[VER] Mijn boek, zijn verhaal.

Moderators: Essie73, NadjaNadja, ynskek, Polly, Telpeva, Muiz

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
Jodieee

Berichten: 723
Geregistreerd: 21-08-07

[VER] Mijn boek, zijn verhaal.

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 04-01-11 22:57

Omdat mijn dag entree's in dit verhaal iets te kort zijn om één voor één te plaatsen... plaats ik de eerste twee samen.

Voor de mensen die al eerder een verhaal van mij gelezen hebben, dit is wat heel anders. Ookal is de schrijfstijl aardig hetzelfde.
De eerste entree is een soort van geschiedenis zodat jullie het verhaal beter kunnen begrijpen. Pas bij de tweede entree begint het verhaal echt.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


mijn boek, zijn verhaal.

Entree 1
Oorlog is waar mensen verslaafd zijn aan macht.

Ik ben Martin Dekker, geboren en getogen in Nederland. Het land waar ik trots op ben dat ik het me mijn thuishaven mag noemen.
Mijn doel in het leven? Mensen helpen. Ja, ik wil sterven met de gedachten dat ik iets heb betekend. Dat een ander mijn naam kent en zegt; Dat was Martin hij redde mijn leven. Dat is dan ook de reden dat ik aan de medische universiteit in Utrecht afstudeerde. Ondertussen ben ik volleerd chirurg. En heb ik er iets bij geleerd wat niet in de medische boeken stond die ik voor mijn opleiding bekeek. Het redden van mensen, betekend offers brengen. Ik heb mijn familie al drie jaar niet gezien. Ik heb namelijk over de jaren, nadat het ziekenhuis zijn uitdaging begon te verliezen, mijn doel hoger gelegd. Ik wou mensen redden, die helden zijn. Ik ging het leger in als veldchirurg. Eindelijk ging ik de oorlog zien die al ruim dertig jaar voort raast. De oorlog die begon op dertig september 2056, op een rustige herfstdag toen de president van de VS begraven werd. Toen de VS nog de VS heette.


VS. Washington, 30-09-2056
Begrafenis van oud president, Derck Steel


"Generaal," een oude krachtige man keerde zijn hoofd naar één van zijn veel jongere mannen.
"Wat is er?"
" De minister van Defensie, Taylor Wilson is in de bunker geplaatst, sir."
General Johnson knikte tevreden. Op de begrafenis hadden ze de meest noodzakelijke maatregelen genomen, met zoveel belangrijke mensen op een plaats zou het niet moeilijk zijn om de regering om ver te werpen.
"Goed. Naar je plaats," de rest zou aan de FBI over gelaten worden.
Zo begon de dag, met duizenden wachten verspreidt in de stad Washington. En miljoenen al niet biljoenen mensen die in de stad bijeen waren gekomen om een laatste eer te betonen aan hun drie-jarige overleden president. De arme man was in het midden van de nacht overleden, geen enkele oorzaak was er tot de dag van vandaag gevonden. Een hartaanval dat hadden de doctoren vast gesteld. Maar niemand, en dan ook echt niemand binnen en buiten de staten geloofde dat; de president was vermoord.. hoe? Niemand zou het ooit te weten komen. De dader? gokken was het enige wat ze konden. En waarom? Nog één uur... en dan zou de hele wereld het weten.
De enorme mensenmassa die op het plein voor het witte huis stond te wachten, hadden hun ogen naar voren gericht. De vice-president stond daar al klaar om te spreken. Een lied, het volkslied klonk op en de vlag werd gehesen. Een eerbiedige stilte, een prachtige zang. Sommige lieten zelfs tranen vallen. Dit land hield van hun oude president. Zodra het lied voorbij was en er een stilte was die onmogelijk leek voor zo'n enorme mensenmassa, begon de vice-president te spreken. Een laatste eerbetoon aan president Derck Steel. Uiteindelijk werd de koffer, met de vlag erover heen, opgetild. Hij zou door de straten worden geleid tot ze de grafplaats bereikten.
Één explosie.
Een seconde die een uur leek te duren.
En de koffer was weg. De mensen in een straal van twintig meter eromheen, weg. Paniek dat was het enige wat overbleef. Het witte huis was gevallen en mensen begonnen te schreeuwen en te rennen. Ze vertrapten elkaar maar namen niet de tijd om het door te krijgen. Meer explosies klonken op, midden tussen de mensenmassa's. Onschuldigen werden van de bodem weggevaagd.
Het was de zwartste dag in de geschiedenis van Amerika; erger dan Pearl Harbor, erger dan 11 september.
De hele Amerikaanse regering viel en er bleef maar één man over om te leiden.
Taylor Wilson, de minister die veilig in een bunker was weggestopt.
De man waarmee de grootste nachtmerrie van de wereld begon.

Ik kan me die dag nog goed herinneren. Ik was zestien jaar oud en was opdat moment niet bepaald geïnterreseerd geweest om naar de begravenis van een Amerikaanse president te kijken. Nee, ik had met mijn vrienden in een kroegje gezeten. De babbel genaamd, het lag in het dorpje naast ons dorp. We noemden het altijd, de verkeerde kant van het spoor, maar ondanks dat kon je er heerlijk zitten op het terrasje. Zodra ik thuis was gekomen hadden mijn ouders aan het beeld van de tv gekluisterd gezeten. Hun ogen en mond waren open in schok. Ik staarde met hen mee, naar de explosie die keer op keer weer werd herhaald, om vervolgens te worden vervangen door een serieus uitziende juffrouw met rood haar die doemsdag aan het voorspellen was.
"Wat is er gebeurd," had ik toen nog nonchalant gemompel. Weer een aanslag waarschijnlijk, ookal was het vreemd dat deze werd uitgezonden. Meestal werden ze achter gehouden door de media. Pas nadat ik het beeld waarschijnlijk tien keer langs me heen had zien vliegen herkende ik het als het witte huis. Ik zakte op de bank neer, nam precies dezelfde positie aan als mijn ouders en mijn gedachten kenden nog maar een weg. Dit ging fout, dit werd oorlog. Vanaf dat moment wist ik dat dit een grotere oorlog zou worden dan ik tot nu toe kende. Misschien zelfs groter dan de tweede wereld oorlog. De maanden die daarop volgden waren gespannen. Iedereen verwachten dat er iets zou gebeuren, maar er gebeurde niets. Maanden werden een jaar en Amerika bouwde zich langzaam op. drie jaar ging voorbij, Amerika was de wereldmacht weer die we kenden, met Taylor Wilson aan de top. Er was geen president meer en er waren geen staten meer. Amerika had zich verenigd tot één. Nog een jaar, ik was inmiddels student aan de Universiteit van de HU en genoot van mijn leven. Één groot feest. En toen op 30 september, alsof het een grote grap was, In Rusland gebeurde het. De atoombom, een bom die al jaren geleden ontmanteld had moeten zijn. Het meest vreselijke wapen ooit, viel. SIberië werd geraakt, maar nog drie van deze vreselijke monsters stortten zich op de meest oost gelegen landen. Binnen een straal van twee kilometer was alles weggevaagd, en het omliggende land werd onleefbaar wegens de gifgassen.
De oorlog waar iedereen op wachtte was begonnen en Rusland was in een oogwenk gevallen.



----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


entree 2
Met het leven wat wordt genomen, wordt een tweede verwoest.


Jullie weten nu waar de oorlog begonnen is en waarschijnlijk weten jullie ook hoe vreselijk oorlog is. Nieuwsberichten, kranten ze vertellen het allemaal. Maar het met eigen ogen zien is iets heel anders. Iedere gruwelijke gedachten die je over oorlog hebt gekregen kun je vergeten, want het is allemaal nog zoveel gruwelijker dan je je kan voorstellen. Ik ontmoette vandaag een klein jochie. Mario, dat was zijn naam. Zijn kleren waren vuil en gescheurd, zijn armen waren niets meer dan dunne botten en om hem heen huisden vliegen zich van zijn kapotte huid. De soldaten stuurden hem weg. Ze wouden niets met hem te maken hebben. Hij was een zwerver, een wees. Een kind dat ziektes met zich meebracht. Mijn hart stopte toen ik in zijn diepbruine ogen keek. Hij was zo bang. Ik ben naar hem toegelopen met een broodje en een baantje. Sindsdien is hij mijn trouwe assistente die de boel schoon houdt en spullen uit het dorp voor me haalt. Maar dit was maar één van de wezen, er zijn er nog honderden zo niet duizenden meer. Ze lopen over de straten omdat ze nergens anders heen kunnen. Ze voeden zich als ratten uit vuilnisbakken en dragen dezelfde ziektes mee. En dan noemen wij ons de goede, soms vraag ik me af of het niet beter is als Amerika gewoon zou winnen. Misschien dat dan al deze armoede stopt. Dat dan de wezen weer een veilig thuis krijgen.

