Ik heb de pen weer opgepakt en ben gaan schrijven, wel op de computer hoor, haha
Tot nu toe gaat het prima, Proloog en Hoofdstuk 1 zijn zo goed als af, er komt nog 1 alinea aan Hoofdstuk 1 vast.
Het gaat over Valesca, een half-Russich meisje die wees is, zij probeert dat verdriet te verwerken. Ze ontdekt haar paranormale krachten en krijgt visioenen. Wanneer ze visioenen krijgt van de moordenaar van haar vader, wil ze niets liever dan deze man
vermoorden. Haar vriendin vindt dat echter gestoord en wil er niks mee te maken hebben. En dan is er nog een jongen op school, die haar in de war maakt. Valesca's leven is zo verschrikkelijk hard dat het zelfs mij pijn doet om het te schrijven.
Het verhaal - Proloog en Hoofdstuk 1 - bestaat nu uit 2.451 woorden
Jullie mogen kritiek leveren, maar denk eraan;
- Ik ben 12
- Het is fictie, maar er zit een kern van waarheid voor mij in
- Gebruik opbouwend kritiek

Veel leesplezier!
Citaat:Proloog
Ik keek gedachteloos naar de grond. Terwijl ik de oortjes in mijn oren deed, telde ik de witte strepen in het midden van het fietspad waar ik langsliep. Ik zag mijn spiegelbeeld in waterplassen, maar deze werden weg gespoeld door de regen. Naar het riool. Gezuiverd. Tot een beter persoon. Ik durfde niet op te kijken. Ze zouden mijn ogen zien. Mijn doorweekte, rode ogen en uitgelopen mascara. Mijn bleke gezicht. Ingevallen wangen. Mijn haar plakte tegen mijn gezicht. Water liep mijn jas binnen. Ik wilde niet meer naar school, niet meer naar internet. Daar deden zich allee maar nare dingen voor. Dingen die ik nooit had gezien als problemen, die nu voor me open lagen als boeken. Er waren vakjes die ik kon aanvinken om keuzes te maken, en op het moment dat ik mijn keuze had gemaakt, was mijn pen leeg. En reserve pennen waren niet in de buurt. De muziek vult mijn hoofd, maakt dat ik me iets beter voelt. Maar alsnog, ik heb het idee dat ik gewoon dood ben. Toen ik vanuit mijn ooghoeken keek, kreeg ik bijna een hartaanval. Maar ik liep stug door. Niet opkijken, niet opkijken, dacht ik. Hij stond daar, te praten. Ik kneep m’n ogen dicht.
De meest frustrerende ontmoeting ooit. Hij kwam me ook nog achterna. Hij denkt te kunnen spelen met mijn gevoelens? Mooi niet. Kan ie’ helaas wel. En nu lijk ik in een zwart gat te zitten. Zonder eind, zonder begin, zonder zijdes, zonder een vloer onder mijn voeten. Ik zweef rond. Zou iemand me ooit naar beneden halen? Terug naar de aarde. Ik weet me geen raad meer.\
Hoofdstuk 1 - Hartverscheurend
Bij het moment dat het refrein zichzelf introduceerde, ging mijn hart iets sneller kloppen. De lage tonen dreunden in mijn oren. Ik boog me voorover om de laatste wiskunde sommen te maken, maar mijn aandacht werd getrokken door mijn laptop, die daar fier stond. Kom op, deze laatste paar en je mag er van mij de rest van de avond op, sprak ik mezelf streng toe. Ik zuchtte en zette mijn denkhelm weer op. Na een tijdje was ik de draad kwijt, dus ik vulde maar iets randoms in. Toen ik klaar was schoof ik mijn computer naar me toe. Ik klikte Spotify aan en drukte op een ander liedje. Iets gevoeliger. Maar na de eerste aanslagen op de gitaar van de zanger, sprongen de tranen al in mijn ogen. Ik klikte internet aan. Ik besloot weer wat op mijn blog te zetten. Er waren nieuwe volgers bij gekomen. “Julian, Petra, Celine en 7 anderen volgen uw blog nu,” verscheen er in beeld. Ik glimlachte, om die digitale steun. Het voelde goed, als mensen zich interesseerden in mijn leven. Om maar wat variatie in mijn blog te brengen, schreef ik iets over het uiten van je hart doormiddel van kunst. Ik noemde op dat bijvoorbeeld een verhaal prima was, maar een tekening of een schilderij was ook meer dan genoeg. Direct kreeg ik meldingen binnen van lezers die het stukje hadden geliked. Ik voelde me er erg opgelucht over. Toen voelde ik mijn mobiel trillen. Een bericht. Van Jesan. Ik stikte bijna in mijn adem. Voorzichtig tikte ons App gesprek aan.
