
Read & enjoy!
Deel 1
Citaat:Als ik wakker word houd ik mijn ogen nog even dicht. Ik probeer wat meer van de deken te pakken te krijgen, maar er wordt weerstand geboden. Verbaasd open ik toch mijn ogen en zie ik jou daar liggen.
Ik stap in de tram en prop me tussen wat mensen door om te gaan zitten. Een deur verder stapt een vrouw op leeftijd in. Terwijl ze zich met moeite door de mensen heen gewrongen krijgt zoekt ze naar een zitplaats. Ik kijk om me heen, naar de mensen die ook zitten. Het wordt al snel duidelijk dat zij niet van plan zijn om op te staan. Ik schud mijn hoofd en sta op. De vrouw bedankt me en neemt rustig plaats.
De jongen die tegenover me zat spreekt me aan. ‘Fijn om te zien dat er nog mensen met manieren zijn’ zegt hij met een knipoog. De tram stopt en de deuren gaan open.
‘Zou je eens een voorbeeld aan moeten nemen, aso’ zeg ik terwijl ik weg loop.
Ons kleine keukentje staat vol met tassen. Afval, boodschappen, oud papier, glas, plastic. Als mijn zus, Nadia, thuis komt en het rampgebied ziet begroet ze me en loopt ze lachend weer weg. Zij heeft d’r zaakjes op orde, houdt alles netjes en heeft het onder controle. Ik ben iets chaotischer, maak veel troep en vergeet regelmatig waar ik ook alweer mee bezig was.
Maar aangezien het mijn beurt is om te koken vandaag mag ik ook zelf weten hoe. Het gaat niet om de weg er naar toe, het gaat om het eindresultaat!
Terwijl de lasagna in de oven staat ruim ik de keuken op, schenk ik twee glazen wijn in en ga ik even bijpraten. Nadia is druk bezig achter haar computer en leunt zuchtend achterover als ik haar glas wijn op tafel zet.
‘Zware dag zusje?’ vraag ik haar terwijl ze een flinke slok neemt.
‘Een moeilijk gesprek gehad met klanten, het ontwerp was niet wat ze wilden zien.’
Als ik het eten opschep legt ze me uit wat de opdracht was, wat ze in gedachte had en hoe ze het heeft uitgewerkt. Ze werkt bij een reclame bedrijf, ontwerpt op opdracht. Iets waar ze goed in is, maar waar ze wel voor in de stemming moet zijn.
Samen zijn we aan het brainstormen als mijn telefoon gaat. Mandy.
‘Roept u maar!’
‘Ja eh. Ik heb vandaag een nieuwe outfit gekocht dus we gaan vanavond een terrasje pikken. Hoe laat ben je bij mij?’
Ik schiet in de lach en roep een tijd. Mandy en haar spontane acties ook altijd.
Sinds ik in Rotterdam woon kunnen we een stuk beter met elkaar opschieten dan voorheen. Ik kom uit Eindhoven, woon hier nog niet zo lang. Mijn zus wel. De afgelopen jaren heb ik hier dus ook genoeg nachten door gebracht. Drie jaar terug leerden Mandy en ik elkaar kennen op de verjaardag van een gezamelijke vriendin. Daar konden we leuk praten, maar het was niets bijzonders. Een paar weken erna was ik min of meer verdwaald geraakt in Rotterdam toen ik boodschappen aan het doen was. Mandy heeft me toen thuis gebracht en samen hebben we gekookt en gegeten. Toen het ijs eenmaal gebroken was waren we niet meer te stoppen. Het nadeel was altijd dat het zoveel moeite koste om af te spreken. Zij naar Eindhoven of ik naar Rotterdam? Nu ik hier woon is dat probleem verleden tijd en zien we elkaar dagelijks.
Ik sta op het stadhuisplein op haar te wachten, iets wat regelmatig voorkomt. Wachten op Mandy bedoel ik. Ze heeft niet zo’n goed tijdsbesef.
