[VER] Mijn belofte

Moderators: Essie73, NadjaNadja, ynskek, Polly, Telpeva, Muiz

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
Kimmsel

Berichten: 848
Geregistreerd: 10-02-10
Woonplaats: Wieringerwaard

[VER] Mijn belofte

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 14-12-11 13:10

Hallo, lezende bokkers.

Zoals in de titel al vermeld staat is dit een verhaal. Ik heb me laten overhalen door mijn huisgenootje - ook een bokker - om mijn verhaal dan ook maar te gaan posten. Ik ga hier geen grote uitleg geven over waar het over gaat, maar ik zal wel even vermelden wat de richtlijn is. Het is een realistisch verhaal, in 'onze' tijd, en er komen vrij veel paarden in voor.

Ik zal minimaal één keer in de week een nieuw stuk posten, van minimaal 1500 woorden, zodat jullie elke week weer een stuk verder kunnen lezen. Daarbij hoor ik het ook heel graag als er foutjes in staan, of als dingen bijvoorbeeld niet helemaal kloppen. Soms ben ik zelf absoluut niet tevreden over een scene of een moment, dus dat zal ik er dan ook misschien wel bij vermelden. Als je dan nog ideeën of toevoegingen hebt, ga je gang!

Veel leesplezier.

Citaat:
Deel 1.

Proloog

Over een paar tellen ben ik aan de beurt, met mijn hengst Al Zhaden Kasham. Het is bijna tijd voor deze belangrijke overwinning, die ik moet behalen. ‘Geen druk,’ had mijn moeder gezegd. ‘Je hebt niemand iets beloofd.’ Maar ik weet wel beter.
Ik mag het dan wel niet rechtstreeks gezworen hebben, maar het voelt nog altijd aan als een belofte. Want wat ik zal trachten te doen, doe ik alleen voor hem. Omdat het zijn droom was, die hij niet waar had kunnen maken. En ik doe het, omdat hij het van me zou hebben gewild. Hij had gewild dat ik zijn droom zou delen, dus heb ik de laatste jaren mijn best gedaan om zijn wensen te vervullen. Om zijn droom na te jagen. De droom die nu ook de mijne is.
Ik veeg snel een ontsnapte traan van mijn wang en bijt stevig op mijn lip. Ik mag niet huilen nu. Niet nu, maar pas als alles voorbij is. Nu mag ik niet meer terugkrabbelen. Ik mag niet egoïstisch zijn. Mijn vingers klemmen zich strakker om de teugels. Ik knipper mijn tranen weg en richt mijn aandacht op de vlakke baan voor me. Ik moet klaar zijn om dit te winnen. Ik moet dit doen.
Mijn moeder kijkt naar me vanaf de tribune en weet hoe zwaar ik het heb. Ze negeert het, zoals ik haar gevraagd had. Ze voelt mijn spanning, maar laat me in stilte lijden. Dat is wat ik wilde. Geen troostende woorden, geen excuses voor de last die op mijn schouders rust. Dit is wat ik moet doen, en daar heb ik me bij neergelegd. Dit is wat ik moet doen om hem trots te maken. Om hem in mijn hoofd in leven te houden.
De ruiter naast mij wenst me ‘veel geluk’. Geluk heb ik niet nodig. Ik ben er me van bewust dat het paard onder mij dit kan. Hij zal winnen. En dat besef ik nogmaals ten volle als ik naar zijn enthousiast naar voren gestoken oren kijk, waarna ik langzaam mijn ogen sluit. Mijn lippen beven. De gonzende geluiden om me heen worden langzaam gedempt door mijn eigen gedachten. De gedachten die ik maar niet uit mijn hoofd kan, en wil verbannen. De gedachten die mijn leven de afgelopen tijd hebben bepaald.
Ik haal nog één keer diep adem, pak een pluk donkere manen vast en leun naar voren. Het is nu of nooit. Alle geluiden om me heen vallen weg, het is alleen mij en het paard. De onuitgesproken belofte, die als een schaduw om me heen hangt. Ik moet dit waarmaken.
De bel klinkt. We schieten vooruit.
Het is tijd om deze belofte na te komen.


Mijn moeder staat achter het fornuis in de keuken. Met een onvaste hand roert ze in de langzaam opwarmende soep, wat ons avondeten voor vanavond voor moet stellen. Ik leg uitgeput mijn hoofd op het koude, eikenhouten blad van de tafel. De tafel waar mijn opa altijd aan ontbeet. En nu is hij er niet meer.
De dag dat we hoorden dat hij kanker bleek te hebben, is inmiddels tweeënhalf jaar geleden. Mijn ouders en ik waren meteen bij hem ingetrokken in het grote huis, om hem te kunnen steunen. Er moest voor hem gezorgd worden, dus stonden we voor hem klaar. Over zijn paarden hoefden we ons niet druk meer te maken. Hij had al voor zijn ziekte moeten toegeven dat het werk hem te zwaar werd. Met tegenzin had hij een stalknecht en een trainer ingehuurd, die langzamerhand al goede vrienden van hem waren geworden. Toch vonden wij het als onze plicht om mijn opa te zijde te staan in deze tijd. Wie had hij anders nog?
Mijn vader verhuisde met tegenzin omdat het de reistijd naar zijn werk zou vergroten, maar dat maakte mij en mam niets uit. We luisterden niet naar hem, want dit was al lang geen keuze meer. Het ging er hier om wat opa wilde en opa vond het prettig om ons om zich heen te hebben. Dit zei hij nooit hardop; Nee, want dan zouden wij uit medelijden bij hem intrekken. En daar had hij ook wel gelijk in. Mam had jaren geleden, toen ze met mijn vader trouwde, afstand genomen van haar ouders. Ze spraken elkaar amper meer, zagen elkaar enkel op verjaardagen of begrafenissen. Maar dit ging niet om haar en het verleden. Dit ging om opa.
Want kanker is niet zomaar een ziekte, daar waren we snel genoeg achter gekomen. Toen we het te horen kregen waren we er kapot van. Het was nog geen feit dat hij er dood aan zou gaan, maar de kans was groot. Het zou je kapot maken, zelfs als het je niet het leven zou kosten, en we waren er allemaal bang voor. Na twee chemokuren wilde hij het al niet meer. Hij ging liever dood zonder zich rot te voelen, dan zijn levensduur nog enigszins te laten verlengen door middel van zo’n lijdensweg. Hij was slecht ter been, at weinig en hij viel af, maar vertellen kon hij nog steeds.
Hij vertelde me hoe blij hij was dat hij zijn lang verwachte veulen nog bijna twee jaar lang mee had kunnen maken. Zijn favoriet, Zhad. Het jonge hengstenveulen was een veulen van zijn allerbeste merrie die ook zijn beste vriendin was. Het was opa’s trots. Hij bleef er dan ook ongegeneerd over opscheppen, tot zijn sterfbed aan toe.
Vanochtend was de crematie geweest en ik had een foto van het veulen in zijn grafkist gelegd. Ik wist dat hij dat graag bij hem zou willen hebben. Zhad was hem het dierbaarst, want het was eens zijn droom geweest. De droom die was uitgekomen. En onbewust heb ik hem beloofd dat ik van Zhad zal houden, net zoals hij dat deed. Zhad is nu nog mijn enige tastbare herinnering aan hem.

Pap komt eindelijk de studeerkamer uit. Hij was na de crematie meteen weer zijn kleine kantoortje ingegaan met de smoes dat hij even alleen wou zijn, maar mam en ik lieten ons niet voor de gek houden. Hij wilde alleen maar weer aan het werk, vond al dat gedoe om een crematie maar niks. Werken was blijkbaar zijn manier om de rest te kunnen vergeten, maar op dit moment wilden wij niet eens vergeten. Ik zou opa nooit willen proberen te vergeten.
Mam zet de drie kommetjes soep op tafel en een schotel met geroosterde broodjes. Daarna pakt ze wat bestek en gaat ze zitten. Praten doen we niet, we zwijgen enkel. Ik dank mijn tante dat ze de verantwoording om telefoontjes te beantwoorden op zich heeft willen nemen. Wij hebben absoluut geen behoefte aan drukte en geluid in het huis. Gelukkig begreep ze dit voor we er ook maar een woord over konden wisselen en bood ze het aan. Wij namen het aanbod gretig aan.
Stilzwijgend eten we verder, tot ik de stilte niet meer kan verdragen. Met een luid gekletter laat ik mijn bestek op mijn nog halfvolle bord vallen, waarna ik opsta. Ik moet hier weg, uit de pijnlijke stilte. Al is het maar de wind die ik hoor waaien, of het grind dat ik hoor knarsen. Iets.
Alles is beter dan dit.

Ik ga naar buiten, de koude regen in die striemend in mijn gezicht slaat. Zo snel mogelijk ren ik naar de grote stal, waar zich de paarden bevinden. De deur valt met een luide klap achter me dicht. Eindelijk. Iets dat geluid durft te maken. Ik vergrendel hem, waarmee ik de huilende wind en de kletterende regen buitensluit.
Links en rechts van me staan een aantal paarden te sukkelen in hun boxen, maar zij interesseren me weinig. Ik loop meteen door naar achteren, waar de rijbak zich bevindt. Bij voorkeur gaf opa zijn paarden altijd zo veel mogelijk ruimte, maar met dit weer was het voor de warmbloedige paarden onmogelijk om buiten te blijven. De stilte in het gebouw laat me weten dat Pieter en Juan zich al hebben teruggetrokken in hun appartementje boven de stallen.
Als ik bij de rijbak kom merk ik dat de regen hier minder hard klinkt. De jonge dieren staan, blij met de stevige muren om hun heen, verspreid door de grote ruimte. Een groepje speelt wat, of dagen elkaar uit tot spelen. Anderen staan samen wat te slapen.
Mijn blik zoekt automatisch de donkerbruine vacht van het jonge paard dat ik probeer te ontwaren. Als ik een scherp gehinnik hoor weet ik dat het hem is. Ik fluit op mijn vingers en de hoofden van menige paarden schieten alert omhoog. Vanaf de wand van de rijbak waar ik op zit zie ik twee jaarlingen spelen, maar mijn aandacht is volledig gericht op het statige hengstenveulen dat, gevolgd door zijn trouwe vriend Megor, mijn kant op komt geslenterd. Als hij dichterbij komt draait hij onrustig met zijn oren. Hij probeert mijn humeur te ontcijferen en twijfelt of hij naar me toe wil komen of niet. Dan neemt hij een besluit en raakt hij met zijn fluweelzachte neus mijn uitgestrekte hand.
‘Zhad’, fluister ik en mijn stem trilt.


sunny_l0ve
Berichten: 3641
Geregistreerd: 07-02-07
Woonplaats: ijmuiden

Link naar dit bericht Geplaatst: 14-12-11 16:24

*\o/* *\o/* *\o/* Goed zo! :D
Ik vind het echt een lekker verhaal!

