Ik ben bezig aan een verhaal en het gaat best aardig, ik ben alleen bang dat het totáál niet interessant is om te lezen
. daarom wilde ik het eerst aan jullie voorleggen zodat ik wat beter verder kan. Tips zijn dus zeer welkom! Welke delen vond je leuk en welke vond je minder?De paardrijliefhebbers zullen nog even moeten wachten, in dit eerste stuk komt nog geen paard voor

======
Hoofdstuk 1
Muziek brengt geen verandering in de gesteldheid van onze ziel: zij doet ons voelen wat we denken. Comtesse Diane de Beausacq
Met zijn arm uitgestrekt bekeek hij van een afstandje zijn blaadje. Niet verkeerd, maar ook zeker nog niet goed. In dat eerste stuk stonden wat krassen en doorhalingen, en nog steeds wist hij niet zeker wat er dan wel zou moeten staan.
'Vroeger ging dat veel beter,' mompelde hij. 'Toen dacht ik er gewoon niet bij na.' En soms gaan dingen beter als je er niet bij nadenkt, vooral als ze op je gevoel moeten werken.
Hij legde zijn pen neer, plaatste zijn vingers op de toetsen en speelde in een rap tempo de eerste drie regels. Midden in een muzikale zin stopte hij, deed het laatste deel opnieuw en stopte weer. Hij krabbelde op zijn blaadje, speelde weer, stopte weer en klapte met een zucht de klep van de piano dicht. Vandaag niet. Vandaag ging het niet goed.
Hij keek om zich heen, naar het kamertje dat hem de laatste drie uren had opgesloten. Er kwam slechts weinig zonlicht door de kleine, door lood gescheiden ramen. Toch werden ze omkranst door rode gordijnen. De vleugel waar hij achter zat stond in het midden van de kamer. Het was een goede, een Bechstein, al had hij een voorkeur voor de Yamaha in zaal 103 omdat die een heldere toon en aanslag had. Bij het stuk dat hij nu schreef klonk dat goed. De Steinway en Sons in de grote zaal kon praktisch alles, al was hij doffer dan de Yamaha. Maar op die Yamaha kon je weer lang niet zo goed Chopin spelen.
Hij streek met zijn hand over de klep, alsof hij het niet aanwezige stof eraf wilde halen, en raapte zijn papieren bij elkaar. Tientallen velletjes krentenbrood. Hij had een leuk idee gehad. Bij vlagen had hij zelfs gedacht dat het geniaal was en dat hij naast Mozart de geschiedenis in kon gaan. Maar op de piano pakte het anders uit en bleven zijn ideeën ergens boven de toetsen steken.
Morgen beter, dacht hij. Morgen beter. Hij stond op, keek nog een ogenblik rond in de kamer en opende toen de deur, die maar twee meter van hem af was. Hij snoof de frisse lucht op en ging kijken of er nog wat te eten viel. Het was ook al half één.
In de kantine werd druk gepraat. Het was een nieuwe kantine en de directie was er uitermate trots op. Niet alleen omdat alles nog zo mooi en nieuw was, maar omdat zowel 's middags als 's avonds warme maaltijden werden geserveerd en er altijd verse thee was en koffie die, naar eigen zeggen, niet naar slootwater smaakte. Je kon de koffie krijgen van een aardige kantinejuffrouw, maar je kon hem ook uit één van de vijf koffieautomaten halen die verspreid stonden door de kantine op strategische plekken. Van deze koffie nam Marco een beker en hij keek even speurend rond of hij bekenden zag. Veel tijd om te blijven had hij niet, hij kwam alleen even koffie halen. Hij zou gaan oefenen met Inge. Net toen hij besloot zich weer om te draaien voelde hij een joviale klap op zijn schouder. Hij herkende de uitgelaten stem van Arrigio.
'Hee Marco, alles goed? Je ziet eruit alsof je die koffie wel kan gebruiken.'
'Ik ben net een paar uur bezig geweest ben een compositie..'
'Een paar uur?'
'Het wil niet echt lukken vandaag.'
'Waar is het voor?'
'Voor over een paar weken. Inge en ik wilden iets nieuws ten gehore brengen en ik had de illusie dat ik een goed idee had.'
'Ah joh, jij hebt altijd goede ideeën.'
'Dan heb je dit stuk nog niet gehoord.'
'Nee, maar straks wel. En anders noemen we het toch modern? Kom bij ons zitten, plek zat.'
Marco schudde zijn hoofd. 'Ik zou gaan oefenen nu.'
'Alweer?'
'Hmhm.'
'Jij bent soms ook wel redelijk saai. Maar ja, dat zal wel bij een pianist horen he? Ik zie je later dan wel weer.'