Amerika, Corpus Christie - 08-07-207 - 17:00 pm
Aanval van de Fransen,


Haar naam was Anna. Vernoemd naar haar grootmoeder. Een naam die altijd met een stralende glimlach gedragen was, maar nu was er alleen nog angst achter te vinden. De vrouw haar glanzend bruine haren waren door het stof van de stad bedekt. Haar rusteloze hazelkleurige ogen schoten langs de gebouwen. Is het over? Zijn de soldaten weg? Zijn de bommen gestopt met vallen? Ze wist het niet. Ze wist niet wat ze anders kon doen dan in elkaar kruipen tot een angstige bal. Verstopt achter kapotte muren van de ooit zo prachtige huizen. Alles was weg, Corpus Christie was binnen twee uur vernietigd. Anna liet haar lichaam in elkaar zakken, geluidloze tranen stroomden over haar wangen. Ze snikte niet, ze liet de emotie gewoon wegglijden. Waarom had ze gedacht dat Amerika onaangetast zou blijven in deze oorlog. Dat ze oppermachtig waren. Zie nou waar het haar bracht, gebroken en in tranen in haar eigen stad. De stad waarvan ze hield die langzaam door vlammen verzwolgen werd. Ze wond haar armen strak om het kleine bundeltje wat tegen haar lichaam gedrukt lag. Haar alles, haar kindje. Snikkende geluidjes klonken op.
"Sst, stil maar," Anna moest al haar energie in die woorden leggen. Haar stem mocht niet trillen. Haar kindje mocht niet van haar angst weten. Hij was te jong, te jong om al dit geweld al te zien en te voelen. Anna haar vingers streken door de zwarte bos haar van het kindje. Het was het enige wat echt zichtbaar van hem was. Zijn gezicht was in haar kleren verborgen, met zijn vuistjes stevig om de stof gebonden.
Anna verstijfde toen schoten opklonken. Was het nog niet voorbij? Ze duwde haar zoon dichter tegen zich aan en drukte zich tegen de al kapotte muur. Haar ogen waren strak dicht geknepen. Ga weg, laat ze ons niet zien. Het was haar schietgebed. Hitte van de vlammen streek langs haar gezicht. Het vuur kwam dichterbij. Ze konden zich niet lang meer hier verschuilen.
"Tik, tik," Anna haar ogen vlogen open. "Tik, tik," Het klakkende geluid van laarzen. Een schim, zwart tegen de rode vlammen. Een schim, van een man. Koud angstzweet gleed over haar rug. Dit was het einde.
"Ast..Astublieft.. sp..spaar h.hem," tranen stroomden onbeheersbaar over haar gezicht. De controle over haar stem was ze allang verloren. Haar trillende armen bleven haar kindje vastklemmen. Ze kon hem niet verliezen. De schim stapte onverschrokken dichterbij. Anna greep naar haar laatste middel, een nutteloos middel. Ze opende haar mond, zoog de lucht naar binnen om te gillen. Een hand voorkwam de klanken. De schim voor haar had zich razendsnel naar haar zijde begeven. En nu overlapte zijn enorme hand haar lippen.
"Sst Anna, ik ben het," Die stem. Ze kende die stem. Haar grote bloeddoorlopen ogen staarden omhoog. Tranen ontsprongen opnieuw. Haar ridder, haar engel, haar man. Hij zat daar naast haar.
"R..Rino?" Ze kon het niet geloven. Voor het eerst voelde ze zich veilig, want hij was hier. Zijn zwarte krulletjes waren verward tegen zijn voorhoofd geplakt en zijn kleren waren bevuild en gescheurd. Dat maakte allemaal niet uit. Zijn zachte bruine ogen zeiden alles. Ze waren gered.
"Is hij gewond?" De man, Rino, streelde met zijn enorme hand over het hoofd van het kleine jongetje.
Anna schudde gelijk haar hoofd.
"Nee, maar zijn bril is ergens kapot gevallen," eindelijk leek haar stem iets van de oude kracht terug te krijgen. Rino trok zijn wenkbrauwen op voor hij in zijn jaszak begon te graaien. Uiteindelijk verscheen een zwarte etui. Met een klik ging het doosje open om een nieuwe zonnebril te laten zien. Anna glimlachte ondanks haar zorgen. Ze haalde de bril uit het doosje en drukte het voorzichtig op het hoofd van haar kind. Het bleef zich tegen zijn moeder aandrukken ookal leek hij zich nu niet meer volledig te verbergen.
"Kom we moeten verder. De helikopter zal binnen een kwartier vertrekken," Rino zijn vingers vlochten zich met die van Anna. Voorzichtig trok hij haar overeind. Ze renden samen, langs de gebouwen, door de puinhopen. Anna probeerde niet te kijken. Ze wou zich haar stad niet zo herinneren. Ze wou de prachtige gebouwen herinneren en de lachende mensen. Niet dit. Onder haar voet spatte vloeistof op. Een regenplas, een regenplas. Zo sprak ze iedere logische gedachte tegen, want ze wist maar al te goed dat het al een maand niet had geregend. Rino voor haar stopte abrupt met rennen. Ze wist zelf nog net op tijd tot een halt te komen zonder vol tegen zijn rug te lopen.
"Rino, wat doe je," kwam een lage sis vanuit het diepste van haar keel. Ze moesten rennen, de helikopters zien te bereiken. Ze konden niet stilstaan en rondkijken!
"Rin.." Haar adem stokte, eindelijk zag ze wat haar man tot een halt had gebracht. Voor haar verscheen een horror-scène. Één die nooit meer van haar netvlies zou verdwijnen. Het plein, het prachtige stadsplein was bedekt met lijken. Bloed, diep rood, beschilderde de straten, de muren, alles. Onschuldige mensen lagen met opengesperde ogen en wijde monden op de grond. Ledematen zaten niet meer aan de bijbehorende lichamen vast. Maar de kleine lijkjes die er lagen waren nog het meest afschuwkwekkende. De lijken van kinderen. Misvormd door de kracht van explosies of doorboord door kogels. Anna zette haar kind neer, voor hij uit haar handen zou vallen. Haar maag draaide. Ze wou alles eruit spugen, maar haar shock verlamde haar. Ze kon geen enkele beweging maken. Een kinderschreeuw wekte haar op. Ze trok haar ogen van het beeld weg. Richtten ze alleen nog op haar zoontje naast haar die tranen over zijn wangen liet stromen.
"We..we moeten verder," zelfs Rino, die altijd krachtig stond, leek te bezwijken.
Zijn greep op zijn vrouw werd krachtiger, terwijl ze heel voorzichtig verder liepen. De explosie die volgde had geen van beide verwacht. Misschien was hun aandacht voor de scène te groot geweest. Met een klap werden ze door de lucht gesmeten. Hun handen werden losgerukt. Anna lag buiten zinnen op de grond. Ze voelde geen pijn meer en even wist ze zeker dat ze dood was. Armen trokken haar omhoog, sleepten haar mee. Vaag kon ze haar voeten voelen bewegen, bijna instinctief. Haar hand greep naar iets wat niet meer daar was. Haar zoon, waar was haar zoon. Haar mistige ogen keken op naar Rino die haar voort trok.
"Waar is hij?" Zwakjes fluisterde ze naar hem. Haar woorden vielen in dovemans oren. Rino bleef alleen maar doorrennen. Hun tijd was bijna op. Paniek kreeg eindelijk macht over haar lichaam. Waar was haar zoon?! Ze probeerde zich los te wurmen, maar het enige wat dat uithaalde was dat Rino zijn greep krachtiger werd. Ze wou zich laten vallen. Zonder enig probleem tilde hij haar mee. Onverstaanbaar schreeuwde ze. Ze wist zelf geeneens de woorden meer die ze wou zeggen. Het enige wat ze wou was haar kind. Het geluid van wieken klonk dichterbij. Rino zag de helikopters al staan. Gestresste soldaten duwden mensen die hadden weten te vluchten de voertuigen in. Rino rendde blind naar de eerste en beste die in zijn pad verscheen. Zijn hersenen waren gestopt met werken bij die explosie. Een oerinstinct had zijn lichaam overgenomen. Overleven, dat moest hij. Één van de soldaten hielp hem ruig in de helikopter. Nog steeds kon Rino zijn vrouw hevig voelen tegenstribbelen. Haar hysterische schreeuwen probeerde hij uit te bannen. Zijn grip bleef muurvast om haar lichaam. De helikopters stegen van de grond. Met een zucht liet Rino zijn spieren ontspannen. Eindelijk kon hij de paniek schreeuwen van zijn vrouw verwoorden.
"Hij is niet hier! Laat me los! Mijn kind.. M..Mijn k..kindje," De schreeuwen stiervenweg totdat niets meer dan gebroken tranen over waren. Rino zijn ogen verwijden zich. Wat? Zijn zoon, was zijn zoon nog daar beneden? Bevend tuurde hij omlaag, naar de grond die steeds verder van hem wegraakte.
Nee, nee. Een traan gleed over zijn wang. Dit kon niet gebeuren. De traan verliet de huid en stortte zich de diepte in. Milan... Met een onzichtbare klap verdween de traan in de rode aarde.
Milan, zijn zoon was verloren.

In het stof, ver weg van het echtpaar, lag de jonge knul tot een balletje opgekruld. De zonnebril lag meters verder gebroken. Hij lag stil als de lijken om hem heen. Het bewustzijn was hem allang ontnomen. Zijn lichaam lag daar, klaar om door de kraaien opgevreten te worden.
Heel voorzichtig wikkelden krachtige armen zich om zijn lijf. Ze tilden hem van de grond en droegen hem.
"Sir, we hebben een overlevende gevonden." Een pauze, "Hij was alleen."
Peter Doodle staarde naar het lichaam van het kind, een kleuter, hoogstens zes jaar oud.
Zijn ogen stonden droevig, bijna alsof hij wenste dat het kind dood zou zijn. Zonder ouders had het geen kans.
Het was nu wees. Een erger lot kon de kapitein niet indenken.

Jojoju

Berichten: 3826
Geregistreerd: 06-08-09
Woonplaats: Dordrecht

Re: [VER] Mijn boek, zijn verhaal.

Link naar dit bericht Geplaatst: 05-01-11 09:36

Mooi geschreven, iets heel anders inderdaad! Erg intrigerend.. ben benieuwd hoe het verder zal gaan

kurida1

Berichten: 647
Geregistreerd: 18-04-10
Woonplaats: den helder

Link naar dit bericht Geplaatst: 05-01-11 10:56

wauw heel mooi geschreven..
dit verhaal grijpt mij nog veel meer aan dan het vorige verhaal :)
ik kan niet wachten op het vervolgdeel.

Jodieee

Berichten: 723
Geregistreerd: 21-08-07

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 05-01-11 16:14

Tadam nieuw stukje :)

--------------------------------------------------------------------------------------------------------


Entree 3
Denk aan het meest verschrikkelijk, maak dat twee keer erger en eindelijk vind je realiteit.


Rillend en bevend schrijf ik hier. Vandaag was mijn ergste dag. Het begin van een lange nachtmerrie. Ik werd voor het eerst in het diepe gegooid, zonder zwembandjes en zonder ouders. Een aanslag. Ik zie nog steeds de mensen om mij heen rennen. Zusters met bebloede pakken aan, broeders met angstige ogen. Één voor één stroomden de gewonden binnen. Amputaties, breuken, inwendige bloedingen, kogels die door lichamen gedrongen waren en nog veel meer. De eerste paar minuten had ik alleen maar stil gestaan, vast geschroeid aan de grond in een wazige droom. Ik wist van spoedeisende hulp, van massa's mensen die in één keer werden binnen gebracht en toch was dit een schok voor mij. Mensen werden geholpen zonder narcose of morfine. Ze schreeuwden van de pijn, kregen ijzer in hun mond, zodat ze hun tong niet afbeten. Pas toen een zuster haar hand op mijn schouder legde en mij met haar rustige bruine ogen aankeek werd ik wakker. Mijn lichaam werkte sneller dan mijn hoofd. Ik redde mensen puur op instinct, nam geen tijd om te controleren, maar ging gelijk door. Ik kan me niet goed meer herinneren wanneer ik dat rust momentje had dat me iets opviel. Toch is dat het enige wat nog echt goed in mijn geheugen staat gegrift. Een jongen werd binnengebracht. Zusters renden naar hem toe, bekeken hem. En toen zonder woorden, verlieten ze hem weer. Lieten ze hem tot de dood volgde creperen. Binnen een tel stond ik aan zijn zijde. Ik kon niemand in zo'n dood laten sterven. Ik had mijn hand nog niet naar het schreeuwende lichaam uitgestoken of iemand hield me tegen. Mijn ogen schoten naar de Spaanse broeder naast me. Hij schudde zijn hoofd, langzaam heen en weer, nee. Blijkbaar had ik die jongen niet mogen helpen, de enige reden die ik toen kreeg was het woord "Amerikaan". Er was geen tijd om er tegen in te gaan. Om te vechten waarvoor ik stond, want iedere tel dat ik daar bleef staan zou misschien een ander sterven. Mijn gedachten werden weer blank en puur op instinct werkte ik tot diep in de nacht verder. Rust keerde terug. Vermoeid dwaalden mijn collega's af. Ik bleef staan, mijn ogen waren gericht naar die van de generaal. Woede stormde door mijn lijf. En het enige antwoord wat ik van die man kreeg was: "De knul kwam uit de kampen, hij zou ons voor geen enkel doel van nut zijn. Hij is getraint om te sterven."
Nu leg ik mijn pen neer. Ik ga met de gedachten naar bed dat ik vannacht geen oog dicht zal doen. Één vraag terroriseerd door mijn hoofd en door het duister.
"Wat zijn 'de kampen'?"