TurboTinker

Berichten: 14902
Geregistreerd: 07-10-03
Woonplaats: Meppel

Link naar dit bericht Geplaatst: 30-12-11 23:28

Ik vind het vooral jammer dat het verhaal in een quote gepost is, dat is al de eerste reden om niet te gaan lezen.
de 2e reden is dat het lettertyp te klein is. Ik denk dat dit veel mensen er van weerhoudt te gaan lezen.

TurboTinker

Berichten: 14902
Geregistreerd: 07-10-03
Woonplaats: Meppel

Link naar dit bericht Geplaatst: 01-01-12 14:52

Oke, ik moet toegeven , het verhaal is leuk om te lezen, maar aub dan wel in een groter lettertyp :Y)

Kimmsel

Berichten: 848
Geregistreerd: 10-02-10
Woonplaats: Wieringerwaard

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 01-01-12 16:49

Snackie schreef:
Oke, ik moet toegeven , het verhaal is leuk om te lezen, maar aub dan wel in een groter lettertyp :Y)



Dankjewel. Ik zal het eerste deel nog maar even in een groter lettertype posten (kan de beginpost niet meer wijzigen), en dan het volgende deel er ook bij. :)

Kimmsel

Berichten: 848
Geregistreerd: 10-02-10
Woonplaats: Wieringerwaard

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 01-01-12 16:52

Proloog

Over een paar tellen ben ik aan de beurt, met mijn hengst Al Zhaden Kasham. Het is bijna tijd voor deze belangrijke overwinning, die ik moet behalen. ‘Geen druk,’ had mijn moeder gezegd. ‘Je hebt niemand iets beloofd.’ Maar ik weet wel beter.
Ik mag het dan wel niet rechtstreeks gezworen hebben, maar het voelt nog altijd aan als een belofte. Want wat ik zal trachten te doen, doe ik alleen voor hem. Omdat het zijn droom was, die hij niet waar had kunnen maken. En ik doe het, omdat hij het van me zou hebben gewild. Hij had gewild dat ik zijn droom zou delen, dus heb ik de laatste jaren mijn best gedaan om zijn wensen te vervullen. Om zijn droom na te jagen. De droom die nu ook de mijne is.
Ik veeg snel een ontsnapte traan van mijn wang en bijt stevig op mijn lip. Ik mag niet huilen nu. Niet nu, maar pas als alles voorbij is. Nu mag ik niet meer terugkrabbelen. Ik mag niet egoïstisch zijn. Mijn vingers klemmen zich strakker om de teugels. Ik knipper mijn tranen weg en richt mijn aandacht op de vlakke baan voor me. Ik moet klaar zijn om dit te winnen. Ik moet dit doen.
Mijn moeder kijkt naar me vanaf de tribune en weet hoe zwaar ik het heb. Ze negeert het, zoals ik haar gevraagd had. Ze voelt mijn spanning, maar laat me in stilte lijden. Dat is wat ik wilde. Geen troostende woorden, geen excuses voor de last die op mijn schouders rust. Dit is wat ik moet doen, en daar heb ik me bij neergelegd. Dit is wat ik moet doen om hem trots te maken. Om hem in mijn hoofd in leven te houden.
De ruiter naast mij wenst me ‘veel geluk’, maar geluk heb ik niet nodig. Ik ben er me van bewust dat het paard onder mij dit kan. Hij zal winnen. En dat besef ik nogmaals ten volle als ik naar zijn enthousiast naar voren gestoken oren kijk, waarna ik langzaam mijn ogen sluit. Mijn lippen beven. De gonzende geluiden om me heen worden langzaam gedempt door mijn eigen gedachten. De gedachten die ik maar niet uit mijn hoofd kan, en wil verbannen. De gedachten die mijn leven de afgelopen tijd hebben bepaald.
Ik haal nog één keer diep adem, pak een pluk donkere manen vast en leun naar voren. Het is nu of nooit. Alle geluiden om me heen vallen weg, het is alleen mij en het paard. De onuitgesproken belofte, die als een schaduw om me heen hangt. Ik moet dit waarmaken.
De bel klinkt. We schieten vooruit.
Het is tijd om deze belofte na te komen.


Mijn moeder staat achter het fornuis in de keuken. Met een onvaste hand roert ze in de langzaam opwarmende soep, wat ons avondeten voor vanavond voor moet stellen. Ik leg uitgeput mijn hoofd op het koude, eikenhouten blad van de tafel. De tafel waar mijn opa altijd aan ontbeet. En nu is hij er niet meer.
De dag dat we hoorden dat hij kanker bleek te hebben, is inmiddels tweeënhalf jaar geleden. Mijn ouders en ik waren meteen bij hem ingetrokken in het grote huis, om hem te kunnen steunen. Er moest voor hem gezorgd worden, dus stonden we voor hem klaar. Over zijn paarden hoefden we ons niet druk meer te maken. Hij had al voor zijn ziekte moeten toegeven dat het werk hem te zwaar werd. Met tegenzin had hij een stalknecht en een trainer ingehuurd, die langzamerhand al goede vrienden van hem waren geworden. Toch vonden wij het als onze plicht om mijn opa te zijde te staan in deze tijd. Wie had hij anders nog?
Mijn vader verhuisde met tegenzin omdat het de reistijd naar zijn werk zou vergroten, maar dat maakte mij en mam niets uit. We luisterden niet naar hem, want dit was al lang geen keuze meer. Het ging er hier om wat opa wilde en opa vond het prettig om ons om zich heen te hebben. Dit zei hij nooit hardop; Nee, want dan zouden wij uit medelijden bij hem intrekken. En daar had hij ook wel gelijk in. Mam had jaren geleden, toen ze met mijn vader trouwde, afstand genomen van haar ouders. Ze spraken elkaar amper meer, zagen elkaar enkel op verjaardagen of begrafenissen. Maar dit ging niet om haar en het verleden. Dit ging om opa.
Want kanker is niet zomaar een ziekte, daar waren we snel genoeg achter gekomen. Toen we het te horen kregen waren we er kapot van. Het was nog geen feit dat hij er dood aan zou gaan, maar de kans was groot. Het zou je kapot maken, zelfs als het je niet het leven zou kosten, en we waren er allemaal bang voor. Na twee chemokuren wilde hij het al niet meer. Hij ging liever dood zonder zich rot te voelen, dan zijn levensduur nog enigszins te laten verlengen door middel van zo’n lijdensweg. Hij was slecht ter been, at weinig en hij viel af, maar vertellen kon hij nog steeds.
Hij vertelde me hoe blij hij was dat hij zijn lang verwachte veulen nog bijna twee jaar lang mee had kunnen maken. Zijn favoriet, Zhad. Het jonge hengstenveulen was een veulen van zijn allerbeste merrie die ook zijn beste vriendin was. Het was opa’s trots. Hij bleef er dan ook ongegeneerd over opscheppen, tot zijn sterfbed aan toe.
Vanochtend was de crematie geweest en ik had een foto van het veulen in zijn grafkist gelegd. Ik wist dat hij dat graag bij hem zou willen hebben. Zhad was hem het dierbaarst, want het was eens zijn droom geweest. De droom die was uitgekomen. En onbewust heb ik hem beloofd dat ik van Zhad zal houden, net zoals hij dat deed. Zhad is nu nog mijn enige tastbare herinnering aan hem.

Pap komt eindelijk de studeerkamer uit. Hij was na de crematie meteen weer zijn kleine kantoortje ingegaan met de smoes dat hij even alleen wou zijn, maar mam en ik lieten ons niet voor de gek houden. Hij wilde alleen maar weer aan het werk, vond al dat gedoe om een crematie maar niks. Werken was blijkbaar zijn manier om de rest te kunnen vergeten, maar op dit moment wilden wij niet eens vergeten. Ik zou opa nooit willen proberen te vergeten.
Mam zet de drie kommetjes soep op tafel en een schotel met geroosterde broodjes. Daarna pakt ze wat bestek en gaat ze zitten. Praten doen we niet, we zwijgen enkel. Ik dank mijn tante dat ze de verantwoording om telefoontjes te beantwoorden op zich heeft willen nemen. Wij hebben absoluut geen behoefte aan drukte en geluid in het huis. Gelukkig begreep ze dit voor we er ook maar een woord over konden wisselen en bood ze het aan. Wij namen het aanbod gretig aan.
Stilzwijgend eten we verder, tot ik de stilte niet meer kan verdragen. Met een luid gekletter laat ik mijn bestek op mijn nog halfvolle bord vallen, waarna ik opsta. Ik moet hier weg, uit de pijnlijke stilte. Al is het maar de wind die ik hoor waaien, of het grind dat ik hoor knarsen. Iets.
Alles is beter dan dit.