Marco groette ook en begaf zich naar de uitgang van de kantine. Redelijk saai. Misschien was hij dat wel, maar zo zou hij het zelf niet omschrijven. Hij noemde het liever gepassioneerd. Hij was hier aan het conservatorium gaan studeren om pianist te worden. Dat in de eerste plaats. Ze zeiden dat hij er het talent voor had en het conservatorium bood de mogelijkheden. Hij zou gek zijn om die niet ten volle te benutten, hij wist maar al te goed hoe moeilijk het was om je brood te verdienen als pianist. In een orkest zijn tig violen nodig, maar slechts één piano. Als pianist moet je dan ook tig keer zo goed zijn.
Hij wist dat hij ook tig keer zo goed wás als de meesten, maar alsnog had hij een hoop te leren.
Inge wachtte hem al op in zaal 40. Inge was altijd te vroeg. Ook als hij probeerde eens eerder te komen dan zij was zij er nóg eerder. Hij bofte met Inge. Ze was een getalenteerde violiste met precies dezelfde muziekstijl als hij. Ze voelden elkaar feilloos aan en als ze samen speelden was het net of ze dansten. Inge had een vrolijk, rond gezicht met sproetjes. Haar blauwe ogen straalden altijd en haar blonde haar piekte vaak eigenwijs uit haar kapsel. Als ze muziek maakte ging ze er helemaal in op, net als Marco, en kon je de muziek op haar gezicht lezen. Ze was mooi, vond hij.
'Hee, ben je daar?' Ze gaf een harde streek over de A-snaar, alsof ze wilde zeggen: waar was je nou? Ik heb alles allang gestemd.
Marco plofte zijn boeken op de bovenkant van de piano en pakte de bovenste eraf. 'Hier maar mee beginnen?'
'Is dat het Mozartding?'
'Ja.'
Marco sloeg een A aan en Inge draaide nog even aan haar fijnstemmers om haar viool precies gelijk te krijgen met de piano.
'Perfect,' zei ze.
Het stuk dat ze speelden was KV 304. Marco had het ooit gehoord op een muziekcursus in Oostenrijk. Hij had de hele dag geoefend en hij was moe, maar het was nog niet stil in het Schloss waar de muziekcursus zich afspeelde. Een jonge pianist, Felix, was nog een duet aan het spelen met Peter Langgartner, een bekende violist. Het was donker in de Festsaal en niemand zag Marco zitten, bovenaan bij het balkon. Hij kon zich volledig afzonderen en wegdromen bij de muziek. Het was een magisch moment. Langgartner speelde zo mooi dat het dwars door Marco heen sneed. Hij luisterde naar de muziek en bekeek de prachtige zaal met de fresco's en plafondschilderingen. Alles leek bij elkaar te horen en hij was er een onderdeel van. De tonen waren zo zuiver en ze waren gespeeld met zoveel gevoel. Marco wist zeker dat hij nog nooit zulke prachtige muziek had gehoord. De nocturne van Chopin die hij op dat moment aan het spelen was viel erbij in het niet. Die lag op de bodem van een ravijn terwijl dit stuk hoog op de berg stond. Hij kende het stuk nog niet, maar elke toon leek hem bekend voor te komen of klonk logisch in zijn ogen, en toen ze aan het tweede deel van de Romanze begonnen wist hij absoluut zeker dat dit zijn favoriete stuk allertijden zou worden. Na afloop had hij helaas niet meer de kans om aan Felix en Langgartner te vragen hoe het stuk heette, dus was hij genoodzaakt om alle combinaties piano-viool die uit meerdere delen bestonden van Mozart af te luisteren. Het was overigens geen straf, en het duurde niet lang voor hij het stuk te pakken had. Hij had het daarna nog vaak geluisterd, maar zo mooi als die ene keer in de Festsaal had hij het niet meer gehoord.
Hij heeft er dus ook op gestaan dat dit stuk een vast onderdeel van het repertoire van Inge en hem werd. Sinds een jaar vormden hij en Inge een duo en ze timmerden al aardig aan de weg. Mensen hoorden ze graag spelen en ze werden vaak uitgenodigd op feesten, bruiloften of kleine concerten. Ze oefenden hier op het conservatorium, meestal in deze zaal veertig, omdat dat de mooiste zaal was. En volgens Inge speel je beter in een mooie zaal. Het was de oudste zaal van het conservatorium en vroeger werd hij als kleine concertzaal gebruikt. Het was ook de zaal waar de kleinschalige introductielessen werden gehouden, zodat alle aankomende studenten het idee kregen dat het hele conservatorium zo mooi was als die zaal. De grond bestond uit antiek parket, en de muren waren wit. Tegen één van de muren stond een prachtige betegelde schouw, waar voor het gemak maar een antieke gaskachel in was gezet. Het plafond werd gedragen door dikke, lichtgroene balken en voor de ramen hingen dikke, rode gordijnen. Marco's favoriete plek was niet de vleugel in het midden van de zaal, maar het klavecimbel in de hoek. Hij was een tijdje weg geweest van klavecimbelmuziek en kon zijn geluk niet op toen hij ontdekte dat er hier op het conservatorium een heus klavecimbel stond.
'Kom, we beginnen,' zei hij. 'Met deel twee, ik moet eerst even opwarmen. Het is zo koud overal.'
