
Even een paar feitjes:
* Het verhaal zal niet zo geschikt/interessant zijn voor jonge lezers, maar die keuze laat ik aan de lezer zelf.
* Titel zal hoogstwaarschijnlijk nog aangepast worden
Citaat:Geïnspireerd door het leven...
----------------------------------------------------------------------------------
Maart 2011
‘Schat! Je zusje aan de telefoon!’
‘Nu even niet, zeg maar dat ik haar straks terug bel!’
Ik had het druk en even geen zin om het eindeloze gebazel van Anna aan te horen. De groenblauwe kleur die ik zojuist op mijn auto had gespoten blonk van het metaal af. Met een tevreden gevoel sloot ik de garagedeur om vervolgens naar binnen te gaan en Anna terug te bellen. Het tip-top in orde maken van de oude Volkswagen Kever, die keurig in onze garage geparkeerd stond, was een van mijn grootste hobby’s. Vooral op de maandag, de enige nacht dat ik zeker weten geen dienst hoefde te draaien.
Het werk als uitsmijter beviel me goed, maar begon zo langzamerhand toch te vervelen. Mijn lijf had een heel ander ritme aangenomen. Overdag sliep ik en ’s nachts mocht ik weer aan de bak, terwijl Hanneke juist overdag druk was met het huishouden en het oppassen op de kinderen van de buren. Hoe ouder ik werd, hoe meer het contact met mijn eigen gezin verwaterde.
‘Peter! Anna weer, het is dringend!’
Ik snelde naar binnen om de telefoon aan te nemen. Mijn schoenen lieten sporen van zand achter in het tapijt en bijna struikelde ik over Joey, het zoontje van de buren, die op de grond zat te spelen met een brandweerauto. Als Anna dringend nieuws had, dan was het ook écht dringend.
‘Peter, er is iets ergs gebeurd...’
Ik hoorde Anna snikken aan de andere kant van de lijn.
‘Wat eh... Wat is er aan de hand?’ vroeg ik, terwijl mijn stem twee keer oversloeg.
‘Het is pa, hij is zojuist opgenomen in het ziekenhuis...’
Het bleef een seconde stil en een paar snikken volgden.
‘...Hij ligt in coma. Leverfalen, als gevolg van zijn drankprobleem. De doktoren hebben mij gezegd dat hij niet meer te redden is...’ en weer begon Anna te huilen.
Ik voelde een ijzige kou door mijn lichaam heen trekken. Wat moest ik doen? Ik heb nooit echt van mijn vader gehouden. De enige reden waarom ik nog contact met hem had was om de kinderen een plezier te doen. Elise en Gerben konden het altijd prima vinden met pa. Als pa vertelde over zijn jeugd, dan kon Elise daar helemaal in op gaan. En Gerben, die kon altijd zo prachtig vertellen over zijn voetbaltrainingen. Als hij dat deed, dan leek het of pa zichzelf in mijn eigen zoon herkende.
Pa was dan ook hun enige, echte opa. De ouders van Hanneke zijn omgekomen door een auto-ongeluk. Een stom ongeluk; tegen de vangrail gedrukt door een in slaap gevallen vrachtwagenchauffeur. Elise en Gerben hebben ze dan ook nooit gekend.
Anna hing nog steeds snikkend aan de lijn. Ik kon geen woord uitbrengen en staarde een tijdje voor me uit naar het dieprode behang. Het was toch zeker pa’s eigen schuld? Hij is zo egoïstisch geweest om de drank te kiezen boven zijn bloedeigen kinderen! Hij was zo eigenwijs om te zeggen dat hij best voor zichzelf kon zorgen en dat niemand zich met zijn levenswijze hoefde te bemoeien!
‘Gaat alles goed Peter?’
Hanneke liep de kamer rond om de planten water te geven. Stiekem had ik het gevoel dat ze zich niet kon inhouden om mee te luisteren, alhoewel ik dat eigenlijk niet erg vond. Als ik mijzelf geen raad wist kon ze daar precies op inspelen.
Ze legde haar hand op mijn schouder en zei niks. Het was prima zo, meer hoefde ze ook niet te doen.
‘Anna, ik kom naar je toe’ zei ik zelfverzekerd.
Nog voordat ik een voet binnen de deur van de ziekenhuiskamer had gezet kwam Anna naar me toe en omhelsde me.