Ik ga naar buiten, de koude regen in die striemend in mijn gezicht slaat. Zo snel mogelijk ren ik naar de grote stal, waar zich de paarden bevinden. De deur valt met een luide klap achter me dicht. Eindelijk. Iets dat geluid durft te maken. Ik vergrendel hem, waarmee ik de huilende wind en de kletterende regen buitensluit.
Links en rechts van me staan een aantal paarden te sukkelen in hun boxen, maar zij interesseren me weinig. Ik loop meteen door naar achteren, waar de rijbak zich bevindt. Bij voorkeur gaf opa zijn paarden altijd zo veel mogelijk ruimte, maar met dit weer was het voor de warmbloedige paarden onmogelijk om buiten te blijven. De stilte in het gebouw laat me weten dat Pieter en Juan zich al hebben teruggetrokken in hun appartementje boven de stallen.
Als ik bij de rijbak kom merk ik dat de regen hier minder hard klinkt. De jonge dieren staan, blij met de stevige muren om hun heen, verspreid door de grote ruimte. Een groepje speelt wat, of dagen elkaar uit tot spelen. Anderen staan samen wat te slapen.
Mijn blik zoekt automatisch de donkerbruine vacht van het jonge paard dat ik probeer te ontwaren. Als ik een scherp gehinnik hoor weet ik dat het hem is. Ik fluit op mijn vingers en de hoofden van menige paarden schieten alert omhoog. Vanaf de wand van de rijbak waar ik op zit zie ik twee jaarlingen spelen, maar mijn aandacht is volledig gericht op het statige hengstenveulen dat, gevolgd door zijn trouwe vriend Megor, mijn kant op komt geslenterd. Als hij dichterbij komt draait hij onrustig met zijn oren. Hij probeert mijn humeur te ontcijferen en twijfelt of hij naar me toe wil komen of niet. Dan neemt hij een besluit en raakt hij met zijn fluweelzachte neus mijn uitgestrekte hand.
‘Zhad’, fluister ik en mijn stem trilt.

(Nieuw)
‘Al Zhadon Kasham’, zegt opa. ‘Denk eraan, meissie van me, het mag dan wel mooi op zijn paspoort staan, maar voor ons blijft het altijd onze kleine Zhad.’ Hij glimlacht en ziet er tevreden en gelukkig uit. ’Zhad, zodat iedereen zal weten wie zijn moeder is.’
Ik knik en stem met hem in. Het jonge hengstenveulen, mijn opa’s trots, is net vier dagen oud. Hij groeit snel. Opa raakt maar niet uitgepraat over zijn prachtbeestje. ‘Zo’n lekker dier, vind je niet? Lange benen. Wordt een goede renner, kleinkind van me. Absoluut. Ik denk dat hij prijzen gaat winnen, deze kleine.’
Ik lach als ik zie hoe het veulen onhandig een sprongetje maakt in de wei. Zijn moeder, gitzwart met een lange en sierlijke hals, volgt hem met een waakzame blik in haar ogen. Zadora is, evenals het veulen, mijn opa’s favoriet. Hij heeft haar al vanaf dat ze een klein veulen was, maar blijft dol op haar. En zij op hem.
‘Zadora’, fluistert hij. Meteen heft de merrie haar hoofd en komt ze rustig dichterbij gestapt. Het blijft me verbazen wat een band die twee hebben. Opa aait haar zachtjes vanaf het houten bankje. ‘Wat ben je toch een knapperd, hè Doortje?’
Ik grinnik en vraag hem om meer verhalen. Hij is een geweldige verhalenverteller en bovendien doet hij het graag. ‘Kun je nog wat vertellen over Zhad’s vader? Het grote renpaard?’
‘Aah, jij bent nieuwsgierig naar Al Kasham?’ lacht hij en hij vertelt vol trots over de vader van zijn veulen. Ik luister en hoor de liefde in zijn stem.


De liefde die ik nu zo mis…
Ik merk dat er een traan over mijn wang rolt. Zhad doet een stapje achteruit en vraagt zich zichtbaar af wat hij met me aan moet. Ik laat me van de wand af glijden zodat ik voor hem kom te staan en omhels hem. Hij laat het toe en neemt zijn kans waar om aan mijn T-shirt te knagen, terwijl ik met bevende vingers herhaald over zijn hals strijk.
En als ik zijn zachte adem in mijn nek en tegen mijn wang voel, begin ik met lange halen te huilen. Ik klem mijn vingers stevig in zijn halflange manen vast, waar hij normaliter onrustig onder zou worden, maar hij blijft kalm staan en laat het toe, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat er iemand huilend aan je manen hangt. Ik houd van hem.
Net zoals mijn opa van hem hield en ik van mijn opa. En waarom moest hij dan nu toch overleden zijn? De vragen die ik nog zou willen stellen, de momenten die ik nog met hem zou willen delen. Het zijn er te veel. Wat zou ik in mijn eentje kunnen bereiken met Zhad? Wat zou ik aan zogenaamde kennis kunnen bezitten, vergeleken met zijn allesomvattende wereldwijsheid. En hoe zou ik in hemelsnaam weer verder kunnen met mijn leven zonder hem?
Hij betekende meer voor me dan mijn eigen vader, was er altijd als ik hem nodig had. Hij begreep me, wist altijd precies de goede dingen te zeggen. Op dit moment…
Ik hoor het hem zeggen: ‘Luister eens meissie, je weet toch wat ik denk? Ik denk dat jij en Zhad perfect zijn voor elkaar. Jullie houden van elkaar, weetje, en dat is wat telt. Dat weegt tweehonderd keer zoveel meer mee als kennis. Kennis staat in boeken, en wordt geleerd. Maar liefde kun je niet uit boeken leren. Liefde bestaat uit gevoelens en gevoelens zijn onbegrijpelijk, niet op te schrijven.’
Ik kom langzaam tot bedaren en probeer de pijnsteek binnenin me te negeren. Ik zal me groot moeten houden voor mijn ouders. Voor iedereen om ons heen, die zal weten hoeveel pijn het doet. Er moet een moment komen dat we verder gaan en we hebben de tijd gehad om ons hierop voor te bereiden. Eerder al, leek het geaccepteerd. Opa ging dood, langzaam. Hij had me zijn laatste verhalen verteld. We leefden in wanhoop, maar waren vastbesloten hem los te laten.
Dat was ook wat hij graag wilde. Hij wilde dat we maar kort om hem zouden treuren. Daar was een crematie voor, zei hij, om afscheid te nemen. En daarna denk je terug aan fijne herinneringen, met een glimlach op je gezicht. We wisten niet wat we hierop moesten antwoorden, dus bevestigden we dit verhaal maar, wetend dat we het niet waar zouden kunnen maken.
Na de crematie, omgaf de kille stilte ons. We wilden huilen, schreeuwen, maar wisten dat het geen zin had. Onze wanhoop zou hem niet terug brengen, onze tranen zouden dit alles niet ongedaan maken. Enkel het geluid van fluisterende kreten had de stilte onderbroken. Het huilen van de wind leek als een symbool voor mijn stille tranen.

Ik voel Zhad’s warme adem in mijn gezicht en duw hem zachtjes weg. Na een korte glimlach haal ik diep adem, als een poging om mijn trillende benen tot bedaren te brengen. De bruine vacht van Zhad glimt zoals gewoonlijk en ik zie dat hij een klein wondje op zijn achterbeen heeft.
‘Je moet niet zo stoeien met Megor, sukkel,’ mopper ik tegen hem, terwijl ik hem over hals aai. Hij draait zijn hoofd een beetje opzij zodat hij me kan volgen met zijn blik, en zijn oren springen beweeglijk heen en weer.
‘Rustig maar,’ zeg ik tegen hem en ik leg mijn hoofd tegen zijn rug. Dan begin ik voor hem te zingen. Zachte klanken weerkaatsen in het gebouw en langzaam sluit ik mijn ogen. Terwijl ik zing strijk ik met mijn hand over de zijn glanzende vacht en masseer ik hem zachtjes langs zijn ruggengraat. Langzaam raakt mijn hoofd leeg, de nare gedachten verdreven door de rust in het moment. Alle spanning lijkt verdwenen. Ik til mijn hoofd op van Zhad’s vacht en kijk naar hem. Op dat moment dringt het tot me door dat hij nog nooit zo rustig en geduldig is geweest.
Ik loop naar zijn hoofd en aai zachtjes over zijn neus. Dan druk ik een kusje op zijn brede voorhoofd en hij briest even kort.
‘Ben je zo'n heer om eventjes met de dames van plaats te ruilen?’ zeg ik tegen hem en hij pakt met zijn tanden mijn mouw vast. ‘Ik weet dat je het niet leuk vindt in je box. Maar morgen kun je wel weer de wei in. Het is dan vast wel weer opgeklaard, denk je niet?’
Ik zucht en schud met mijn hoofd bij de gedachte aan morgen. Een schooldag.

De volgende ochtend ga ik weer gewoon naar school. Ik zie er als een berg tegenop om mijn klasgenoten onder ogen te moeten komen. Uiteraard weet iedereen het al over opa en ze weten ook de reden waarom ik hier tweeënhalf jaar geleden naar toe ben gekomen. Eerst woonden we ongeveer dertig kilometer verderop. Nadat we bij opa ingetrokken waren, moest ik naar deze nieuwe school.
Op het schoolplein zie ik dat ik vroeg ben. Mijn fiets gaat weer op zijn vaste plekje in het fietsenhok en ik loop naar de ingang van de school. De grond is nat, de lucht grauw, maar het regent nu in ieder geval niet meer. Ik vraag me af of we binnen of buiten gym zullen hebben – ik heb het buiten altijd prettiger gevonden. Maar dat is niet iets om nu over na te denken. Het derde blok heb ik pas gym.
Nu moet ik me mentaal voorbereiden op het medelijden van mijn vrienden. Grote kans dat er vragen op me afgevuurd worden en ik kijk er niet bepaald naar uit. Ik hoop dat ik mijn tranen zal kunnen bedwingen als ze me met allerlei vragen zullen herinneren aan de afgelopen dagen. Ik hoop dat ik sterk kan blijven.
Het begint al als ik bij mijn kluisje aan kom. Zodra ik hem open maak, zie ik een briefje liggen. Waarschijnlijk van Floor, die er wel vaker eentje door het rooster aan de voorzijde heen schuift. Ik vouw het open en lees dat ze met me meeleeft. Ze schrijft dat ze me wel wilde bellen of sms’en, maar dat ik waarschijnlijk liever met rust gelaten wilde worden. ‘Ik had je nog een e-mail gestuurd, maar die heb je zeker niet gelezen. Jij met je fobie voor technische apparaten.’
Ik grinnik. Ze kent me. Mijn ogen glijden verder over de netjes geschreven regels, die me vertellen dat ze dit briefje vrijdag in mijn kluisje heeft gedaan. Toen ze vrijdagochtend ochtend mijn sms’je had gekregen, wilde ze me kunnen steunen in de vroege maandagochtenduurtjes. Zelf had ze de eerste twee lesuren vrij. Dan maar een briefje, die ik vandaag zou kunnen lezen.
Ik knipper de opkomende tranen weg. Het is heel aardig van haar om hier aan te denken en ik leg het papiertje weer terug in mijn kluisje. Dan doe ik er mijn jas en een aantal boeken bij en probeer ik een rustig plekje te bedenken, waar niemand me zal zoeken. Ik ga in een gang zitten, waar de lokalen van biologie en scheikunde zich bevinden. Ik weet dat er geen leerlingen op de gang mogen zolang daar geen lessen zijn, maar daar besteed ik nu even geen aandacht aan. Er is geen mens die verwacht dat er iemand voor schooltijd op de gang zit en dus ook niemand die het zal controleren.
Terwijl ik op het houten bankje zit, wacht ik tot de bel zal gaan. De eerste twee uur heb ik biologie, dus ik bevind me al voor het juiste lokaal. Ik kan niet voorkomen dat mijn gedachten de verkeerde kanten op dwalen. Niet dat het verkeerd is om aan opa te denken, maar het doet pijn. Met een wee gevoel in mijn maag sta ik mezelf toe een herinnering op te halen. Eentje dan.

