wezens rennend hierheen. Ik kijk met nog bangere ogen dan eerst maar de wezens zien het niet. Ook zij kijken om en wanneer de groep langs komt blijven er nog 2 grote staan. Ze zien er nog indrukwekkender uit dan de andere 2 en ik probeer nog verder te gaan maar dat lukt niet en door de beweging die ik maak voel ik een ontzettende pijnschuit door mijn been gaan. De tranen springen in mijn ogen van pijn en mijn gezicht vertrekt helemaal. Ook voor de wezens valt dit op, ze kijken me diep in mijn ogen en daarna gaat één van de twee met zijn hand boven mijn lijf net als ik dat doe met een screen. Het verbaast me maar ik kan voelen dat het hetzelfde is door de warmte in mijn lijf waar hij dit doet. Ik wijs naar mijn gebroken been en hij screent het been direct. Ik voel dat de heelingstechnieken van hem al veel verder zijn dan die van mij. Ik voel het namelijk helen en dit gebeurt bij mij niet zo snel als iets gebroken is. Uiteindelijk duurt het 3 minuten en als hij zijn hand weg haalt dan probeer ik voorzichtig mijn been te buigen. Het doet helemaal geen pijn meer. Ik sluit mijn ogen terwijl ik naar beneden ga met de rustige knik als bedank.

Wanneer ik met mijn hoofd weer naar boven ga tijdens de knik open ik mijn ogen en direct merk ik dat ik met het ogen sluiten een grote fout heb gemaakt. De 2 indrukwekkendere wezens grijpen direct mijn armen en binden ze met touw achter mijn rug vast. Ik probeer terug te vechten maar het lukt niet, allemachtig wat zijn deze wezens sterk. Ze hebben echt geen moeite met in bedwang houden en proberen mijn te dwingen rechtop te staan. Ik weiger dit echter en dan tilt één van de twee me zonder moeite op en houdt me stevig vast. Ik kan geen kant op en stop met vechten. De hele groep loopt stevig door en dan zie ik de vallei weer.

“Waarom zie ik zoiets nooit als ik niet gevangen ben? Waar is Mikador? Waar zijn de rest van de paarden? Waar zijn al die wezens die mij als tweede vingen? Waarom zijn ze vertrokken? Hoe kan het dat deze wezens zo sterk zijn en kunnen helen? Hoe is dit mogelijk?”

Langzaam word ik op mijn voeten gezet. Deze keer blijf ik gewoon staan en het wezen kijkt rustig rond. Het was wel vreemd dat ze nog niks aan het manke meisje hebben gedaan want zelf probeert ze het wel maar het lijkt niet te werken. Toch weet ik vrij zeker dat het geen botbreuk is. Na een paar minuten op de grote buitenplaats te zijn geweest werd ik naar een kleine grot gebracht. Het meisje dat mankt moet duidelijk op mij letten maar mijn armen worden losgemaakt. Ze is zwaar aan het proberen te helen en het valt haar niet eens op als ik dichterbij kom. Pas als ik mijn hand ertussen steek om te helpen schrikt ze een beetje. Het blijkt enkel een kneuzing in de enkel te zijn en het verbaast me dat ze het niet kon helen. Ze knikt langzaam maar met mijn ogen open. Ik doe het opnieuw met mijn ogen langzaam sluitend en wanneer ik ze open doe zie ik iets erg vreemds. Ook zij probeert mijn armen op de rug vast te binden. Direct haal ik uit om haar op afstand te krijgen en ze geeft een heel kort hoog gilletje. Direct komen die twee grote wezens kijken maar ik duik direct dieper de grot in zover dat mogelijk is. Ik schrik zelf ook van dat gilletje. Het mankje zegt wat tegen die groten en ze vertrekken weer. Mankje kijkt me met onderzoekende ogen aan en ik besluit observerend terug te kijken. Het valt me op dat ze alsnog groter is dan ik maar eerder heb ik al gezien dat ze minstens drie koppen kleiner is dan de groten. Ze heeft een lichte blauwgroenige huid en de kleuren die ze draagt zijn zwart net als die van de rest. Haar ogen zijn puntig naar beide kanten en zeer donkerbruin/zwart. Deze wezens hebben wel haar alleen superblond. Het is echt opvallend hoe blond ze zijn en het steekt ook ontzettend af. Opeens horen we iets en wenden ons allebei naar de uitgang.

gerlienke
Berichten: 1613
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 05-04-06 12:53

weer een goed stuk;)het is wel leuk dat je alles uit de ogen van het wezen zelf ziet en dat je nu ook hebt beschreven hoe ze eruit zien;).de film heb ik alleen het laatste deel gekeken, helaas.

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 06-04-06 16:41

Niemand anders dan gerlienke? Ben bezig aan een nieuw stuk. Tips zijn zeer welkom. Anders wordt het maar weer een privéverhaal voor Gerlienke. Heeft ze al eerder gehad van mij.

kiimmie
Berichten: 83
Geregistreerd: 18-12-05
Woonplaats: Son

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 06-04-06 18:50

ik vind het een heel leuk verhaal... in het begin vond ik het een beetje langdradig omdat ik het niet helemaal snapte wat de ik nou was... maar nu is het ongeveer wel duidelijk.. en ik vind het egt een goed verhaal! je houd er ook egt de spanning in en ga vooral door!!!!!

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 07-04-06 20:19

Hier weer een nieuw stuk. Vind het zelf niet supersterk maar het is een beetje lastig stuk geweest om te schrijven. Ik heb besloten om er titels in toe te voegen. 1558 woorden.

Citaat:
Matar, Matar. Ira voetza Moua.
Twee kleintjes komen binnenrennen en roepen “Matar, Matar. Ira voetza Moua.” Ze klinken een beetje bang en ook Mankje kijkt verschrikt. “Korat, Kivar, chie furi sudno!” En direct rennen de kinderen weg. Binnen een minuut komen die twee groten twee en ik duik in de verste hoek van de grot. Ze lopen door en op zo’n manier dat ik niet kan ontsnappen of naar een andere hoek kan rennen om verder weg van ze te komen. Ik ben heel bang maar ze binden gewoon in een paar bewegingen mijn armen achter mijn rug en degene die de vorige keer me optilde tilt me nu weer op. Dan beginnen ze te rennen en Mankje rent ook mee. Waarheen weet ik niet want ik zie enkel het plafond en daarna de zon dus sluit ik mijn ogen. Na ik denk wel een kwartier stoppen ze pas met rennen en ik doe mijn ogen open. Ik word op een steen gezet en als ik op probeer te staan legt de andere groten zijn handen op mijn schouders en duwt me zo weer terug. Als ik weer zit blijft hij de handen op mijn schouders houden maar geeft er geen druk mee. Ik schik in en wacht af, waar ik ben weet ik niet. Het lijkt wel een soort ravijn. Dan komt er een oud wezen op mij af lopen. Aan zijn hele zijn is te zien dat hij oud is. Hij screent mij enkele seconde en dan zegt hij wat tegen een groten. De groten die mijn schouders vast had laat mijn schouders los en loopt weg. Ook hij weet dat voor mij ontsnappen er niet bij zit. Ik zucht, “Waarom moet mij dit nou allemaal overkomen?”

Er voel dat er nog iemand achter mij staat maar wie en hoe weet ik niet. Een wezen zegt wat en opeens voel ik een greep in mijn nek. Direct zak ik weg in de diepte. Ik, degene die in haar getrokken was, vertrek weer uit het lichaam. Het voelt vreemd als ik uit haar ben. Ze lijkt zo anders kwa karakter van een afstandje. Het meisje wordt opgetild en meegenomen. Ik ga mee en na een minuut of drie lopen komen we bij een grote platte steen aan. Het meisje wordt erop gelegd en de Fouars screenen haar. Ze praten wat over en weer maar ik versta dat brabbeltaaltje van hen niet. Op sommige plekken blijven ze erg lang screenen maar na twee uur wordt het meisje, dat Iris bleek te heten in haar droom, wakker. Echter blijft ze gewoon liggen en hoewel de Fouars weten dat ze wakker is veranderen ze niet waar ze mee bezig zijn. De volledige screen duurt ruim vier uur, daarna stoppen ze. Het is niet duidelijk of het nu klaar is of dat ze tijdelijk klaar zijn. Het touw dat ze eerder van haar handen af hadden gehaald toen ze bewusteloos was doen ze er weer om als ze op staat. Eerst rekt ze zich echter uitgebreid uit op die rots en daarna pas komt het touw weer achter om de polsen. Iris zucht en loopt gewillig mee als ze haar wegbrengen. Ondertussen ga ik het ravijn waar we nu zijn een beetje bekijken. Het is ruim 15 meter hoog schat ik en overal maar twee a drie meters breed. Regelmatig zie je inhammen die wel drie/vier meter diep zijn maar toch maar maximaal één meter breed. Deze lopen zonder uitzonderingen dood, en ik besluit terug te gaan naar de groep Fouars. Het is nu rond middernacht en zeer donker. De Fouars zijn in de inhammen te vinden en Iris na veel zoeken achter in een grote inham te zitten. Hier is duidelijk aan de muren te zien dat er gehakt is zodat de ruimte groter is dan vroeger. Alle Fouars zijn nog aan het eten maar Iris ligt op de grond met een deken om haar heen te slapen. Dat ik een hele tijd in dat kleine iele meisje gezeten heb. Ik kon haar zwaktes voelen en ook hoe moe zij was. Dat ze zich daaraan zou overgeven had ik niet verwacht, maar dat zie ik nu zelf. Een uur of twee later slapen ook de Fouars. Als Iris nu wakker zou worden dan heeft ze de mogelijkheid om te ontsnappen, maar ze slaapt. Ik zelf wacht rustig tot het ochtend is en Iris wordt als eerste wakker. Voorzichtig doet ze de deken van haar af en sluipt ze weg. Ik volg haar maar als ik zie dat ze in een stinkende inham gaat wacht ik buiten. Ze moet duidelijk haar behoefte doen. Als ze na een tijdje weer terug komt sluipt ze in de richting die ik eerder onderzocht heb. Na ongeveer een half uur sluipen begint ze te rennen. Nu snap ik ook waarom ze zo uitgebreid sliep eerder, dit heeft ze al eerder bedacht. Fouars geven echter niet zomaar hun buit op en hier zou ze waarschijnlijk nog wel problemen mee krijgen wanneer ze gepakt wordt door hen. Tenminste, als ze gepakt wordt.