‘Hij is dood lieve Peet...’ fluisterde ze snikkend in mijn oor.
Ik voelde hoe ze haar betraande wangen tegen mijn gezicht aandrukte. De enige tranen die mijn huid bevochtigden waren die van haar.
Ik duwde haar zachtjes van me af en liep de kamer in. Een weeë ziekenhuisgeur drong mijn neus binnen. In de hoek van de kamer stonden een stoel en een inklaptafeltje, met aan de rechterkant een klein raampje. Aan de muur hing een monitor, waarop waarschijnlijk de laatste hartslagen van pa te zien zouden zijn geweest. En ik zag het infuus. Het infuus dat verbonden was aan de arm van mijn vader.
Daar lag hij dan, met een geel uitgeslagen huid en de grijns op zijn gezicht die ik herkende uit duizenden. Zijn lichaam was verbonden met allerlei snoertjes en apparaten die geprobeerd hebben om hem in leven te houden. Het deed me niks, om hem daar zo te zien liggen in het ziekenhuisbed. Ik voelde alleen maar koelte. Dezelfde ijzige kou zoals ik die veertig jaar geleden ook ervaarde.
Anna was overduidelijk van slag, dus ik bood haar aan om met mij mee naar huis te rijden.
‘Waarom? Waarom heeft dit moeten gebeuren?’ vroeg ze hulpeloos.
De tranen, die over haar bolle wangen gleden, glommen in het licht van de straatlantaarns. Hagelstenen kletterden op het dak van de auto en de wind drukte ons bijna van de weg af. Het heen en weer bewegen van de ruitenwissers fascineerde me. Misschien probeerde ik mijn aandacht ergens anders op te focussen dan op het overlijden van pa, misschien wilde ik niet geloven dat hij dood was. Maar dat was niet zo. Ik voelde niks, behalve het verdriet van Anna.
Ik keek snel opzij en zag hoe ze door het raam naar buiten zat te staren. Ik legde een hand op haar knie om haar te troosten.
‘Waarom Peter? Waarom moest ik geboren worden? Dan zou dit allemaal niet gebeurd zijn!’
Ik zei niets, maar in gedachte gaf ik haar gelijk.
Samen met Anna liep ik naar binnen. Elise en Gerben waren al thuis zag ik.
‘Hé pap, wat is er aan de hand?’ vroeg Elise, terwijl haar blik op Anna’s waterige ogen viel. Hanneke kwam net de keuken binnen en legde een arm om Anna heen.
‘Jullie opa is zojuist overleden...’ probeerde ik zo rustig mogelijk te zeggen. Hoewel me dat vrij goed af ging, want echt treurig was ik er niet om.
Er viel een stilte. Ik wist mezelf geen houding te geven, net als de rest van het gezin. Gerben sloeg zijn ogen neer naar de grond, terwijl Elise me met een ongelovige blik aankeek. Hanneke was ondertussen samen met Anna op de bank gaan zitten onder het genot van een kopje thee.
‘Laten we ook even gaan zitten’ zei ik om de stilte te doorbreken.
Maar Gerben had besloten om naar boven te gaan. Vanuit zijn kamer hoorde ik het gebonk van een of ander dancenummer. Als puber wist hij niet hoe hij met de situatie om moest gaan. Zich terug trekken op zijn kamer met de muziek loeihard aan, was zíjn manier om alle gedachten op een rijtje te zetten en het verdriet te verwerken.
Elise koos er voor om bij ons te komen zitten. Ze kon het nog niet bevatten, ook al wist ze dat de tijd er aan zat te komen dat pa zou overlijden.
‘Pap,’ vroeg ze voorzichtig ‘waarom hebben wij eigenlijk nooit geprobeerd om opa te helpen met zijn drankprobleem?’
Daar had ik geen antwoord op, maar diep van binnen wist ik dat het ons leven een stuk makkelijker zou hebben gemaakt.
Citaat:Suddenly, I’m not half the man I used to be
There’s a shadow hanging over me
Yesterday came suddenly…
The Beatles - Yesterday
Februari 1969
Drie was ik, toen ik wakker schrok van een angstaanjagende schreeuw vanuit de slaapkamer van papa en mama. Gelukkig had ik mijn pluche teddybeer, Edward genaamd, naast me liggen. Ik sloot hem in mijn armen en dook weg onder het dekbed.
‘Kom op Henriëtte, persen!’ riep papa uit alsof de wereld er vanaf hing.