TheHorseInn
Berichten: 3092
Geregistreerd: 29-11-08

Re: [VER] Mijn belofte

Link naar dit bericht Geplaatst: 01-01-12 17:29

Ben benieuwd!
Leest inderdaad een stuk fijner.

Kimmsel

Berichten: 848
Geregistreerd: 10-02-10
Woonplaats: Wieringerwaard

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 01-01-12 17:30

TheHorseInn schreef:
Ben benieuwd!
Leest inderdaad een stuk fijner.


Ja, was ik inderdaad ook al achter. Was toen echter al te laat want de beginpost kan niet meer gewijzigd worden. Dat is wel jammer.

TurboTinker

Berichten: 14902
Geregistreerd: 07-10-03
Woonplaats: Meppel

Re: [VER] Mijn belofte

Link naar dit bericht Geplaatst: 01-01-12 22:15

Dit leest idd een stuk fijner.
Ik vind het tot nu toe erg leuk om te lezen, en moest wel even slikken ;)
Ik wacht graag op de volgende update!

Kimmsel

Berichten: 848
Geregistreerd: 10-02-10
Woonplaats: Wieringerwaard

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 02-01-12 12:57

Snackie schreef:
Dit leest idd een stuk fijner.
Ik vind het tot nu toe erg leuk om te lezen, en moest wel even slikken ;)
Ik wacht graag op de volgende update!

Dankjewel. En als inluiding van het nieuwe jaar - nog een stukje!


We zitten in de zadelkamer. Hij zit daar vaak, vertelt hij me. Zo kan hij de geur van hooi en leer opsnuiven. Zo kan hij zich herinneren hoe het is om elke ochtend een zadel uit het rek te pakken, of een hoofdstel schoon te maken. Hoe het is om de dekens uit te kloppen en zadeldekjes af te borstelen.
Nu doe ik deze dingen voor hem. Ik ben dol op dit soort alledaagse werkjes, maar ondanks dat doet het me pijn te weten dat opa dit ook graag wilt. Het feit dat ik zijn plaats aan het innemen ben, voelt raar. Dit wil ik niet. Ik wil liever zijn plaats met hem delen, dan deze van hem af te moeten pakken.
Zoals altijd vertelt hij weer zijn verhalen. Ik vraag hem constant om meer. Hij vertelt me over de tijd dat hij een jockey was. Hij won veel, zegt hij met een glimlach. Hij genoot van de rennen. Hij genoot van de uitdaging en van de kick.
‘Nooit had ik gedacht, een oud, rimpelig mannetje te worden,’ zegt hij. De blik in zijn ogen is, in tegenstelling tot zijn woorden, niet somber maar juist tevreden. Ik begrijp het niet.
‘Ik vind je mooi als oud, rimpelig mannetje.’
Hij lacht. ‘Och, meisje toch. Zoals ik net zei: nooit had ik gedacht het te worden. Maar blij ben ik, dat het me wel is overkomen. Ik kon me in mijn vroegere dagen niet als oud mannetje zien. Ik was koppig, toentertijd. Bovendien was ik me bewust van de gevaren van de renbaan. Ik had dood kunnen gaan, het zou zomaar gekund hebben. Nu ben ik blij dat ik je oma, Madelaine, ontmoette. Ze kon het niet verdragen me te zien racen, dus na nog enkele jaren gereden te hebben ben ik gestopt met de wedstrijden. Trainen deed ik nog steeds, dat zeker. Maar racen… Mijn liefde voor jouw oma, was groter dan mijn liefde voor het racen. En dat was me toch wat, meisje. Ik deed het zo graag.’
‘Heb je spijt, opa? Dat je stopte met racen?’ Ik wil meer weten. Ik wil dat hij meer vertelt.
‘Nee, meisje. Nooit gehad ook. Ik ben samen met je oma gelukkig oud geworden. Je zou kunnen zeggen dat we in een sprookje leefden. We leefden nog lang en gelukkig. Madelaine…’ Mijn opa zucht. Oma was al enkele jaren eerder overleden, maar hij was er altijd nuchter onder gebleven. Het was haar tijd geweest, had hij gezegd aan haar graf.
‘Zij was mijn prinses, weet je dat, meisje? Eerst zij, nu je moeder. En jij bent mijn kleine prinses.’
Hij blijft me maar een ‘kleine’ prinses vinden, hoewel ik al bijna veertien ben. Ik vind het niet erg. Het geeft me een fijn gevoel, dat hij me zo noemt.
‘Ik wil ook jockey worden, opa.’
Hij kijkt niet op, zelfs zijn gezichtsuitdrukking verandert amper. Ik ben teleurgesteld, verwachtte juist een reactie van hem. Ik wil dat hij trots op me is.
‘Ik wil net zoals jij races winnen,’ probeer ik nogmaals. Waarom zegt hij niet wat er in hem om gaat? Waarom reageert hij niet? Ik wil zo graag dat hij blij is met dit nieuws.
Ditmaal krijg ik wel een reactie, na enkele seconden van stilte. Hij glimlacht. ‘Als jij een jockey wil worden,’ zegt hij, ‘dan zul je dat.’


De bel klinkt. Aangezien de deur al los is neem ik mijn gebruikelijke plek in, ergens voor in de klas. Ik heb nooit bezwaar gehad tegen een plekje voorin. De sfeer op zulke plekjes is kalmer. Jenny zit altijd naast me met biologie en ik wacht op haar. Ik weet dat ze vragen gaat stellen en vorm in mijn hoofd alvast een korte samenvatting van het antwoord dat ik haar ga geven.
‘Hé, hoe gaat het met je?’ vraagt ze, zodra ze me ziet. ‘Ik hoorde het van je opa.’
‘Het gaat wel. Hij is vrijdag overleden en gisteren was de crematie.’ Ik weet niet wat ik verder nog moet zeggen, dus houd maar mijn mond. Bovendien weet ik niet of ik wel meer informatie aan haar kwijt wil. Jenny en ik gaan niet zo veel met elkaar om buiten de les.
‘Mijn moeder was ook naar de crematie geweest,’ vertelt ze me.
Natuurlijk. Ik had haar moeder daar zelfs nog gezien, bedenk ik me. Waarschijnlijk was het niet helemaal tot me doorgedrongen.
‘Ik weet het,’ antwoord ik. ‘Ik zag haar nog.’
Mijn opa had een groot deel van zijn leven hier gewoond. Iedereen kon hem, iedereen vond hem aardig. Hij was populair in dit dorp. Niet dat het me verbaasde. Het leverde wel wat problemen op bij de uitnodigingen voor de crematie. Wie moesten we wel en wie niet uitnodigen?
Veel familie hadden we niet meer. Mijn vaders ouders, mijn andere opa en oma, waren al eerder overleden. Hen heb ik amper gekend en ik heb ook niet erg getreurd om het verlies. Pappa had geen broers of zussen. Mamma had één zus, die emigreerde op haar vijfentwintigste. Ze heette Fenna en was als een scharnier, die mamma en haar ouders nog een beetje bij elkaar hield. Toen Fenna overleed, bleef er weinig over van de relatie die mijn moeder nog met opa en oma had.
Ik concentreer me weer op de les. Twee keer was ik aan de beurt geweest, maar voor ik door had welke vraag er gesteld werd, verontschuldigde de leraar zich al en wendde hij zich tot een andere leerling.
‘Alsof hij bang voor me is,’ mompel ik tegen Jenny. Ze giechelt even, maar is daarna weer stil. Ik begin langzaam te snappen dat de leraar me ontwijkt omdat ik ‘uiteraard’ afwezig ben, door het verlies van mijn opa. Jenny probeert met me mee te rouwen en houdt zich gedeisd, maar ik heb liever dat ze zichzelf is. Dat heb ik nodig om mijn leven weer een beetje op te kunnen pakken.
Na twee biologielessen, die tergend langzaam voorbij leken te gaan, is het dan eindelijk pauze. Aan de ene kant zie ik er tegenop, maar ik verheug me wel op de steun van Floor.
Langzaam loop ik de gangen door, richting de aula. Samen met Floor en nog wat anderen hadden we in het begin van het jaar een tafel veroverd. Een mooi plekje, in de hoek van de aula. Dat is het voordeel van de eindexamenklas; je hebt het recht de brugklassers overal weg te jagen.
Ik baan me een weg door de drukte, tot ik bij onze tafel aan kom. Er is nog niemand. Ik laat me neerzakken op de stoel en verberg mijn hoofd in mijn handen. Dan richt ik mezelf op, pak ik wat te drinken en maak ik me klaar om te doen alsof er niets aan de hand is. Doen alsof ik het wel overleef, alsof het goed met me gaat. Alsof ik het achter me kan laten en het geaccepteerd heb.
‘Serena,’ klinkt een vertrouwde stem.
Ik kijk op zodra ik Floor mijn naam hoor zeggen en word overvallen door haar omhelzing. Bijna meteen barst ik in tranen uit, dus ze sleept me mee naar de meidentoiletten om daar wat meer privacy te hebben.
Floor kijkt me bezorgd aan. ‘Gaat het een beetje?’
‘Niet echt,’ antwoord ik, met dichtgeknepen keel. De tranen snoeren me verder de mond en ik voel Floor haar armen meteen weer troostend om me heen. Twee andere meiden komen de wc’s in en werpen een vlugge blik mijn kant op. Daarna proberen ze me verder te negeren, maar ik merk dat hun gesprekken zich op fluistertoon vervolgen.
Als ik een beetje bedaard ben, recht ik mijn schouders. Ik kijk Floor aan en vraag haar met een flauw glimlachje hoe erg ik er uit zie. De blik in haar ogen staat teder als ze mijn wangen droog veegt met haar mouw en ik ben haar dankbaar dat ze er is om me te steunen.
Ze glimlacht naar me terug. ‘Je ziet er vreselijk uit, muts. Absoluut vreselijk, alsof je kapotgaat.’
En ik schiet in de lach. Ze is altijd zo verschrikkelijk dramatisch, maar dit keer heeft ze gelijk. Ik voel me vreselijk. Ze weet precies hoe ze het moet beschrijven. Het voelt fijn om te weten dat zij mijn gevoelens onder woorden kan brengen. Bovendien voelt het ook fijn om te weten dat ze me daarin steunt. Ze is mijn rots in de branding.