Amerika, Vroegere Baytown -Kamp A.M.G.D- 15-07-2070, 12:13 pm

De weg onder hen hobbelde, stof stoof onder de banden op. Het was een verlaten pad die ze bereden, afgelegen van de rest van de wereld. Waar hun tocht heen ging was dan ook een plaats die niet voor het publieke oog bestemd was. Kapitein Peter Doodle, officier van de Amerikaanse landmacht zat voorin. Zijn eerste luitenant zat als bestuurder naast hem. En op de achter bank diep inslaap, ondanks al het gehobbel, zat het jongetje dat ze een week geleden uit het puin van Corpus Christie hadden weten te vissen. De te grote zonnebril zat laag gezakt op zijn neus. Peter moest die zo maar goed drukken voor het kind wakker werd. Althans als hij wou voorkomen dat het kind weer in hysterisch gillen overging. Het was namelijk zo: Het kind had een vreemde oogafwijking. De eerste keer dat Peter het had gezien was hij zich wild geschrokken. Bloedrode ogen hadden hem vanuit de duisternis aangestaard. Later had een dokter hem erover ingelicht. Het jongetje, waarvan ze ontdekt hadden dat de naam Milan was, was oculair-albino. Zoals bij albino's bekend is, is er een te kort aan pigment in het lichaam, wat ze een witte huid geeft en wit blond haar. Milan was een speciaal geval, bij hem sloeg het bijna alleen aan op zijn ogen. Het maakte ze rood, zelfs de pupil, aardig angstaanjagend als je er niet mee bekend was. De symptonen van de afwijking waren dat hij overgevoelig voor direct licht was en dat de pupilreflexen sterk afgenomen waren. Vandaar dat hij de zonnebril moest dragen.
Peter draaide zich moeizaam in zijn stoel, strekte zijn hand uit en duwde de bril iets omhoog. De knul maakte een kort geluidje en sliep rustig door.
"Sir, we zijn er bijna," Peter draaide zich weer naar voren. Aan de horizon was het kamp al te zien. De hekken die eromheen stonden doemde op. Prikkeldraai wond zich erover heen, er was geen enkele mogelijkheid om daar uit te ontsnappen. De poort torende hoog boven hen uit. De letters die erin gegraveerd waren, hoorden ooit een prachtige zin te vormen, nu was het een zin waar alleen de hel achter schuilde.
A.M.G.D., Ad Maiorem Dei Gloriam.
Peter verachtte de man die deze naam had verzonnen: Tot meerdere eer en glorie van God. Het was schandalig, om zo'n naam aan zo'n verschrikkelijk iets te geven. Alsof God zou willen dat kinderen op deze manier werden ondergebracht, om gevormd te worden tot monsters.
De moter stopte met brommen, het was tijd. Rustig stapte de kapitein en zijn luitenant uit de auto. Peter opende de achterdeur. De kleine Milan keek op van het geluid, eindelijk was hij uit zijn slaap gewekt.
"Hé knul," begon Peter zodra het jongetje bij zinnen leek te komen. Seconde lang bleef de kleuter hem alleen aanstaren. Uiteindelijk kwamen er hele zachte, gepijnigde woorden uit.
"Ik wil mama," het was één van de weinige zinnetje die de jongen had gezegd in de afgelopen week. Peter slikte een brok in zijn keel weg.
"Je mama is hier niet," hoe legde je een kind uit dat zijn ouders dood waren? "Maar er zijn hier andere mensen die voor je zullen zorgen," loog de kapitein met de grijze ogen. Kleine Milan bleef stil ookal onstonden er wel kleine snikjes. Zelfs het kind wist onderhand dat het geen zin meer had om zijn moeder af te dwingen. Ze was nog geen één keer op zijn gillen afgekomen zoals ze dat vroeger altijd had gedaan.
"WIllen papa en mama mij niet zien?"
Peter tilde voorzichtig het kind uit de auto en hield het dicht tegen zich aan. Hij had zijn eigen kinderen achtergelaten voor het leger. Hij had het excuus gebruikt dat hij een betere wereld voor zijn gezin wou maken, maar nu had hij alleen nog maar spijt van die actie. Geen van zijn twee zonen was hem ooit nog onder ogen gekomen en ze hadde daarin gelijk gehad. Hij wist hoe deze jongen zich zou voelen.
"Ik weet zeker dat ze dat willen, alleen kunnen ze het nu niet. Ze zijn op een plek waar ze niet meer wegkunnen. Bij God in de hemel," Peter hoopte maar dat het kind enigszins in het geloof was opgevoed dan zou hij wel begrijpen wat de kapitein bedoelde.
"Waarom kan ik dan niet naar hen toe," snikte het kopje zachtjes wat zich tegen Peter zijn borstkast verborg. Peter liet een zachte verdrietige glimlach over zijn gezicht komen.
"Omdat het nog niet jouw tijd is," de snikjes hielden langzaam op en Peter zette de jongen op de grond, zodat hij op eigen benen kon lopen.
"Kom dan gaan we naar binnen," Milan pakte maar al te graag de hand van de grotere man vast en liep schuw met hem mee. De luitenant stond al bij de ingang, trouw te wachten tot zijn meerdere erook was. Peter probeerde, terwijl ze naar binnen liepen, de ogen die rillingen over zijn ruggegraat brachten te negeren. De ogen van kinderen. Milan kroop dichter tegen hem aan. Peter gaf het kind groot gelijk. De kinderen hier op het terrein waren angstaanjagend. Zijn oog viel heel kort op drie kampkinderen die hen haddeen aangestaard. Ze stonden een paar meter verderop. Hun donkere bloeddorstige ogen staarden vol wantrouwen naar deze vreemdelingen. Er waren er niet meer. Ze konden hoogstens twaalf jaar oud zijn. Een van hen droeg geen shirt, zijn ribben staken akelig af door de dunne ongezonde huid. Blauwe plekken waren op zijn ielige lichaam te zien, ookal was het moeilijk te zien of het vuil niet die kleur veroorzaakte. De twee ernaast zagen er niet beter uit. Één had een nare rood, schilferende huid door de zon en da ander had een bijna zieke gele tint. Grote machettes hingen aan hun riemen. Het was bijna vreemd dat ze nog geen geweer op hun rug droegen, maar misschien waren die ook al afgenomen door gezondere kinderen. Peter dwong zichzelf zijn blik van de kinderen los te rukken. Hij probeerde het beeld van Milan die er net zo bij stond uit zijn brein te wissen. Waarschijnlijk zou het kind, dat nu zijn arm nog in de houdgreep hield, nog geen jaar overleven. Peter vergrote zijn pas, hoe sneller dit over was hoe beter. Hij liep rechtstreeks naar het middelste paviljoen. Het gebouw waar de kolonel inzat. Een rilling gleed over zijn rug bij de gedachte aan die man. Zijn eerste luitenant, Mark Dales, liep dichter naar hem toe.
"Sir, Dit, is dit wel legaal?" Zijn stem was onvast, vol walging en zorg. Peter liet zijn ogen naar de aarde vallen.
"In het geheim is alles legaal, Mark," was het bijna fluisterende antwoord. Voor de deur van het paviljoen stond een jongeman, zestien geschat door Peter. Een geweer werd in zijn handen gehouden en zijn koude ogen staarden op de twee officiers neer. Hij zag er gezonder uit dan de jongere kinderen die ze eerder hadden gezien. Zijn armen waren gespierd van het dag in en uit trainen en zijn huid was licht getint van de zonnestralen. Alleen de witte littekens die in de huid gegroefd waren ontsierde het beeld en die kille onmenselijke ogen. Hij richtte zijn geweer zodra de kapitein en luitenant op drie meter afstand waren.
"We zijn hier voor de kolonel," Peter probeerde zijn stem rustig te laten klinken en toch superieur. Hij wist dat deze "soldaten" er niet over na te denken hoefden om de trekker over te halen. Een kort moment bleven de duistere ogen staren, uiteindelijk zette hij een stap opzij en liet de mannen binnen.
"Kom Milan," had Peter gezegd toen de kleine knul twijfelend bleef stil staan. Ze stapten met zijn drieën het gebouw in. Ze liepen langs verscheidene deuren tot ze eindelijk bij de deur aankwamen die zij moesten hebben. De kapitein nam niet de moeite om te kloppen. Misschien mocht deze man officieel dan hoger in rang zijn dan hij, deze baan maakte hem niets anders dan een neanderthaler.
Kierend ging de deur open. Een duistere man achter het bureau keek omhoog. Zijn lippen krulden om, witte tanden ontblootten zich bijna dreigend. Hij was meester van dit kamp, hij was kolonel Budhev.
"Kapitein Doodle, je bent gearriveerd," de duistere ogen van de man schoten naar de grond, waar Milan zich verstopte achter de benen van de kapitein.
"En je hebt mijn nieuwe rekruut bij je," de sinistere stem gleed als een slang door de kamer.
Peter legde zonder een woord te zeggen papieren op de tafel.
"Kolonel," er werden niet meer woorden gesproken. Kapitein Doodle wist dat het onverantwoordelijk zou zijn om nu te spreken. Hij kon geen goed woord tegen deze man kwijt. Vanuit het diepst van zijn hart verachtte hij hem en toch kon hij niets anders doen dan zijn orders opvolgen. Subordinaties betekende executie en wat schoot hij daarmee op, het zou alleen zijn eigen leven eindigen. Er zou geen kind mee gered worden.
De afro-amerikaanse man begon de papieren door te bladeren. Bij het medische rapport stopte hij. Vragend keek hij weer naar de mannen voor zich.
"Een speciaal geval?" vroeg zijn zware stem.
Peter vernauwde zijn ogen.
"U heeft alle informatie, ik neem aan dat wij weer kunnen vertrekken."
"Hmm," de kolonel stond op, liep om zijn bureau heen.
"Vanwaar de haast? Wilt u geen tour door mijn prachtige kamp. U wilt toch zeker wel mijn meesterwerken ontmoeten? Mijn kinderen."
Pure walging straalde van Peter zijn gezicht af, terwijl Budhev de woorden zacht tegen hem sprak.
"Budhev je bent..." Hij slikte zijn woorden in. De zin afmaken zou een grote fout zijn. "Luitenant Dales, we vertrekken," kondigde de kapitein daarentegen aan. Budhev grijsde alleen maar. Hij wist wat de kapitein had willen zeggen. De man was een idioot dat hij de pracht niet kon zien wat zijn kamp opleverde. Dit was de kracht van Amerika. Of kapitein Doodle het nou wou geloven of niet.
De eerste luitenant was direct op het commando de kamer uitgestapt. Ook hij wou geen seconde langer blijven. Peter knielde voor de kleine Milan neer. Zijn hand legde hij op het met zwart haar bedekte hoofdje.
"Milan," begon hij zacht.
De kleine jongen staarde hem wat angstig aan. Hij was het hele gesprek lang al stil gebleven.
"Jij zult hier blijven," dat waren de verkeerde woorden. Tranen begonnen over zijn wangen te lopen en zijn hoofd schudde heftig heen en weer voor hij zich aan het been van de kapitein klemde.
"Ik wil niet weg," kwamen de jammerklachten. Met pijn in zijn hart trok Peter heel voorzichtig de kleine handjes van de jongen los.
"Het spijt me," mompelde hij zwak voor hij de deur achter zich sloot en Milan alleen met de kolonel achterliet.
Budhev negeerde het kind wat jankend in het midden van zijn kantoor zat. Zo begon het altijd, over een paar dagen zou hij wel bijtrekken. Hij stapte langs de knul heen, zijn kantoor uit.
"Abedi!" Zijn zware stem bulderde door het palviljoen.
De jongen die als wacht voor de deur had gestaan stapte naar binnen.
"Neem de jongen mee en breng hem naar de rest, morgen zullen we hem merken," Abedi knikte en trok Milan hardhandig aan zijn arm mee. Milan strompelde al schreeuwend mee. Zijn schreeuwen haalden niets uit. Het enige wat ze brachten was geërgerde blikken van kinderen die over het terrein liepen.
Één paar grijze ogen bleven langer naar de arme jongen staren. Het waren de enige die medelijden wisten te tonen. De enigen die nog enigszins menselijk waren.
Bruut werd een barrak opengegooid. De ferme greep om Milans zijn arm versterkte nog iets toen hij naar binnen werd geduwd. Daarna werd hij losgelaten. Achtergelaten in het stof op de grond. Abedi sloot de deur. Hij had geen blik over voor het nieuwe kind.
Jammerend bleef de kleine Milan daar liggen. Hij deed geen moeite om op te staan of om rond te kijken.
Hij begreep niet waarom ze zo naar hier waren. Waarom er geen volwassenen waren die hem hielpen of troostte. Het enige wat hij wou was naar huis. Waarom mocht hij niet gewoon naar huis toe?
De gedachten lieten hem harder huilen. Tranen bleven druipen. Twee armen sleepte hem mee, niet sterk genoeg om hem te tillen. Normaal had hij van zich af getrapt of geschreeuwt, maar alles leek op dit moment nutteloos. Hij liet zich simpelweg meeslepen, opgekruld als een balletje.
"Ssst, stil maar," kwam een zachte stem. Kleine vingers streken door zijn haren.
"Ik ben hier, stil maar," de stem had prachtige melodieuze klanken bijna alsof er gezongen werd. De energie gleed uit de jongen. De tranen stopte. Langzaam zakte hij weg in een diepe slaap.