Conditie.
Ik wist niet dat zij zo’n goede conditie had. Ze rent nu al ruim anderhalf uur met maar drie keer 5 minuten lopen. Het verbaast mij ook dat zij zo precies de juiste splitsingen weet te nemen. Vele lopen dood na een paar bochten maar dat kan zij niet weten. Weer neemt zij een splitsing en dan komt ze in een gebied dat ik nog niet ken. Na nog een half uur rennen gaat ze weer lopen en stopt ze na een kwartiertje bij een klein stroompje. Ze drinkt daar wat maar daarna gaat ze weer verder. Hoe lang zou zij doorgaan?

Ik weet het niet. Na een half uur lopen na het drinken begint ze weer te rennen, maar het tempo blijft lager liggen dan eerst. Ze begint moe te worden en ze is duidelijk naar een uitweg aan het kijken. Splitsingen neemt ze echter nog steeds correct, hoewel een sommige van deze natuurlijk ook beide correct kunnen zijn. De doorgang begint omhoog te lopen en wordt steeds bochtiger. Ze begint weer te lopen en ze ziet er zo langzamerhand uitgeput uit. Toch zie je aan haar dat ze niet op zal geven. Waarom weet ik niet. Na nog eens een half uur lopen zakt ze plotseling door één van haar enkels, toch staat ze direct weer op en loopt door. Wat drijft haar zoveel?

Een half uur later zakt ze steeds vaker door haar enkels. Maar de wanden van het ravijn worden ook steeds lager. Ze begint boven te komen maar of ze het zal halen betwijfel ik. Ook zij weet dat het heel moeilijk zal worden om boven te komen maar toch zet ze door. Minuten strijken voorbij en dan gaan de kwartieren ook voorbij. Uiteindelijk nog een uur later komt ze boven. Kapot, maar door gaat ze naar het bos, waar ze de beschutting zal vinden die ze nodig heeft om uit te rusten. Het is nog een kilometer of tien weg en ik weet zeker dat ze het niet zal halen, maar ik sluit er geen weddenschap om af want ze heeft ons al zo vaak verbaasd. Wat ik honderd procent zeker weet in ieder geval is dat ze door zal gaan tot ze echt niet meer kan en dan nog iets verder. De slepende tocht is begonnen.

Countdown.
Ik zie haar voortgaan, op twee benen die loodzwaar voor haar lijken te zijn. Haar lichaam is uitgeput, maar haar geest zet nog door. Ik zie haar meter voor meter afleggen. Met iedere stap lijkt het zwaarder voor haar te worden. Toch zakt ze niet meer door haar benen en langzaam komt ze op twee kilometer. Ook de derde kilometer zit er na in totaal 2 uur op. De 4e en 5e kilometer duren allebei een uur. En ze is dus nu op de helft na 4 uur en in totaal is ze al 9 uur en een kwartier ongeveer aan het vluchten. De zon is al volledig op en beschutting zal ze niet vinden. Nog een kilometer verder is een klein meertje en daar verwacht ik dat ze wel een tijdje stopt. Ook zij ziet het kleine meertje en gaat er nog harder tegen aan. Na drie kwartier is ze daar, waar ze even wat drinkt en haar benen masseert. Haar voeten bloeden en ze koelt haar benen en haar voeten in het water. Daar blijft ze ongeveer tien minuten voordat ze weer verder gaat. Nog vier kilometer te gaan. Ze zet gewoon door ondanks de pijn die in haar voeten moet zijn maar gelukkig is hier al gras. Ze loopt en loopt en sukkelt door. Nog twee kilometer na nog twee uur. Nog een halve kilometer na nog drie uur. Dan gaat het fout. Ze zakt door haar benen en komt niet meer erop. Na een kwartiertje proberen besluit ze iets anders, kruipend verder gaan. Meter voor meter kruipt ze vooruit en het duurt nog twee uur voordat ze bij de bosrand is. Daar probeert ze weer op haar benen te staan en loopt over het gras verder het bos in een meter of dertig. Dan zet ze af en pakt ze met haar handen een tak beet. Ze trekt zich op en schuift uit het zicht. Ik blijf aan de bosrand staan. Ik laat haar met rust.

gerlienke
Berichten: 1613
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 08-04-06 12:13

weer een goed stuk;) het is wel overzichtelijker geworden met die titels en die witregels vind ik.

kiimmie
Berichten: 83
Geregistreerd: 18-12-05
Woonplaats: Son

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 08-04-06 15:12

ik vind het ook overzichtelijker geworden.. en ik vind het egt een goed verhaal.... ook is het duidelijker vind ik... ga vooral door!!!

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 11-04-06 18:02

Weer een nieuw stuk. Had tijdelijk niet echt inspiratie maar nu weer wel dus ik schrijf direct door, maar verwacht niet te snel een nieuw stukje. Bedankt voor de reacties. 1.732 woorden.

Citaat:
Het geheimzinnige bos.
Als ik wat hoor kraken in haar buurt besluit ik toch maar weer te gaan kijken. Ik zie haar nog net van een tak weg slingeren aan haar armen en snel ga ik erachter aan. Een paar takken verder stopt ze weer en probeert ze haar voeten te helen met die hand boven haar voetzolen te houden terwijl die naar boven staan. Eerst denk ik dat het niet werkt maar al snel zie ik toch minuscule veranderingen. Ze heeft zo wel een flink aantal uur gezeten maar nu is er wel resultaat te zien. De wonden zijn geheeld alsof ze 3 dagen hebben gehad. Voorzichtig laat ze zich op haar voeten zakken en na een kleine pijnscheut in haar ogen te zien loopt ze voorzichtig verder. Zo veel mogelijk op het gras blijvend komt ze steeds verder maar in haar ogen is te zien dat ze eigenlijk sneller wilt en dat ze bang is. Na een uur lopen is ze best ver het bos in gegaan en ze begint langzaam aan te ontspannen. Dan hoort ze iets...

Er schiet iets uit de bosjes en raakt haar. Het is een soort pijltje en snel haalt ze het eruit en probeert te vluchten maar het is te laat. Binnen enkele stappen zakt ze door haar knieën en raakt buiten bewustzijn. Twee bosnimfen, Fouars die in het bos wonen en geen contact hebben met wezens buiten het bos, komen tevoorschijn met speren in de hand. Als ze zien dat het ‘gevaar’ inderdaad uitgeschakeld is laten ze de speren zakken en gaan ze bij Iris kijken. Ze doen een snelle screen en blijven ook zelf even bij de voeten hangen. Bij hen geneest het nog sneller dan bij Iris, echt bizar om te zien. Na ongeveer een uur hebben ze haar helemaal onderzocht en ze vertrekken weer. Het blijven maar vage wezens en ik ben benieuwd hoelang het nog duurt voordat Iris wakker wordt. Hopelijk niet te lang want het wachten wordt saai.

Het duurt nog een kwartier en ik snap direct waarom die bosnimfen weg zijn gegaan. Ze willen haar niet verder storen en ziet er erg sterk uit. De ontspanning die ze vijf kwartier geleden had is ook volledig verdwenen. “Arm meisje toch, wanneer krijg jij nou je rust?” zucht ik, maar gelukkig heeft ze me niet gehoord. Ze loopt nog een tijdje tot ze bij een riviertje aankomt. Daar gaat ze zitten en wast haar voeten. Ook de rest van haar lichaam is daarna aan de beurt. Ze vist ook twee stenen uit het riviertje en begint weer geduldig een mes te maken. Deze ziet er nog mooier uit dan eerst. Het duurt erg lang maar ik zie dat ze niet meer wilt haasten, ze heeft toch niks anders te doen en ook zij weet duidelijk dat ze moet ontspannen. Na ongeveer 5 uur met alleen een plaspauze is het stenen deel klaar. Dan gaat ze de bomen af om goede takken voor een handvat te maken. Die vindt ze pas na vele bomen en dan gaat ze weer vlechten. Ik zie een paar bosnimfen aan de andere kant van het riviertje verschijnen en ze zijn erg schichtig. Twee drinken en de derde staat op wacht. Later wisselt ééntje de wacht en later wordt die ook weer afgelost. Iris is nu klaar met vlechten en draait zich om. Ze schrikt als ze die bosnimfen ziet maar weet dat ze niet naar achter kan. Zijwaarts probeert ze terug te komen bij het pad waar ze door kan gaan maar dan hoort ze daar ook iets. Ik kijk alvast en ook zij draait haar hoofd snel om. Nog vier bosnimfen en dan houdt ze haar mes tussen haar en de bosnimfen van het pad in terwijl ze langzaam achteruit loopt. Ik weet dat dit niet lang goed kan gaan.