Tien minuten na de afgesproken tijd zie ik haar aan komen lopen. Ik spot nieuwe pumps en een heel zomers jurkje waar haar figuur goed in uitkomt. Ik besef me dat ik met mijn ballerina’s, shortje en polo misschien de verkeerde keuze gemaakt heb. Ook dat komt regelmatig voor als ik bij Mandy ben.
Samen speuren we de terrasjes af naar een tafeltje. Als we een stelletje weg zien lopen sprinten we er naar toe en bezetten we het tafeltje net op tijd. Lachend bestellen we iets te drinken en Mandy begint meteen verhaal te doen.
Een paar uur en een paar wijntjes later begint het terras leeg te lopen. We hebben beide nog geen zin om naar huis te gaan dus besluiten we om de kroeg in te duiken. Mandy staat er op dat zij de rekening betaalt. Zij woont met haar vriend samen. Hij werkt fulltime, zij volgt hier en daar een college, werkt af en toe en betaalt verder vrij weinig. Gelukkig beseft ze wel dat mijn rekeningen niet vanzelf betaald worden en betaalt ze dit soort dingen daarom regelmatig.
Terwijl we naar de kroeg slenteren bedank ik haar en beloof ik haar een lekkere cocktail. Als we bij de kroeg zijn loop ik regelrecht naar de bar. Ik probeer tussen wat jongens door te glippen om eerder aan de beurt te zijn, maar daarbij stoot ik bijna iemand van om. De jongen draait zich om en ik kijk in een bekend gezicht. Zo gauw de jongen breed glimlacht herinner ik me hem. De jongen uit de tram, de jongen die gewoon bleef zitten.
‘Jij weer?’
Ik trek mijn wenkbrauw op en kijk hem vragend aan. Hij lacht erom, draait zich om, leunt naar de bar toe en draait zich dan weer naar me toe. In zijn hand heeft hij twee krukken. Ik kijk naar beneden en zie onder zijn short een knieband tevoorschijn komen.
‘Daarom gaf ik je een compliment vanmiddag’ zegt hij lachend.
Ik word knalrood en weet even niet waar ik moet kijken. Hij steekt zijn hand uit.
‘Mark. En het is je vergeven hoor. Omdat je excuses zo welgemeend zijn!’
"De namen die genoemd worden en de dingen die gebeuren zijn verzonnen (al ligt er wel vaak een waarheid achter)."
Deel 2
Citaat:Als ik naar je kijk smelt ik. Zo lief als je daar ligt, zo voldaan. Ik wens dat we voor altijd zo kunnen blijven liggen, maar je doet je ogen al open. Zoals je me aankijkt. Die blik zegt meer dan 1000 woorden.
‘Laura. En sorry! Het spijt me echt.’
‘Ik begrijp wel dat mijn opmerking verkeerd over kwam hoor’ antwoord Mark lachend.
Ik kijk naar de grond en probeer zo mijn schaamte te verbergen.
Hij lacht, duwt mijn kin met zijn vinger omhoog en kijkt me aan.
‘No hard feelings! Wat wil je drinken?’
Ik glimlach verlegen en leg hem uit dat ik Mandy een cocktail beloofd had. Als ik haar aan wil wijzen zie ik dat ze druk in gesprek is met de eigenaar van de kroeg. Die is nog wel even zoet.
Als Mark mijn rosé aan het bestellen is bekijk ik hem aandachtig.
Hij is langer dan ik, 1m90 denk ik. Brede schouders, terwijl zijn heupen maar smal lijken. Sterke kaaklijn, fijne jukbeenderen, normale neus. Hij ziet er eerlijk uit, waarschijnlijk door de blik in zijn ogen. Hij sport veel, dat is duidelijk te zien aan zijn afgetrainde lijf.
Hij geeft me mijn rosé en vraagt of ik mee buiten ga zitten, zodat we een normaal gesprek kunnen hebben. Zoekend naar Mandy kijk ik om me heen. Ze zit nog steeds met de eigenaar in een hoekje, wild gebarend, te praten.
Terwijl ik met Mark naar buiten loop sms ik haar waarom ik naar buiten ben en dat ze me moet bellen als ze me nodig heeft.