Mariss

Berichten: 3501
Geregistreerd: 18-12-05

Re: [VER] Mijn boek, zijn verhaal.

Link naar dit bericht Geplaatst: 05-01-11 17:02

Wauw, ik vind het heel gaaf.
Orgineel onderwerp, op het plot heb je zeker wel even moeten ploeteren? Je hebt een mooie schrijfstijl, het leest lekker en je weet echt een bepaalde sfeer te creëren, hoe onplezierig hij ook is. Ik zie het (helaas) helemaal voor me. Ik kan aan alles merken dat je er echt overnagedacht hebt. Ga zo door, en misschien zit er wel een boek voor je aan te komen!

Mayflower_

Berichten: 13726
Geregistreerd: 11-05-05
Woonplaats: Het noorden

Re: [VER] Mijn boek, zijn verhaal.

Link naar dit bericht Geplaatst: 05-01-11 17:04

Wauw je hebt een hele mooie schrijfstijl! Leest lekker weg! :)
Ik ga dit volgen!

kurida1

Berichten: 647
Geregistreerd: 18-04-10
Woonplaats: den helder

Link naar dit bericht Geplaatst: 05-01-11 17:13

wauw weer prachtig geschreven, mooi onderwerp ook.
ik heb twee foutjes gezien een waar je twee hoofdletters had ipv 1 maar die kan ik niet meer terug vinden.
en nog een typfoutje maar ook die heb ik niet meer terug kunnen vinden

Jodieee

Berichten: 723
Geregistreerd: 21-08-07

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 05-01-11 20:40

Mariss schreef:
Wauw, ik vind het heel gaaf.
Orgineel onderwerp, op het plot heb je zeker wel even moeten ploeteren? Je hebt een mooie schrijfstijl, het leest lekker en je weet echt een bepaalde sfeer te creëren, hoe onplezierig hij ook is. Ik zie het (helaas) helemaal voor me. Ik kan aan alles merken dat je er echt overnagedacht hebt. Ga zo door, en misschien zit er wel een boek voor je aan te komen!


Dit verhaal heb ik inderdaad wel wat onderzoek naar gedaan.. vooral naar hoe het leger in elkaar zit.
Voor de rest heb ik politieke dingen gebruikt die vooral in het nieuws ook bekend zijn..
Mijn idee kwam nadat ik de film wit licht had gezien. Dat gaat over kindersoldaten in afrika. Ik wist meteen dat ik daar iets mee wou schrijven maar dan veel groter :) dus toen was het alleen nog bedenken welk land en hoe die kampen precies in elkaar steken xD daar ben ik zelf nogeens helemaal uit, wel voor een groot deel xD

Jodieee

Berichten: 723
Geregistreerd: 21-08-07

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 06-01-11 22:59

Nieuw stuk :)
Ben dit weekendje weg.. dus helaas niet schrijven, maar wou jullie nog wel iets meegeven voor het weekend :)

Ik heb twee vragen voor jullie:

De eerste wat vinden jullie van dit stukje, ik ben er namelijk zelf niet zo zeker van... of het wel goed is *-) kwa inhoud.. jullie mening zou helpen en ook wat jullie anders zouden willen zien.

vraag twee: Wat zouden jullie allemaal van het kamp willen zien.. ik ben namelijk niet van plan om de hele jeugd van Milan uit te schrijven omdat ik denk dat het te langdradig is.. dus als jullie wat ideeen in jullie hoofd hebben ik zou jullie heel dankbaar zijn als jullie ze lieten horen :)

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


Entree 3
Je verleden kun je veranderen, buigen naar je eigen wil, maar het zal altijd een merk op je achterlaten.


Zoals ik voorspelde, deed ik geen oog dicht die nacht. De jongen die ze hadden laten sterven, die ze vermoordden, bleef op mijn netvlies staan. Ik kan hem nog steeds horen schreeuwen in pijn. Misschien hadden ze gelijk en had het geen nut gehad om hem te redden, maar de reden die ze me gaven was niet genoeg om mij te overtuigen. Hij is een Amerikaan, hij komt uit de kampen. Wat is dat voor onzin. Hij is ook een mens. Hij heeft er niet voor gekozen zo te wezen. Hij is niet degene die deze oorlog bepaald. Het enige wat hij deed was meevechten net zoals wij dat doen. Dus wie is hier beter? Ik had die hele speech voorbereid om tegen de generaal uit te schreeuwen. Natuurlijk was dat alleen maar gedachtengang, zoiets kon je niet tegen een generaal zeggen. In werkelijkheid pakte ik het tactischer aan, ging ik nieteens naar de generaal toe. Een kapitein wist ik onder vier ogen te spreken. Ik vroeg de exacte vraag die de hele nacht door mijn hoofd spookte: Wat zijn de kampen? Het antwoord wat ik kreeg was simpel, verwarrend en nutteloos. "Mijn dokter, dat is iets waar je geeneens van wilt weten," daarmee moest ik het doen. Verdere informatie was niet toegestaan om vrij te geven. De woede van gister voelde gelijk weer vers aan. Het borrelde diep in mijn maag, klaar om omhoog te stijgen. Ik zou die man er niet zo makkelijk vanaf laten komen. Er was namelijk nog een vraag die diep in mijn brein had gelegen. Verscholen achter de vraag die had rondgespookt en me wakker had gehouden. Hoe hadden ze in Godsnaam geweten dat die jongen van het kamp was? Ik wist al uit ervaring dat verscheidene Amerikanen als krijgsgevangen werden vastgehouden, dus er moest iets zijn waardoor ze het hadden geweten. Het antwoord wat ik kreeg, zou ik niet zo snel vergeten. Niet omdat het zo schokkend of verrassend was, nee om de manier hoe ze het me lieten zien. Een simpel sein had aangegeven dat ik de man moest volgen. Iets wat ik braaf deed. We stopten bij een tent waar ik nog niet eerder was geweest. Binnen zag ik ook waarom, dit was de plek waar ze de lijken hadden voor ze naar een mortuarium konden of in een massagraf konden worden begraven. Ik staarde naar de witte kleden waar stuk voor stuk mensen onder lagen. Bij één van de laatste stopten we pas. Met een simpele ruk werd het kleed van de dode jongen zijn gezicht getrokken. Ik herkende het amper nog. Het was nu bleek weggetrokken met blauw bijna zwarte lippen. Wat me het meeste schokte was de jeugd van het gezicht, even leek het of ik naar een tiener staarde, maar kon dat wel? De kapitein liet me niet heel lang kijken. Hij wou een antwoord op mijn vraag geven en snel. Zonder enige schaamte had hij het hoofd aan de haren omhoog getrokken. Ik moest een brommend geluid onderdrukken van de onrespectvolle handeling, maar nu kon ik wel zien hoe ze wisten dat het een Amerikaan uit de kampen was geweest. Aan de bovenkant van zijn nek, net onder de haarlijn, was een ID getattoeërd. Een ID, alsof het een of ander beest was. Een dier dat moest gemerkt worden voor het geval het zou ontsnappen.
Vanaf dat moment waren mijn twijfels verdwenen. Ik haatte Amerika.

Amerika, Kamp A.M.G.D, 16-07-2070, 06:00 pm

Milan was die ochtend wakker geworden bij de vroege ochtendgloren. Een alarmhoorn van buiten had hem opgewekt. De eerste paar minuten had hij vol verwarring om zich heen gestaard. Kinderen om hem heen waren al in beweging gekomen. Sommige kropen uit wankele bedden, andere verschenen uit hoekjes met als enige beddengoed een vuil laken. Het drong toen pas door dat hijzelf ook niet in een bed had gelegen. De vloer was zijn enige ondergrond geweest.
"Jongetje, jongetje?"
Die stem, vaag kwam het hem bekend voor. Meteen draaide hij zich naar het geluid toe. Hij werd begroet door vriendelijke grijs/blauwe ogen, die hem geschokt aankeken. Een knulletje die rechtop naast hem stond met stroïg blond haar en een iets mager gezicht stond voor hem. Hij was groter dan Milan zeker wel een kop.
"Wat is er met je ogen," wist het kind uit te brengen, terwijl zijn vinger naar de fascinerende irrisen wees. Milan sprong geschrokken op. Waar was zijn bril? Zonder ook maar enig antwoord te geven begon hij de barrak, die langzaam leegstroomde, af te speuren. In een hoekje vond hij de verkregen bril, met een barst in het glas, maar nog steeds bruikbaar. Het was maar goed dat deze tent zo verduisterd was geweest.
Het jongetje met het korte haar en de grijze ogen staarde nog steeds verbaasd naar Milan. Milan zelf negeerde de vraag, hoe kon hij een vraag beantwoorden als hij er geen verstand van had? Hij was altijd al zo geweest dat was het enige wat hij wist. Het jongetje was de vraag even snel weer vergeten en stak zijn hand naar voren uit.
"Ik ben trouwens Nienke,"
Nienke? dat was geen jongensnaam. Milan bleef alleen maar gapen naar de vorm voor hem. Hij wist zeker dat er een jongen voor hem stond! Meisjes hadden lang haar en droegen jurken, niet deze vuile shirts en stekeltjes haar. En toch... jongens heten geen Nienke.
"Uhm, ben je een meisje?" Het kwam er schuw uit. Het was dan ook niet je meest gebruikelijke vraag wanneer je iemand ontmoette. Nienke daarentegen was niet beschaamd, een giechelend geluid ontsnapte tussen haar lippen.
"Ja duhu, heb je ooit een jongen ontmoet die Nienke heette!" ze leek absoluut niet beledigd door de vraag. Ze wist zelf ook wel dat ze er alles behalve vrouwelijk uitzag, maar in dit kamp wist ze ook dat het maar beter zo was.
"Je hebt me jouw naam nog niet verteld," de nieuwe jongen met het zwarte haar en de vreemde ogen had nu rode wangetjes gekregen. Ze moest lachen om zijn aangezicht. Hij herinnerde haar aan een tijd buiten deze dwanghekken, toen ze nog gewoon kind was.
"Milan," kwam er uiteindelijk verlegen uit.
"Aangenaam, kom we gaan eten," zonder pardon pakte Nienke zijn handje vast en trok hem de barrak uit, die onderhand leeg was.