De bosnimfen aan de andere kant van de rivier zetten opeens af en met een zachte plof zijn ze aan deze kant van de rivier. Dan schieten ook de bosnimfen van het pad een stuk naar voren maar ze blijven zo staan dat Iris niet via het pad kan vluchten. Met de speren in de aanslag omringen ze haar en Iris weet duidelijk niet wat ze moet doen. Constant verandert ze van positie en nog steeds houdt ze haar messen tussen degene die dan voor haar staat. Het deed me diep van binnen pijn om haar zo in angst te zien. Vreemd eigenlijk, als ik bedenk dat ik het eerst nog niet eens erg vond dat ze vastgebonden aan de kettingen stond. Een bosnimf haalt uit met zijn speer en slaat zo het mes uit haar handen. Een ander slaat het mes buiten haar bereik. Ze wordt tussen de speren gedwongen maar Iris houdt haar armen zo voor haar dat ze nog altijd zich kan verdedigen met haar lichaam. De angst die ik in haar ogen zie is nog erger dan toen ze geraakt werd door het pijltje. De bosnimfen zien het ook maar negeren het. Dan vliegt er iets machinaals over. Iris wordt gedwongen te rennen en na een meter of tien zakt ze door haar benen van pijn. Twee bosnimfen tillen haar op en nemen haar zo mee. Het duurt een minuut of vijf voordat ze stoppen. Toch is er een grote afstand afgelegd want bosnimfen staan bekend om hun snelheid. Iris had nadat ze opgetild was niet gevochten en nu ik niet meer moeite heb met ze bij te houden zie ik waarom. Ze is bewusteloos, door pijn of is er een andere oorzaak?

“Batzoer!”
“Batzoer!” roept zo’n bosnimf, en direct komen er drie kleine bosnimfen te voorschijn. Ze brabbelen wat met elkaar en al snel vertrekken de kleintjes weer. Dan komen er bosnimfen van alle kanten aan. Samen gaan ze om Iris staan en dan zie ik ze zo’n pijltje uit haar halen. Ze screenen haar maar binnen een minuut of tien wordt ze wakker en direct zie ik weer de angst in haar ogen staan. Een bosnimf aait haar zachtjes over haar hoofd en het verbaast me hoe rustig ze hier plotseling van wordt. Dan denk ik plots weer aan een sprookje dat mijn vader altijd vertelde over bosnimfen vertelde. Dat deze nog niet de zeer oude en bijzondere gaven kwijt geraakt zijn van gedachtelezen en gedachte overbrengen. Zou dit dan echt waar zijn?

De bosnimfen gaan weer verder met screenen en dan herken ik er twee van. Die hadden haar al eens eerder gescreend, toen ze neergeschoten was door hen. Toch screenen ze nu net zo enthousiast mee als de rest. Iris blijft bang maar reageren doet ze niet meer. De angst is echter nog wel heel duidelijk van haar gezicht af te lezen. Dan begint één van de twee van eerder haar voorhoofd te masseren. Iris schrikt ervan maar al snel lijkt ze ver van deze wereld te zijn en bang is ze niet meer. De bosnimfen blijven ook heel erg lang bezig met haar voeten maar weer zien de voeten er een heel stuk geheelder uit na de screen. Vreemd blijft het wel zeg, en ik ben nieuwsgierig waar ze nu weer over aan het nadenken is. Misschien weer over wat haar moeder tegen haar had gezegd eerst, wat was dat ook al weer? O ja, “Ben je in gevaar, vecht zo min mogelijk. Spaar je krachten en observeer, ontdek de zwakke plekken van je vijand en probeer daardoor te ontsnappen.”

Misschien was ze dit net wel aan het doen toen ze gestopt was met vechten. Maar zeker weten doe ik het niet, toch vind ik niet dat ik weer in haar moet gaan. Ook zij heeft privacy nodig en dat heeft ze al zo weinig door toedoen van mij. En geluk heeft ze ook niet echt. Want nooit heeft ze haar vader gekend, haar moeder is gestorven, toen ik haar vond zat ze in de kettingen, ze is door toekomstwezens gevangen genomen, door Fouars en nu al 2 keer door bosnimfen.

Hoeveel moet er nog haar pad komen? Waar moet zij allemaal nog doorheen? Zal zij nog veel moeten vechten? Deelde ze haar leven of is ze volgens haar altijd alleen? Wat is het doel van dit alles? Krijgt zij het ooit nog goed? Zal zij niet de moed verliezen? Of de hoop om terug naar haar eigen thuis te keren? Want dit is dat in ieder geval helemaal niet.

Dan hoor ik weer machinale dingen overvliegen en ik ga omhoog om te kijken. Het zijn ruimtescheepjes lijkt het wel. Een soort shuttles. Ik ga erin en zie onder andere Amai en Aron. Amai zeurt tegen Aron dat hij dit niet wil. “We zouden verborgen blijven! Dit is niet wat we hadden afgesproken met de magister!” “Zeur niet Amai, we hebben geen keus dat weet jij ook wel. Het ging niet zoals we hadden afgesproken met de magister en dus doen we het nu op de manier die ik besloten heb. We moeten die gek te pakken krijgen.” “Ik weet het. Hij kan hier veel schade aanrichten maar toch vind ik dat dit niet de manier is. Hoe wil je hem hier vinden? Jij hebt geen idee waar hij is!” “We hebben zijn dna dus we kunnen scannen voor hem. Geloof me nou maar en doe wat je moet doen. Zorg voor die hengst, dan blijft die ook nog een beetje rustig. Hij vindt het geloof ik niet al te prettig.” “Ja ja, maar waarom hebben we hem eigenlijk meegenomen? Hij was veel beter beneden af!” “Jut je niet zo op. We hebben hem nodig om dat meisje terug te vinden. Die kan ons nog ontzettend goed van pas komen.” Zegt Aron, “Ga nu maar naar hem toe. En vertrouw me, asjeblieft.” En dan loopt Amai mokkend naar achter. Ik volg hem en zie dan drie paarden staan waarvan één die hengst is. Dan begint Amai te praten tegen hem. “Ik weet dat hij gelijk heeft maar ik snap gewoon niet dat het zo moet. We maken een puinhoop van het bestaan dat hier is en we zijn hier juist om zoiets te voorkomen. Ach I’eron. Kon ik je maar weer met je baasje herenigen. Dan zou je zoveel blijer zijn. Maar zolang moet je het maar doen met mij, het spijt me.” De hengst loopt naar hem toe en Amai aait hem. “Bedankt vriend.” Fluistert hij. Dan besluit ik hier weg te gaan.

gerlienke
Berichten: 1613
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 11-04-06 21:05

weer een goed stuk:), het verbaaste me dat ze die hengdt nog hadden, ik dacht dat die ontsnapt was ofzo.

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 19-04-06 18:56

Sorry dat het zo lang duurde, had even niet de juiste inspiratie na die avond. Hier weer een stuk. En van die hengst gaf dus het juiste effect. Gelukkig.

Citaat:
Als ik uit de shuttle ga zie ik dat ik een flink stuk verplaatst ben. Het duurt me een uur of vier voordat ik de plaats waar ik Iris heb gezien weer terug gevonden heb. Maar zoals verwacht zijn de bosnimfen met Iris daar niet meer. Ik kijk op de grond of ik sporen kan vinden maar die lijken er niet te zijn. Opeens hoor ik agressieve stemmen en een schreeuw van pijn. Snel ga ik daar naartoe en wat ik dan zie kan ik nauwelijks geloven. De bosnimfen en Fouars zijn op elkaar aan het inhakken en Iris staat ertussen. Met grote regelmaat zie ik van één van de twee partijen er een aantal wegvliegen en ik besluit Iris te helpen met dit te doen. Ik ken deze trucjes namelijk ook. Een paar windvlagen zorgen er meestal wel voor dat ze ophouden maar deze keer niet. Iris weet dat ik er ben maar heeft het te druk. Dan raak ik haar aan en wissel ik een gedachte met haar. “bundel de krachten allemaal in één.” Ze knikt en dan voel ik dat ze zich klaar maakt. Ook ik doe dit en een seconde later zie je beide partijen hard uit elkaar getrokken worden en van elkaar weg vliegen. Direct daarna is er een onzichtbare muur waardoor ze niet meer bij elkaar kunnen. Iris rent snel weg meerdere malen de muur door. Het maakt haar niet uit en haar voeten zijn duidelijk bijna geheeld. Beide groepen kijken haar verbijsterd na maar ook zij kijkt wanneer ze wegrent meerdere malen met een pijnlijke blik over de schouder van dat ze zoiets nooit gewild had. Ik volg haar en hoop dat ze me accepteert.

Transformatie.
Na een half uur rennen stopt ze. Ze ziet er uitgeput uit. Toch weet ik dat ze niet zal opgeven en hoe uitgeput ze ook is, altijd op haar hoede zal zijn. Dan besluit ik iets wat ik nog nooit eerder heb gedaan te doen. Veranderen naar mijn oude gedaante en haar laten merken dat ik op zal letten en haar zal waarschuwen als er iets is. Ik weet dat dit heel veel kracht kost maar ik heb het ervoor over. Ze krijgt zo meteen gewoon van mij de rust die ze verdient. Ze reageert op mijn energie en kijkt op. Dan begin ik te veranderen en word ik zichtbaar, voor haar stel ik het soort wezens voor dat haar aan het begin gevangen hield, de Razz, en direct houdt ze een mes tussen ons. Ik draai mijn handen met de rug naar haar toe en mijn vingers gespreid als teken dat ze moet kalmeren en dat ik echt ongewapend ben. Plotseling schiet ze naar mij toe en ik weet niet wat in die fractie van een seconde gebeurde maar ze zit in mijn geheugen. Ik weet het want alle oude gedachten schieten weer langs in ongelofelijke snelheid. Van de meeste weet ik niet eens van wanneer dit is. Weer een fractie van een seconde later is het voorbij. Dan stoort ze voor mijn neus in elkaar. Ze is bewusteloos en ik leg haar voorzichtig recht neer. Dan ga ik zitten, oplettend.

