. Vergeef me daarvoor, dat wordt dus nog aangepast. Het verhaal lijkt nu nog niet op een kerst verhaal, maar ik kan jullie verzekeren dat dat echt komt. Het gaat in ieder geval een lekker lang verhaal worden om de donkere winter mee door te komen (samen met het nachtmerries en vampieren verhaal natuurlijk).
De vampieren en duistere wezens komen in tegenstelling tot wat jullie van me gewend zijn nog niet in het eerste hoofdstuk voor, maar ook die zullen uiteindelijk hun plek krijgen.
Have fun!
Hoofdstuk 1
‘Ciara je moet in de buurt blijven!’ Roept ze haar na terwijl het kind al lachend over het ijs naar haar vriendinnetjes toe schaatst. Bang dat er wat zal gebeuren is Tara niet. Het is druk op het ijs en overal zijn oplettende ogen die de tientallen kinderen in de gaten houden. Een beetje onwennig na jaren lang niet op het ijs gestaan te hebben zwalkt ze zelf naar haar vriendinnen toe. Die begroeten haar lachend en Tara merkt dat ze zonder problemen zelf terug lacht. Dat was de laatste jaren wel anders. Ze is constant op de vlucht geweest en angst beheerste haar leven, maar hier heeft ze eindelijk het idee dat ze een veilige plek gevonden heeft. Het dorp waar ze nu woont is klein en heel gezellig. Iedereen kent elkaar en ondanks dat ze een vreemde is, werd ze zonder problemen in de kleine gemeenschap opgenomen. De mensen hier willen alles van je weten en ze had veel leugens moeten verzinnen om haar duistere verleden verborgen te houden. Desondanks vindt ze de mensen aardig en ze had al snel een aantal vriendinnen weten te maken. De vrouwen met wie ze nu omging waren iets ouder dan zijzelf en ze hebben allemaal een verschillende achtergrond. De verbinding tussen hen zijn de kinderen die nu lachend en spelend over het ijs glijden. In gedachten verzonken volgt Tara haar dochter terwijl het kind samen met twee vriendinnetjes speelt. Ze probeert Ciara niet uit het oog te verliezen, de angst van jaren lang vluchten zit daarvoor te diep in haar lijf. Toch merkt ze dat ze wat van de tergende spanning los kan laten, het afgelopen jaar is er niets gebeurd en ze begint zich hier in het kleine dorp eindelijk thuis te voelen. Naarmate de middag vordert let ze minder op haar dochter en meer op haar vriendinnen. Ze hebben het schaatsen al gauw voor gezien gehouden en zitten met bekers hete koffie in hun handen langs de kant. De sfeer die er hangt is goed en er wordt veel gelachen.
Het begint langzaam donker te worden en Tara besluit dat het genoeg is voor vandaag. Ze vindt het nog steeds niet prettig om in het donker buiten te zijn, zeker niet omdat ze weet wat zich daar allemaal kan verschuilen. In de verte ziet ze haar dochter schaatsen samen met een ander kind dat ze nog niet eerder heeft gezien. De kinderen schaatsen hand in hand en iets aan de houding van haar dochter maakt dat Tara haar maag samen knijpt van ongerustheid. Ze roept het kind, maar ze is te ver weg. Ongerust staat ze op en schaatst zo snel ze kan achter haar dochter aan. De twee kinderen verdwijnen om een bocht en schaatsen de rivier op. Zacht scheldend probeert ze harder te gaan, het ijs daar is nog helemaal niet veilig. Haar dochter moet dat weten, ze had Ciara meerdere keren daarvoor gewaarschuwd. Wanneer ze de rivier bereikt is daar niemand te zien, ze kan kilometers ver kijken, maar haar dochter is nergens.
‘Ciara!’ Ze roept zo hard ze kan, alleen een antwoord krijgt ze niet. Van de twee kinderen is niets meer te zien en ongerust schaatst ze de bevroren rivier op. Het ijs kraakt vervaarlijk en grote barsten ontstaan voor haar voeten. Ze let er niet op en blijft roepen naar haar dochter terwijl ze steeds verder de rivier op schaatst. Achter haar hoort ze de stemmen van haar vriendinnen die roepen dat ze terug moet komen, maar ze negeert ze. Haar dochter vinden is het enige belangrijke. Het ijs wordt steeds dunner en uiteindelijk kan het haar niet meer houden. Er klinkt luid gekraak en ze valt het ijskoude water in. Terwijl ze probeert haar hoofd boven water te houden kan ze de stroming aan haar voeten voelen trekken. Tevergeefs reikt ze naar de randen van het wak, maar iedere keer dat ze een stuk ijs te pakken krijgt breekt het af voordat ze zichzelf eraan op kan trekken.
Door de kou verkrampen haar spieren en het wordt steeds moeilijker om zich te bewegen. Ze probeert zich nog een keer aan de randen op te trekken, maar weer zakt ze terug in het ijskoude water. Aan de rand van haar blikveld verschijnen mensen die roepen dat ze vol moet houden. Ze wil antwoord geven, maar krijgt de woorden niet uit haar mond. Er wordt een ketting van aan elkaar geknoopte sjaals naar haar toe gegooid en haar verkrampte vingers klampen zich eraan vast. Het lukt haar niet om vast te blijven houden terwijl ze haar eruit trekken.