Eten was hier niet zoals thuis, waar je aan tafel ging zitten en je moeder eten op je bord neerlegde. Ze waren naar een open plek gelopen die nu volgestroomd was met mensen, kinderen. Milan had nog nooit zoveel kinderkopjes bij elkaar gezien. Sommige leken even oud als hij was, die zaten in hun vuile kleren dicht bij elkaar. Andere die ouder leken liepen tussen de rest door. Enkele keren zagen ze er beter uit dan de jongere, maar het meest van de tijd waren ze een verschrikking om naar te kijken. Met zweren over hun huid, open geïnfecteerde wonden, kleding wat amper nog gedragen kon worden en graatmagere lichamen. Milan drukte zich gelijk tegen Nienke aan. Zijn ogen draaiden angstig om zijn gehele omgeving te zien. Deze plek was ronduit eng, met alle kille ogen die naar hem staarden. Nienke bleef hem door de massa's heen sleuren tot ze in het midden aankwamen. Een enorme zwarte ketel, zoals je het zou kunnen noemen, stond daar in het midden. Een man, de enige volwassene die Milan tot nu toe had gezien, stond er naast. Over zijn armen liepen griezelige tattoe's en zijn hoofd was kaalgeschoren. Vier tieners stonden om de ketel met voedsel heen. Zij waren de oudste, de gezondste, zij zorgden dat er geen totale chaos onstond rond de maaltijden. Kinderen om hen heen staarden met hongerige ogen. Ze wouden meer, maar de geweren in de handen van de vier wachters hielden hen tegen. Hun enige manier om aan meer te komen was het van elkaar afstelen. Ieder kreeg een bak voer, maar alleen de sterkste zouden ook daadwerkelijk eten, van de zwakke was het al afgenomen voor de eerste hap.
Nienke sleepte Milan mee naar de plaats waar ze het eten in ontvangst konden nemen. Ze hield haar handen op om de schaal met drap te ontvangen. Milan volgde zenuwachtig haar voorbeeld. Hij kon de ogen in zijn rug voelen brandden. Zodra hij het bakje met drap had gekregen, drukte hij het beschermend tegen zijn lichaam. Zijn ogen gleden naar Nienke. Het meisje stond nog steeds naast de ketel en begon haastig het eten naar binnen te schrokken. Milan keek toe hoe ze met haar handen het voedsel uit de kom schraapte. Bedenkelijk keek hij naar zijn eigen bak. Mocht hij echt met zijn handen eten? Een heel klein vleugje enthousiasme bloeide in hem op bij die gedachten. Voorzichtig duwde hij zijn kleine hand in de pap. Het was kleverig, wat het des te leuker maakte. De plakkerige pap haalde hij er weer uit en stak het in zijn mond. Het was iets rijstachtig substantie, maar dan veel wateriger en kleveriger, ook al was het wel even smakeloos als rijst was. Met een vies gezicht keek Milan naar het voedsel, misschien was het leuk om zijn vingers erin te steken, maar eetbaar was het niet.
"Bleg, ik wil iets anders," mopperde het knulletje. De ogen van de wachten en van Nienke keken allemaal zijn richting op. Ze keken wat verbaasd toen de jongen stappen naar voren zette, naar de tattoeman die het eten uitdeelde. Milan wou net de man aanspreken toen Nienke hem lomp meetrok.
"Ben je gek! Je kunt geen ander eten vragen," siste ze naar hem. Milan staarde haar vreemd aan, daarna naar zijn kommetje en toen weer naar Nienke.
"Maar ik lust dit niet en ik heb honger," jammerde het jongetje zachtjes. Nienke staarde naar zijn voedsel. Nog voor Milan kon protesteren greep ze het uit zijn handen.
"Dan eet ik wel," ze begon gelijk het eten uit het bakje weg te werken. Milan deed geen moeite om het terug te krijgen. Hij lustte het toch niet. Hij was al opzoek gegaan naar ander voedsel. De neiging werd sterk om alsnog de man aan te spreken in de hoop dat die het zou weten.
"Nienke?" Nienke zette de schotel op de stapel neer bij de andere lege bakjes en keerde zich toen naar Milan.
"Waar kan je nog meer eten krijgen?"
Nienke gaf de jongen een vreemde blik, "Vanmiddag als het lunch tijd is, ook al moet je daar wel vroeg bij zijn anders is het op."
Milan kon het meisje alleen met grote ogen aankijken. Was dit het? Geen brood of ander voedsel, geen eens een snoepje voor tussendoor? Tranen begonnen achter zijn zonnebril te vormen. Hij had honger; hij wou een bed; hij wou naar huis; hij wou zijn ouders; in een zin gezegd; hij wou weg van hier. Van deze vreselijk enge plek weg. Snikjes begonnen te ontstaan en de tranen dropen naar beneden. Nienke trok hem gauw weg bij het gezeldschap, jammerende kinderen werden niet gewaardeerd. Ze had altijd gewild dat iemand haar dat had verteld in het begin. Nu kon ze in ieder geval iemand anders tegen dat lot beschermen. Pas in de barrak stopte ze met lopen. Milan was ondertussen al in oncontroleerbare tranen uitgebroken. Het enige wat Nienke kon doen was zacht over zijn rug strijken en wachten tot de waterval aan tranen stopte.
"Ssst, je mag zo meteen wel een beetje extra eten van mij. Ssst, niet meer huilen," sprak ze hem zwakjes toe. Langzaam werden de dikke tranen hikjes en uiteindelijk stopte de knul met huilen.
"Beloofd?" Zijn stem was zwak en gebroken. Nienke gaf hem alleen de grootste glimlach terug die ze wist te maken.
"Tuurlijk! Pinkie zweer," ze hield haar pink omhoog. Het was al twee jaar geleden dat ze voor het laatst dit had gedaan, met haar toendertijd beste vriendinnetje. Ze wist dat ze die nooit meer zou zien, maar de belofte die ze toen had gemaakt zou ze altijd stand houden. Ze zou het meisje nooit vergeten en de belofte die ze nu met Milan maakte zou ze ook niet breken.
Milan verbond zijn pink met die van Nienke, "pinkie zweer," herhaalde hij met een waterige glimlach.
Zo werd de eerste vriendschap ooit, in Kamp A.M.G.D. gemaakt.

Het was laat in de middag dat het lot een andere wending nam. Nienke had haar belofte gehouden en de helft van haar voedsel aan Milan gegeven. De jongen had het ditmaal zonder klagen weggekauwd. Droog brood met een heel dun laagje kaas was het eten geweest. Nienke en Milan zaten nu samen met wat andere jonge kinderen in de barrak. De grotere waren verdwenen, daar waren de twee blij om. Hoe ouder de kinderen waren, hoe enger ze waren.
Nienke had Milan de middag bezig gehouden met spelletjes die ze nog van vroeger kende. Eindelijk had ze iemand waarmee ze die kon delen.
Hun handje klap spelletje waarmee ze zojuist begonnen waren, werd onderbraken toen de deur van de barrak open ging. Meteen was al het lawaai in de kamer gestorven. Ieder kind keek met angstige, wantrouwende ogen naar de ingang. Een jongen met witblond haar was in de ingang verschenen. Zijn huid was rood gekleurd van het zonlicht en zijn ijsblauwe ogen staarden de kamer binnen. Met het geweer in de aanslag begon hij langs de kinderen te lopen. Af en toe klonk er een gil op, dan had hij er een aan zijn haren getrokken en had de nek ontbloot. Geen kind leek te zijn wat hij wou. Ieder werd weer even ruig van hem weggeduwd. Uiteindelijk stopte hij voor Nienke en Milan.
Milan had zich achter het meisje verscholen. Één ding wist hij zeker, dit was geen vriendelijke man. De man greep Nienke ruig vast. Tranen brandden in haar ogen toen eraan haar haren werd getrokken. Zodra ze werd losgelaten wreef ze over haar pijnlijke hoofdhuid. Ze weigerde de tranen ook daadwerkelijk te laten vallen.
De blonde jongen had zijn ogen nu naar Milan gericht. De veel jongere jongen had twee passen achteruit gezet voor ook hij wreed werd vastgepakt.
"Bingo," was het enige geluid wat uit de tiener zijn mond kwam, voor hij Milan aan zijn arm greep en hem dwong om mee te lopen. Milan gilde, terwijl hij werd meegesleurd. Zijn armpje stak hij wanhopig uit naar Nienke, maar die keek alleen toe en verroerde geen poot. Gillend en jankend kwam hij uiteindelijk bij het palviljoen uit. Een andere licht getinde rekruut wachtte daar.
"Laat hem zij mond dichthouden," gromde de latino tegen de blonde jongen. De witte jongen zakte door zijn hurken, zodat hij oog in oog met het kind was.
"Stil wezen," commandeerde hij laag vanuit zijn keel. Milan reageerde absoluut niet en begon alleen harder te huilen. Een platte hand vond een weg naar zijn wang. De kracht achter de klap smeet hem tegen de grond. Milan durfde daarna geen enkel geluid meer te maken. Een paar snikjes ontsnapte hem nog, maar de pijn was genoeg om de gillen binnen te houden. Ze sleurden hem de eerste deur door. Tattoeman stond daar in het midden te wachten naast een behandelbank. Zijn lippen waren omgekruld in een valse glimlach en zijn ogen staarden vol van vermaak naar de kleuter die zijn kamer was binnen komen wandelen.
"Hallo daar," sprak de man met zijn lage monotone stem. Milan gaf geen enkel antwoord. Hij had alleen nog oog voor zijn eigen voeten.
"Leg hem op de tafel jongens, ik wil snel klaar zijn voor vandaag."
Hardhandig werd de jongen opgetild en tegen de tafel aangeduwd met zijn buik tegen het kussen en zijn gezicht naar de grond gericht. Milan probeerde nutteloos tegen te stribbelen. Hij durfde niet te schreeuwen, bang dat ze hem weer zouden slaan. Ze bleven hem vasthouden ook al was de kleuter allang slap als een pop geworden. Klikkende geluiden klonken om Milan heen. Hij probeerde zijn hoofd naar het geluid te draaien, maar een enorme hand hield hem tegen.
"Houd zijn hoofd stil," kwam een zware monotone stem van bovenaf. Ruwe handen grepen zijn hoofd strakker vast totdat het volledig gefixeerd was. Een drukkend kietelend gevoel ontstond in zijn nek. Milan kneep zijn ogen dicht bij de vreemde sensatie. Het voorwerp verdween van zijn nek en liet een koud gevoel achter. Het duurde maar twee tellen voor een zoemend geluid de stilte opvulde. Milan had zijn pogingen gestaakt om nog om te kijken. De hand die op zijn hoofd drukte, was simpelweg te krachtig. Het trillende geluid kwam dichterbij, zenuwen ontstonden in Milan zijn kleine lijf. Wat het ding ook was, het was niet goed. Zijn lichaam spande in anticipatie. De trilling kwamen dichterbij, dichterbij de hals, dichterbij de huid. Pijn, withete pijn was het enige wat volgde. Een gil die door merg en been ging rees op uit de longen van het kind. Gloeiend hete tranen kregen de vrije loop over zijn wangen. De pijn bleef aanhouden en inkt spoot de cellen van zijn huid in. Tijd tikte voorbij, schreeuwen bleven aanhouden, uiteindelijk stopte de withete pijn en een brandend gevoel bleef over. Langzaam stierven de schreeuwen uit tot alleen nog zachte jammerklachten over bleven. De jongen werd losgelaten om zich gelijk tot een balletje op te krullen. Hij kon de mannen nog achter zich horen praten, vaag en verweg. Armen wonden zich om zijn lijf en drukte hem stevig tegen een warm lichaam aan. Het maakte voor Milan niet uit wie het was die hem omarmde alle liefde werd met open armen ontvangen.
Kolonel Budhev suste het kleine jongetje door hem zachtjes heen en weer te wiegen.
"Sst, stil maar kleine Milan, je hoort nu bij de familie, ssst."
De man glimlachte toen het kind zich nog steviger tegen hem aandrukte.
"Ga maar slapen kleine Milan, als je morgen wakker wordt zul je een krijger zijn," uiteindelijk stierven de snikken weg, het jongetje was in slaap gevallen. Hij zou er pas in de ochtend achter komen dat de oude Milan nooit meer terug zou komen.

xJolijn

Berichten: 2948
Geregistreerd: 15-03-09

Re: [VER] Mijn boek, zijn verhaal.

