
Daar zat ze dan, in de wachtkamer van de psycholoog.Een tenger meisje, met zwart steil haar tot op haar schouders. Alhoewel meisje, ze was al een dame, iets groter dan de gemiddelde dame van 20. Ze was mooi om te zien, en dat wist ze zelf ook. Regelmatig kreeg ze aandacht van de jongens, en werd ze nagefloten. Ilse was de naam. Ilse was vernoemt naar haar tante, die een dag voor haar geboorte overleed. Nooit heeft ze haar tante gekend, maar ze heeft altijd geweten dat de engel op haar schouder was.De engel die haar meerdere keren te hulp was geschoten in moeilijke situaties. Ilse had geen vriendje, daar had ze ook totaal geen behoefte aan. Haar laatste vriendje kreeg ze toen ze 14 was, zielsgelukkig waren ze samen. Toontje heette hij, Toontje Aerts. Hij was twee jaar ouder, en net als Ilse mooi om te zien. Maar toch is Toontje de persoon die ervoor heeft gezorgd dat Ilse voorlopig geen vriendje meer hoeft. Als Ilse over straat liep met haar vriendinnen was zei altijd het vrolijke meisje van de groep. Het meisje dat voor de gekheid in de groep zorgde, en zei was ook de gene die altijd met de vreemdste ideeën kwam. Maar niemand wist dat achter dit vrolijke gekke meisje, een groot geheim schuilde. Deze jongedame wist het antwoord op de ‘serieverkrachtingen’ van 2006, waar heel Nederland toentertijd van in de ban was. En ook was Ilse de enige persoon die wist wat er met Toontje was gebeurt. Toontje de jongen waar ze 3 jaar zo gelukkig mee was, was al twee jaar vermist. De politie had de hoop opgegeven, Toontje werd nooit gevonden…
‘Pff, hij mag wel eens opschieten’ denkt ik bij mezelf, en ik kijk de wachtkamer rond. Niets interessants te zien, een grote glazen tafel met zes witte stoelen eromheen. Op de tafel liggen wat oninteressante tijdschriften,’niet eens de moeite waard om te lezen’ denk ik bij mezelf. Op één van de zes stoelen zit een jonge vrouw, ik bekijk haar en schat haar ergens jong in de dertig. Ik merk dat ik iets te lang kijk, want ze kijkt terug. Ik bloos en beetje en kijk snel de andere kant op. Ik pak mijn blackberry er maar weer bij, ik heb het gevoel dat ik hier nog wel even zit. Ik was best trots op mijn nieuwe telefoon, lang voor gespaart. Het rode lampje knippert, dat betekent dat ik een ping bericht heb. Ik hoop eigenlijk op iemand die me even bezig kan houden, maar het is een stomme bc. Ze zouden verboden moeten worden die bc’s, alleen maar mensen die onzin naar al hun contactpersonen typen.
Ik zoek tussen mijn contactpersonen maar ik kan geen leuke mensen vinden. Als ik helemaal onderaan kom die ik Toontje staan. Ik voel een steek in mijn maag, ik wil nu niet aan Toontje denken. Hij was al twee jaar vermist, maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om het te wissen uit mijn contactpersonen lijst. Misschien moet ik nu wel even aan Toontje denken, aan wat er allemaal gebeurt is want..’Ilse Dewit?’ Ik schrik op, er staat een vrouw van in de veertig in de deuropening van de wachtkamer. ‘Dat ben ik’ zeg ik kalm. ‘loop maar mee meid’.
