is er natuurlijk nooit van gekomen. Niet door tijdgebrek, dat zeker niet. Maar ik had er geen geduld voor.

Nu wil ik het toch nog eens een keer proberen, want ik vind schrijven op 1 of andere manier toch hartstikke leuk, ook al weet verder
niemand dat

-Sinds een tijdje heb ik steeds dezelfde leuke droom, die heeft me toch geïnspireerd en heb mijn droom samen gevoegd met mijn eigen
verhaal. Ik hoop dat het wat word, en tips kan ik ook zeker gebruiken

ben benieuwd hoe jullie het eerste stukje vinden

veel leesplezier !
Citaat:1.
'Alles laat ik achter,' zucht Marissa zachtjes. 'Mijn vertrouwde omgeving, mijn school, mijn vriendinnen, mijn oude huis..'
Even slikt ze, dit werd de laatste keer in haar oude, vertrouwde huis.
Gisteren had ze nog met Ilse afgesproken voor het afscheid.
'Jou zal ik nooit meer vergeten , nooit meer', Marissa pakt de foto van haar nachtkastje waar zij en haar vriendin samen lachend opstaan.
Bij jou kon ik altijd zijn, als ik het moeilijk had, kon ik bij jou altijd terecht.
Ze legt de foto in haar koffer en haar laatste blik in haar kamer is gedaan,
dit is haar kamer vanaf nu niet meer.
Bij elke stap die ze zet heeft ze moeite om niet terug te gaan, maar ze heeft geen keus, ze zal moeten.
Met haar vader mee, naar het nieuwe huis, waar ze niemand kent, waar ze bij niemand terecht kan.
Als ze dan eindelijk buiten staat, voor de deur van haar huis, hoort ze iemand naar haar toe rennen.
Het is Ilse. Ze slaat haar armen om haar heen. 'Ik zal je missen meid,' zegt ze zacht.
'Ik jou ook'. Ilse kijkt Marissa aan. 'Als het echt niet gaat dan,..dan kun je altijd nog steeds naar me toekomen'.
'Dat zal niet gaan, mijn vader houd me steeds vaker in de gaten, ik kan niet zomaar de trein pakken en naar je toe komen,
dat kan echt niet'.
'We blijven contact houden, dan kan ik altijd mijn moeder vragen om je op te halen wanneer het niet meer gaat'.
'We zien wel'. Ze werpt haar blik op Ilse, ze heeft het er duidelijk ook moeilijk mee,
maar ze heeft geen idee hoe zij er nu op dit moment mee zit. Over misschien een paar minuten heeft ze alles voorgoed hier
afgesloten. Voorgoed.
Ze zit in de auto, schuin achter haar vader. Ze kijkt uit het raam, ze denkt aan wat er komen gaat.
Haar nieuwe huis staat naast een camping, waar ze gratis alle activiteiten mag volgen.
Dat zal haar nieuwe schuilplek worden, tenminste, dat hoopt ze.
Als ze eenmaal honderdvijftig kilometer zijn verwijderd van haar oude bestemming, ziet ze haar nieuwe woonplaats al op het bord staan, ze zijn er bijna.
Het is hier wel mooi,
vanaf de camping kun je zo naar het strand en het bos, waar ze waarschijnlijk vaak te vinden zal zijn.
Als de auto stopt krijgt ze het benauwd. Ze zijn er.
Haar vader kijkt haar streng in de ogen, die dodelijke blik kent ze uit duizenden, ze moet nu goed opletten.
'Pak je koffer', zegt hij kortaf. 'En neem die van mij ook mee, ik ga de camping verkennen'.
'Mag ik niet mee?' Ik kijk mijn vader aan.
'Nee, jij gaat eerst maar eens het huis in orde maken, dan kun je zelf daarna wel even kijken'. Ze kijkt haar vader na,
eigenlijk had ze ook helemaal geen zin om met haar vader de camping te bekijken.
De stemming zal er niet vrolijker van worden en ze kijkt naar de koffers in de kofferbak.
Met een diepe zucht haalt ze de koffers er uit en sorteert ze de spullen nauwkeurig in het huis.
Ze mag geen fouten maken, bij alles wat ze doet moet ze nadenken.
Als ze opeens haar vader ziet aanlopen raakt ze gestrest.
Is hij nu al terug? Het is hier nog een enorme bende!
Snel probeert ze de laatste dingen die nog in de koffers lagen op te bergen, maar dat had nog weinig resultaat
toen haar vader binnenkwam.
'Nog niet klaar dus?' Mijn eigen vader kijkt me streng in de ogen. het voelt of ze geen adem meer kan krijgt.
Geen woord kan er meer uitkomen, het kan niet meer uit haar keel.