De rest van de lessen vandaag heb ik bijna allemaal samen met Floor. We lachen samen en soms barst ik weer in huilen uit. De meeste leraren proberen me te ontwijken en laten me met rust. Sommige echter willen weten hoe ik me voel en wat er in me omgaat. Floor poeiert ze dan braaf af, waarna ze zich weer naar mij richt en me aan het lachen maakt.
Als ik die middag thuis kom, voel ik de kilte in het huis al bij enkel de aanblik ervan. De lucht is een beetje grauw, maar het is droog, dus de paarden staan waarschijnlijk al buiten. Ik fiets om het huis heen en loop meteen het stalgebouw binnen. Leeg, op Pieter, de stalknecht, na.
‘Juan is op de baan aan het trainen met de kleine Roy. Hij doet het goed op de baan.’
Ik knik. ‘Ja, inderdaad. Ik had hem twee dagen geleden nog gereden.’ Het kleine renpaard was een van de veulens die opa een aantal jaren geleden gefokt had. Ondanks het feit dat hij er zelf weinig mee kon, genoot hij er van om de jonge paarden te zien spelen in de weide, of te zien trainen. Gewoon, om het in zijn geheugen te prenten. Soms begreep ik hem amper.
Hoofdschuddend denk ik terug.

TurboTinker

Berichten: 14902
Geregistreerd: 07-10-03
Woonplaats: Meppel

Re: [VER] Mijn belofte

Link naar dit bericht Geplaatst: 02-01-12 13:25

Super! ben benieuwd hoe het verder gaat!

Kimmsel

Berichten: 848
Geregistreerd: 10-02-10
Woonplaats: Wieringerwaard

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 11-01-12 11:23

Nieuw deel (4)! *\o/*


We zitten op het bankje in de weide van de merries. Er staan er maar een paar, nooit meer dan tien. Opa heeft altijd gezegd dat hij de namen van zijn paarden wilt onthouden. Anders voelt hij zich er niet meer persoonlijk bij betrokken en dan hebben de prachtige dieren in zijn weide geen betekenis meer. Niet te veel paarden, dus. Precies genoeg om er mee bezig te blijven.
We praten over zijn ziekte, de kanker. Hij blijft er erg luchtig over, hoewel het me soms wel opvalt dat hij het er moeilijk mee heeft. Hij wil nog helemaal niet dood, zegt hij, maar hij overtuigt me ervan dat hij er vrede mee heeft. Zo raakt hij aan de praat over de nadelen van zijn ziekte, op de dood na.
Die artsen, vertelt hij, zeuren hem maar aan zijn hoofd over wat hij allemaal wel en niet mag. Eiwitten, vetten, over alles hebben ze wel wat te zeuren. Maar wat hem toch echt zo nijdig maakt, is dat hij geen suiker meer mag. ‘Suiker, nota bene!’ roept hij naar me.
Ik schrik er een beetje van, maar verberg dit. De uitdrukking op zijn gezicht is verontwaardigd, een beetje gefrustreerd, maar niet naar mij gericht. Nooit is zijn irritatie naar mij gericht.
‘Meid,’ begint hij, samenzweerderig. Ik zie aan zijn houding dat hij met me dolt en speel het spelletje mee. Ik geniet van de manier waarop hij zijn ogen zogenaamd geïrriteerd laat rollen.
‘Ik leef nog liever een jaar korter, dan dat ik al die tijd zonder suiker zal moeten leven.’
Ik bewonder hem om deze opmerking, omdat hij er zo simpel over denkt. Ik heb altijd het idee gehad dat de dood moet worden vermeden, maar er nooit bij stilgestaan hoe dit zit als je het recht in de ogen kijkt. Moet opa niet doodsbang zijn op dit moment?
Later laat hij mij op haar rijden, op Zadora. Of sterker: hij dwingt me, omdat hij zo graag zijn favoriete paard met zijn favoriete kleinkind ziet. Ik verberg een glimlach om deze opmerking, omdat ik zijn enige kleinkind ben. Dus zadelen we haar op en rijd ik haar. Hij vertelt me hoe graag hij Zadora wedstrijden had willen laten rijden. Dat hij zijn Doortje graag meer had willen geven dan alleen maar de weide, veulens en zijn liefde.
En ik zeg hem, dat ik liever een jaar in zou willen leveren, dan dat ik al die tijd zonder zijn liefde zou moeten leven.


Ik buig mijn hoofd en staar naar de grond onder mijn voeten. De herinnering maakt allerlei emoties in me los en dan voornamelijk sombere. Het doet pijn om aan hem te denken, maar het voelt tevens goed.
Zonder Pieter verder nog aandacht te schenken zadel ik Fiasco. De donkerbruine hengst is net als de kleine Roy veelbelovend en bovendien klaar om te racen. Tot nu toe lag die beslissing bij mijn opa, maar dit is nu de mijne geworden. Opa had grote plannen in zijn hoofd voor de kleine Roy, aankomend seizoen. Van het voorjaar wilde hij hem in een race laten starten.
In de tijd dat Fiasco werkelijk goed begon te lopen op de baan, was opa zwak en besteedde hij geen aandacht meer aan de andere paarden. Enkel Zadora en haar veulen Zhad waren belangrijk, de moeite waard om zijn tijd aan te besteden. Soms vroeg ik me af of hij de andere paarden nog wel wilde houden.
Ja, was het antwoord. Het werd me al snel duidelijk dat hij mij graag in zijn voetsporen zag treden. Niet zozeer om het over te nemen van hem, maar om dezelfde liefde te voelen voor het werk. Hij wilde dat ik net zo dol was op de paarden als hij. Nou, daar was hij in geslaagd. Ik heb me nooit gedwongen gevoeld om van de dieren te houden, ik heb dit nooit opgelegd gekregen. Er werd niets van me verwacht. Toch kon dat me er niet van weerhouden om van de hele stoeterij te houden alsof het de mijne was.
En het is nu van mij. Misschien nog niet officieel, maar het voelt alsof het van mij is. Er zijn nooit discussies geweest over van wie het bedrijf nu is. Mijn moeder doet de financiën, daar was ze al eerder mee begonnen om opa een taak minder te geven. Daar heb ik me verder niet mee bemoeid. Dit bedrijf bestaat voor mij niet uit geld, prijzen, koop en verkoop. Het bestaat uit de liefde voor onze prachtige paarden, de verbazingwekkende relatie. Zo was het ook voor opa.
Met Fiasco aan de hand loop ik in de richting van de baan. In de verte rijdt Juan, in volle galop de bocht door. De kleine Roy lijkt te vliegen, zo snel gaat hij. Ik glimlach bij de aanblik en richt mijn aandacht dan op het ongeduldige paard naast me. Soepel zwaai ik me in het zadel, waarna ik hem de baan op laat stappen. De teugels rusten lichtjes in mijn handen, terwijl ik Fiasco aan de kant van de baan loswerk.
Als Juan me wenkt vanaf de rug van de kleine Roy, galoppeer ik rustig zijn kant op.
‘Wat is er?’ vraag ik.
‘Zal ik Fiasco timen? Ik heb zojuist Roy gedaan. Hij was snel op een mijl, dus dan moet hij de halve mijl ook gemakkelijk redden in een race. Hij zou wel kans maken.’
Ik weet dat Juan gelijk heeft. Roy is bliksemsnel en nu hij getraind is zou hij een race gemakkelijk kunnen winnen. ‘Misschien moeten we hem in de Vorenaar uit laten komen,’ opper ik.
‘Dat zou best kunnen. Daar hebben we het nog wel over. Nu zal ik hem naar Pieter brengen. Ik ben zo terug.’
Hij verdwijnt met de kleine, roodbruine hengst en ik laat Fiasco nog even warmlopen op de renbaan. Ik stuur hem naar de buitenkant, zodat hij niet denkt al te moeten rennen. Binnen een paar minuten is Juan alweer terug en begint Fiasco warm te worden. Ik houd halt bij de startlijn, aan het begin van het rechte stuk.
Juan houdt een stopwatch in zijn hand en op het moment dat hij ‘Nu!’, roept, druk ik mijn hielen tegen Fiasco’s buik. We starten netjes, niet extreem snel, maar we zijn vlug op gang en galopperen op het midden van de baan. Ik bespeur nog geen vermoeidheid in Fiasco’s bewegingen, dus laat hem iets vlotter lopen. Op de teugels houd ik een lichte druk, om te voorkomen dat hij al zijn energie verspilt.
Aan het einde van de lange zijde stuur ik hem naar binnen, naar de rail toe. Als we de bocht door galopperen voel ik dat dit een snelle tijd gaat worden. Na de tweede bocht moet ik het onervaren paard even recht stellen, maar dan spoor ik hem nog verder aan. We nemen een sprint en vliegen vooruit. Bij de volgende bocht gaat Fiasco uit zichzelf al dichter bij de rail lopen, waarna we op het laatste rechte stuk weer voluit gaan. Ik druk mijn hielen stevig tegen zijn buik en klak met mijn tong, tot we voorbij Juan vliegen.
Mijn vingers omklemmen de teugels wat strakker, om Fiasco in te houden tot een lichte draf. Dan draaien we om en rijden we terug naar Juan.
‘Ongeveer drie veertig zeker?’
Juan grijnst. ‘Nee, nee. Sneller. Drie zevenendertig punt drieëntachtig. Eigenlijk zouden ze allebei wel kunnen racen. Ze zijn in topconditie.’
‘Ja, dat klopt,’ bevestig ik. Ik besluit dit aan mijn moeder voor te leggen. Zij zal ons moeten inschrijven. Wij hoeven alleen te zorgen dat de paarden in orde zijn en dat we een jockey hebben. De jockey zou nog wel eens een probleem kunnen worden: veel goede jockeys zijn al besproken en hebben al plannen gemaakt.
‘Juan?’
De trainer kijkt op van zijn notitieblok. ‘Ja?’
‘Wat heb je nodig om te mogen racen? Als jockey bedoel ik.’
Hij denkt even na. ‘Een licentie, eerst één voor beginnende jockeys. Dan moet je een aantal kleine races winnen, voordat je aan de grotere mee mag doen.’
‘Zou ik een licentie aan kunnen vragen?’
‘Je bent zestien toch?’ Ik knik. ‘Dan kan het, ja. Ben je het van plan?’
En alweer knik ik. ‘Als het mag van mijn moeder.’
Want dat zou nog wel eens een probleemgebied kunnen zijn. Mijn moeder is altijd beschermend geweest tegenover mij. Het had me dan ook een tijd gekost voor ik op opa’s volbloed paarden mocht rijden. De temperamentvolle dieren waren volgens haar te mans voor een klein meisje als ik. Zelfs twee jaar geleden kreeg ze nog de kriebels als ik op één van opa’s dieren stapte.