Heey, ik vroeg me af of je voor school misschien zin hebt om wat koffie te gaan drinken en bij te kletsen enzo? X Ik kon mijn ogen niet geloven. Meende hij dit nou? Nou, het lijkt me wel leuk, maar hoezo opeens? Hihi x Ik deed mijn mobiel weg. Misschien had ik dat niet moeten vragen. Ik heb het halve jaar geprobeerd hem in te laten zien dat ik hem leuk vond, van hem hield, en nu kwam hij hiermee? Zag hij me daarvoor niet of zo? Of was dit een stomme weddenschap? Ik vertel je alles morgen. Ben je in de kantine om 10 over 8? Ja, ik wilde er zijn. Ja, ik ben er dan x
Hij begon wat tegen me te praten, maar ik kon me niet concentreren. Ik wilde gaan liggen, misschien was dit net iets te veel voor me. Ik heb zo vaak geprobeerd hem te bereiken via social media, in het echt naar hem gelachen, wat met hem gepraat, maar hij heeft me nooit echt geantwoord. En nu wel. Ik kon het niet geloven. En ik ben bang dat dit alleen maar een grote teleurstelling zal zijn. Oh, God, laat dit goed aflopen. Ik checkte mijn Twitter en Facebook voor ik afsloot. Daarna deed ik mijn oortjes in om verder te luisteren via mijn mobiel. Beneden nam ik een kop thee en ging op de bank zitten. Ik was er wel achter dat gelukkig zijn gevaarlijk was. ‘Es, schuif eens op,’ zei Annet. Ik knikte en schoof op, waarbij een beetje thee op mijn benen viel. ‘Oei, sorry!’ Annet keek me schuldig aan. ‘Niks aan de hand,’ wuifde ik haar excuses weg. Ik keek naar buiten. De wind waaide en het regende. Prachtig weer. Wat ik het liefst zag. Omdat als de zon scheen, er na een tijdje toch wel weer regen zou komen. Ik hechtte me maar aan de dingen die minder leuk waren. Dan werd ik niet teleurgesteld. Annet sloeg een arm om me heen. ‘Zullen we een “ladies night” houden?’ stelde ze voor. Ik deed mijn oortjes uit en knikte. ‘Oké, wat versta jij daar onder, dan?’
‘Een filmpje pakken, een grote bak chips en elkaars nagels lakken?’
‘Mam, nee, dat doen moeder en kind niet.’ Annet keek me sip aan. ‘Nou, film kijken en chips?’
‘Prima!’ En zo gezegd, zo gedaan, Annet zapte naar HBO2, waar vanavond Titanic op de tv kwam. Ze liep naar de keuken om chips te pakken. Terwijl Annet bezig was, keek ik of Jesan nog terug had gepraat. Nee. Ik wachtte op Annet. Toen ze terug kwam begon de film net. Ze ging naast me zitten en zwijgzaam keken we naar de film.
Toen de film was afgelopen, ging ik naar boven om me om te kleden en te gaan slapen. Ik trok mijn pyjama aan en waste mijn gezicht. Ik keek snel even op de laptop, maar er was niet echt iets interessants te zien. Dus ik kroop onder de dekens en viel in slaap. Die nacht werd ik wakker, ik wist niet precies waarom. Ik keek op de wekker. Het was half 5. Nog 2 uurtjes slapen en je mag eruit, sprak ik mezelf toe. Maar het lukte me niet. Ik kwam niet meer in slaap. Dus ik bleef maar gewoon wat liggen. Ik kneep mijn ogen tot spleetjes. Opeens zag ik vlammen. Een heleboel. Ik schrok ervan en wilde naar beneden rennen, maar besefte dat het maar beelden waren. Versuft ging ik op mijn zij liggen. Een angstig gevoel besteeg me. Waarom kwam dat vuur opeens in me op. Wat was er mee? Vragen schoten zich door mijn hoofd. Ik zei tegen mezelf dat het vast gewoon iets was wat ik op het nieuws had gezien en mijn hoofd onbewust had opgeslagen.