Het duurt uren maar niemand ontdekt ons gelukkig. Ik denk dat ik wel 14 uur op wacht gezeten heb voordat zij weer wakker werd. Ik wist niet dat iemand zo lang achter elkaar kon slapen. Maar zij heeft weer iets bewezen daardoor. Ze is wakker aan het worden en kijkt een beetje verdwaast rond. Als ze mij ziet schrikt ze eerst en daarna ontspant ze weer. Rustig knikt ze met haar hoofd als teken dat het goed met haar gaat. Dan staat ze op en seint ze met een handgebaar dat ze eigenlijk weer verder wil gaan. Ik volg en ik zie dat ze opeens licht gespannen wordt. Ze lijkt iets te horen en al snel hoor ik het ook. Een gesuis, iets engs, voor mij een onbekend geluid. Ze pakt haar mes en sluipt verder. Ook ik pak mijn wapen, een zwaard van 30 cm maar het sluipen gaat mij niet zo goed af. Dan gebaart ze dat ik stil moet staan en ik doe nog één stap zodat ik in de dekking van een boom sta. Ik zie haar wegsluipen en dan zie ik een groene straal haar raken. Ze stort in elkaar en direct vergeet ik dat ik voorzichtig moet zijn en storm op de plek waar zij neer gegaan is af. Ik word ook geraakt en verdwijn direct. Een gedwongen verdwijning zonder de kracht nog te hebben om terug te veranderen is een soort van dood. Maar dan voor dode die het zo ver geschopt hebben als ik. Ik kijk naar haar maar voel dat zij gelukkig nog leeft. Wat heeft de kracht gehad om dit te doen met ons. Wat voor krachtige lichtstraal kan dit zijn geweest?

Wie nu weer?
Er komen gemaskerde wezens tevoorschijn en duidelijk missen ze mij. De wapens die ze moeten hebben gebruikt zijn al weer weggestopt en als ik probeer te volgen gaat het alarm af. Een zacht alarm, maar direct voel ik een vreemde kracht die mij aanzuigt. “Hoe kan dit? Wie heeft de controle over mij genomen? Waarom moet ik daarheen? Wat gaan het met me doen?” Paniek ik. Dan kom ik in een soort kooi terecht waar ik niet uit kan. Het vervormt me en al snel ben ik klein. Vanuit de kooi kan ik alles zien en ik word meegenomen. Ik probeer me met alle macht te verzetten en dan voel ik iets dat zelfs mijn laatste energie wegzuigt. Ik word helemaal slap en al snel merk ik niets meer. Een soort van bewusteloos hoewel ik niet wist dat dit mogelijk was met een Spirit. Als ik weer bij kom voel ik naburige energie en merk ik dat dit van Iris afkomstig is. Ik probeer te ontsnappen en de enige manier is om in Iris te gaan. Er staan wezens om haar heen maar ik kan geen andere kant op. Ik smelt samen met haar geest en dan schakel ik mijn gedachte en weten uit, maar Iris blijft bewusteloos.

“Waar ben ik?” schreeuw ik door de ruimte. Ik herken het niet en ik voel me gesloopt. Vaag herinner ik me nog een lichtstraal waarna alles zwart werd. “Geef antwoord!” opnieuw schreeuw ik maar als ik het een tweede keer roep wordt mijn stem al minder dwingend. “Jullie antwoorden toch niet, waarom nou ik.” Fluister ik zowat. En bij de woorden “... nou ik.” Begin ik met huilen. Alle pijn, verdriet, angst en woede komen naar buiten. Zo veel dat niemand het zal geloven als ik ooit de mogelijkheid heb om het na te vertellen. “Dat zoveel kan gebeuren in 2 weken!” fluister ik huilend. Dan komt Amai en een ander die ik nog wel herinner aanlopen. “Amai?” fluister ik, half bang, half blij. Hij knikt, en wijst naar de ander. Dan zegt hij “Geeron.” En ik denk dat dit de naam is van die ander. Langzaam stop ik met huilen. En Ze gaan door iets waar ik niet door kan gaan. Amai komt bij me zitten maar Geeron houdt gelukkig afstand. Ik weet niet of hij goed of slecht is maar eigenlijk interesseert het me ook niet zo veel meer. Ik wil gewoon met rust gelaten worden als Amai bij mij is. Dan wenkt Amai om mij mee te laten komen en loopt naar het bed. Helemaal veilig voel ik me opeens niet maar ik ga toch liggen. Voorzichtig probeert Amai mij om te laten draaien en ik werk mee. Dan lig ik op mijn buik met mijn hoofd op mijn handen. Hij begint mij hoofd en mijn nek te masseren en vaag hoor ik hem nog iets zeggen meer Geeron erin. Ik voel me loom worden en dan zak ik weer weg in die heerlijke diepte. Ik kom er echter niet genoeg in om mijn moeder te horen spreken maar wel zie ik Mikador voor mij. “Hoe gaat het met je?” vraag ik aan hem. Maar antwoorden doet hij niet. Ik zie aan hem dat hij mij mist maar dat hij het goed heeft. Ook zie ik de omgeving waar hij in is. Een ruimte van 6 bij 12 meter met nog 2 paarden. Een soort achterstuk van een vliegtuig maar dan anders. Vreemd vind ik het wel maar ik verwacht dat dit bij Amai enzo hoort. Dan hoor ik gehinnik en zie hem roepen. Ik hoor hem roepen om iemand anders dan ik. Ik probeer in zijn gedachten te komen en dan zie ik Amai en Geeron voor me. “Zal Geeron dan toch goed zijn?” vraag ik me af. Langzaamaan voel ik me weer bij positieven komen en zie dat Geeron bezig is met mijn schouders masseren en schrikt van de beweging die ik maak doordat ik omkijk.

gerlienke
Berichten: 1613
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 20-04-06 12:59

weer een goed stuk;)ben nu toch wel benieuwd naar wat de bedoelingen van amai zijn, dat het nieuwe stuk zolang duurde maakt niet uit.

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 28-04-06 18:58

Citaat:
Langzaamaan voel ik me weer minder loom worden maar hij blijft masseren. Ik voel dat hij moe begint te worden en dan draai ik om. Weer schrikt hij maar hij herstelt zich snel. Onhandig probeert hij aan te geven dat ik terug moet liggen maar ik schud rustig maar duidelijk mijn hoofd als teken van dat ik dit niet wil. Hij stopt met het proberen maar erg op mijn gemak voel ik me plots niet meer. Iets aan hem maakt mij bang. Of het terecht is weet ik niet maar ik voel me opgelucht als ik Amai aan hoor komen lopen. Geeron verlaat de cel en Amai doet een paar checks voordat hij weg gaat. Hij is niet eens de cel in gegaan maar nu hij weg loopt steekt hij wel zijn hand omhoog als groet. Ik groet terug maar vind het maar vreemd. Geeron groet ook en vertrekt dan. Ik groet bij hem maar aarzelend en kort terug. Dit hele gebeuren is zo verwarrend. Ik besluit maar wat te gaan slapen omdat mijn gedachten dan meer geordend worden. Aan het begin dat ik op bed lig kan ik nergens even stil bij staan. Mijn gedachten racen heen en weer. Langzaamaan wordt het beter en na een half uurtje val ik in een diepe maar onrustige slaap.

Ik schrik wakker en ga direct paniekeren als ik de geur van de cel ruik. Ook zie ik wezens om mij heen en ik ben vergeten waar ik ben en wil me ertegen verdedigen. Dan kalmeer ik plots, ik weet weer wat er de afgelopen drie weken is gebeurd. Dan herken ik wat van die wezens. Namelijk de leider die voorop reed toen we elkaar voor het eerst ontmoette, de mannen die mij kwamen masseren, Geeron, de man die het plaatje van mijn hoofd afhaalde met het alarm en mannen die bij mij op wacht stonden. Voor het eerst in de hele tijd zie ik nu ook een aantal vrouwen. Deze zijn helemaal groen maar ze zien er ook ontzettend sterk uit. Geeron probeert me een beetje te sussen net voordat ik kalmeer en misschien heeft hij er wel voor gezorgt dat ik rustig ben nu. De leider loopt naar mij toe en begint mij te scannen met één of ander ding. Hoewel ik klaar ben om te vechten als het nodig is blijf ik liggen want erg veel van de wezens hebben wapens bij zich. Dan zegt de leider van hen iets dat ik nooit had verwacht.