Samen met de trainer zet ik Fiasco terug op stal. Juan belooft contact op te nemen voor een licentie om wat informatie te winnen en ik beloof hem met mijn moeder te overleggen over de races. Ik loop naar de weide van Zhad en zie dat hij vrolijk door het weiland draaft. Twee andere paarden van dezelfde leeftijd doen met hem mee.
‘Hé, jochie.’ Hij heft zijn hoofd op en kijkt in mijn richting. Op zijn lange benen komt hij mijn kant op gedraafd. Ik kan een kort lachje niet inhouden en geniet van de bewegingen van het paard. Hij komt snuivend tot stilstand op enkele meters van het hek.
Voorzichtig, om hem niet te laten schrikken, kruip ik onder het hek door. Ik steek een hand uit en probeer hem mijn kant op te lokken. Zhad is echter niet van plan zich te laten vangen en draaft met opgeheven staart weg. Met een zucht loop ik achter hem aan, verder de weide in. ‘Kom eens, Megor.’
Gelukkig luistert Megor wel en al snel komt Zhad ook dichterbij. ‘Nieuwsgierig, lieverd?’ vraag ik aan het donkere paard. Hij schud even met zijn hoofd en overbrugt dan de laatste meters. Ik probeer blij te zijn dat Zhad naar me toe gekomen is, maar kan het niet laten even mistroostig terug te denken aan een tijd geleden.

TurboTinker

Berichten: 14902
Geregistreerd: 07-10-03
Woonplaats: Meppel

Re: [VER] Mijn belofte

Link naar dit bericht Geplaatst: 11-01-12 13:45

Heerlijk, ik wil meer :D

Kimmsel

Berichten: 848
Geregistreerd: 10-02-10
Woonplaats: Wieringerwaard

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 11-01-12 13:49

Snackie schreef:
Heerlijk, ik wil meer :D


Aankomend weekeind zal ik meer posten :D

TurboTinker

Berichten: 14902
Geregistreerd: 07-10-03
Woonplaats: Meppel

Re: [VER] Mijn belofte

Link naar dit bericht Geplaatst: 11-01-12 13:52

Helemaal goed, vind je schrijfstijl fijn om te lezen.
En ook de herinneringen aan opa, schuingedrukt en rechte letters dat maakt wel een duidelijk verschil :j

Maydine

Berichten: 4472
Geregistreerd: 20-02-09
Woonplaats: De Achterhoek

Re: [VER] Mijn belofte

Link naar dit bericht Geplaatst: 13-01-12 13:20

Leuk verhaal! het begin deed me heel erg aan Secretariat denken, de film over een renpaard..Het verhaal lijkt er heel erg op tot zo ver.. :)
Ben erg benieuwd naar het volgende stuk!

Steffiee_

Berichten: 1324
Geregistreerd: 17-02-10
Woonplaats: Noord Brabant

Re: [VER] Mijn belofte

Link naar dit bericht Geplaatst: 21-01-12 19:45

wat een aangrijpend verhaal! Heb het echt in diepe concentratie gelezen! ik wil ook meer :o!

Kimmsel

Berichten: 848
Geregistreerd: 10-02-10
Woonplaats: Wieringerwaard

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 22-01-12 19:43

Deel 5!!

We lopen samen langs de weiden van de paarden. Jong en oud staan in verschillende velden te grazen, allen intens gelukkig met het voorjaar. Zo ook het jonge veulen, Zhad, samen met zijn moeder. Het blijft me verbazen hoe soepel het veulen beweegt, hoe prachtig het met zijn neus in de lucht kan galopperen. Ik heb bewondering voor hem.
Opa roept Zadora en als vanzelfsprekend komt deze onmiddellijk aan gedraafd. Het veulen volgt zijn moeder, maar bekijkt ons argwanend. Nog steeds hebben we zijn vertrouwen niet kunnen winnen. Nog steeds zou hij ons het liefste negeren. Enkel het feit dat zijn moeder dol is op de oude man, weerhoudt hem ervan om weg te rennen.
Ik steek mijn hand uit en aai voorzichtig over Zhad’s korte rug. De donkere vacht glimt zoals altijd. Ik houd zijn oren in de gaten, die aangeven hoe gespannen hij is. Na enkele seconden verdraagzaam stil te hebben gestaan, springt hij weg en vergroot hij de afstand tussen ons.
Opa lacht even en begint te praten. ‘Hij is koppig, meisje. Dat zal hij blijven. Het zal een moeilijk paard zijn om te trainen later maar het zal de moeite waard zijn.’
‘Dat geloof ik best.’ Een zucht ontsnapt aan mijn lippen. ‘Ik weet alleen niet zeker…’ Ik zwijg.
‘Of je hem kunt trainen? Of je zijn vertrouwen kunt winnen?’
‘Dat ja. Allebei. Ik denk niet dat ik goed genoeg ben.’
Ik twijfel gewoon. Ik heb er absoluut geen vertrouwen in dat ik hem zou kunnen trainen. Ik mag hem niet eens behoorlijk aaien, hoe zal hij zich dan later laten berijden? Ik probeer krampachtig vast te houden aan het idee dat dit mijn opa’s juweeltje is. Dit is zijn droom, hetgeen hij zijn leven voor zou geven. Echter een zwaar gordijn valt over deze gedachte en vertelt me dat het moeilijk zal worden. Zhad mag dan een juweeltje zijn, maar wel een ruwe.
Opa’s open staan glazig, diep in gedachten. Zijn lippen bewegen zachtjes, maar er komt geen geluid uit. Wat er ook precies gaande is in zijn hoofd, ik voel dat het hier mee te maken heeft. Ik weet het, maar durf het niet te vragen, bang om zijn gedachten te onderbreken. Dan worden zijn woorden verstaanbaar.
‘Zhad is prachtig, Serena. Mooier dan ik me ooit had kunnen inbeelden. Hij is sterk, heeft lange benen. Zijn korte rug geeft hem kracht en zijn hals is sierlijk, evenals sterk. Je zou kunnen zeggen dat hij geen slechte kanten heeft, maar dan zullen anderen komen met het feit dat hij koppig is. Koppig als een ezel en dwars. Maar weet je hoe ik dat zie? Hij is mentaal sterk. Hij weet wat hij wel en niet wil. Het is een goede eigenschap, want dit houdt in dat wanneer hij iets wilt, hij er voor zal gaan. Dát is wat zijn koppigheid in houdt. Dat is wat hem zijn kracht en elegantie verschaft op allesbepalende momenten. Het is wat hem Zhad maakt en op een dag zul je dit beseffen.’
Mijn mond is langzaam iets open gezakt, door verbazing en tevens bewondering. De werkelijke betekenis van deze woorden is voor mij nog niet compleet te bevatten, maar ik besef wel dat we niets te klagen hebben met deze jonge hengst. Het dier is inderdaad koppig, maar het maakt hem ook sterk. Precies zoals opa dat zegt.
‘Serena, Serena,’ klinkt mijn opa’s stem weer. Ik kijk hem aan en kan de wijsheid in zijn ogen lezen. ‘Weet je wat ik denk?’, vraagt hij. ‘Ik denk dat jij en Zhad het prima redden samen. Hij is koppig, dat weet ik, maar ook eerlijk. Maar jij, Serena, jij lijkt op hem. Je bent net als Zhad koppig. Misschien zelfs koppiger, dat valt nog te bezien. Ik denk dat jullie wel aan elkaar gewaagd zijn.’


