Ik wou het al een hele poos herschrijven en verbeteren maar het is er nooit van gekomen, maar nu dan toch wel.
Ik wil graag leren, dus tips en commentaar mag altijd, maar hou het wel netjes, en hou er rekening mee dat ik 14 ben.
Citaat:Dat oude basisschoolleventje was nu niks meer, huiswerk, proefwerken, lange schooldagen en zware tassen. Het leek me geweldig om naar de middelbare school te gaan, maar zo geweldig is het eigenlijk niet. Op de basisschool kende iedereen je al acht jaar, en accepteerde je om hoe je was en hoe je deed. Hier werd je pas geaccepteerd als je een grote mond had en lef had. En dat had ik niet.
Ik heb drie leuke vriendinnen, die ik allemaal op de manege heb leren kennen. Stefanie en Anissa. Alle drie hebben we een eigen pony, en we rijden daarom ook vaak samen paard. Nu op de middelbare school zit ik bij Anissa in de klas, Stefanie doet een niveau lager. Ik ging niet met plezier naar school, maar ik zag er ook niet tegen op. Onder schooltijd keek ik altijd uit naar het moment dat de laatste bel ging, en ik weer naar Lola, mijn pony, kon.
Tot die ene pauze, die pauze veranderde mijn hele leven. Ik had eerder op de dag een onaardig antwoord gegeven op een meisje die ik niet mag, Lotte. Die pauze kwamen zij, en haar vrienden om mij heen staan. Ik besloot niet veel op ze uit te doen, tot dat een, een stomp tussen mijn ribben gaf. Ik haalde vol uit in haar gezicht, en toen begon het. Zes tegen drie, tegen mij, Anissa en Stefanie, maar vooral tegen mij. Na een klap in mijn gezicht werd het zwart voor mijn ogen, en vanaf dat moment wist ik niet meer wat er gebeurde.
Even later werd ik wakker, drie leraren stonden bezorgt om me heen. “Meisje, wat is er gebeurt?” Vroeg de bezorgde stem van de conciërge. Anissa en Stefanie stonden een stukje verderop, met een andere leraar. “I-ik ben gevallen denk ik…” Lieg ik, ik heb geen zin in meer problemen met diezelfde kinderen. “Ik zal je ouders wel even bellen of iemand je op kan halen.” Zei de conciërge.
Sinds die keer ben ik gaan twijfelen aan mezelf, aan wie ik ben, aan hoe ik doe… Ik ben verandert sinds die tijd, de enige plek waar ik mezelf nog kan zijn is bij Lola. Daar ben ik ook de meeste tijd te vinden. Elke dag ging ik met meer tegenzin naar school. Klasgenoten negeerde me, en dat negeren vind ik zelfs erger als het pesten. Ik twijfel aan mezelf, en kan het niet met mezelf eens zijn. Dat vrolijke meisje dat ik was, is nu helemaal weg, en dat merken mijn ouders ook. Vaak vragen ze wat er aan de hand is, maar ik wil niet dat zielige meisje lijken, dus ik houd mijn mond maar…
Woorden spoken door mijn hoofd, alles wat iedereen voor gemeens tegen mij heeft gezegd. “Je bent lelijk.” “Je kan niks.” “Je bent dik.” “Je bent nergens goed voor.” En die woorden ging ik geloven. Ik bén dik en ik bén lelijk. En daar moest verandering in komen. Ik dacht eens na. Ik eet veel te veel, daarom ben ik dik. En snel veranderde ik mijn eetpatroon. ’s Ochtends niks, op school mijn brood weg gooien, en ’s avonds een klein beetje avondeten. Alles wat niet hoeft, zou ik niet eten.
Op een dag besloot ik door het bos te gaan rijden met Lola, alle zorgen en stress vergeten. Terwijl we over de bospaden draafden stroomde de tranen over mijn wangen, tranen van pijn, verdriet en kwaadheid. Terwijl Lola een overgang maakte naar galop, liet ik haar maar gaan. Het kon me allemaal even niets meer schelen, dit was een moment van Lola en mij. Zo’n moment die niemand kan verbreken, mijn gedachtes waren even helemaal van de wereld, Ik zag en hoorde niks meer.
Ik voelde en hand die me aanraakte, ik schrok en keek om. De enige jongen van stal, Kai, reed achter mij, op zijn paard dat veel groter en sneller was als Lola. “Ik heb je twintig keer geroepen gek!” Riep Kai terwijl ik een overgang maakte naar draf en stap. Toen pas zag hij dat ik had gehuild, aan mijn rode ogen. “Wat is er?” Vroeg hij.