Link naar dit bericht Geplaatst: 10-01-11 19:28

Ikheb een stuk gelezen, leukt me erg leuk :)
Als ik morgen of van de week wat meer tijd heb ga ik de rest ook lezen!!!!

Jodieee

Berichten: 723
Geregistreerd: 21-08-07

Re: [VER] Mijn boek, zijn verhaal.

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 10-01-11 20:04

Super leuk :) ik hoop dat ik je niet zal teleurstellen verder ;)
En verwachtingen of ideeen voor het verhaal zijn altijd van harte welkom, ik vind het altijd fijn omm te weten wat lezers nou echt leuk vinden om te lezen

Jodieee

Berichten: 723
Geregistreerd: 21-08-07

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 13-01-11 17:05

Weer een nieuw stuk :)
Oh mijn vorige vragen staan nog steeds ^^ en ik ben scénes van dit verhaal aan het tekenen, dus als jullie een bepaalde scéne graag getekend willen zien :) laat het maar horen ;)

( Jammer alleen dat je hier niet je vorige bericht kan wijzigen anders had ik ze er even bijgeplakt.. )

---------------------------------------------------------------------------------------------------------


entree 4
Chaos is orde in de meest verwarrende structuur


Structuur. Overal is dat te vinden, zelfs in de grootste chaos is door een scherpziend oog structuur te zien. Het leven van de soldaten om me heen en van mijzelf lijkt hierin dit kamp een grote warrige lijn te zijn. Het ene moment zie ik buiten over het kale veld soldaten een balletje over trappen. Ze lachen samen, juichen, het is bijna alsof ze hier niet zitten om te vechten. Zulke momenten koester ik altijd, vooral omdat ik maar al te goed weet dat binnen twee minuten alle glimlachen van hun gezichten verdwenen kunnen zijn en er een aanval aankomt. De Amerikanen hebben de zuidelijke kust van Spanje ingenomen. Ze nemen hun tijd om dieper te komen. Barcelona en Mardrid dat zijn de plaatsen die ze willen, maar tot nu toe weet Spanje goed stand te houden. Soldaten maken zich zelfs nauwelijks zorgen. Het kustgebied mogen ze dan verloren zijn, ze zijn er zeker van dat Amerika niet verder komt vooral niet met Engeland aan hun zijden. Het land met de hoogste macht over wateren. De westkust van het Spaanse gebied wordt goed beschermd door de Britten. Ik probeer structuur in de aanvallen te zien. De manier waarop Amerika langzaam probeert binnen te dringen is tot nu toe onvoorspelbaar. In eerste instantie had ik verwacht dat ze direct zouden doorbreken toen ze Portugal in handen hadden, maar hun aanvallen stopten even plots als dat ze kwamen. De plek waar ik nu ben gestationeerd is een vredige, dicht aan de grenzen van Madrid. Maar weinig keren is de ziekenboeg er hectisch aan toe. Er is hier geen spoedeisende hulp alleen nabehandelingen. Ergens was ik blij dat ik nu hier was. De rust was een zegen. De meeste oproer die ontstond was wanneer soldaten terug kwamen van hun missie. Enkele keren kwamen er krijgsgevangenen mee. En heel soms kamplieden, zoals ik ze nu noem. Het waren altijd tieners, nooit zag ik er eentje ouder uit dan twintig. En altijd leden ze hetzelfde lot, directe executie zonder enig proces. Ik wendde mijn ogen af zodra ik ze weer zag binnenkomen. Zolang ik het allemaal ver wegduwde in mijn hoofd was er niets aan de hand. Zolang ik er maar niet aandacht dat dit kinderen waren.

Amerika, Kamp A.M.G.D, 22-09-2070, 14:22 pm

Dagen stroomden voorbij, een onaangetast ritme. Opstaan, te vroeg, nog voor het daglicht straalde. Eten, of hopen op voedsel. Het was slim zijn als je kracht miste of anders verhongeren. Middagen werden gevuld met werk waar kleine kinderen nooit aan zouden denken. Ze moesten kleding wassen en maken, wapens op poetsen en messen slijpen. Simpele taken, voor een kind vreselijk. Milan was zijn klachtenreeks naar drie dagen gestopt. Het was nutteloos, niemand hier zou luisteren. Tot nu toe had het hem nog maar één ding opgeleverd; pijn. Straffen waren hier niet als thuis, waar je op de gang werd gezet, vijf minuten op een trap moest zitten en dan weer terug rende om door te gaan met waar je mee bezig was. Hier bleven straffen je bij. Je kon ze onmogelijk vergeten. Ze stonden in je huid geschreven met blauwe plekken, bloederige schrammen en maakte je het te bond nog veel erger. Milan leerde zijn verdriet te beheersen. Zijn tranen waren gestopt met vallen toen hij voor de zoveelste keer door een van de oudere enge kinderen was neergehaald. Nienke had altijd toegekeken, ze had nooit de moeite gedaan om hem daartegen te beschermen, net als toen de blonde jongen hem meenam naar tattoeman. Toen had ze zijn hulpkreten genegeerd. Ze had alleen gestaan en gestaard. De cijfers in zijn nek hadden twee weken lang gebrand. Nu begonnen ze langzaam minder pijn te doen, zijn huid leek weer terug te keren naar de oude op de zwarte inkt na.
Nienke was nu niet bij hem dat maakte de taken in de dag erger. Zij was de enige die echt tegen hem sprak, die hem uitlegde hoe hij bepaalde dingen moest doen en wanneer hij iets verprutste wist zij het op te lossen. Je kon haar een beste vriendin kruizing moeder noemen. Ze zorgde voor je en speelde spelletjes met je, maar de afgelopen week was ze iedere middag verdwenen. Milan had haar dan pas laat in de avond terug gezien. De eerste avond was het ergste geweest, dat was de eerste keer dat Milan haar had zien huilen. Ze was lijkbleek geweest, haar ogen hadden groot en angstig gestaan en geen woord was over haar lippen gekomen alleen tranen had ze laten zien. Milan had gevraagd of ze pijn had gehad, maar nooit gaf ze antwoord. De dagen daarna verliepen hetzelfde. In de middag verdween Nienke, in de avond keerde ze terug, grauw gekleurd en trillend. De enige verandering die optradt waren de tranen die stopten met komen. Dat aangezicht was nog veel enger voor Milan. Ze begon te lijken op die oudere kinderen.
Vandaag was het weer eenzelfde dag, kleren werden gewassen. Milan zijn handen waren ruw van het schrobben. Zijn ogen die achter de grote kapotte bril verscholen waren staarden naar een ouder kind die met een wapen tussen hen door marcheerde. Zou die ookal vanaf dat hij klein was hier gevangen hebben gezeten? Een hand greep ruig zijn schouder vast.
"Aan het werk," kwam een veel te luide stem van achter Milan. Wit wegtrekkend keerde de kleine jongen zich om, om de jongen die hem had vastgegrepen te zien. Een verweerd door de zon getint gezicht verscheen in zijn beeld. Grijze ogen staarden naar hem. Milan keek alleen terug, het commando was hij alweer vergeten. Iedere keer wanneer hij een gezicht van één van de oudere kinderen zag, leek hij weer in de ban ervan te zijn. Deze had een hoofdwond boven zijn wenkbrauw, het vuil kon je er nog in zien zitten. Op de wang van de jongen was een lange inkeping te zien, de huid eromheen was bobbelig en ongezond. Maar de ogen was altijd hetgene waar Milan naar bleef staren. De ogen, de deuren naar de ziel, waren hetgene wat hem deed trillen op zijn benen. Ze waren niet zonder emotie zoals veel zouden denken. Nee, ze waren juist vol emoties. Onbeschrijflijk hoeveel, allemaal in een warrige storm door elkaar heen. Dat was hetgene wat die ogen zo eng maakte, de verwarring en wanhoop die ze uitstraalden. Ze waren krankzinnig.
De greep om zijn schouder werd pijnlijk hard, vingers boorden zich in zijn vel. Hevig werd hij een paar keer heen en weer geschud voor hij lomp tegen de grond werd gegooid.
"Aan het werk!" het commando herhaalde zich. Dit keer krabbelde Milan overeind en richtte zich direct weer op de vuile was, heviger dan voorheen boende hij. Hij wierp geen enkele blik meer op die oudere kinderen, die eigenlijk allang geen kind meer waren. Alleen nog boenen, dat was het enige waar hij nog aan mocht denken. Zou Nienke zo worden? onverwact schoot dat door zijn hoofd. Niet aan denken. Hij had de veranderingen in het meisje gezien de laatste weken, hoe ze zich meer terug trok. Geen spelletjes meer wilde doen. Niet aan denken. Zou hijzelf zo worden?
Zijn hand gleed over zijn zere schouder. Hij wou geen andere kinderen pijn doen.
Een schreeuw wekte zijn gedachtenstroom. Iedereen legde zijn werk stil, hun blikken gleden naar een plek niet zichtbaar voor het gezichtsveld. De wachten die rustig tussen de kinderen in hadden gelopen, focusten hun blikkenk ook naar die plek. Een muur verborg de oorzaak van de schreeuwen die volgden. Met een klein sein liepen de twee wachten erheen. De kleine kinderen volgden nieuwsgierig. Milan liet zich met de stroom meevoeren. Om de hoek zagen ze twee kinderen vechten. Ze lagen op de grond met bloedneuzen en blauwe plekken. Een donkere jongen lag bovenop zijn vuist was geheven om op de andere die onderop lag neer te halen. Iets oudere kinderen stonden er een stukje vandaan. Milan zag meteen het kortgewiekte witblonde haar van Nienke. Zijn aandacht was van het gevecht afgehaald en naar haar gebracht. Hij stak zijn arm in de lucht om naar haar te zwaaien en hij trok zijn kaken van elkaar om te schreeuwen. Het geluid werd over stemd door een schot. Doodse stilte viel over de groepen. Milan keek geschrokken naar het midden waar de twee jongens hadden gevochten. Nu zaten ze alleen nog bevroren op de grond. De zwarte jongen zijn ogen waren enorm, het spierwitte oogwit omringde de iris. Hij staarde voor zich naar het kind wat hij net nog had willen slaan. De donkerblonde jongen onder hem vertrok geen spier. Zijn lichaam lag slap tegen de grond, zijn wijde ogen staarden in het niets. Bloed vormde zich in een plas rond het hoofd van het kind. Trillend keek Milan op naar de wacht met het diepe litteken over zijn wang. De wacht had het geweer geheven en langzaam liet hij hem zakken. Zijn gezicht stond in een grimas. Hij had het kind neergeschoten.
"Aan het werk!" bulderde zijn stem. Kinderen struikelde over elkaar in het proces om zo snel mogelijk weg te komen. Milan hield zijn ogen naar de zwarte jongen gericht die overleefde. De jongen leek in shock te zijn. Zijn zwarte ogen stonden nog steeds hetzelfde als nadat het schot geklonken had. Zijn handen trilden en zijn mond hing iets open alsof er geluid uit zou moeten komen. Een hand trok Milan uiteindelijk mee. Hij kon nog net vanuit een ooghoek zien hoe kolonel Budhev "Baba" naar de donkere jongen toeliep en trots een hand op zijn hoofd legde.

kurida1

Berichten: 647
Geregistreerd: 18-04-10
Woonplaats: den helder

Link naar dit bericht Geplaatst: 14-01-11 07:27

wauw ik heb beide stukken in een keer gelezen erg mooi weer.
prima begin van de ochtend :)

Jodieee

Berichten: 723
Geregistreerd: 21-08-07

Re: [VER] Mijn boek, zijn verhaal.

