Dit is het eerste verhaal ooit wat ik op Bokt ga plaatsen, dus ik ben benieuwd wat jullie vinden van het verhaal en mijn schrijfstijl ed.
Ik bedenk al verhalen sinds mijn zevende ongeveer en ik heb een behoorlijk aantal aanzetten tot verhalen. Ik schrijf ze meestal nooit af, omdat ik na een tijdje de inspiratie verlies. Misschien als ik wat goed commentaar krijg dat ik dan wel door wil gaan
Hier het verhaal:
De adrenaline stroomde door haar lichaam. Ze moest iets doen, en wel nu. Maar wat? Het was nu of nooit, anders was alles voor niets geweest. Dan was alles voorbij. Het kon niet meer, nooit meer, teruggedraaid worden. Behalve op dit moment. Nu, Mia, nu! Ze sprintte naar voren, weg van de veilige muur van waar niemand haar had gezien. Ze moest hem in zien te halen.
‘Maarten, wacht!’ De tranen stroomden al over haar wangen. Hoe had ze zo stom kunnen zijn. Alle emoties raasden door haar lijf, ze wist niet meer wat ze voelde, ze voelde zich verdoofd. Ze wist alleen dat ze hem niet zomaar weg kon laten gaan. De meest vreemde gedachte ooit schoot haar te binnen op dit moment: ik heb de planten geen water gegeven. Ze schrok van die gedachte, want waarom dacht ze aan de planten op dit moment, nu ze Maarten moest zien te stoppen. Omdat het zijn planten waren. Zijn grootste liefde, planten. Haar kamer was leeg geweest, tot hij kwam. Met zijn planten kwam hij. En zonder planten gaat hij nu weg en dat mag niet. Als hij weggaat, dan liever met planten. Nee, hij mag helemaal niet weggaan. Hoe kon ze hem stoppen? Ze zag hem rennen, in de verte. Waar ging hij heen? Hij kon nergens heen. Zijn familie woonde hier niet. Zijn vrienden ook niet, behalve dan Philip, maar hij was wel de allerlaatste waar Maarten naartoe zou gaan. Terwijl Mia rende, met een waas voor haar ogen, kwamen herinneringen naar boven. Ze werd misselijk en stopte met rennen. Nog één keer schreeuwde ze zijn naam, tevergeefs. Hij was of te ver weg om haar te kunnen horen, of hij wilde haar niet horen. Ze leunde buiten adem tegen een lantaarnpaal en liet zich toen op de stoeprand zakken. Ze snikte met haar hoofd tussen haar armen die ze om haar benen sloeg. Ze merkte niet eens dat het begon te regenen. Eerst zacht en toen met dikke druppels die haar doorweekten. Ze merkte niets. Haar hoofd zat te vol om nog iets te kunnen voelen. Wat was er fout gegaan? Maarten en zij, alles was perfect geweest.
Ze keek naar de lucht. Het dikke gordijn van donkergrijze wolken hing angstaanjagend boven de stad. Mia ademde diep in, hield haar adem even vast, en langzaam weer uit. Ze was gestopt met huilen, omdat ze besefte dat het toch geen zin had. Ze wilde snel naar haar kamer terug. Ook al zou het pijnlijk worden om alle planten van Maarten daar te zien staan. Ze stonden overal, van keuken tot slaapkamer. Ze stond langzaam op, met benen als lood. Ze wist niet of ze haar voeten wel op kon tillen, zo zwaar voelden haar benen. Ze sleepte zichzelf voort, terug langs de weg die ze net gerend had. Ze zag ineens een beeld voor zich, van Maarten en haar, een tijdje terug. Ze hadden hier toen ook gelopen, hand in hand, op weg naar de bibliotheek. Ze hadden daar vaak gezeten om te lezen en samen te studeren. Mia hield erg van boeken. Haar grote fantasie kon erin worden losgelaten. Vroeger bedacht ze haar eigen wereld met verzonnen dieren, om mee te spelen. Later werden de boeken die wereld. De geschreven wereld waarin ze zich kon verliezen. Heerlijk vond ze het om te lezen. Vanavond had geweldig moeten worden, maar in plaats daarvan was het nu een ramp. Ze voelde haar telefoon in haar zak en had de neiging haar zus te bellen. Die wist wel raad. Mia hield veel van haar grote zus, die drie jaar ouder was dan zij. Ze kon haar alles vertellen en altijd aankomen met problemen. Sem wist altijd een antwoord. Ze besloot het toch niet te doen. Ze zou waarschijnlijk alleen maar kunnen huilen, zo vreselijk voelde ze zich. Eenmaal aangekomen bij het gebouw waar haar kamer in zat besefte ze dat ze de sleutel was vergeten. Beschaamd belde ze aan bij haar buurmeisje, Sandra. Ze sloot haar ogen voor een momentje, tot ze het gekraak uit de intercom hoorde.
‘Met Sandra? Wie is daar?’
‘Ik ben het San, Mia. Ik ben de sleutel vergeten, wil je open doen?’
‘Natuurlijk!’