De volgende ochtend, toen ik wakker werd, lag er op de ontbijt tafel in de keuken een briefje. Ik pakte het op en las wat er in stond. “Lieverd, ik ben al werken. Ontbijt in de magenetron. Kus Annet” Ik liep naar de magnetron. Er stond een bord met daarop een tosti e een croissant. Op het aanrecht stond een smoothie. Ik warmde de broodjes op en ging ermee op de bank zitten. Ik ontbeet terwijl ik naar een kinderprogramma tuurde. Daarna smeerde ik wat broodjes en maakte wat klaar om mee naar te school te nemen. Ik ging naar de badkamer om mijn tanden te poetsen en ik pakte mijn tas om het eten in te doen. Ik deed mijn oortjes weer in en stapte op de fiets. Ik fietste maar direct door naar school. Eenmaal op school was er niemand te zien. Ik keek op mijn telefoon om te zien hoe laat het was. 7 over 8. Ik ging maar aan een tafel zit. Ik wachtte minuten lang, maar er was niemand te zien. Om kwart over was ik al zover dat dit dus allemaal een grap was geweest. Met pijn in mijn hart ging ik op zoek naar de anderen in de klas. In de hal zag ik Nancy. Opgelucht liep ik naar haar toe. ‘Nance!’ Nancy keek om. ‘Hé, aardappel-snotneus! Hoe gaat het?’ Ik trok mijn neus op. ‘Slecht. Jesan wilde wat drinken en praten om tien over, maar hij is niet komen opdagen.’ Nancy werd boos. ‘Wat?! Wat een knakker is het! Die vieze mo..’ Hij stond achter haar, en ze merkte het. Ze draaide zich wat ongemakkelijk om. ‘Oh, euh, hoi Jesan,’ zei ze zo zakelijk mogelijk. Ik moest lachen, en wierp hem daarna een gekwetste blik toe. ‘Jesan, je bent echt een zak.’ Hij deed zijn handen omhoog. ‘Sorry, platte band.’
‘Rot op met die smoesjes.’ Ik was kwaad op ‘m en dat mocht ie’ weten ook! ‘So-ho-rryyy!’ Hij keek me verschuldigd aan. ‘Je mag me slaan.’ Hij stak zijn arm uit. Op dat moment ging de bel. Ik sloeg hem keihard op zijn arm en liep toen met Nancy naar het lokaal waar we het eerste uur, wiskunde, van meneer Zuijlenga hadden. Verschrikkelijk vak, net als Frans, maar beter dan in die hal blijven staan en de ongemakkelijke stilte ervaren. ‘Wat een banketstaaf gast is het,’ zei ze. Ik knikte. ‘Klootzak dat hij is.’ Hoewel ik boos op hem schold, was ik niet zo ontzettend woedend. Ik vond hem wel echt een sukkel, maar hij was wel heel chill gebleven. ‘Oh hemel, niet kijken, maar daar is Zuijlenga. Hij heeft zich verslapen volgens mij.’ Ik moest lachen en keek op. En inderdaad, zijn haar zat door de war, hij had diepe wallen onder zijn ogen en zijn kleren, die anders netjes gestreken waren, waren erg verkreukt. ‘Nou, slechte nacht gehad?’ stelde Nancy voor. ‘Néé! Hij heeft iets te veel gedronken toen hij op stap ging met “de jongens”.’ We moesten allebei lachen en gingen naar binnen. Zuijlenga wilde zo te zien direct beginnen, want hij begon al met het openen van de flipchart waarop hij zijn bestande had staan. Normaal vroeg hij ons hoe ons weekend was geweest. ‘Houd allemaal je mond,’ riep hij chagrijnig. Ik plofte op de stoel en pakte mijn spullen uit. Toen voelde ik een tikje in mijn rug. ‘Valesca, had jij nou een afspraakje met Jesan?’ Ik rolde met mijn ogen. Suzan weer. ‘Ja, Suzan, die hád ik, maar hij had een platte band dus kwam niet.’ Het was even stil. ‘Oh, banketstaaf.’ Ik kneep mijn ogen dicht. Hoe dom kon je zijn? dacht ik. Gelukkig staarde ze nu naar mijn rug en zag ze niet dat ik me dood ergerde aan haar. De les begon en zodra Zuijlenga begon te praten, dwaalde mijn gedachten af.