“Hallo vreemdeling...”
“Hallo vreemdeling, wat brengt u hier zo ver van uw thuiswereld af.” Mijn verdediging stort in en ik staar hem met open mond aan. Dan zeg ik stotterend. “Weet ik niet, maar hoe kunt u mijn taal?” De leider wacht rustig af totdat ik klaar ben met stotteren en zegt dan dat hij heel veel onderzoek heeft gepleegd naar mijn afkomst samen met het Kavar, een grote ruimtelijke organisatie. “Hier kwam uit dat ongeveer 25.000 lichtjaren hier vandaan een overbevolkte planeet is die de wezens aarde noemen in deze taal. Alle intelectuele wezens daar zijn van hetzelfde soort maar er zijn vele talen. Daardoor moest ik net ook nog en scan doen naar kenmerken van waar u vandaan komt.” “Wow, indrukwekkend. Maar hoe hebben die Kavar of zo dan deze taal uitgezocht? U hoeft trouwens geen u tegen mij te zeggen hoor, ik ben pas 14 jaar. Ik heet Iris.” Zeg ik niet stotterend meer. Een paar verder naar achter grinniken wat maar de leider kijkt even in zijn ooghoeken naar die gasten en direct stoppen ze. “Aangenaam Iris, ik ben Tivor. Maar hoe de Kavar dat uitgezocht heeft mag ik niet vertellen. Ik vind jouw doorzettingsvermogen trouwens wel bewonderingwaardig. Je hebt harder gevochten om vrij te komen dan wie dan ook eerder. En je bent inderdaad nog niet eens volwassen.” Zegt de leider, Tivor klaarblijkelijk. “Bedankt Tivor, dat niet vertellen heeft zeker te maken met dat je wezens die nog niet zo ver zijn niet hoger mag brengen zonder dat ze eraan toe zijn.” Glimlach ik. Volgens mij begin ik het namelijk een beetje te snappen. “Inderdaad meisje.” Zegt hij, “Echter moet ik nu gaan. Als je belooft binnen de hekken te blijven brengen we je naar het binnenplein. Je krijgt dan een Trai mee zodat je de taal gewoon kan verstaan die wij spreken. Deze wordt op de achterkant van je schouder bevestigd.” Die Trai lijkt me best wel eng dus haper ik even maar uiteindelijk zeg ik dat ik het wil. Deze Trai blijkt dus maar één cm bij twee cm te zijn en je voelt er niks van eenmaal bevestigd. Alleen het bevestigen voelt aan alsof er twee zeer kleine naaldjes in je worden gestoken. Dus dat valt ook reuze mee.

De meeste lopen alvast vooruit omdat het anders te krap wordt. Alleen Geeron, Tivor en ik lopen samen. “Geeron?” vraag ik. “Ja, wat is er?” antwoordt hij. “Mag ik binnenkort weer naar Mikador, die hengst, toe? Ik mis hem zo.” Zeg ik deels nog blij, deels weer bedroeft. “Niet zo sip meisje,” zegt Tivor tussendoor, “het mag van mij en dan hebben Geeron en Amai daar niks tegenin te brengen.” “En anders had het van ons ook gemogen hoor, ik spreek ook voor Amai.” Zegt Geeron lachend. Ook ik schiet in de lach. Nadat we het cellencomplex verlaten hebben zie ik Amai, Geeron roept hem zonder dat hij weet dat ik hem ook al gezien heb. “Amai, goed je te zien!” roep ik vrolijk. “Kina? Hoe kan je nu opeens onze taal praten?” vraagt hij verbaast. “Nee, Iris. Door een Trai ofzo.” Zeg ik vrolijk, hoewel het laatste er aarzelend uit komt. Tivor zegt dat het inderdaad een Trai is en stelt voor om direct naar I’eron te gaan. “Hij heet Mikador hoor, hoe komen jullie op I’eron?” vraag ik lachend. “Aron heeft die naam bedacht en I’e... sorry, Mikador was het er ook niet mee eens. Hij luisterd er nu trouwens wel naar.” Zeggen Geeron en Amai tegelijkertijd. Dan komt er een ander aan lopen. “Hé, Leo, hoe gaat het met je? Lang niet gezien.” Grapt Amai. “Ja, 5 minuten is toch wel erg lang hè. En is dit nou Kina? Ze zag er anders uit dan toen je haar droeg.” Zegt die ander, blijkbaar Leo. “Ja en nee, het is Kina maar ze heet Iris. Nietwaar?” Dat laatste zegt Amai tegen mij. “Inderdaad. Dat ben ik, maar hoe bedoel je, dragen?” vraag ik. “Helemaal aan het begin...” “Rodiëna kavar, pardro!” onderbreekt Tivor hem. “sorry, mag het niet zeggen.” Gaat Leo verder. “Geeft niet, prime directive zeker weer?” glimlach ik en Tivor knikt. Dan lopen we weer een stukje. “Tivor, katra patioron!” roept iemand die naar ons toe rent en direct rent Tivor naar hem en rennen ze samen weg. Ik kijk even verbaast maar laat het en hoop dat we snel bij Mikador zijn. Toch duurt het langer dan verwacht. We zijn nu al een kwartier onderweg en dan moet ik stil zijn en blijven staan. “Ik hoor iets.” Fluistert Leo. En dan loopt hij met mij mee een inham in de bergen in. Aan de rand blijven we staan en direct daarna zie ik wat hij hoorde. De bosnimfen, degene die mij eerst kalmeerde zit er ook bij. Maar wanneer ze Amai en Geeron zien houden ze hun wapens voor zich. Amai pakt ook zijn laserpistool en na één, wisselwaar mis, schot vluchten de bosnimfen. “Die vage wezens ook.” Zegt Amai als wij weer bij hen staan. “Bosnimfen zijn best aardig hoor, maar je moet wel rustig blijven.” Zeg ik ter verdediging van hen, mij hebben ze natuurlijk alleen geholpen alleen dat weten Amai, Geeron en Leo niet. Hierna zwijgen ze en het voelt alsof ik iets fout heb gezegd.

Na nog zo’n tien minuten lopen komen dan alsnog bij een open plaats aan waar ik opnieuw stil moet blijven staan. Ik zeg dat ik Mikador wel zal fluiten en als ze me roepen wanneer hij naar mij toe kan gaan. Ik hoor na een paar minuten “fluiten maar.” en dan fluit ik. Ik hoor een blij gehinnik en een galopperend paard. “Mikador!” roep ik. En hij komt op mij afgestormd. “Goed je weer te zien jochie. Hoe gaat het nu met je?” Hij hinnikt blij en schraapt met zijn voet. “Goed dus, prettig.” Dan zie ik Amai en Geeron weer terug lopen, Leo was bij mij blijven staan, en ik vraag of ik een rondje op hem mag maken. “Ga je gang. Volgens mij kan je jezelf nauwelijks bedwingen.” Grinnikt Geeron. Ik ben echt super blij en Mikador galoppeert een rondje rond mij en ik pak zijn manen waarna ik spring en me zachtjes op zijn rug laat glijden. Hij gaat direct over in stap want de galop is alleen voor het erop komen erg makkelijk. Even gekeken of hij nog hetzelfde reageert en daarna draaf ik een stukje met hem op de open plek. Na drie minuten ben ik weer gaan stappen en Amai kwam bij mij lopen. “Jullie hebben niet geprobeerd op hem te rijden hè.” zeg ik. “Hoe weet jij dat?” vraagt Amai dan. Ik antwoord dat ik dat voel en dat ik daar erg blij om ben. “Hij reageert namelijk heel precies op verschillende been en handhulpen. Ook in combinatie met gewichtshulpen kent hij een gigantische scala aan onderdelen. Het kan met rijden dus heel fout gaan als je deze niet weet.” “Oke, weer wat geleerd over Mikador.” Zegt hij, en dan roept Leo dat we terug moeten gaan en dat ik Mikador wel mee mag nemen. Stappend gaan we weer naar de grotten.
weer een stuk. Misschien overmorgen nog één, anders pas weer volgende week zaterdag. Ik ga namelijk op vakantie.

gerlienke
Berichten: 1613
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 01-05-06 16:21

goed stuk:), wel leuk dat Iris Mikador mee mag nemen. Veel plezier op vakantie

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 13-05-06 21:14

Weer een stuk. Eerder geen inspiratie gehad maar ik heb dit in één keer vanavond geschreven. Hopelijk vind je het leuk.

Citaat:
Na een tijdje zijn we er weer en Tivor komt nog even bij ons lopen. “Sorry dat ik er zo snel vandoor moest net, maar het was erg dringend. Nog problemen gehad onderweg?” Ik glimlach vaag, maar Leo begint direct over de bosnimfen te vertellen. Amai krijgt daardoor van Tivor een standje omdat hij duidelijk had gezegd dat er niet geschoten mocht worden als er geen directe aanleiding toe was en die was er toen niet volgens hem. “Het spijt me, maar ik wilde gewoon zo snel mogelijk naar Mikador en wist niet zeker hoe die bosnimfen zouden reageren op Iris. Later bleek trouwens dat ze Iris al kende, is het niet?” grapt Amai. Ik knik, het is verwarrend om hier te zijn. Wezens te zien die mij pijn gedaan hebben, maar nu zo vriendelijk zijn. “Hoe is het trouwens met die Akhal Teke’s? Je weet wel, die bij mij waren toen jullie mij vingen.” Vraag ik. Leo kijkt even naar Tivor maar antwoordt daarna dat het goed met hen gaat. Echter gaan ze er niet verder op in. Ik zie dat er iets niet klopt en raak licht gespannen, de anderen hebben dit echter niet door. Het voelt zo vreemd, hoe kan dit?