Zonder verdere vragen klonk de zoemer en Mia duwde de grote eikenhouten deur open. Ze stapte de koele hal binnen en sloot de zware deur achter zich. Ze bleef even met haar rug tegen de deur staan en keek de hal rond. Hij was zo’n tien meter lang met aan het einde een grote trap naar de kamers waar de studenten in woonden. Het gebouw was al heel oud, het stamde uit de Middeleeuwen en was in de zeventiende eeuw van een rijke kunsthandelaar geweest waar niemand de naam meer van kende. Mia vond het een prachtig gebouw en toen ze op kamers moest voor haar studie had ze niet lang getwijfeld en voor dit gebouw gekozen. De voorzieningen waren er prima en er woonden zeven mensen in. Iedereen had een eigen keukentje en er waren twee badkamers. De hal bood toegang tot de gezamenlijke woonkamer en studeerkamer. Er was ook een conciërge, hoewel die meer weg dan aanwezig was. Mia liep over de bruine tegels richting de grote trap. De onderste trede was van marmer en de rest van hout. Haar voetstappen weergalmden in de hoge hal en bij iedere stap bonkte haar hoofd. Ze merkte nu pas hoe doorweekt ze was van de regen. Ze rilde en wilde het liefst in haar bed liggen met de dekens over haar hoofd en keihard huilen. Toen ze boven kwam liep ze naar links, naar kamer 302, haar kamer, aan het einde van de gang. Boven lagen tapijttegels, die nodig vervangen moesten worden. Hier en daar waren vlekken te zien waarvan niemand wist wat het was.
Mia zag de deur van Sandra open staan. Ze twijfelde even of ze bij haar naar binnen zou gaan. Dan kon ze wel haar verhaal kwijt. Een golf van vermoeidheid overspoelde haar en ze besloot het toch niet te doen. Gelukkig had ze haar kamer niet op slot gedraaid, anders had ze wel naar Sandra gemoeten. Ze ging naar binnen en liet de deur zachtjes in het slot vallen. De sleutel, die er nog aan de binnenkant in zat, draaide ze om en meteen barstte ze weer in huilen uit. Ze liep naar de bank en voelde de aanwezigheid van alle planten van Maarten om zich heen. Het voelde of ze haar beschuldigend aanstaarden. Ze voelde zich ook schuldig. Heel erg schuldig. Wat moest ze nou doen? Ze kon niks meer doen. Hoe zou Maarten haar ooit kunnen vergeven? Als hij had gedaan wat zij bij hem had gedaan had ze hem ook niet meer willen zien en ook zeker nooit vergeven. Mia ging liggen met haar hoofd onder een kussen. Ze wilde het liefst in slaap vallen en alles vergeten. Waarschijnlijk zou ze toch wel een nare droom krijgen waarin Maarten voorkwam, dus het was geen optie. Ze moest iets anders gaan doen. Lezen zou misschien wel helpen, maar aangezien ze bezig was in een boek waarin een man zijn vrouw bedroog was dat ook geen optie. Ze zuchtte diep en ging weer rechtop zitten. Het leek wel of de hele wereld haar gevoelens weerspiegelde. De kamer zag er donker uit en de dreigende wolken die door het raam te zien waren leken bijna zwart. De regen striemde nog steeds tegen de ramen. Mia besloot een douche te nemen om de regen en de tranen van zich af te wassen. De douche was gelukkig tegenover haar kamer, anders had Mia de deur niet eens uit durven gaan. Ze wist niet hoe ze eruitzag, maar het voelde vreselijk. Haar make-up zat ongetwijfeld over haar hele gezicht en haar haren waren aan haar hoofd geplakt door de regen. Met haar toilettasje en handdoek stak ze snel over naar de badkamer. Ze schrok toen ze iemand bij de wasbak zag staan.
‘Hoi Mia, ik wilde net… Mia! Wat zie jij eruit? Wat is er gebeurd, wat heb je gedaan?!’ Het was Dana, het buurmeisje van Sandra. Mia mocht haar graag, maar nu had ze geen zin in haar uitbundige gedrag. Dana wilde altijd graag alles weten en dat kon Mia nu echt niet gebruiken. Ze vroeg altijd tien vragen tegelijk zonder het antwoord af te wachten en ging dan zelf proberen te raden wat er was, zoals ze nu ook deed.
‘Het is iets met Maarten hè? Ik zag hem de gang uit rennen vanmorgen. Heeft het met hem te maken?’
‘Alsjeblieft Dana, ik ben moe, ik wil gewoon douchen en het heeft met Maarten te maken ja, wil je nu weggaan?’ Dana keek haar verontwaardigd aan. ‘Oké, ik laat je wel alleen, maar ik kom straks wel langs om te kijken hoe het gaat hoor, want ik maak me wel zorgen om je!’ Mia glimlachte even. Ze was toch wel blij dat er nog iemand was die haar wilde helpen.
‘Oké, is goed. Bedankt.’ Dana liep snel langs Mia heen en keek nog een keer om voordat ze de deur sloot, alsof ze bang was dat Mia in zou storten wanneer ze dat niet deed.
Mia liep naar de wastafel en zette, zonder in de spiegel te kijken, haar spullen neer. Daarna sloeg ze haar ogen op en ze schrok van wat ze zag. Ze had zich wel voorbereid, maar dat het zó erg was, dat had ze niet verwacht. De mascara zat in lange vegen over haar gezicht, tot aan haar kin. Haar ogen waren knalrood en haar huid lijkbleek. Ze leek wel een vampier en moest om die gedachte ongewild lachen. De gedachte aan een vampier deed haar denken aan de film waar ze vanavond heen zou gaan, met Maarten. Gelijk voelde ze zich weer diep bedroefd en ze voelde een steek in haar maag. Snel stapte ze onder douche en voelde haar lichaam opwarmen. Ze kreeg er kippenvel van en sloot haar ogen om even te kunnen genieten. Duizend gedachten schoten door haar hoofd. Waar Maarten heen zou kunnen zijn, hoe ze met hem in contact kon komen, wat ze hem zou zeggen, of hij haar nog wel zou willen zien, het was teveel. Was dit liefdesverdriet of een enorm schuldgevoel?
Hier weer een nieuw stukje:
Ik ben hard aan het werk voor een nieuw deel
Maar komt wel weer goed