Mark blijkt inderdaad een sportieve jongen. Zowel voetbal als basketbal als fitness. Zijn kniebanden zijn dankzij het voetballen gescheurd. Hij verteld er over alsof het niets is, maar ik merk dat het een huge deal is.
We praten over van alles en nog wat. Zijn studie, werk, vrienden, uitgaan. Mijn studie, verhuizing, Eindhoven, op jezelf wonen. Om kwart over twee gaat mijn telefoon, Mandy.
Als ik opneem steekt ze meteen van wal.
‘Hey chick! Ik ben net thuis, denk, bel even om je dat te laten weten.’
Mijn mond valt open van verbazing.
‘Thuis? Ik zei dat je me moest bellen als je me nodig had!’
‘Ja haha, ik heb je toch niet nodig gehad!’
Typisch Mandy.
‘Ja Men, nu kan ik dus alleen naar huis fietsen? Ben ik niet zo’n fan van je, dat weet je!’
‘Die gozer waar je mee zat te praten, die fietst vast wel mee!’
‘Men. Die gozer heeft z’n kniebanden gescheurd, die fietst voorlopig nergens naar toe.’
Boos hang ik op. Mark heeft in de gaten wat er aan de hand is. Hij besteld nog een rosé, beloofd me dat ik veilig thuis kom en praat verder over ons laatste onderwerp.
Rond half vier heb ik het wel gehad. Als ik vraag waar Mark woont blijkt dat dichtbij de markt te zijn. Jammer genoeg schiet ik daar niets mee op, aangezien ik aan de andere kant van het centrum woon.
Hij pakt zijn telefoon, belt, laat ‘m één keer overgaan en hangt vervolgens weer op. Nog geen vijf minuten later komt er een kerel naar buiten, een vriend van hem neem ik aan.
‘Kan je haar fiets straks meenemen? Als jullie vertrekken?’
‘Natuurlijk, no problem!’
‘Thanks! Veel plezier nog, wij gaan! Bye!’
Als ze elkaar een hand gegeven hebben houdt de kerel zijn hand op, waar ik vervolgens mijn fietssleutel op leg. Nog voordat ik hem bedanken kan loopt hij weg.
Mark staat op, pakt zijn krukken en loopt weg van het terras.
‘Eh Mark? Waar gaan we naar toe?’
‘We lopen naar de straat! Dan pakken we een taxi. Die rijden het marktplein niet op he!’
‘Een taxi? Hoe kom jij thuis dan?’
Hij stopt even, kijkt me aan en lacht.
‘Als je het niet erg vind stap ik ook in die taxi?’
Ik blijf staan, kijk hem vragend aan en wacht op antwoord.
‘Don’t worry! We rijden eerst langs jouw appartementje en dan rijd ik door!’
‘Maar dat is hartstikke om!’
‘Ik had toch beloofd dat je veilig thuis zou komen, of niet dan?’
Hij grinnikt en loopt vervolgens weer door. Zover je het lopen kan noemen dan. Zijn slechte been gebruikt hij alleen om lichtjes mee af te zetten. Iedere pas die hij zet zie ik de spieren in zijn armen aanspannen. De manier waarop hij loopt is zwaar, dat weet ik uit ervaring. Toch lijkt hij het moeiteloos te doen, hij geeft geen kik en zijn tempo ligt vrij hoog.
Binnen no time heeft hij een taxi te pakken en rijden we richting mijn appartement.
‘Vind je het niet vervelend? Die krukken?’
‘Je went er aan. En zo merk ik er bijna niets van. Alleen het niet mogen sporten vind ik vervelend. Dat gaat gewoon niet, dat los je ook niet op met een stel krukken.’
Hij wend zijn blik af en kijkt naar buiten.
Ik begin te vertellen over mijn verleden met krukken, alle kleine ongelukjes waardoor ik steeds iets had.
Voor ik het in de gaten heb stopt de taxi voor mijn gebouw.
Ik bedank Mark en geef hem drie kussen. Als ik uitgestapt ben draai ik me naar Mark toe.
‘Bel me maar als je tijd over hebt!’
Ik geef hem een servetje met daarop mijn nummer. Ik kijk hem nog een keer aan en gooi dan het portier dicht. Leuke jongen.