‘Dat gaat niet, ik voel me niet goed Hendrik!’
‘Nog even volhouden, ik heb niet voor niets al die moeite gedaan om je zwanger te maken!’
Opnieuw volgde een enorme schreeuw. Het gehuil van een baby galmde door het hele huis, maar mama hoorde ik niet meer.
‘Henriëtte? Verdomme Henriëtte, doe me dit niet aan!’
Mama was bewusteloos geraakt. Haar bloedverlies zorgde ervoor dat het bed een rode kleur aannam. Papa was radeloos, hij probeerde haar nog op de meest mogelijke, maar vreemde manieren te redden. Zo trok hij zijn donkerblauwe schipperstrui uit om te proberen het bloedverlies te laten stoppen. Het mocht niet baten, enkele minuten later was mama dood.
Papa sloot mijn kleine zusje in zijn armen en keek haar in haar ogen.
‘Anna,’ zei hij ‘mijn lieve kleine Anna’.
Plotseling viel er een stilte. De stilte waarin ik besloot om mijn bed uit te gaan. Met Edward onder mijn linkerarm liep ik voorzichtig naar de slaapkamer van papa en mama. Papa stond met Anna in zijn armen naar buiten te staren.
Ik keek naar het bed, waarop mama zojuist was bevallen. Het viel me niet op dat mama dood was. Ze leek gewoon op mijn mama, zoals ik haar al drie jaar kende.
‘Mama slaapje doen?’ vroeg ik in mijn eigen kindse taaltje.
‘Mama leeft niet meer Peter.’
Papa keek me niet aan, maar aan de toon waarop hij dat zei merkte ik dat er iets goed mis was. Nieuwsgierig, maar zo onzeker als ik was, vroeg ik aan papa wat hij in zijn armen droeg.
‘Wat heb jij?’
Hij draaide zich om. Een traan droop van zijn gezicht en viel neer op het buikje van Anna. Hij nodigde me uit om naar hem toe te komen door op zijn hurken te gaan zitten.
‘Kijk eens Peter, mama heeft iets moois voor ons achtergelaten.’
Papa wist dat Anna het zonder moeder niet zou overleven en dus bracht hij haar, gewikkeld in een warm kleed, naar het ziekenhuis. Ik werd thuis achtergelaten, als een vogeljong alleen in het grote nest gebouwd door zijn moeder.
Om de tijd te doden ging ik op zoek naar Edward. Waar had ik hem eigenlijk gelaten? Ik liep de woonkamer door, zocht in de keuken en zelfs buiten. Tot ik besefte dat Edward nog boven lag, bij mama op de kamer. Ik pakte hem op, gaf mama een kus en ging beneden op de bank zitten.
'Mama dood’ vertelde ik aan Edward.
Ik begon weg te dommelen en uiteindelijk viel ik met Edward in mijn handen op de bank in slaap.
Toen papa eenmaal was aangekomen, werd Anna snel overgenomen door het ziekenhuispersoneel om zo snel mogelijk verzorgd te kunnen worden.
‘Meneer Giesen, ik ben bang dat we Anna hier een paar dagen moeten houden. Het is belangrijk dat haar toestand in deze fase stabiel gehouden wordt, begrijpt u?’
‘Maar Anna is het laatste wat mijn vrouw voor mij en mijn zoon heeft achtergelaten.’
Papa’s ogen werden waterig en, met zijn armen boven zijn hoofd, leunde hij tegen de hagelwitte muur aan.
‘Het spijt me meneer, maar anders zal uw dochter het niet overleven.’
Ik schrok wakker van de dichtknallende deur.
‘Verdomme! Waarom moet alles van me afgepakt worden! Mijn vrouw, mijn kind, alles!’
Zo bang als ik was hield ik Edward stevig vast en snelde in een rap tempo naar mijn slaapkamer om daar in bed, verstopt onder het dekbed te gaan liggen. Ik begreep niet zo goed wat er aan de hand was, maar papa was boos, dat wist ik wel.
‘Papa boos’ fluisterde ik in Edwards oor. En als papa boos was, dan was hij ook écht boos.
Ik heb het plot in mijn hoofd dus daar zal ik niet teveel aan gaan sleutelen. Hoewel verbeteringen, tips en ideeën natuurlijk altijd welkom zijn

):
maar leest lekker weg hoor