'Zeg dan wat, nou? Wat doet die bende hier nog?' Haar vader komt steeds dichterbij.
Wat moet ze doen? Waar kan ze heen? Maar ze kan niet meer vluchten. Haar vader heeft haar al vastgepakt en de eerste klap heeft hij al uitgedeeld.
'Mij al het werk willen laten doen hè? Te lui wezen om iets voor me te willen doen hè? Lui varken dat je der bent!'
Melissa voelt haar borstkas gloeien, haar hoofd bonkt, nadenken kan ze niet meer, laat staan gillen om hulp.
Haar arm word stijf vast geknepen, ze kan nergens meer heen en kan de klappen niet ontwijken.
Wanneer haar vader haar loslaat en naar buiten loopt kan ze weer een beetje rustig ademhalen.
Ilse is er niet meer die haar op kan pikken, nu staat ze er alleen voor.
Helemaal alleen.
Wanneer ze alles op haar plaats had gezet in haar nieuwe huis, ging ze de camping verkennen.
Het zag er allemaal lux en verzorgd uit. Er waren veel van haar leeftijd, dat maakte haar zorgen weer wat minder.
Toen ze van de schrik weer kon opstaan is ze gelijk gaan kijken hoe erg het er dit keer aan toe was.
Gelukkig had ze alleen een bloeduitstorting bij haar arm,omdat die zo werd vast geknepen en haar borstkas
was verder alleen maar een beetje pijnlijk.
Ze is er nog goed van afgekomen dus.
Ze kijkt in het rond, je kunt hier s' avonds veel doen in de vakantie, daar heeft ze nu dus geluk mee.
Nog zeven weken alleen met haar vader thuis zitten zal ze niet vol houden.
Bij het restaurant van de camping staan allemaal advertenties van baantjes die je hier op de camping kunt krijgen,
maar ze is veel meer geïnteresseerd in de poster van 'het jeugdhonk'.
Ze leest de regels die erbij staan. “Ben je tussen de dertien en achttien jaar en houd je
van een beetje gezelligheid? Elke dag ben je welkom in ons jeugdhonk. je mag zo naar binnen lopen.”
Marissa kijkt op haar horloge, het is al vijf uur. Over een uur moet ze echt al terug zijn,
misschien kan ze zich eerst alvast snel even voorstellen?
Ze kijkt op het richtingbord, het jeugdhonk is hier dus vlak bij, qua tijd zal het wel lukken.
Maar zal ze het wel durven? Even aarzelt ze, straks mogen ze haar niet?
Misschien vinden ze haar maar een stom tutje. Ach wat maakt het ook allemaal nog uit, ze gaat gewoon!
Ze staat voor de deur van het jeugdhonk, zal ze het echt durven? Ze pakt de deurknop vast,
1,2,3 en..'Hallo?' Ze kijkt om zich heen, er zitten twee jongens op de bar krukken,
de gezichten draaien zich naar haar toe.
'Eh, hallo, jij bent zeker de nieuwe bewoonster van dat huis naast de camping, ik ben Troy en dat is Jasper.'
Marissa knikt. 'Klopt ik ben die nieuwe, ik zag dat jullie soort club hadden en ik wou me dus even voorstellen'.
'Een nieuwe, dat word gezellig, momenteel zijn er niet meer zo veel hier op de camping te vinden.'
Jasper en Troy komen op haar af lopen. Even vergeet Marissa alles om haar heen, wanneer ze Troy
steeds dichterbij ziet komen . Mooie felle blauwe ogen die naar haar kijken, blond warrig haar en een lieve lach.
'Hoe heet je eigenlijk? Misschien wel handig als we je naam ook weten' Troy kijkt haar aan.
Ze voelt dat er iets is met Troy, hij kijkt opeens zo onzeker. Zou dat door haar komen? Mag hij haar niet? 'Ik eh, ik heet..Marissa.'
Marissa werpt gelijk weer haar ogen op Troy, wanneer hij opkijkt kijkt ze snel naar Jasper die haar uitnodigt
om vanavond nog even een keer langs te komen. nadat ze een tijd afgesproken hadden
zei ze gedag en liep de club uit.
Op weg naar huis bleef ze maar denken aan Troy, die opeens zo raar afzonderlijk keek.
Zou ze vanavond wel komen? Maar als ze dan weer terugdenkt aan die lieve lach en die blauwe
felle ogen kan ze al niet meer wachten tot het avond is. Natuurlijk gaat ze!
Als ze voor haar huis staat bedenkt ze weer hoe het vanmiddag er aan toe ging, en ze loopt gespannen het huis binnen.
volgende delen volgen natuurlijk nog