“In a world full of pain and sadness, there’s always that one who don’t get hurt and is a happy human. That one will make the world a bit better for everyone who’s cryin’, day after day, and that person can make the sun and the moon will smile.” De tranen stonden in mijn ogen na het lezen van het gedicht. Nog nooit had ik zulke mooie woorden gehoord. Ik keek de klas rond. In mijn wereld van pijn was er Nancy, die er voor me was wanneer ik wilde. Maar ondertussen dacht iedereen, zelfs Nance, dat mijn eeuwige pijn nu wel zo’n beetje was gesleten. Nooit, maar dan ook nooit, zou er een dag komen dat ik me écht gelukkig zou voelen. Ik staarde naar mijn handen, naar de pen, ik keek naar de lampen aan het plafond en boog me weer voorover om de zinnen te vertalen.
Ik heb op jonge leeftijd mijn moeder verloren. Ik was 6 toen ze stierf aan kanker, net oud genoeg om die hartverscheurende pijn mee te maken. Mijn vader wilde het leven oppakken, maar ik zat hem tegen. In andere situaties zou de vader aan de drank gaan en problemen gaan geven, in ons geval was ik het, die niet naar school ging, niet at en alleen maar krijste en schreeuwde. Later ging het wel beter. Alleen, op mijn 9e verjaardag, toen papa mijn cadeau zou ophalen uit de stad, werd daar een aanslag gepleegd door een massamoordenaar. Een bom, en daarbij zijn 35 doden gevallen. Waaronder mijn vader. Op het moment dat is wees was, heb ik overwogen zelfmoord te plegen. Ik wilde niet verder leven zonder mijn lieve vader, die altijd zijn zorg over me had gedragen. Maar ik werd door de jeugdzorg opgepikt en in een pleeggezin geplaatst. Terwijl zij bij mijn tantes en ooms langsgingen om te vragen wie de voogdij over mij wilde, zat ik daar, op mijn kamer de hele zag op internet naar dingen te zoeken om mijn eigen leven te ruïneren. Na een tijdje plaatste de jeugdzorg me over naar Tante Hilde, maar ik wilde liever naar een adoptie gezin, zei ik. En zo werd dat geregeld. Later kwam ik terecht bij Annet, Julian en hun baby Stefio. Ik was de eerste tijd nog wel tegendraads, maar alles veranderde toen ik met Stefio omging. Zo’n baby-broertje, het is geweldig. Ik kon hem wel blijven vertroetelen, maar ik moest ook weer naar school. Ik begon opnieuw bij Pallem Lyceum, waar ik Atheneum + mocht doen. Nu zit ik in de 2e, en het gaat allemaal een stuk beter met me. Maar ik voelde nog iedere dag die pijn. 4 jaar geleden dacht ik er nog aan om zelfmoord te plegen, mede dankzij de boeken voor tieners, die ik toen al las. En nu ben ik gewoon, iemand die haar leven heeft opgepakt.
Dat terugdenken aan mijn leven voor hier op school, maakt dat ik me moet vastgrijpen aan de tafel. Weer zie ik vlammen voor me. Er zit een brok in mijn keel. Ik begin te hyperventileren, en ik kan het niet stop. Ik adem heel diep in en probeer het weg te krijgen, maar het wordt erger en de tranen lopen over mijn wangen. Mevrouw Vos, onze Engels docente, komt naar me toe gesneld. Kinderen kijken me aan, Nancy draait zich naar me toe, ik zie iedereen naar me kijken en ik wil door de grond zakken. ‘Valesca, hoor je me?’ Vos zwaaide haar hand voor mijn ogen. ‘Ze moet naar de conciërge, Nancy, loop je met haar mee?’ hoorde ik vaag op de achtergrond. Ik zag vlammen, rook, gillende mensen. Een waas van tranen nestelde zich voor mijn ogen, mijn hart ging te keer en het voelde alsof ik stikte. Voor ik het wist, viel ik van mijn stoel en bleef bewegingsloos op de grond liggen.
