Dit topic is niet typisch UK, maar in overleg met de mods hier geplaatst.
Sinds kort maak ik zelf (een deel van) mijn eigen kleding. Als ik mensen er over vertel hoor ik steeds weer: “Dat je dat kan!” “Wow, dat is vast heel moeilijk” “Knap van je, ik zou dat nooit kunnen”. En dat terwijl het eigenlijk helemaal niet moeilijk is. In dit topic wil ik laten zien hoe makkelijk kleding maken eigenlijk is. Het T-shirt dat ik ga maken is mijn 3e zelfgemaakte kledingstuk.
Stap 1: Zorg dat je wat basisbenodigdheden in huis hebt. Een naaimachine, scherpe schaar, potlood, overtrekpapier, spelden en een tornmesje heb je sowieso nodig. Als je nog nooit zelf iets gemaakt hebt is het verstandig eerst wat te oefenen met de naaimachine onder begleiding van iemand die het al kan. Een naaimachine is simpeler dan het lijkt, maar je moet even weten hoe het werkt. Als je netjes rechte naden kan stikken, kan je ook kleding maken.
Stap 2: Koop een zelfmaakmode tijdschrift, bijvoorbeeld de Knip of de Burda. In deze tijdschriften staan patronen van kleding. Als je erg handig bent kan je ook zelf patronen tekenen, maar voor beginners zijn de tijdschriften heel handig.
Stap 3: Kies een leuk, maar simpel patroon uit. De Knip heeft een stippensysteem, patronen met 1 stip zijn het makkelijkst, 2 stippen iets moeilijker enzovoorts. Voor je eerste kledingstuk is een patroon met 1 stip het handigst. Dit zijn patronen zonder bijvoorbeeld ritsen en knopen. Het is misschien niet het allermooiste ooit wat je gaat maken, maar je eerste kledingstuk is toch vooral om te oefenen.
Kies patroon uit waarvoor je geen rekbare stof nodig hebt(bij de werkomschrijving staat welke stof je het best kan gebruiken), rekbare stof is moeilijker met verwerken dan niet-rekbare stof.
Hoeveel stippen een patroon heeft, welke stof je het best kan gebruiken etc staat in de werkomschrijving. Dit is een (deel van) de werkomschrijving die ik gebruik.
http://www.plaatjesupload.nl/bekijk/2009/11/11/1257945455-20.jpg
Stap 4: Bepaal je maat. De maat die zelfmaakmode tijdschriften gebruiken is niet altijd hetzelfde als de gewone confectiematen. Laat iemand je helpen bij het opnemen van je maten, als je het alleen doet meet je vaak scheef en kom je niet op de goede maten uit. In het tijdschrift staat een tabel waarin staat wat je moet opmeten, waar je precies moet meten en hoe dat uitkomt in de kledingmaten die zij aanhouden. Kijk ook naar de lengtemaat! De Knip bijvoorbeeld gaat uit van iemand met een lengte van 1,68. Ben je kleiner of groter dan zal je de patronen misschien moeten verkorten of verlengen.
Stap 5: Koop stof. In het tijdschrift wat je gebruikt staan bij de patronen meestal tips voor welke stof je het best kan gebruiken, en hoeveel stof je nodig hebt voor welke kledingmaat. Koop het liefst een effen stof of een stof met een wild patroon, met een net patroon zoals bijvoorbeeld streepjes zie je sneller als het iets scheef zit. In het tijdschrift staat ook welke fournituren je nodig hebt. Daarnaast is het handig om tegelijk met het kopen van je stof ook garen te kopen, dan weet je zeker dat de kleuren bij elkaar passen.
Voor een beginner is stof zoals fleece makkelijk, omdat het niet rafelt en bijna niet rekt.
Stap 6: Zoek het juiste patroonblad op in het tijdschrift, dat staat bij de werkomschrijving. Zo’n patroonblad kan er heel lastig uitzien, maar na even puzzelen valt het meestal wel mee. Bij de werkomschrijving staat welke patroondelen je nodig hebt, daarbij staat een zoeknummer. Zoek het goede nummer op op het patroonblad. Hier onder zie je hoe een patroonblad er uit ziet.
http://www.plaatjesupload.nl/bekijk/2009/11/11/1257945382-790.jpg
Stap 7: Leg je overtrekpapier op het patroonblad en neem de patroondelen die je nodig hebt over op het overtrekpapier. Let erop dat je de goede maat overneemt, meestal staat aangegeven bij de werkomschrijving (en op het patroonblad) welke lijn je moet volgen voor welke maat. Neem ook alle extra tekentjes, tekst etc over op je overtrekpapier, en schrijf er op welk patroondeel het is. Als het patroon fijn is kan je het nog een keer gebruiken, maar dan moet je uiteraard wel weten wat alles is.
Ik schrijf er op welk tijdschrijft, maand, jaar, patroonnummer en patroondeel het is (bv: Knip, oktober 2009, trui 10, patroondeel 15) zodat ik het later makkelijk terugvind in een stapel patronen.
Hieronder zie je het patroondeel overgetekend op het overtrekpapier met alle tekentjes en aanduiding welk patroondeel het is.
http://www.plaatjesupload.nl/bekijk/2009/11/11/1257945486-240.jpg
Stap 8: Knip je patroondelen uit het overtrekpapier.
Stap 9: Speld je patroondelen vast op je stof. Bij de werkomschrijving staat hoe je de patroondelen op de stof moet leggen, houd je daar ook aan! Zo weet je zeker dat het patroon dat op de stof staat overal de goede kant op zit (en niet bijvoorbeeld lengtestrepen op de rug en breedtestrepen op je buik) en ook dat de stof overal dezelfde kant op rekt (als je rekstof gebruikt).
Vaak wordt de stof dubbelgevouwen voor je de patroondelen er op speld. De kant waar de vouw zit heet de stofvouw, de andere kant (met de twee losse delen) heet de zelfkant. Meestal moet je een (of meer) patroondelen aan de stofvouw vastspelden, speld dan echt op de vouw. De meeste patroondelen zijn maar de helft van, bijvoorbeeld, een voor kant van een T-shirt. Door het op de stofvouw te spelden heb je als het uitgeknipt is de hele voorkant, en zijn de linker en rechterkant identiek. Op de foto hieronder zie je een patroondeel dat ik gebruik vastgespeld op de stofvouw.
http://www.plaatjesupload.nl/bekijk/2009/11/11/1257945510-920.jpg
Stap 10: Knip je stof uit. Bij de werkomschrijving staat of je nog naden moet aanknippen of niet, meestal moet dit. Je knipt dan ruim om het patroon heen, zodat je aan alle kanten nog een centimeter of 2 over hebt. Dat randje gebruik je om de naden te maken.
http://www.plaatjesupload.nl/bekijk/2009/11/11/1257945559-270.jpg
De volgende stappen volgen binnenkort

). Ik ga het zeker volgen.



). Voor je daadwerkelijk je kledingstuk in elkaar gaat zetten is het handig om een proeflapje te maken. Neem een reststukje van dezelfde stof als je kledingstuk, vouw het dubbel en naai het aan elkaar. Is de naad netjes (geen lussen, stof niet naar elkaar getrokken/gerimpeld) dan kan je je kledingstuk gaan naaien. Zo niet, probeer wat te veranderen aan de instellingen van je naaimachine, bijvoorbeeld de bovenspanning of steeklengte en probeer het nog eens. Net zo lang tot je werk er netjes uitziet.


Ook met breien kan je tegenwoordig heel veel leuke dingen maken, maar dat is weer wat anders