Dat maakt ze nog woedender...
Opeens gaat er iets fout. Ik merk het want er wordt geschreeuwd in die vreemde taal van hen en ik fluit Mikador bij me, hij was namelijk even gaan grazen. Leo zegt dat ik hem moet volgen en snel loop ik achter hem aan. Hij begint te rennen en ik kan hem nauwelijks bijhouden dus spring ik op Mikador’s rug. Als ik naast hem ben legt Leo uit wat er aan de hand is. “We worden aangevallen door de bosnimfen. Deze doen een tegenaanval op het schot dat Amai heeft gelost naar hen, we moeten ons goed verdedigen en hopelijk kan je omgaan met een pistool.” “Nee... dat kan ik niet maar hebben jullie een lange stok en mijn mes met band nog ergens dan gebruik ik die om me te verdedigen. Je mag trouwens wel achterop hoor dan stop ik heel even of je springt er gewoon bij.” “Ik spring er gewoon wel bij en dan moet je zo naar links. Daar is de opslagruimte en dan sturen we een aantal paarden met munitie en dan krijg jij je stok en mes met koker en riem. Ik neem daar een ander paard.” Hij drukt zijn benen aan om eraf te gaan in plaats van het te zeggen en direct reageert Mikador zoals ik hem geleerd heb te reageren op deze beenhulp, zigzaggen. “We moeten er hier af.” “Had dat dan gezegd. Mikador anchor.” Direct gaat Mikador naar links. Ik leun wat naar voren en Leo springt eraf. Dan zet ik Mikador stil en nadat ik eraf ben gesprongen vraag ik of hij toevallig nog een lang touw heeft. “Ik maak dan even een hoofdstelletje zodat ik zelfs als ik me benen en één hand nodig heb gewoon nog goede hulpen kan geven zonder commando’s te moeten geven. Zelfs als ik op Mikador sta te vechten.” Leo glimlacht en wijst aan van welke klos ik een stuk touw af mag snijden en geeft mij ook mijn mes en een prachtige houten stok met in het midden en aan beide einden een handvat van een soort metaal. Ik snij de juiste lengte af en maak snel even een hoofdstel. Dat stelt niets mee voor dan het touw onder de kin vasthouden, over zijn oren doen en over zijn neus, op de goede lengte vastmaken, teugels de juiste lengte maken, de stukken van de uiteinden na de knoop afsnijden en daar dan de langste van boven op de neusriem naar tussen de oren een vastmaken zodat de neusriem niet naar beneden van zijn neus glijd met een gladde knoop. Binnen hele korte tijd ben ik klaar en wacht ik op Leo. Die is na een minuutje ook klaar en dan gaan we weer terug. De paarden met munitie vooruit sturend. Ik heb mijn stok in mijn handen en ben klaar voor het gevecht. Leo seint echter dat we er niet op af moeten stormen want dat maakt ze nog woedender en dat zorgt voor extra gewonden en misschien zelfs voor doden. Wij draven dichterbij maar wanneer ze mij opmerken wijken ze lijkt het wel. Leo heeft ruzie met een aantal dus die laat mij even alleen maar als ik op ze af rij om weg te jagen rennen ze vanzelf weg. Ik ga Leo helpen en opeens herken ik eentje die op de grond ligt. Hij ademt nog wel maar dat is degene die mijn voorhoofd eerst masseerde, ik baal ervan dat hij gewond is geraakt maar ik moet verder. Direct rij ik door naar Leo en als ik vlak bij ben wijken ze opeens en rennen ze weg. “Huh?” zegt Leo, en ik sein dat ik er ook niks van snap. Mikador en ik racen de hele tijd heen en weer en na een tijdje zijn de meeste verjaagd. Ik kom even naast Tivor rijden en vraag wat er gebeurt met de gewonden van de bosnimfen. “We proberen ze te verzorgen tot ze het weer overleven als ze naar buiten gaan maar dit lukt niet altijd. Waarom?” “Omdat een groep bosnimfen mij geholpen heeft toen ik mijn voeten kapot gelopen had tot het bot aan toe. Ze hebben twee keer geholpen met genezen en tussendoor heb ik ook nog wel een paar keer genezen en we blijken dezelfde techniek te hebben. Ik wil voor hen dus eigenlijk ook wat terug doen en misschien is dat ze me ook al kende de reden geweest samen met dat ik hen en de Fouars flink hard uit elkaar geblazen heb terwijl ze elkaar probeerden af te maken samen met de spirit die met mij mee was. Waar hij nu is weet ik niet.” Tivor knikt en kijkt bedenkelijk. Dan zegt hij dat ze alles op alles zullen zetten om de bosnimfen te laten overleven.

De laatste paar bosnimfen die nog op hun benen staan worden weggejaagd en daarna wordt alles rustig en stil. Iedereen lijkt na te denken over wat er het laatste uur is gebeurd en hoe het mogelijk is geweest. Ik stap terug naar de bosnimf die ik kende en ik zie dat hij gelukkig nog ademt. Ik screen hem en merk dat hij verscheidende malen is geraakt. Ik begin met heelen en de anderen volgen mijn voorbeeld door de scanners tevoorschijn te halen en dan is de stilte weg. De stilte die ook mij heeft laten nadenken, over wat ik hier doe, of ik terug kan keren naar huis, en of ik dit nog wel zou willen. Ik ben echter nog niet van mening veranderd en hoewel het moeilijk zal worden door de omschakeling zal ik alles op alles zetten om terug naar huis te komen maar nu eerst ga ik proberen zo veel mogelijk bosnimfen te redden. Tivor komt even bij mij kijken en helpt met genezen. Sommige dingen zijn namelijk zeer moeilijk om te genezen via een screen en dat doet hij. Ondertussen screen ik Tivor ook en help ik hem door een wond aan zijn schouder te genezen. Hij kijkt even vreemd op en ik besef dat ze hier nog niet wisten dat ik kon heelen. “Lang verhaal.” Zeg ik, en maak daarna een screen. Hij is weer geheeld en ik vraag waar hij nu naar toe gaat. “Tijdelijk naar het cellencomplex zodat hij eerst nog even wakker kan worden zonder voor ons een gevaar op te leveren en zonder dat hij zelf in gevaar is.” Hij wenkt een paar mannen en die dragen hem weg. Zo lopen we nog een hele tijd rond en uiteindelijk hebben we een bosnimf of vijftien gedaan. Tivor vraagt de gegevens bij de rest op van hoeveel bosnimfen het zijn en hoe zwaar de verwondingen waren. Het blijkt dat er één dode is en ik vraag of ik die mag inwijden voor het hiernamaals. Tivor knikt en wijst waar hij ligt. Ik vlecht zijn haar en spreek een gebed. Dan voel ik mijn nora, tenminste haar spirit, komen en buig diep terwijl ik haar groet. Ik voel haar terug groeten en de geest komt uit het lichaam van de bosnimf. Hij knikt naar mij en plotseling vat het lichaam van de bosnimf vlam. Ik deins achteruit maar de bosnimf knikt nogmaals en verdwijnt daarna naar een world, welke weet ik niet. Ik laat hem verbranden en ben blij dat de geest van de bosnimf het met mij eens is. Na een kwartier komt Tivor kijken hoe het gevorderd is en kijkt verbijsterd naar het verkoolde lichaam. “Ik wist niet dat je dat bedoelde, dat had niet gemogen.” Zegt hij ontzet. Ik leg uit dat dit niet de bedoeling was maar dat dit blijkbaar gebeurde met het lichaam van een bosnimf waarvan de geest het lichaam verlaten had. Want dat had ik net gedaan. Tivor knikt maar begrijpt het duidelijk maar half. Dit maakt mij niks uit en ik vind het ook niet nodig om het verder uit te leggen want ik heb mij ook aan regels te houden.

gerlienke
Berichten: 1613
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 15-05-06 17:19

goed stuk:),leuk dat de bosnimfen werden geheeld, ben wel benieuwd hoe Iris zich voorbereid hoe ze naar haar eigen wereld terug gaat.

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 16-05-06 18:07

Weer een nieuw stukje. Het loopt niet zoals je zou verwachten. Heb echt weer zin om te typen joh.
Citaat:
Als Tivor merkt dat ik het niet verder gaat uitleggen kijkt hij enigszins verbaasd maar laat het er gelukkig bij. Ik ruim de resten op en vraag of ik het mag verspreiden over de bossen waar hij geboren is. Tivor hapert even maar staat het uiteindelijk toch toe. Ik fluit Mikador bij me en vertrek. Het is even zoeken maar als ik het bos heb gevonden strooi ik met een paar bewegingen het as uit. Dan vraag ik Mikador of hij water ruikt en na even lopen heeft hij een beekje gevonden waarin ik mijn handen was en daarna wat water uit drink. Het is zoet water maar we moeten weer terug nadat Mikador gedronken heeft. Opeens hoor ik wat en Mikador steigert. “Ho maar jochie.” Zeg ik en kijk wat het gevaar is. Dan voel ik een pijltje in mijn nek en hoewel ik het er direct uit haal en ik veel sterker ben dan eerst zak ik toch langzaam weg. Mikador zakt ook onder mij vandaan dus ik spring er met mijn laatste krachten af. Ik, de spirit, verlaat haar lichaam weer.

Het zijn weer de bosnimfen maar ze zijn kwaad. Ze denken blijkbaar dat Iris hun water heeft vervuild en weten niet dat ze alleen het as heeft verspreid van het verbrandde geestloze lichaam van die bosnimf. Ze zetten een mes op haar keel en willen doordrukken maar dan besluit ik te verschijnen want het verblijf in haar lichaam heeft mij aangesterkt. “Stop!” Laat ik door hun gedachten gaan. “Dit mag niet, niet na dat ze velen van jullie soortgenoten heeft gered en de gestorvene, het was er 1, heeft bevrijd van zijn lichaam waarna dit lichaam uit zichzelf verbrandde. De assen van hem heeft ze hier uitgestrooid en nu willen jullie haar doden. Dat is stank voor dank.” “Ze vervuilde de heilige beek!” “Ze heeft ons verraden!” “Ze heeft ons pijn gedaan.” “Ze heeft ervoor gezorgd dat er 34 gevangenen zijn bij de enge wezens!” en er komen nog meer verwijten tevoorschijn uit de gedachten van de bosnimfen. Na een paar minuten kom ik er weer tussen. “Ze heeft geprobeerd jullie geen pijn te doen maar te redden. De heilige beek is niet vervuild, het neemt alleen de resten van het lichaam mee naar de onderwereld. Ze heeft jullie niet verraden, want ze had nog geen kans gehad om vrienden te worden. Deze 34 worden binnenkort vrijgelaten nadat ze genoeg zijn hersteld en ook zij heeft eerst niet zelf gekozen om mij de enge wezens te wonen.” Het mes wordt van haar keel gehaald en ze heelen de wond die er achterblijft. Ze knikken naar mij en vertrekken daarna. Ik wacht rustig bij haar totdat ze ontwaakt maar ondertussen merk ik dat ik onrustig ben door iets. Een gevaar voor haar is steeds dichterbij aan het komen en het is zo groot dat ik haar er niet voor kan beschermen.