Wanneer ze helemaal onder water belandt spert ze in paniek haar ogen wijd open. Een felle kleur trekt haar aandacht en ze strekt haar hand ernaar uit. Ze meent zich te herinneren dat haar dochter net zo’n kleur sjaal droeg. Zou Ciara ook door het ijs gezakt zijn? Ondanks dat haar longen schreeuwen om lucht probeert ze haar armen en benen te bewegen. Voordat ze bij de kleur kan komen sluiten sterke handen zich om haar jas en trekken haar omhoog. Ze stribbelt tegen en vecht om weer onder water te gaan. Haar dochter is daar, ze moet daar ook heen! Haar pogingen hebben geen succes en binnen een paar tellen wordt ze het wak uitgesleept en naar de kant getrokken.
Haar redder wordt ook snel uit het water gehaald en komt op haar af.
‘Bent u in orde?’ Vraagt hij bezorgd. Tara schudt haar hoofd en dwingt haar half bevroren tong de juiste woorden te vormen.
‘Mijn dochter.’ Fluistert ze huiverend terwijl ze naar het wak wijst. Ongeruste stemmen klinken om haar heen en een plons vertelt haar dat er iemand in het wak is gesprongen om te zoeken. Ze kunnen niets vinden en moeten door de kou al snel hun zoektocht staken. Iemand probeert haar gerust te stellen door te zeggen dat de brandweer met duikers al onderweg is en dat het onwaarschijnlijk is dat haar kind in het water ligt. Niemand heeft gezien dat het meisje deze kant opging en ze zal vast wel ergens anders veilig zijn. Tara weigert het te geloven en probeert op te staan om zelf te gaan zoeken. Sterke handen houden haar tegen.
‘Mevrouw, alstublieft blijf zitten. U moet eerst warm worden en droge kleren aantrekken. Wij blijven zoeken naar uw dochter, we zullen haar vinden dat beloof ik.’ Ze heeft geen andere keus dan op de mensen om haar heen te vertrouwen en de vermoeidheid die over haar heen spoelt maakt het moeilijk om geconcentreerd te blijven.
Ze krijgt het maar half mee als ze omhoog wordt geholpen en naar een ambulance wordt gebracht. Geruststellende stemmen verzekeren haar dat het allemaal goed zal komen en dat ze het zoeken aan anderen over moet laten. In de ambulance worden warme dekens om haar heen geslagen en even later komt één van haar vriendinnen met droge kleren. Dankbaar pakt ze die aan en kleed zich om. Ze heeft het nog steeds ijskoud, maar wil niet langer wachten. Er is iets verschrikkelijks met haar dochter gebeurt, daar is ze van overtuigd. Het ambulance personeel probeert haar tegen houden, maar ze geeft hen de kans niet. Ze heeft het idee dat alleen zij haar dochter kan vinden.
Met onzekere stappen strompelt ze naar de rivier toe. Om het wak is er een grote groep mensen verzameld en er wordt haastig ruimte voor haar gemaakt. Met de warme deken nog steeds stevig om haar heen geslagen tuurt ze het zwarte gat in. Het is ondertussen helemaal donker geworden en het enige licht komt van een paar grote bouwlampen die de omtrek van het wak spookachtig verlichten. Een stroom bubbels in het midden van het pikzwarte gat maakt duidelijk dat één van de duikers omhoog komt. Hij wordt door zijn collega’s snel uit het water geholpen en brengt met een serieuze blik op zijn gezicht verslag uit. Één van de brandweermannen maakt zich los uit de groep en komt op Tara af.
‘Mevrouw we kunnen niets vinden, weet u zeker dat uw dochter samen met u door het ijs is gezakt?’ Twijfels slaan toe en onzeker kijkt ze om zich heen.
‘Ik, ik ... Ik heb haar daar gezien, het kan niet anders. Ze moet daar zijn.’ Zegt ze terwijl ze naar het wak wijst. Er verschijnt een sceptische uitdrukking op de man zijn gezicht.
‘Is het mogelijk dat ze ergens anders is? Misschien dat ze met een vriendje is mee gegaan?’ Tara schudt haar hoofd.
‘Ze ging hierheen, ze moet hier zijn.’ Mompelt ze koppig. Ze kijkt gejaagd om zich heen, door de duisternis kan ze niet veel zien, maar ze heeft het gevoel dat haar dochter vlakbij is. Ze werpt de deken van zich af en stapt het ijs op. Mensen proberen haar te stoppen, maar ze rukt zich los en snelt over het ijs naar de overkant van de rivier. Met verwoedde bewegingen duwt ze de struiken opzij en let daarbij niet op de dorens en scherpe takken die haar huid open halen. Ze schreeuwt de naam van haar kind terwijl ze zoveel mogelijk probeert te doorzoeken voordat ze wordt tegen gehouden.
‘Toe mevrouw, hier bereikt u niets mee. We hebben al gezocht, er is hier niets.’ Weer probeert ze aan de grijpende handen te ontsnappen. Dit keer heeft ze minder succes. Een hand sluit zich om haar enkel en ze valt hard op de grond. In haar val ziet ze iets geels in de struiken. De sjaal is helemaal verstrengeld om de wortels van de struik en zo dichtbij dat ze hem aan kan raken.
‘Daar!’ Gilt ze terwijl ze haar uit de struiken trekken. Ze strekt wanhopig haar handen naar de sjaal en weet haar vingers er omheen te vlechten.
‘Zie je wel dat ze hier is!’ Roept ze terwijl ze de sjaal triomfantelijk omhoog houdt. Er gaat opgewonden gemompel door de groep heen en een aantal mensen rennen naar de struiken om verder te zoeken. Tara wil meehelpen, maar wordt opnieuw naar de ambulance geleidt. Terwijl een verpleger de krassen op haar armen en gezicht schoonmaakt houdt ze de sjaal stevig tegen zich aan gedrukt. Dit is het enige bewijs dat haar dochter hier is en ze zal het aan niemand af staan.
Alle commentaar is natuurlijk welkom.

heel mooi