Over deze woorden begon ik nu toch echt te twijfelen. De hengst begon langzaam maar zeker beter aan me te wennen, maar nog steeds is hij het die de overmacht heeft. Op sommige momenten is hij kalm en lijkt het goed te gaan, maar dan kan hij weer afstand tussen ons creëren. Zoals nu.
Ik pak hem bij zijn halster, maar besluit hem dan weer los te laten. Als ik hem nu mee naar stal neem, heeft hij gelijk gekregen. Dan had hij beter bij me uit de buurt kunnen blijven, omdat ik hem toch naar stal breng. Dus doe ik dat niet en begin ik in mijn eentje richting het hek te lopen. Megor volgt me nieuwsgierig en drukt zijn neus tegen mijn schouder.
‘Eten?’ vragen zijn ogen, ‘of anders gewoon een kriebel?’
Ik zucht en prik zachtjes tegen zijn neus, waardoor hij begint te briesen. Zijn oren steken recht naar voren als hij zijn neus nogmaals tegen me aan duwt.
Megor is ook een jong renpaard, maar zijn afstammelingen zijn veel minder indrukwekkend als die van Zhad. Mijn opa kende de ouderdieren van Megor persoonlijk, hij had de vader nog getraind. Onder de indruk van diens capaciteiten en voornamelijk het karakter, had hij dit veulen dolgraag willen hebben.
En Megor bleek een fantastisch dier te zijn. Of hij zou worden als zijn vader wisten we nog niet, maar in ieder geval was het een van de liefste veulens die we momenteel in bezit hebben. ‘Als het geen renner wordt, dan moet je hem een paar goede merries laten dekken,’ had opa gezegd. ‘Als de merrie de genen van een renpaard heeft, dan heeft Megor wel het karakter.’
Tot nu toe had opa gelijk gehad – Megor was een fantastisch dier; lief, loyaal. Of dit hem snel genoeg zou maken op de baan was nog te betwisten. Dit was echter nog niet van toepassing. Eerst moest hij, samen met Zhad en nog een jaarling, zadelmak gemaakt worden.
Dit herinnert me aan het feit dat hij Zhad bijna twee is. Tijd om aan de slag te gaan en hem te trainen. Ik zie er tegenop en weet dat het moeilijk gaat worden. Zoals ik net zei: hij is inmiddels bijna twee. Twee jaar lang heb ik hem gekend, zijn vertrouwen proberen te winnen. Twee jaar. En wat heb ik tot nu toe bereikt?

Als ik de woonkamer binnen kom gelopen, zie ik mijn moeder zitten. Ze staart enkel voor zich uit en verroert zich niet. Ik weet zo snel niet wat te doen, dus besluit maar naar boven te gaan. Wat zou ik tegen haar moeten zeggen?
Ik loop langzaam de trap op. Zhad en Megor heb ik buiten gelaten voor de nacht. Ik heb mezelf voorgenomen dat er drastisch iets moet veranderen. Ik moet iets doen, met Zhad, voor het te laat is. Voor hij zich helemaal voor me afsluit en niet meer met zich laat werken.
Boven aangekomen, trek ik de deur van mijn kamer achter me dicht en druk ik op de startknop van mijn computer. Het duurt een eeuwigheid vooraleer het eeuwenoude ding eindelijk opgestart is. Ik klik op het internet en typ ‘Natural Horsemanship’ in. Een miljoen resultaten tonen zich langzaam op het beeldscherm.
Ik had al eerder gehoord over het natuurlijk omgaan met je paard. Het leren luisteren naar je paard. Natural Horsemanship. Toen het me zojuist te binnen schoot, leek het een perfecte oplossing. Dat moet nog maar blijken, voeg ik er in gedachten aan toe. Ik klik op een site en begin te lezen. Ze vertellen over grondwerk, wijken voor druk, respect.
Alles wat ik lees lijkt te kloppen.
De muis beweegt zich naar nog meer sites en mijn ogen vliegen over de regels. Ik prent alles in mijn geheugen. Vluchtgedrag, instinct, prooi- en roofdieren, focus. Ik voel mijn bloed sneller stromen. Dit moet een oplossing zijn.
Na een lange tijd kan ik het opbrengen de computer uit te zetten. Al deze nieuwe informatie geeft me weer hoop dat het goed zal komen. Hoop, omdat het anderen ook gelukt is met dezelfde methode. Het móét wel lukken, het kan gewoon niet anders.
Met een zwaar gevoel in mijn maag pak ik mijn tekenblok en begin ik te tekenen. Ik ben me niet volledig bewust van de bewegingen die mij hand maakt, alsof het beeld in mijn hoofd het werk doet. De gum komt er niet aan te pas, omdat het beeld zo intens is, overspoeld door emoties. Maar het beeld is donker, omdat het donker is hoe ik het beleef.
Een trots opgeheven hoofd, met slimme ogen, kijkt me aan vanaf het papier. De ogen fonkelen fel. Vastbeslotenheid, ofwel koppigheid, valt erin te lezen. De spitse oren staan strak naar voren, om waakzaam elk geluid op te vangen.
Langzaam word ik me er van bewust dat deze tekening geen compleet beeld weergeeft van de prachtige hengst. Het mist iets, een belangrijk aspect. Ik besef dat dit aspect, deze emotie, de eerlijkheid is. De woorden van opa herhalen zich in mijn hoofd. ‘Je zou kunnen zeggen dat hij geen slechte kanten heeft, maar dan zullen anderen komen met het feit dat hij koppig is. Koppig als een ezel en dwars.’
Ik weet dat ik hem op deze tekening verkeerd heb afgebeeld. Ik mijn hoofd zie ik hem als de trotse, koppige hengst, dezelfde als die hier op het papier staat. Het is echter oneerlijk om hem zo af te schilderen. Op deze manier negeer ik de momenten waarop hij naar me brieste, met een kalme blik in zijn ogen. Zijn oren half naar achteren gedraaid, om voorzichtig op me te letten wanneer ik hem borstelde.
Maar deze dingen, de fijne, vredige momenten, kunnen niet op tegen de momenten waarop hij mijn hoop de grond in boort, me afwijst en een spelletje met me speelt.
Zhad heeft gewoon de touwtjes in handen – zo simpel is het. En het doet pijn, zeker weten, om het te beseffen. Ik vraag me af of ik ooit verder met hem zal komen dan deze worsteling. We zitten op een dood punt, elke keer als het erop lijkt dat het beter gaat, stelt hij me teleur.
Ik weet dat een normaal renpaard nu inmiddels aan een zadel gewend zou zijn en gelongeerd zou worden. Zhad echter niet. Ik heb me er nog nooit toe kunnen brengen met hem te trainen, omdat het aanvoelde als opa’s taak. Het was zijn veulen, nu nog steeds. Zelfs voor opa leek dit veulen echter onbereikbaar. Dit leek zo, maar was het niet. Opa vond het niet erg en deed geen moeite. Hij was vanaf het begin af aan van mening dat dit paard bij mij hoorde. Ik en Zhad zijn het daar, geloof ik, niet mee eens.
‘Serena, eten,’ roept mijn moeder van beneden. Haar stem klinkt zwak, gepijnigd. Ik vraag me af wat er in haar hoofd omgaat, of ze zich net als ik dingen herinnert. Of deze herinneringen haar net zoveel pijn doen als mij.
Ik druk deze gedachte weg en loop naar beneden. Het is weer tijd om van het kille zwijgen te genieten.

Steffiee_

Berichten: 1324
Geregistreerd: 17-02-10
Woonplaats: Noord Brabant

Re: [VER] Mijn belofte

Link naar dit bericht Geplaatst: 22-01-12 20:22

Alweer een geweldig stuk!
Ben nu al benieuwd naar het gevolg! Heb weer met open mond zitten lezen!
Ga zo door :)

Kimmsel

Berichten: 848
Geregistreerd: 10-02-10
Woonplaats: Wieringerwaard

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 22-01-12 20:26

Steffiee_ schreef:
Alweer een geweldig stuk!
Ben nu al benieuwd naar het gevolg! Heb weer met open mond zitten lezen!
Ga zo door :)


Dankjewel :D Als er foutjes inzitten of zinnen die vreemd lopen, dan hoor ik dat graag!

M_D_H
Berichten: 17691
Geregistreerd: 01-10-09

Link naar dit bericht Geplaatst: 22-01-12 20:49

leuk verhaal :))
ben benieuwd naar het volgende deel :)

TurboTinker

Berichten: 14902
Geregistreerd: 07-10-03
Woonplaats: Meppel

Re: [VER] Mijn belofte

Link naar dit bericht Geplaatst: 23-01-12 10:21

Ik ook! intressant stuk weer!

Kimmsel

Berichten: 848
Geregistreerd: 10-02-10
Woonplaats: Wieringerwaard

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 02-03-12 18:53

Sorry voor het lange wachten, mensen. Hier maar weer een lekker stuk!

Deel 6!