Een zucht van opluchting gaat door mij heen als ze langzaam haar ogen open doet en een beetje aan Mikador sjort zodat hij ook wakker wordt. Eerst schrikt ze van dat ik er ben maar al snel kalmeert ze. Ze herinnert zich blijkbaar weer wie ik ben. Dan Springt ze op Mikador en rijden ze terug naar de grotten terwijl ik verdwijn. Tenminste, dat was de bedoeling als er niet iets tussendoor zou komen. Ze heeft ook nooit het geluk aan haar zijden staan want nu ze een stukje de bergen in is komt ze plotseling de Fouars tegen die haar nog wel herinneren en dan heb je echt een probleem hoor. Direct trekken ze hun messen en versperren de doorgang voor en achter. Ze dwingen haar naar een open plaats met een ravijn aan de ene kant en zij aan de andere kant. Ze verzet zich nauwelijks want zij heeft duidelijk de situatie al bekeken. Het ravijn is zo’n 2 meter breed en opeen draait ze Mikador om naar het ravijn en laat hem aangalopperen. Hij zet zijn oren naar voren en zet ruim voor de rand af en komt ruim neer. De Fouars hebben het nakijken en vertrekken. Dan vraagt ze aan Mikador of hij de weg terug kan vinden.

Mikador begint te lopen en als de zon weer op begint te komen hebben ze eindelijk het kamp bereikt. De hele middag heeft hij doorgelopen en enkel een paar keer is er gestopt om te drinken en hun behoefte te doen. Aarzelend treden ze door de poort, ze lijken wel te voelen dat er ook hier iets niet klopt en dan gaat het alarm af. Ik weet zeker dat het niet door mij komt want ik ben nog buiten de poort en dan is ze omsingeld door de toekomstwezens. “Rustig, loos alarm ik ben het maar.” Zegt ze met een hoog stemmetje van schrik. “Het alarm wordt aangestuurd door een systeem dat de genetica controleert en als jij bij gevaarlijk staat ben jij dat.” Zegt één van hem woedend. “Ssst Aron.” Fluistert iemand naast hem. Iris kijkt om haar heen en de tranen springen in haar ogen. “Neem haar gevangen en neem de Trai van haar af.” Klinkt de stem van Tivor. “Het paard gaat ergens anders heen.” Iris springt van haar paard af en aait het voor het laatste maal, “Succes mijn vriend, je zult het nodig hebben.” Er vallen tranen van haar op de grond. Toch werkt ze mee en de Trai is zo verwijderd. Braaf loopt ze mee naar haar oude en komende thuis, de cel...

Het sloopt haar.
Nog steeds zie je regelmatig tranen op de grond vallen. Ik snap het wel, alles waarop ze vertrouwde is ze nu weer kwijt. De bosnimfen, de Fouars, Mikador, die toekomstwezens en zelfs haar middel om fatsoenlijk te kunnen communiceren. Nadat ze de cel in is gebracht maken de 2 mannen haar handboeien los en lopen de cel uit terwijl de derde op haar let. Ze sluiten het en lopen weg, dan stort Iris in en begint ze harder te huilen dan ik verwacht had te kunnen. Ik heb zo’n medelijden met haar, ik wist niet dat dit kon. Altijd heeft zij maar pech en denkt ze dat ze eindelijk haar zaken op orde heeft gaat het weer fout en moet ze overnieuw beginnen. Huilend valt ze op bed in slaap en ik blijf bij haar waken. Wel onzichtbaar maar ik weet dat ze me voelt en hopelijk ziet ze het als steun in plaats van als een last. Na vele uren komen Tivor, Geeron en Amai langs en ze waren aan het discussieren waarom het nou zo moest gaan. “Ik snap het nog niet. Alleen omdat ze zo lang weg was gebleven?” “Ja en nee, alles is zo langzamerhand een gevaar en ik kan haar daar niet ook nog eens bij hebben. Jullie weten hoeveel problemen er zijn en ik kan het zo langzamerhand niet alles meer in de hand houden. Als jullie nou flink mee zouden werken zou alles een stuk sneller gaan en wanneer het klaar is laat ik haar vrij. Jullie moeten op mij vertrouwen!” Ik hoorde ze al van verre aankomen door hun gekibbel maar ze hebben pas voor de cel door dat ze aan het slapen is. Tivor pakt iets te voorschijn en lacht. Waarom snap ik niet. Dan richt hij iets op mij en direct word ik daarin opgezogen. “Niet alweer!” schiet er door mijn gedachten. Hij neemt dat ding mee maar waarheen kan ik niet zien doordat het niet doorschijnend is. Dan hoor ik wat vage klikjes en plotseling krijg ik de ruimte maar moet ik mij laten zien. Ook kan ik niet weg gaan.

“Waarom bespioneer jij ons?” vraagt Tivor dwingend, en nog vier anderen richten zo ding op mij.
“Ik bespioneer niemand maar steun Iris. In alle situaties sinds ze losgebroken is uit de kettingen.”
“Waarom steun jij Iris dan? Is zij de spion?”
“Ik steun Iris omdat zij de krachten van spirits kent, er gebruik van kan maken en ze respecteert. Ook heeft ze vele nog niet ontdekte mogelijkheden en een krachtige eigen spirit. Ze is ook geen spion maar heeft geen idee hoe ze hier is gekomen en hoe ze hier weg kan komen. Dat is het enige waar ze geïnteresseerd in is.”
“Hoe weet jij dat zo zeker?”
“Doordat ik in haar op kan lossen. Dan kan ik haar gedachten volledig volgen.”
“Hoezo zien wij geen gestorvene van ons?”
“Die zijn niet lang genoeg dood en voor de rest mag ik dit niet uitleggen anders word ik daar zwaar voor gestraft.”
“Hoe weten wij dat jij de waarheid spreekt?”
“Ik zweer het, en ben verplicht mij te houden aan wat ik zweer.”
“Breng hem terug.”

Ik word weer in dat krappe ding gezogen en breng daar een lange tijd door. Toch verveel ik me niet want in zo’n ding voel ik me nogal duf. Na vele uren openen ze het ding en direct ga ik eruit. Ik ben in een speciale kamer waar ik niet uit kan en dus een cel blijkt te zijn. Ik wist niet dat mij dit als spirit-zijnde nog kon overkomen. Ik leer steeds weer bij. Toch ben ik wel nieuwsgierig hoe het met Iris gaat. Ze zag er zo gesloopt uit toen ik haar moest verlaten. Ik wil weer terug naar haar!

gerlienke
Berichten: 1613
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 17-05-06 18:38

goed stuk;)leuk dat de spirit die bij Iris was nu ook uileg geeft en dat je ziet hoe zij de dingen ziet. Ook fijn dat je zin hebt om te typen, heb ik weer wat te lezen;)

Mizora

Berichten: 18459
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Oudenhoorn

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 24-05-06 19:41

Zin om te typen is altijd leuk, totdat je geen inspiratie heb. Hiervoor was het precies andersom maar nu heb ik toch wel een stukje dat ruim aan het aantal woorden komt. Hier is het, hopelijk vind je het leuk. Het was dus een moeilijk stukje om te typen, ook omdat ik ook nog eens in een nieuw persoon moest kruipen. Hier is het dan echt.
Citaat:
Na enkele dagen komt Tivor me opnieuw opzoeken. Een onzichtbare muur duwt me van de deur weg en dan komt Tivor naar binnen. Zonder anderen maar als de deur dicht gaat weet ik dat ik er toch niet uit kom. Opeens bedenk ik iets. Nog steeds ben ik niet te zien en de muur is verdwenen. Tivor zegt dat ik tevoorschijn moet komen maar dat doe ik niet. Ik ga als een razende door de kamer vliegen zodat de scanner niet duidelijk aan kan geven waar ik ben. Na een tijdje begint hij het zat te worden en gaat gewoon zitten. “Het put jou meer uit dan mij hoor.” Zegt hij, maar ik weet dat dit niet waar is. Hij voelt namelijk wel steeds iets heen en weer vliegen en ik heb toch superveel energie. Ik voel hem steeds meer verzwakken en opeens merk ik een lek in zijn beveiliging. Toch ga ik gewoon door want dat maakt het voor mij alleen maar makkelijker. Dan schiet ik in hem en schakel mijn gedachten en geheugen uit.