Zoals gevraagd loop ik achter de vrouw aan een klein kantoortje in. Ze zegt dat ik even plaats mag nemen, meneer Aerts komt er zo aan. Bij het horen van de naam Aerts voel ik een brok in mijn keel. Dit was het moment, binnen nu en vijf minuten moet ik beginnen aan het lange verhaal van Toontje en mij. Ik hoor de deur van het kantoortje open gaan en voetstappen komen binnen. Ik draai me om en zie meneer Aerts staan. Hij lijkt me zo begin 50, hij heeft zo’n typisch ‘nerden brilletje’ op zijn neus staan. Terwijl hij me een hand geeft bekijk ik zijn gezicht, precies Toontje…
‘Zo meid, vertel me nu maar waarom je hier bent. Want dat wilde je aan de telefoon niet vertellen begreep ik van de telefoniste?’ Ik knik, de telefoniste hoefden helemaal niet te weten waarom ik hier was. Ik kijk meneer Aerts recht in zijn ogen ‘Toontje’, zeg ik op een koude manier. Zijn ogen worden groot, en hij moet moeite doen om zich niet te verslikken in zijn koffie.’Wat weet jij over Toontje?’‘Alles meneer’ Ondanks de korte zinnen van meneer Aerts probeer ik probeer ik beleefd te blijven. Hij loopt zijn kantoor uit, ik hoor hem duidelijk tegen de receptioniste zeggen dat ze alle afspraken voor vandaag moest afzeggen, en dat hij wenste niet gestoord te worden. Met een plof gaat hij zitten en zet zijn nerden brilletje af. ‘Vertel me alles meisje.’ Ik voelde medelijden met de man, al twee jaar lang moest hij zonder zijn zoon. En nu komt er een wildvreemde dame binnenvallen die je alles wilt gaan vertellen. ‘Het is een lang verhaal meneer, het begint waar ik 14 ben en Toontje 16.’’Begin maar’ zegt hij kortaf. Vanaf het moment dat ik begin te vertellen lijkt het alsof het een grote flashback is.
‘Maril blijf hier!’ Schreeuw ik al lachend door de gang. Maril komt terug en trekt me aan mijn tas de grote trap in de aula op. ‘Loop nou door dalijk komen we te laat op de eerste dag!’ Maril is altijd het brave meisje van de klas geweest, nooit was ze telaat geweest. Ik weet zeker dat ze dat dit jaar weer zo wilt houden. Als we de klas inlopen zijn we inderdaad de laatste.
We gaan samen helemaal achterin zitten, we kenden niemand in deze klas. Voor ons zat een jongen met zwarte stekels en blauwe ogen, aparte combinatie maar het stond hem goed. Naast hem zat een jongen met volle bos blonde krullen. De mentor heet ons allemaal hartelijk welkom, en houdt het algemene mentorpraatje. Maril en ik zijn veel drukker bezig met de nieuwe kinderen bekijken. Link vooraan zit een groepje van zes meiden.’Ik mag ze nu al niet’ fluister Maril. Ik moest lachen, Maril was echt een ruige meid qua uiterlijk. Zo’n hockeytrutjes als die zes kon ze niet uitstaan. ‘Iedereen stelt zichzelf nu voor met naam, leeftijd, hobby’s en of je broers of zussen hebt’ zegt de mentor duidelijk een beetje geïrriteerd dat we zitten te lachen. Twee jongens voorin de klas mogen beginnen, ik vind ze niet echt intressant dus ik heb totaal niet opgelet. Ik weet alleen dat ze Bas en Tom heten. De twee tafeltjes achter Bas en Tom waren leeg, dus de jongens voor ons waren aan de beurt. De blonde begon, ‘Ik ben Bart, 15 jaar, doe volleybal en ik heb een zus’. De mentor begon te lachen ‘dat was kort maar krachtig.’ Nu moest de jongen met de zwarte stekeltjes zich voorstellen. ‘Tony Aerts, maar ze noemen me Toontje. Ik ben 16 jaar, dat komt omdat ik dit jaar ben blijven zitten. Ik doe al 10 jaar voetbal. En ik heb een heel lief zusje van 14.’ De klas moest lachen, want toe hij vertelde over zijn zusje keek hij heel sarcastisch. Nu mogen ik en Maril onsvoorstellen, Bart en Toontje draaien zich om zodat ze beter kunnen zien. Toontje steund met zijn hoofd op zijn handen, en luistert aandachtig naar mijn verhaal. Ik krijg er een vreemd gevoel van, geen naar gevoel, het voelt fijn. Wat de rest van de klas allemaal vertelt intresseert me niet meer zoveel, ik kan alleen maar denken aan Toontje. Eigenlijk best wel stom, ik ken die jongen net een half uurtje en hij gaat nu al niet meer uit mijn hoofd. Als iedereen na de les naar zijn kluisje loopt, komt Bart met het geweldige idee om met de hele klas naar de MacDonalds te gaan. Maril kijkt me aan ‘gaan we mee?’ Ik knik, waarom ook niet. Eigenlijk ga ik alleen maar mee zodat ik nog wat langer bij Toontje kan zijn, maar dat hoeft Maril nu nog niet te weten. Als ik bij de kassa een hamburger bestel merk ik dat de hockeytrutjes achter me staan. Ik hoor dat ze fluisteren, ‘is er iets?’ Ik zie dat ze schrikken ‘neehoor’ is het enige dat een van de meisjes kan uitbrengen. ‘Fluister dan niet achter mijn rug alsjeblieft’. Precies als ik mijn hamburger wil pakken hoor een truttige stem, ‘zou je dat wel doen?’ Hoewel ik van binnen behoorlijk kwaad ben, vraag ik op een rustige manier wat ze bedoelt. ‘Nou, als ik jouw was at ik die hamburger toch niet op…’ Ik weet van mezelf dat ik prachtig gewicht heb, en ik hoef me nergens zorgen over te maken, maar toch wordt ik hier boos om. ‘Hou je bek!’ En ik geef haar een duw. Ze trekt aan mijn haar en probeert me op de grond te krijgen. Ik geef haar een klap in haar gezicht en ren de macdonalds uit. Ik ga buiten om de hoek op een bankje zitten, ik krijg tranen in mijn ogen. De eerste schooldag en ik maak er alweer een potje van, dit gaat papa niet leuk vinden. Ik dwaal met mijn gedachten naar Toontje, hij zal me wel dom vinden dat ik vecht op de eerste schooldag. Ik voel een traan over mijn wang glijden, en ik verberg mijn gezicht in mijn handen. Plotseling voel ik een arm om mijn schouder. Ik dacht eerst dat het Maril was, maar ik ruik Axe deodorant. Als ik opkijk zie ik Toontje naast me zitten.’Wat doe jij hier?’ Ik bedenk me dat mijn mascara waarschijnelijk over mijn hele gezicht zit, en ik bloos. ‘Op je eerste schooldag hoor je niet te huilen’ hij glimlacht lief naar me. Ik zie ineens iets heel anders in zijn ogen dan wat ik bij andere jongens zie. Geen stoere blik, maar twee lieve blauwe ogen die me recht aankijken. Zijn arm heeft hij nog steeds om mijn schouder geslagen, en hij trekt me tegen zich aan. Ik vind het vreemd dat Maril niet achter me aan is gekomen, ‘waar is Maril?’ vraag ik zo nuchter mogelijk. ‘Haha, Maril en Bart hebben elkaar volgens mij ook gevonden’ Ik kijk hem niet begrijpend aan, en hij wijst richting de macdonalds. Daar komen Maril en Bart aanlopen, druk in gesprek. Als ik op mijn horloge kijk zie ik dat het kwart voor zes is. ‘Maril, wij moeten zo richting huis.’ ‘Is goed!’ Ik merk dat Maril ontzettend vrolijk is, dat heeft ze altijd als ze in de buurt van een leuke jongen is. Op de fiets kan Maril geen vijf seconden haar mond houden over Bart, het is wel duidelijk dat ze hem leuk vind. Ze vraagt gelukkig niet over Toontje, ik wil het nog even voor mezelf houden dat ik hem mischien wel heel leuk vind.