Daar zaten we dan, naast elkaar, terwijl de paarden een beetje aan het gras stonden te knabbelen in het bos. Tranen stroomde over mijn wangen. Ik kende Kai niet zo goed, ik heb hem wel eens gezien op school en op de manege, en we zeiden wel eens hoi tegen elkaar, maar nooit meer dan dat. En nu zat ze naast hem, op het punt om hem het hele verhaal te vertellen. Het voelde raar, ik zou het nooit zo aan Anissa of Stefanie kunnen vertellen, en nu vertelde ik het aan een bijna vreemde…
Toen ik het verhaal had verteld, gebeurde waar ik bang voor was. Die ene doodse stilte, die iedereen in zijn leven wel eens heeft meegemaakt. Het was duidelijk dat Kai niet wist wat hij moest zeggen. En ik zat daar maar, met de teugels van Lola in m’n hand en naar de grond te staren. Toen kwamen die vier woorden, die woorden die niks lijken maar op dat moment zoveel voor me betekende en dat was, “ik ben er voor je.” En zo zaten we nog een tijdje naast elkaar, zonder wat te zeggen.
Toen ik opstond om weer terug te rijden, stond Kai op. En toen kwam er een moment, een moment dat ik nooit verwachte maar me wel veel steun gaf, dat moment dat Kai me een knuffel gaf, en we zo een poosje op het pad stonden terwijl hij me stevig vast hield. Tot het moment dat Lola ongeduldig aan de teugels begon te trekken omdat ze weer verder wilde. Bijde stegen we op en reden terug, zonder ook maar een woord te zeggen…
Het is fijn om af en toe met Kai te praten, hierdoor zijn we ook heel goede vrienden gevonden, en vaak gaan we gewoon even op de hooibalen zitten praten op stal. Ook Anissa en Stefanie gingen meer met Kai om, maar nog steeds wisten zij niet wat er speelde. En dat hoefde ook niet van mij, ik wil niet dat zielige meisje lijken en ik hoef ook niet alle aandacht. Maar af en toe is het wel fijn dat iemand er van af weet, iemand waar je je hart kan luchtten en alles bij kwijt kan. En zo iemand heb ik lang gemist.
Op stal hebben ik en Kai nu een plekje gevonden, tussen de hooibalen zat achteraan een gat, waar niemand je zag zitten. Hier zaten Kai en ik steeds vaker, gewoon te praten over van alles, de paarden, school, vrienden, en ook over mij. Wanneer ik in tranen was wist Kai mij altijd te troosten, en als ik vrolijk was, was Kai dat ook. Ook reden ik, Stefanie, Anissa en Kai vaak met zijn vieren. Hij behoorde nu echt tot onze “club”, en daar was ik blij mee.
Op school ging het nog niet veel beter, het pesten ging door, en ik voelde me steeds slechter. En het afvallen bleef maar door gaan. Het ergste gevoel ooit was nu voor mij vol zitten. En als ik echt vol zat, dan spuugde ik mijn eten weer uit. Het klinkt verkeerd, het is verkeerd, maar ik wou het. En ik ging er voor. Binnen drie weken was ik al snel zeven kilo kwijt. Ik was goed op weg. Op die momenten dat ik op de weegschaal ging staan en hij gaf aan dat ik minder woog als de dag er voor, voelde dat goed. En dat gaf de motivatie om door te gaan.
Tijdens handvaardigheid was Anissa weg, en moest ik dus alleen zitten bij de meiden die ik niet echt mocht. Ik besloot maar gewoon antwoord te geven op hun vragen en hun verder te negeren. De ene banketstaaf opmerking volgde na de andere. Tot opeens een meisje zei, “hoe zouden jullie dat vinden als je haar was?” Ik voelde me opgelucht, maar dat duurde maar even. “Dan had ik al lang zelfmoord gepleegd.” Was het antwoord.
Na school fietste ik gelijk naar stal, het kon me niks schelen dat ik mijn goede kleren had maar ik moest er even uit. Ik haalde snel een borstel over Lola, zadelde haar op en draafde hard van het terrein van de manege af. Het kon me niks schelen dat ik Kai in de verte aan zag komen fietsen, ik draafde stug door, en in het bos zette ik een galopje in. Ik dreef haar wat aan en harder als normaal stuifte we over het zandpad. Tranen rolde over mijn wangen, ik ging weer in het zadel zitten en liet de teugels los, Lola ging over in een iets rustigere galop, en ik kon die ene zin niet uit mijn hoofd krijgen. “Dan had ik al lang zelfmoord gepleegd…” Ik maakte een klein rondje door het bos en draafde terug naar stal, het laatste moment ging ik in stap en stapte ik het terrein weer op. Ik had geen zin om met Kai te praten, ik wist zeker dat de tranen dan weer in m’n ogen schoten…