“Waar is hij nu?” Vraag ik me hardop af. Ik scan maar merk dat hij weg is. “Hoe is dat mogelijk? Ik ben beschermd, de deur is beschermd, hoe kan hij ontsnappen?” Ik schut mijn hoofd en vertrek. “Hij is ontsnapt op één of andere manier.” Zeg ik tegen de bewaking, “zoek uit hoe!” de bewaking salueert en ik knik. Ik loop naar de grot waar mijn shuttle in staat. Ik ga naar binnen en besluit op met bed te gaan liggen. “Dat dit er ook nog bij moet komen. Eerst dat die gast al in de ruimte ontsnapt was naar Cibrum, daarna dat het opsporingsmechanisme het begaf, toen de ziekte die onder de paarden uit brak waardoor we nieuwe moesten jatten, tegelijkertijd ook nog dat meisje, toen die energiebron die een vaag iets bleek te zijn, Fouars die heel wat apparatuur gejat hebben, de onderzoekingsmanier van Aron die verkeerd uitpakte, de aanval van de bosnimfen, de ontdekking dat Iris een verrader waarschijnlijk is, dat vage iets opnieuw, de ontsnapping van dat en dat Iris steeds zwakker wordt. Er moet echt niet nog iets bij komen.” Na een tijdje besluit ik te gaan slapen. Dat gekloot van dat iets heeft me ook niet echt energieker gemaakt. Hij was overal. Langzaam val ik in slaap.

Om mij heen zijn velen: dat iets, verschillende versies van Iris, Catastraphor (die man), Aron, Amai, Mikador, Leo, de bosnimfen, de Fouars en nog wat van de bewaking. Iedereen schreeuwt naar mij in hun moedertaal. Het lawaai is oorverdovend en ik versta geen van allen. Dan komen de Irissen dichterbij samen met dat iets. Lanzaam sluiten ze me in en dan raakt dat iets me aan en verdwijnt. De Iris die is zoals de echte nu is raakt me ook aan en dan schiet vanalles door mijn gedachten. Opeens weet ik waar Catastraphor is en dat noch Iris noch dat iets verraders zijn. De andere Irissen verdwijnen en de echte Iris stort in en is bewusteloos. Dan verdwijnen alle wezens om mij heen stuk voor stuk. Iris verdwijnt als laatste en ik word wakker.

Ik besluit direct naar Iris te gaan maar eerst kijk ik in de spiegel. In het spiegelbeeld zie ik niet alleen mijzelf, maar ook dat iets. Ik kijk achter me maar daar is hij niet. Ik controleer mijn beveiliging volledig en dan vind ik het lek. Even schrik ik maar dan bedenk ik dat het geen verrader is en snel zorg ik dat ik er acceptabel uit zie en vertrek dan snel naar Iris. Als ik bij haar cel kom vind ik het verdacht stil. Direct loop ik door naar waar ik naar binnen kan kijken en zie haar op de grond liggen. Ik zet de beveiliging uit en ga snel naar binnen. Ik scan haar en zie dat ze bewusteloos is. Is die droom dan door haar gekomen? Ik til haar op en breng haar naar de ziekenboeg. Ik kom Amai tegen onderweg en hij schrikt zich lam. “Wat is er gebeurd met haar?” vraagt hij. “Weet ik niet. Wil jij alvast naar de ziekenboeg gaan om te waarschuwen dat ik met haar bewusteloos aankom.” Hij knikt en rent weg. Ik loop stevig door en af en toe kom ik iemand tegen. Als ze iets willen vragen geef ik met een klein seintje aan dat ze door moeten lopen. Binnen 5 minuten ben ik bij de ziekenboeg en daar nemen ze Iris over van mij. Ze wordt onder de grote scanner gelegd maar daar komt niks uit. Ook uit bloedtest komt niks en ze besluiten haar een energiestoot te geven. “Catasterine.” Schiet er door mijn hoofd, het heeft de stem van Iris maar heel zwak. “Mag ik even de computer gebruiken?” vraag ik. De doktoren knikken afwezig. Catasterine blijkt een stof te zijn die voor de meeste wezens heel giftig is maar bij sommige van levensbelang en dus niet giftig. Ik vraag of ze gecontroleerd is op aanwezigheid van Catasterine. Leo kijkt me even aan van hoe weet jij überhaupt van die stof af maar schud daarna nee. Ze checken haar erop en dan blijkt dat ze sporen van Catasterine draagt. “Geef haar 80 mg Catastrerine. Dat moet genoeg zijn om reactie te krijgen.” Zegt Leo. Mira, de assistente, pakt het uit de koelkast en zegt dat er niet zoveel van is. “Zo’n 250 mg maar dus let op met de dosissen.” Leo knikt en doet er 80 gram van in de hypospray, een soort injectiespuit die op lucht werkt in plaats van met naalden.

Het hol van de leeuw.
Hij geeft het aan Iris en direct zie je de kleur in haar wangen terugkomen en na 5 minuten komt ze bij. Zo’n vooruitgang heeft niemand verwacht en Leo wil de beveiliging roepen maar ik zeg dat dit niet nodig is. Ik haal de Trai uit het voorraadkastje en bevestigt die op de verwarde Iris. “Hoe is het nu met je?” vraag ik. En ze antwoordt verdwaast dat het gaat. Langzaam kijkt ze helderder uit haar ogen en een paar minuten later vraag ik hoe het kan dat ze Catasterine in haar bloed heeft zitten. “Bedoel je Feraline, of toch iets anders waarvan ik nog niet wist dat ik het in mijn bloed heb zitten?” vraagt ze onbegrijpend. Ik antwoord dat het wel kan dat ze het Feraline noemt, maar dat ik me afvraag of zij gedachten kan lezen en sturen omdat ik opeens Catasterine in mijn gedachte had toen ik haar zag liggen in de ziekenboeg. Ze knikt en zegt dat ze heel hard aan Feraline heeft gedacht voordat ze bewusteloos raakte. “Ik heb het gefluisterd in de laatste seconden.” Zegt ze. Ik knik, verbijsterd van dit. “Normaal maakt mijn lichaam het zelf aan maar ik was te gespannen om te gaan mediteren. De laatste keer was denk ik voordat jullie me voor het eerst gevangen namen en volgens mij zit hier Mysterine in de lucht of eten want het moet hier heel vaak.” Mysterine ken ik niet dus vraag ik aan Leo wat dat is en hij zegt dat dit waarschijnlijk A-catasterine is, het tegenmiddel voor Catasterine. Iris knikt bevestigend, ze zegt dat het zoiets is. “Ik breng je terug naar je cel want anders kunnen er problemen ontstaan. Daar zal ik je ook uitleggen hoe dit alles gebeurd is.” Zeg ik tegen haar. Ze wordt nog een keer snel gescand maar als het echt goed blijkt te zijn mag ze met mij mee. We komen snel bij de cel aan en we gaan samen op haar bed zitten. “Ga je het nu uitleggen Tivor?” Ik knik en begin te vertellen over dat iets dat zich een spirit noemt, over Catastraphor en over wat allemaal al fout is gegaan in deze missie. Als ik klaar ben zegt ze dat ze het begrijpt en denkt dat Catastraphor zijn naam van Catasterine overgenomen heeft. Ze weet blijkbaar dat dit voor de meesten een giftig goedje is. “Ik weet niet...” zeg ik twijfelend en daarna zeg ik dat ik moet gaan. Opeens schiet me weer door de gedachten waar ik had bedacht dat Catastraphor ook nog kon zijn. Die naam is dan inderdaad wel goed bedacht maar dat zeg ik niet tegen Iris. Ik loop de cel uit, doe de beveiliging erop en vertrek. Iris een heel stuk gezonder achterlatend.

Direct roep ik Elu Inglorion bij me. De grote Elu dus want we hebben ook nog een kleine, Elu Enikor. Ik leg hem uit waar ik heb bedacht dat Catastraphor kan zitten. In de dichtsbijzijnde grote stad met wat spionnen onder ons midden. Direct leg ik uit dat dit niet die spiritdinges en Iris zijn. “Ik denk eigenlijk dat Aron een spion is. Daarom heb ik hem ook niet geroepen. We roepen Leo, Amai, Mira en Geeron en dan vertrekken we op Prince, Libanon, Koter, Dragon en Fish. Roep jij hen dan zorg ik dat de spullen en paarden klaar staan.” Hij knikt en direct loopt hij weg. Ik ga de 5 paarden opzadelen en optomen, ik gebruik de standaard bitten en de zadels waar van alles onzichtbaar in opgeborgen kan worden als een dolk, een lasergun, een sabel, een gezichtsscherm, touwen, handboeien en ook een EHBO-kit. Binnen 10 minuten is grote Elu terug samen met de rest. Ik ga op Dragon, Amai op Koter, Mira op Fish, Geeron op Libanon en Elu op Prince. Snel trekken wij de gewaden aan die gebruikelijk zijn om te dragen in de stad en daarna springen we op onze paarden en rijden we weg via een geheime weg die ik enkel ken. Onderweg leg ik snel uit wat er aan de hand is in een paar zinnen en dan gaan we een stuk draven. Na een uur komen we aan in de stad en dan volgen we enkel nog mijn instinct. Ik weet dat het goed is maar ik vertel aan hen niet dat het enkel op mijn instinct gebaseerd is. Na een kwartier te stappen door de stad zie ik plots waar we erin moeten. “Dat achterweggetje in.” zeg ik, en we slaan als we erlangs komen erin. Onopvallend haal ik mijn scanner tevoorschijn en al snel heb ik gevonden waar we erin moeten. Mira weet dat ze enkel op de paarden moet letten dus wij pakken onze spullen en laten haar achter met de instructie ons achter te laten zonder paarden als het fout gaat, “Zolang jij en de paarden maar veilig zijn.” Zegt Elu met een glimlach. Mira bloost en knikt, dan gaan we naar binnen...

gerlienke
Berichten: 1613
Geregistreerd: 17-12-04
Woonplaats: Eibergen

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 25-05-06 16:04

goed stuk:)je zou niet zeggen dat je inspiratieloos was, want het is een leuk stuk, ook leuk dat je het nu uit de ogen van Tivor ziet. Ben benieuwd of ze de spion nog weten te pakken. Gelukkig was Tivor net op tijd bij Iris.