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 17-01-11 12:29

weer een stukje erbij.. ik weet niet of het op zal vallen.. maar het kamp is iets in uiterlijk veranderd *-( alleen kan ik hier geen aanpassingen van mijn vorige stukjes plaatsen =(

EXCUSES voor de verwarring..

-----------------------------------------------------------------------------------------------


Joe Canney was woordvoerder voor de minister van defensie, ja zelfs een dictatuur kende nog ministers. De man liep, in zijn chique grijze pak, door de welbekende poorten heen, poorten die buitenstaanders nooit te zien zouden krijgen. Hij was hier met goed nieuws, althans voor het leger goed nieuws, voor het menselijk geweten heel slecht nieuws. De kampen hadden hun eerste generatie met succes afgeleverd en dat betekende dat ze vanaf nu volledig gefinanciëerd werden. Het plan van generaal Rosen was succesvol.
Joe Canney was hier om te observeren, aanpassingen te bespreken en contracten te tekenen. Hij was blij toen hij dit kamp binnentradt dat hij al twee andere kampen bezichtigd had. Kamp A.M.G.D moest wel een van de meest weerzinwekkende zijn. Met zijn warme droge weer en een zon die de hele dag op haar middelpunt leek te staan. De kinderen zagen er hier zieker uit dan in andere kampen. Hun wonden infecteerden sneller in de broeiende admosfeer, perfect voor bacterieën. Het meeste water werd met putten omhoog gehaald, ongezuiverd. Gewone mensen zouden er ziek van worden maar hier leken de kinderen bestand tegen al het gif wat ze binnen kregen. Joe liep verder naar het palvoljoenetje waar hij moest zijn. De wacht, een latino jongen met bloeddoorlopen ogen, staarde hem wantrouwend aan. Zijn eeltige handen klemden zich strakker om het ouderwetse geweer in zijn handen.
De wapens dat was het eerste wat generaal Rosen wilde verbeteren nu de kampen gefinancieerd zouden worden. Moderne accurate geweren waren nodig, dodelijker dan degene die ze nu hadden. Zodra Joe het aanzicht van deze knul in zich opnam begon hij zich af te vragen of het wel zo'n slim idee was om een levend moordwapen ook nog eens één van de gevaarlijkste geweren te geven. Hij schudde de gedachte van zich af. Het was niet zijn taak om beslissingen te nemen. Hij was hier alleen om te bemiddelen.
"Joe Canney woordvoerder van de minister van defensie. Ik ben hiervoor kolonel Budhev," zijn stem was kalm. Hij was hiervoor getraind om alles als een politieke handeling te zien en nooit je emoties te tonen. Met vernauwde ogen stapte de latino jongen opzij. Joe betradt het huisje en liep recht naar zijn doel, de laatste deur aan zijn rechterhand; Budhevs kantoor.
Budhev zat daar al wachtend op hem. Hij glimlachte, allang wetend wat Joe hier kwam doen.
"Kolonel, ik ben Joe Canney, woordvoerder voor het misterie van defensie," Joe liet zich zonder toestemming in de stoel aan de andere kant van het bureau zakken.
"Hier zijn de contracten, kolonel," hij legde de mappen voor zich.
Budhev duwde ze gelijk weer aan de kant, contracten konden ze later bekijken ze moesten nu eerst bespekingen doen.
"Daar staan de aanpassingen die generaal Rosen wil maken, de twee belangrijkste punten zijn de wapenkennis verbeteren en het sterftegehalte omlaag brengen."
Budhev knikte, "laat me je rondleiden dan zal ik mijn eigen voorstellen aan je voorleggen," bromde de kolonel. Hij was al opgestaan en wachtte tot deze Joe hem zou volgen.
Joe zijn lippen waren iets naar beneden getrokken, toen ook hij zijn stoel verliet.
"Als u het nodig vind," mompelde hij. Zijn tegenzin was duidelijk te horen. Joe had het terrein nooit echt een goede blik gegeven, maar in vergelijking met de andere kampen was dit een enorme rotzooi. Twee barrakken recht voor hem stonden er als bouwvallen bij. Het onderdak van de kinderen was alles behalve veilig. Het terrein van het kamp was kaal en droog, scheuren vormden zich in de rode grond door het te kort aan water. Zijn ogen gleden over de hoge hekken die het terrein afbakenden. Stroom voerde zich door de ijzeren draden en prikkeldraad lag er als een afwerking bovenop. Geen enkele mogelijkheid om te ontsnappen. Het deed Joe denken aan een geschiedenisles die hij vroeger als kind met openmond had aangehoord. Het was over een vreselijke oorlog gegaan, ook wel genoemd de tweede wereldoorlog. Er was één ding wat Joe nog duidelijk in zijn geheugen geprent had van die les; de concentratiekampen. Hij had zich toen een beeld van die vreselijke plekken gevormd, waar de leraar met zoveel walging over sprak. Dit kamp was de perfecte namaak van zijn kinderlijke fantasiën, afgetakelde magere mensen, vervallen overbevolkte onderkomens, harteloze opzichters, alles was een perfecte immitatie van die meest gehate kampen. De gedachte maakte de woordvoerder misselijk. Hij moest het wegduwen. Dit was niets meer dan een zakelijk bezoekje, hij kon zijn emoties niet de vrije loop geven. Toch kon hij het niet helpen dat zijn ogen naar de kinderen gleed die in het bloedhete weer kleding aan het boenen waren. Het was geen zwaar of moeilijk werk, simpel zelfs, maar die kinderen waren nog geen zes jaar oud. Het waren nog kleuters. Hun enige gedachtengang zou over spelen moeten gaan, niet dit. De wachters die in het midden rondliepen waren zelfs nog te jong. Tieners, die zouden geen orde moeten houden. Met hun door hormonen gestuurden lichamen konden ze onmogelijk reëel denken.
"In Generaal Rosens voorstel wordt gesproken over het inhuren van getrainde opzichters," Joe liet zijn ogen scannend over de gorilla-achtige kolonel voor hem gaan. "Hoe denkt u daarover?"
Budhev keerde geeneens om terwijl hij antwoordde. "Afgewezen, leiding geven is een deel van de training die mijn rekruten hier ondergaan."
Joe klapte zijn notitieblok dicht. Hij kon wel dingen bespreken met de kolonel, maar één ding wist hij al met dat antwoord; het kamp zal nooit veel beter worden voor de kinderen. Misschien dat een kliniek kon worden toegevoegd en beter voedsel, maar bracht dat echt zoveel verbetering? Dat zou betekenen dat zelfs de dood geen ontsnapping meer kon bieden aan deze kinderen.
"Kolonel, mag ik u dan deze vraag stellen. Waarom zie ik alleen jonge kinderen?" Nu draaide de kolonel zich wel om. Zijn lippen waren omgekruld en zijn tanden blonken, een glinstering was in zijn zwarte ogen te zien.
"Dat, mijn beste, is omdat dit helemaal niet het ware kamp is," zijn vinger wees naar hoge hekken die voor hen opdoemden. Het gaas was zo dicht dat je er amper doorheen kon kijken, alleen wanneer je er heel dicht bij zou staan. Budhev liet het hek voor zich openen. Iets onzeker stapte Joe achter hem aan naar binnen. Drie grauwe stenen baracken verschenen aan zijn rechterkant, kleiner dan die op het voorterrein. De opslagplaats aan zijn rechterhand viel hem geeneens op, zijn ogen waren volledig gefixeerd op het zicht voor hem. Twee rijen kinderen stonden daar. De oudste was hoogstens tien jaar. Ieder kind droeg een geweer in zijn handen. De voorste twee stonden in een alerte houding met het geweer gericht naar de schietschijf. Een oudere sprak het commando, simpel en krachtig.
"Vuur!" Schoten klonken op en kogels boorden zich door de schietschijven. Er werden geen andere commando's gesproken, meteen werden de kinderen die net geschoten hadden vervangen door de volgende. Joe staarde naar de simpele trainingsroutine. Het gaf hem kippenvel om een kind met een geweer in zijn handen te zien. Met die diep gefocuste blik om een gat door het doelwit te boren. In de seconde dat Joe had gestaard was er iets mis gegaan. Het was de schreeuw van een kind wat als eerste zijn aandacht greep. Alle oogjes ging naar het midden van de groep. Twee van de kinderen waren met elkaar op de vuist gegaan. Joe kon geen reden vinden voor het plotselingen aggressieve gedrag dat de twee toonden. De klappen die werden uitgedeeld waren hard, niet de normale kracht die een tienjarige had en tot Joes grote verbazing greep er niemand in. Ze stonden allemaal in een cirkeltje ernaar te kijken. Het donkere jongetje had duidelijk meer kracht dan zijn blanke tegenspeler. Hij had hem binnen twee tellen neergesmeten en een schreeuw van pijn kwam uit de blanke jongen zijn keel toen zijn rug in contact kwam met de harde ondergrond. Joe zijn spieren spanden zich, hij moest blijven toekijken hoe er genadeloos op het kind werd ingeramd. Achter de gazenhekken kon hij de kopjes van de kleuters zien verzamelen. Ook zij hadden de schreeuwen gehoord en waren nu nieuwsgierig komen kijken. Vanuit zijn ooghoeken maakte Budhev een beweging, precies op het moment dat het bruine jongetje de genade slag wou uitdelen. Het klikken van een geweer wat in gereedheid werd gebracht klonk vaag door de herrie. En toen een schot. Joes ogen groeiden tot schotels. Het kind wat net nog werd neergeslagen lag nu doodsstil. Bloed kroop langzaam uit het gat in zijn hoofd en begon zich in de ondergrond te mengen. Joe sloeg zijn hand voor zijn mond om braakneigingen te voorkomen. Zijn lichaam rilde bij het aangezicht, hoe het donkere jongetje nog steeds bevroren op zijn nu dode tegenstander zat. Joe keek naar de kolonel naast hem. Hij wist geen woorden uit te brengen, maar hij wou weten wat er zojuist gebeurd was. Zijn blik bleef bevroren op de trotse glimlach om Budhevs lippen hangen. Zijn hersenen stopten met denken, alles was niets meer dan een vage droom. Budhev stapte naar voren naar de donkere jongen die nog steeds in shock naar zijn slachtoffer keek. Een enorme hand werd op de knul zijn hoofd gelegd.
"Goed gedaan, mijn zoon, jij zult een machtig krijger worden," het antwoord wat Budhev kreeg was een zachte traan die over de jongen zijn wang gleed. Langzaam dropen de kinderen weg, hun gezichten allemaal bleek weggetrokken. Een oudere jongen nam het in shock zijnde negertje mee. Joe bleef alleen naar adem happen, terwijl het lichaam werd weggehaald. Zijn ogen flitsten naar Budhev die tevreden glimlachend daar stond. Hij schudde zijn hoofd, even vergat hij al zijn diplomatische voornemens. Hij wou hier weg, hij wou zo snel mogelijk van dit terrein naar huis, naar zijn vrouw en kinderen. Hij wou deze plek ver weg in zijn hoofd drukken en het nooit meer ophalen.
"Volgt u mij verder, meneer Canney?" Budhev had zijn aandacht weer op de woordvoerder gericht en wachtte rustig een antwoord af. Canney wist iets van zijn spirit terug te krijgen.
"Wat is dit?" wist hij zwak uit te brengen, in zijn gezicht stond verachting gegrifd. Budhevs ogen vernauwden iets terwijl hij dichter naar de man toestapten.
"Eeuwen geleden is er een evolutietheorie opgesteld, door ene heer Darwin," begon hij op een lage duistere toon die geen tegenspraak toestond.
"Mensen zijn de theorie vergeten en ons ras verzwakt met ieder jaar, omdat wij niet volgens de wetten van de natuur leven. Wij houden met onze techniek mensen met afwijkingen, zwakke en gaat zo maar door, in leven. We laten ze voortplanten en hun zwakke genen blijven stand houden. In dit kamp zullen alleen de meest perfecte krijgers onstaan. Alleen de sterkste zullen overleven."
Joe luisterde naar de woorden die in volle overtuiging gesproken waren. Hij kon geen weerwoord geven, generaal Rosen had die exacte woorden ook gesproken. En dit was simpelweg de manier hoe ze in uitvoering werden gebracht. Gruwelijk, maar het werkte.
De grond onder zijn voeten was het enige nog waar de man naar staarde. Hij wist genoeg. Het was tijd om te vertrekken.