'Dan moet jíj beginnen,' merkte Inge op. 'Deel twee is meer werk voor jou dan voor mij!'
Marco ademde goed in en uit en zette zijn handen op de toetsen. Dit vond hij één van de moeilijkste dingen van het pianospelen: meteen bij de eerste noot de juiste toon zetten. De eerste toon van het muziekstuk was volgens hem net zo belangrijk als de laatste, maar een stuk moeilijker. Zeker voor een pianist, dacht hij. Als je op een vreemde piano speelt weet je niet hoe hij aanslaat. het was hem meer dan eens overkomen dat hij de eerste noot gemist had omdat hij te zacht aansloeg, of dat hij heel anders klonk dan hij verwachtte. Vooral bij piano's in cafés had hij daar last van, maar gelukkig kon je daar meestal wel ongemerkt pingelen voordat je echt begon met spelen. Piano spelen was eigenlijk heel moeilijk, dacht hij. Het tekent de meester. Om een stuk mooi te spelen moet je het instrument aanvoelen, want je speelt telkens op een andere piano. Hij wist dat de grote concertmeesters vaak hun eigen piano meesleepten en als hij dat zou kunnen zou hij dat ook zeker doen, maar het gaf hem een goed gevoel als hij uit meerdere piano's mooie tonen wist te halen. De piano in zaal 40 kende hij al, dus dat was niet zo'n probleem. Een groter probleem was het wegkrijgen van de dufheid in zijn hoofd om plaats te maken voor het gevoel van het stuk. KV 304 was gecomponeerd toen Mozart in Parijs was, in 1778, ver van zijn thuisland. In die tijd was dat weken rijden met een koetsje. Zijn moeder was met hem mee naar Parijs en was in die tijd ernstig ziek. 'Laat ons hopen, maar niet te veel', schrijft hij in een brief van 3 juli aan zijn vader. Hij wist echter dat hij de waarheid niet vertelde, Op dezelfde dag schrijft hij een brief aan abt Joseph Bullinger om te vertellen dat zijn moeder was overleden. Hij had het lef niet het zijn vader te vertellen. 'Ik heb hem met dezelfde post geschreven, maar alleen dat zij ernstig ziek is. God geve hem kracht en moed.' Mozart heeft genoeg van Parijs, van de onbekende Franse muziek, van de onbetrouwbare Fransen en de Franse taal, die volgens hem totaal ongeschikt was om op muziek te zetten.
Hij voelde zich eenzaam en verlaten in de grote onbekende stad. Marco hoorde al deze dingen in het tweede deel van de sonate terug. Het tweede deel was het romantische, langzame deel en zat volgens hem vol herinnering. In het begin verdrietige herinnering, maar in het 'tweede deel van deel twee', zoals hij het zelf altijd noemde, wordt het een gelukkige herinnering, een herinnering met een glimlach. Een herinnering aan de mooie momenten die ze samen hadden beleefd en die voor altijd in zijn hart zouden blijven. Langgartner deed die herinnering door zijn hart snerpen, Inge probeerde dat ook. Marco had haar zo goed en zo kwaad als het kon de achtergrond van het stuk uitgelegd zodat Inge ook wist wat ze aan het spelen was. Marco had alle brieven van Mozart gelezen, maar Inge niet. 'Het voegt wel veel toe,' zei ze. Marco kon dat alleen maar beamen. Hij was blij dat Inge de muziek net zo kon voelen als hij en ook al speelde ze niet zoals Langgartner, ze dachten hetzelfde over het stuk en interpreteerden het alsof ze één persoon waren.
Na de laatste noot bleef het even stil. Een goed teken, vond Marco, dat betekende dat ze de muziek echt hadden gevoeld. Zelf de muziek voelen is een belangrijke stap naar het laten voelen van de muziek door anderen. Hij wilde dat anderen, zonder de achtergrond te kennen, dezelfde gevoelens bij deze muziek kregen als hijzelf. Een hoog streven, maar Marco hield van hoog.
'Ik zou het liefst dit stuk,' zei hij, terwijl hij met een pen op het boek tikte, 'iets sneller willen zien. Het is voor mij een wanhopige herinnering waarbij veel gedachten door elkaar heen tollen. Die gedachten gaan niet rustig, die zijn als een wervelwind.'
Inge keek en knikte. 'Is goed,' zei ze. Wat Mozart betreft liet ze het meeste aan Marco over. Marco maakte nog een paar andere aanmerkingen en ze speelde het opnieuw en opnieuw, net zo lang tot het naar Marco's tevredenheid was. 'Die kunnen we wel gebruiken op ons volgende optreden,' zei hij. 'Hopelijk vinden ze het net zo mooi als ik.'

en wordt ook nog heeeel belangrijk!
Goed geschreven, ook de stukken over klassieke muziek, die zijn voor mensen die niet zo veel van klassieke muziek weten duidelijk uitgelegd, maar toch ook weer herkenbaar en 'kloppend' voor mensen die wel liefhebbers zijn