Tijdens het eten is het, zoals verwacht, weer stil, echter niet volkomen. Pap maakt soms een opmerking waar hij zich duidelijk ongemakkelijk bij voelt. Hij probeert te stilte te doorbreken, waar ik me alleen maar aan erger. Waarom probeert hij te doen alsof? Waarom moet hij een masker opzetten en toneelspelen? Maar tot mijn grootste verbazing antwoordt mam, als pap meedeelt dat het weer beter wordt de aankomende week.
‘Mooi, dan kunnen de paarden in ieder geval weer buiten blijven,’ zegt ze.
Het ‘paarden’-gedeelte herinnert me eraan dat ik moest vragen over de jockeylicentie. Dat had ik Juan beloofd en bovendien verheugde ik me er ook werkelijk op. Al vanaf jongs af aan had opa me verhalen verteld over de races. Deze verhalen hadden mijn enthousiasme aangewakkerd. Nu ik de kans had en bovendien een goede reden, moest ik deze grijpen.
‘Mam?’ begin ik voorzichtig. Ze kijkt vragend op. Ik ga verder: ‘Juan kan ervoor zorgen dat ik een jockeylicentie kan krijgen. Dan kan ik de kleine Roy in het voorjaar zelf laten racen.’
‘Noemen jullie dat beest nog steeds de kleine Roy?’ klinkt mijn vaders stem spottend. Hij heeft zich er altijd aan geërgerd.
‘Hij is klein voor een renpaard en heet Roy. Kleine Roy, dus.’ Ik wil er nog wel verder op in gaan, maar mijn moeder onderbreekt onze discussie.
‘Ik weet niet of je het wel aankunt, Serena. Een jockey zijn. Het is heel erg zwaar en je bent nog jong. Je zit in de puberteit en je zult uitgaan en vriendjes krijgen. Denk je dat je dit erbij kunt hebben?’
Verbaasd staar ik haar aan. Ik had ten eerste gewoon een ‘nee’ verwacht en ten tweede had ik het hele ‘uitgaan en vriendjes’ gedeelte nooit aan zien komen. Ik ben nooit veel uitgegaan, hoogstens feestjes van vrienden en bovendien heb ik nog nooit een vriendje gehad. Waarom zou hier verandering in moeten komen?
‘Ik kan het er wel bij hebben. Je weet dat ik nooit veel uitgegaan ben, mam. Veel vriendjes zullen er ook wel niet komen, dus dat probleem is opgelost. Ik wil dit echt heel graag.’
Ze twijfelt echter nog steeds, ditmaal echter met een ander excuus. Het argument waarvan ik wist dat ze het zou gaan gebruiken.
‘Het lijkt me vreselijk jou een gevaarlijke race te zien rijden. Ik weet niet of ik het aan kan om je zulke risico’s te zien nemen. Zoveel gevaren zijn er, op de baan.’
‘Juan reed ook al races toen hij jong was. Het ergste wat hem ooit is overkomen, is een gebroken sleutelbeen. Daar ga je niet dood aan, toch?’ Ik hoop dat ze mijn woorden als geruststellend ziet en er niet bij stilstaat dat Juan enkel veel geluk heeft gehad. Want dat is zo. Er gebeuren veel ongelukken op de baan en deze ongelukken hebben dan ook vaak ernstige gevolgen. Ik probeer dit feit te negeren.
‘Het kan gemakkelijk erger zijn dan een gebroken sleutelbeen, Serena,’ zucht mijn moeder.
‘Je kunt ook met de auto crashen en dood gaan. Die kans is volgens mij nog groter.’
‘Je bekijkt het niet objectief,’ schuift ze mijn argumenten terzijde. ‘Ik wil niet op mijn geweten hebben…’ Ze maakt haar zin niet af, maar desondanks begrijp ik wat ze bedoelt. Als ik verongeluk op de baan, is zij degene die me toestemming had gegeven. Ze zal zich schuldig voelen.
‘Maar dit is ook niet jouw keuze, het is de mijne. Je zult je niet verantwoordelijk hoeven voelen. Dit is iets wat ík graag wil, en ik ben oud genoeg om ervoor te kiezen.’
Als ik zie hoe mijn moeder haar hoofd in haar handen verbergt en haar ademhaling onder controle probeert te krijgen, krijg ik spijt van mijn uitbarsting. Ik had het haar beter later kunnen vragen. Het maakt haar van streek.
‘Weet je, ik kan nu geen beslissing nemen. Ga maar naar boven, Serena. Of naar de paarden. Even weg, in ieder geval.’
Dus voor de zoveelste keer verdwijn ik naar het stalgebouw, zonder mijn bord leeg te hebben gegeten. Alle paarden staan binnen, op Zhad en Megor na. Ik had een briefje op het prikbord gehangen om Pieter en Juan het te laten weten en er staat in een warrig handschrift ‘Oké, tot morgen’, op gekrabbeld. Ik besluit nog een poging te wagen om de hengst mee te krijgen en pak een lange lijn van de haak. Dan dwing ik mijn voeten naar de weide te lopen, hoewel ik doodsbang ben voor een zoveelste mislukking.
In gedachten vraag ik me af wat opa zou zeggen, maar het antwoord ligt niet binnen mijn bereik. Ik voel me wanhopig, zoekend naar de juiste woorden. Ik wil zijn stem kunnen horen, die me zal troosten en steun zal bieden. Het lukt echter niet.
Ik dring de tranen terug en probeer me groot te houden. Een rilling loopt over mijn rug en even voelt het alsof ik opa aan het kwijtraken ben. Deze gedachte schud ik van me af.
Als Megor me ziet komt hij meteen naar het hek gelopen. Ik twijfel of ik hem erbij moet laten of niet. Dan besluit ik hem toch maar naar de stal te brengen, Zhad achterlatend in de grote weide.
Hinnikend draaft hij langs het hek, duidelijk verward. Waarom mag zijn vriend wel naar stal en hij niet? Ik wil echter eerst een stap vooruit komen, alvorens hem me naar stal te laten sleuren.
‘Wij hebben nog wat uit te vechten, mannetje,’ mompel ik, als ik me weer in de weide bevind. Zhad kijkt me even verbaasd aan, afwachtend, maar als ik het uiteinde van de lijn naar hem toe gooi maakt hij zich uit de voeten. Hij blijft echter eindigen met zijn borst bij het hek, precies wat ik niet van hem wil.
Bij elke keer dat ik hem wegstuur of de pas af snijd, krijg ik meer vertrouwen in deze methode. Omdat ik nu degene ben die hem constant wegstuur van waar hij graag wil zijn, heb ik de touwtjes in handen. Juist zijn enthousiasme om naar het hek te komen, maakt dat ik meer win op het moment dat hij bij er weg blijft. Snuivend komt hij tot stilstand op een paar meter afstand, verward met zijn oren draaiend.
Ik ga op mijn hurken zitten en klak met mijn tong. Ik vermijd oogcontact, om mezelf niet als een roofdier op te stellen. Roofdieren loeren, ik dus niet. In plaats daarvan speel ik onbewust wat met het gras onder me, wat Zhad’s interesse opwekt.
Als ik zijn hoeven over de grond hoor stappen, klopt mijn hart in mijn keel. Met verbazing kijk ik op en kom tot de ontdekking dat hij mijn kant op gelopen is. Nieuwsgierig, met zijn oren recht naar voren gestoken. Nog een paar stappen en ik voel zijn neus tegen mijn hand blazen.
Ik durf weer te ademen. ‘Wat heb ik daar, hè, jochie?’ fluister ik. Zijn oren draaien heen en weer, om goed op me te letten. Ik open mijn handen voor hem, maar hij hoeft het gras niet. Hij blijft staan, zijn hoofd laag. Na enkele lange seconden zie ik dat hij weer wat twijfels krijgt, dus ik klik snel de lijn aan zijn halster.
‘Tijd om naar stal te gaan, jongen. Je deed het goed,’ en ik breng hem naar zijn box, naast die van Megor. Hij loopt zonder te protesteren naast me mee.
Onmiddellijk begroeten de paarden elkaar en het geeft mij even tijd om alles te bevatten.
Langzaam overvalt een wervelend gevoel in mijn hele lijf me. De opwinding, de trots, alles speelt mee. Ik heb het idee dat we nu eindelijk werkelijk iets bereikt hebben. Een minuscule centimeter van de duizenden kilometers die we nog moeten afleggen, maar het is iets.
Ik blijf in de stal en sluit de boxdeur achter me. Voorzichtig ga ik zitten en ik word nogmaals overvallen door hoop, hoop om wat te kunnen bereiken met hem. Ik ben me ervan bewust dat dit slechts een klein begin is, maar in ieder geval zijn we ditmaal vooruit gegaan. Werkelijk een stap vooruit.
Zhad begint van zijn hooi te eten en negeert me, maar dit interesseert me momenteel niet meer. Nog steeds euforisch van het zojuist behaalde succes, leun ik tegen de boxwand. Ik bedank opa, voor alles. Wat hij ook gedaan, geweten, of gezegd zou hebben op dit moment; het had het goede geweest.
Ik wil zijn aanwezigheid weer voelen, dus sluit ik mijn ogen. Ik adem een keer diep in, om mijn emoties onder controle te houden. Zodra mijn gedachten me terugvoeren in de tijd is hij er weer, levend en wel.

Opa heeft net zijn chemokuur achter de rug. Hij is slecht ter been en voelt zich verschrikkelijk ziek. Soms heb ik het idee dat hij zomaar dood kan gaan, kan stoppen met ademen, maar de artsen hebben me ervan verzekerd dat dit niet het geval zou zijn. Hij zal nog een redelijke tijd te leven hebben, ze kunnen niet goed inschatten hoe lang. Misschien een jaar, misschien korter of langer. De kanker verspreidt zich niet snel, maar is wel hardnekkig.
Ik slaap naast hem, uit angst hem alleen te laten. Ik voel me zo waanzinnig klein, zo moe. Bij opa in de buurt ben ik weer kind. Het is prettig om weer kind te kunnen zijn. Want ik wil me niet groot hoeven houden, zoals iedere andere volwassene. Ik wil op het bed kruipen en naast hem in slaap vallen. Dus doe ik dat.
Als ik wakker word, lig ik in mijn eigen bed, alleen. Nog slaapdronken begeef ik me zo snel mogelijk naar opa’s kamer, om me ervan te overtuigen dat hij nog leeft, maar hij is er niet. Paniek overspoelt me, ik ben doodsbang. Dan is mijn moeder daar.
‘Stil maar, Serena. Hij is beneden. Hij kijkt tv, alles is in orde.’
Als deze woorden tot me doodringen kom ik weer bij mijn positieven. Ik schaam me voor mijn hysterische gedrag; ik ben bijna vijftien, nota bene!
We gaan naar beneden, waar opa inderdaad tv zit te kijken. Hij heeft een bord pap op schoot en eet er rusteloos van. Als ik eraan kom gelopen kijkt hij op en wenkt hij me. Op mijn blote voeten loop ik in zijn richting, waarna ik me in de stoel naast hem laat zakken. Ik vouw mijn benen onder me. Een beetje traag begint hij te praten: ‘Serena, Serena.’ Hij zucht. ‘Soms vraag ik me af of dit alles nog wel zin heeft. Heeft het zin om me te blijven verzetten tegen de kanker? Ik weet het allemaal niet meer, meisje.’
Ik kijk hem als verdoofd aan.
Hij mag niet opgeven.

Steffiee_

Berichten: 1324
Geregistreerd: 17-02-10
Woonplaats: Noord Brabant

Re: [VER] Mijn belofte

Link naar dit bericht Geplaatst: 02-03-12 18:59

Heb weer met open mond gelezen!
Ga zo door, vind het echt een geweldig mooi verhaal :j

TurboTinker

Berichten: 14902
Geregistreerd: 07-10-03
Woonplaats: Meppel

Re: [VER] Mijn belofte

Link naar dit bericht Geplaatst: 02-03-12 19:30

Ook ik heb weer zitten lezen.
Wat zo;n ziekte met een kind kan doen he? emotioneel.
Ik ben benieuwd of ze een goed gesprek krijgt met haar moeder, of dat ze de jockey lincentie mag halen?