Jojoju

Berichten: 3826
Geregistreerd: 06-08-09
Woonplaats: Dordrecht

Re: [VER] Mijn boek, zijn verhaal.

Link naar dit bericht Geplaatst: 17-01-11 16:34

ik ben echt fan van je.. je schrijft zo goed! De verandering in het kamp is voor mij makkelijk op te pikken...erg duidelijk allemaal. Ik hoop dat je snel een nieuw stukje gaat schrijven!

Jodieee

Berichten: 723
Geregistreerd: 21-08-07

Re: [VER] Mijn boek, zijn verhaal.

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 17-01-11 17:49

ik ben al bezig :) ik wou nog wel aan jullie vragen, of ik een time-skip van twee jaar kan maken, omdat dan poas Milan zijn echte training begint

kurida1

Berichten: 647
Geregistreerd: 18-04-10
Woonplaats: den helder

Re: [VER] Mijn boek, zijn verhaal.

Link naar dit bericht Geplaatst: 17-01-11 18:03

zou wel kunnen ja, miss dat het anders wat saai zou worden

Mariss

Berichten: 3501
Geregistreerd: 18-12-05

Link naar dit bericht Geplaatst: 17-01-11 18:03

Mooi weer. :)

Al beschrijf je heel goed alles wat er gebeurt en hoe heftig dat is met de bijbehorende emoties, mag het wat mij betreft nóg wat dichterbij komen. Ik voel het nog niet zo ver als het zou kunnen. Dat komt niet door de dingen die je vertelt, maar hoe je ze vertelt. Probeer de lezer er nog net iets meer in te trekken!

Zie dit niet als iets negatiefs, maar juist omdat het zo mooi geschreven wordt, kan het ook weer wat verder van de lezer af gaan staan, snap je?

Let wel op dat je het niet te veel op het Ünter- en Übermensch verhaal van Hitler (of eigenlijk Nietzsche) laat lijken, hou je eigen twist.

edit: Tijdsprong kan prima, alleen zorg dat het volgende stuk in tijd dan wel wat langer duurt, anders krijg je allemaal van die korte stukjes in verschillende tijden. (behalve als dat de structuur is waar je naar zoekt)

Jodieee

Berichten: 723
Geregistreerd: 21-08-07

Re: [VER] Mijn boek, zijn verhaal.

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 17-01-11 18:18

Bedankt voor je tips, ik zal proberen de lezer nog dichter erin te trekken. Het volgende stukje hoop ik er dieper op in te kunnen gaan.

Het verhaal van de tweede wereld oorlog zal er niet veel invoorkomen, maar deze kampen zijn voor een dele van de concentratiekampen overgenomen ( de opbouw ) vandaar dat ik het noemden :)

Uhm ik neem tijdsprongen omdat ik niet weet hoelang het interresant blijft om over Milan op deze leeftijd te schrijven... aangezien tot hun zesde jaar de kinderen niet in het trainingskamp komen ( dus het kamp achter de hekken waar je net een klein stukje over las ) En uiteindelijk moet dit verhaal uitkomen op het punt dat Milan klaar is om het echt leger in te gaan.. =)

Maar daarom vraag ik ook of een tijdsprong kan :), enne ik ga kijken of ik aan je punten kan voldoen :) Ik hoop dat je de volgende keer weer wilt beoordelen!

Mariss

Berichten: 3501
Geregistreerd: 18-12-05

Re: [VER] Mijn boek, zijn verhaal.

Link naar dit bericht Geplaatst: 17-01-11 19:03

Haha vast wel, je bent een betere schrijver dan ik! ;)

Jodieee

Berichten: 723
Geregistreerd: 21-08-07

Re: [VER] Mijn boek, zijn verhaal.

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 17-01-11 19:34

Daar durf ik geen antwoord op te geven xD heb nog geen verhaal van je gelezen, ik heb trouwens wel een blik al op je verhaal gegeven, alleen nog geen tijd gehad om het eens door te nemen =( ( ik ben altijd nieuwsgierig naar wat andere schrijvers te schrijven hebben =P ) Maar dan ben ik ook altijd geneigd om feedback te geven, en daarvoor is je verhaal al wat te ver ontwikkeld =)

Ik heb heir een klein, niet heel bijzonder stukje om dit hoofdstuk af te ronden.

------------------------------------------------------------------------------------------------


"Wat is je naam?" In het duister klonk haar stem zacht naast hem op. Het deed hem ergens aan Nienke denken, die verkoos ook het duister om te praten. De barack was dan altijd een soort veilige thuishaven geweest voor hen.
"Milan, en die van jouw?"
"Sarila," een vreemde naam voor het vreemd uitziende meisje, met haar scherpe zwart omlijste ogen, ronde neus en diep zwarte krullen die om haar hartvormige gezicht hingen.
Een deur ging open en de twee kinderen doken weg in het bed waar ze zaten. De vage schim van een ouder kind was te zien. Dit was altijd een moment waarbij Milan wenste dat hij verdween. Je moest stil zijn en slapen zodra ze controleerden, deed je dat niet.. Milan wou niet aan de gevolgend denken. Achter zich kon hij het meisje voelen rillen. De voetstappen kwamen dichterbij en uiteindelijk stierven ze weer weg.
"Alles komt goed," sprak Milan onzeker zodra de deur weer dichtviel. Het waren de woorden die Nienke hem iedere nacht had toegefluisterd. Hij mistte haar, hij snapte niet waar ze was. Waarom ze niet meer was teruggekomen zoals ze iedere avond deed. Het beeld van het jongetje wat stil op de grond had gelegen kwam in hem op. Nee, hij had Nienke toen nog zien staan. Ze had bij de andere kinderen gestaan. Hij keerde zich om in zijn bed, zodat hij Sarila achter zich kon zien slapen. Misschien dat zij kon zijn wat Nienke voor hem was geweest. Hij sloot zijn ogen en viel langzaam in een onrustige slaap.
De volgende dag vielen zijn hopen over Sarila in duigen. Ze sprak geen woord tegen hem, ze hield zich alleen bezig met de taken die ze opgekregen hadden. Het waren haar eerste woorden die ze tegen hem had gesproken die ze in volle overtuiging naleefde; je moest stil zijn. Zijn blik gleed over het hek waar hij Nienke de vorige dag had gezien. Hij wou daarheen, maar hij was te bang om een stap van zijn plaats te verzetten. De alarmbel ging af, weer een dag voorbij. Milan liep achter de opzichters aan langs het hek om de kapotte spullen weg te gooien. Zijn ogen gleden naar het hek, een schim was te zien. Nieuwsgierig deed Milan een stap dichterbij, zijn ogen schoten vanaf het hek steeds weer terug naar de opzichter die geen enkele aandacht aan hem besteedde.
"Milan," De stem was duidelijk herkenbaar voor Milan; Nienke.
Milan greep met zijn vingers het gaas vast en hield zijn blik op het meisje gericht. Nienke had een oog dichtgeknepen en zwarte lijnen vormden zich eromheen, haar korte haren waren vies, bruin zwarte vlekken kleurden de normaal blonde stekeltjes.
"Ik heb iets voor je," haar stem was zwak en schor. Milan staarde alleen maar hij wist geen woord uit te brengen. Hij voelde zich in de steek gelaten, maar het vooruitzicht op een presentje maakte zijn gevoel door de war. Nienke begon een donker gekleurd voorwerp door het hek te duwen, een zonnebril.
"Omdat je bril kapot is," Milan pakte het voorwerp aan en liet het door zijn vingers glijden.
"Eeh!" hij maakte een sprong van het geluid, de opzichter had zich naar hem toegedraaid. De bril verdween razendsnel in zijn broekzak en met angstige ogen keek hij toe hoe de wacht hem in de gaten hield.
"Kom hier," Voorzichtig stapte Milan naar voren totdat hij weer aangesloten was bij de groep. Zijn blik gleed nog een keer naar het hek, de schim was verdwenen. Zijn hand gleed over de zonnebril in zijn zak. Het zou zijn enige herinnering aan Nienke zijn voor de komende jaren.

Jojoju

Berichten: 3826
Geregistreerd: 06-08-09
Woonplaats: Dordrecht

Re: [VER] Mijn boek, zijn verhaal.

Link naar dit bericht Geplaatst: 18-01-11 10:15

i love it! Die tijdsprong kun je makkelijk maken, ik ben benieuwd hoeveel er dan nog van het lieve karakter van Milan over is gebleven, hoe het kamp hem veranderd heeft. Zou hij net zo worden als de andere kinderen? of zou hij toch iets van zijn oude ik blijven houden.... ben benieuwd!

InekeH87
Berichten: 4026
Geregistreerd: 19-02-07

Link naar dit bericht Geplaatst: 18-01-11 14:43

heb nog niet alles gelezen, maar wil even 1 dingetje zeggen. Ik stoor me een beetje aan het woord snikjes, je kan daar veel beter snikken neerzetten.
Het verhaal boeit me heel erg en ik kan alles voor me zien, heel goed geschreven.

Jodieee

Berichten: 723
Geregistreerd: 21-08-07

Re: [VER] Mijn boek, zijn verhaal.

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 18-01-11 17:27

Dankje :) ik ben zojuist bezig met de verbeteringen dus ik zal het direct meenemen ;)

InekeH87
Berichten: 4026
Geregistreerd: 19-02-07

Re: [VER] Mijn boek, zijn verhaal.

Link naar dit bericht Geplaatst: 18-01-11 17:34

ow nog een dingetje, ik zag een paar keer een werkwoord met een t in de verleden tijd. Dat kan ook niet, als je toch aan het verbeteren ben dan kan je daar ook even naar kijken