Onafgemaakte verhalen inderdaad, omdat ik door een combinatie van writer's block, white page fear én faalangst nooit echt verder kom dan de eerste pagina.

Máár, ik ga mezelf maar eens inhet diepe gooien en kijken wat jullie er van vinden, en misschien, hopelijk vind ik dan eens de moed omdoor te schrijven.
Dit verhaal was ooit eens begonnen als een spontane ingeving, inmiddels is het uitegroeid tot een actieve rpg die ik samen met een vriendin gaande hou. Ik had ooit eens de ambite het verhaal eens in echt verhaalvorm te zetten, maar door alle faalangstige ideeën die mij altijd pesten er nooit wat van gekomen.
Behalve dan dit stukje. Het verhaal is geschreven vanuit Lena Stanson's point of view. Een jonge Amerikaanse meid, woonachtig in London, grote mond en nog groter hart die droomt over het bestaan van free-lance fotograaf. Op een avond krijgt ze een tip binnen, die ze besluit aan te nemen. Alleen aangekomen op de lokatie neemt haar leven een ongelooflijke wending...
En als waarschuwing; het is inderdaad een verhaal met fantasy-tinten.

~*~
Werktitel;
Imogan; 't Verhaal van de Draak (Tale of the Dragon)
17:58 pm
De irritante ringtone van mijn mobieltje liet mij ongegeneerd weten dat iemand mij probeerde te bereiken.
Dat het mij totaal even niet uitkwam interesseerde het ding helaas niet.
Het snerpende geluid vernietigde de relaxte, harmonieuze sfeer die ik met zoveel zorg in mijn appartementje had weten te creëren, en ik liet een gefrustreerde zucht horen.
Dankzij het verschrikkelijke rotgeluid leken al mijn zorgvuldig geplaatste waxinelichtjes en kaarsjes opeens volslagen nutteloos. Daar ging mijn met zorg geplande avondje vol yoga en zen.
Ik rolde van mijn rubberen matje, zocht knarsetandend naar de lichtknop van mijn woonkamer. Ik had zo’n ontiegelijke spuughekel aan het deuntje, die ironisch genoeg de titel ‘brilliant’ had meegekregen van zijn makers. Maar helaas was het het enige deuntje dat er voor scheen te zorgen dat ik nooit een oproep miste.
En een telefoontje missen, dat was helaas een ramp voor een freelance fotograaf die persé een appartement wilde hebben in het hartje van London. Maar wat kon ik zeggen, ik was gek op mijn stekkie, in een mooie groene straat, met een pizzeria om de hoek en nog geen honderd meter van het metrostation van Hyde Park Corner vandaan.
Ik hield van elke centimeter, maar de huur was moordend. Zelfs met de zeer welkome donaties van mijn gruwelijk rijke ouders.
Oké, dat viel ook wel weer mee. Ik had gewoon een beetje op hun schuldgevoel ingewerkt omdat ik hier in mijn eentje in London woonde, terwijl zij het lekker ‘makkelijk’ hadden in the States. En omdat ze op mijn veertiende waren gescheiden. En omdat mijn vader op mijn vijftiende liet weten dat hij toch homo was. Vooral dat laatste kon af en toe heerlijk van pas komen.
Helaas had ik ze niet zo ver kunnen krijgen dat ze de hele huur voor me betaalden, het had iets te maken met de verantwoordelijkheid die ik als tweeëntwintig jarige moest hebben, maar met hun maandelijkse donaties kwam ik al een heel eind.
Maar de huur die nog betaald moest worden was wel een perfect legitieme reden waarom ik met gevaar voor eigen leven in mijn flapperende wikkelbroek over de waxinelichtjes heen vloog om dat stomme piepende ding te zoeken.
Want elk telefoontje kon een nieuwe opdracht zijn, en een nieuwe opdracht bracht geld in het laatje en brood op de plank. Geld betekende dat ik nog een maandje in mijn geweldige appartementje kon leven.
Ik struikelde over mijn wapperende broek, (slim Lena, slim) waardoor ik mijn teen tegen de bank stootte (auw!), gooide per ongeluk een kop met groene thee om (oliebol, oliebol, oliebol!) maar vond uiteindelijk het schreeuwende ding op de plank in de slecht verlichtte keuken.
Perfect logische plaats overigens, ik had het daar neergelegd toen ik mijn avondeten had klaargemaakt; spaghetti met ketchup. Favoriet bij uitstek als ik geen zin had om te koken. Ik was er alleen zo aan verknocht dat ik totaal was vergeten mijn mobieltje in de woonkamer neer te leggen.
Niet slim, niet slim. Maar het leek erop dat ik een erg koppige beller aan de lijn had; mijn mobieltje bleef gelukkig overgaan totdat ik het uitgeklapte en tegen mijn oor legde.
De beller was anoniem, er stond zelfs geen telefoonnummer in het kleine schermpje. Het wakkerde uiteraard mijn nieuwsgierigheid aan, zoals het bij iedereen zou doen, maar ik kon niet helpen een beetje achterdochtig te worden. Voor hetzelfde geld was er niks aan de hand, maar het kon geen kwaad om mijn begroeting iets simpeler te houden dan normaal;
“Hallo?”
“Miss Stanson?”
“Ja?” Vooral niet meer zeggen dan nodig is, vertelde ik mezelf terwijl mijn hersenen overuren maakten om uit te vinden of ik de stem aan de andere kant van de lijn herkende. Het was een man, een jonge man. Een enthousiaste jonge man, wat mij bij voorbaat al cynisch maakte.
“Het spijt me dat ik u zo laat bel, maar ik heb iets dat u misschien wel wilt weten.”
Natuurlijk had hij dat. Het zou een keer niet zo zijn. Ik snoof, zette alvast een sceptische toon in, maar mijn vrije hand zocht al naar een notitieboekje en een pen. Het zou niet de eerste keer worden dat ik zogenaamd een ‘tip’ kreeg, die uiteindelijk van een concurrent kwam die mij van de daadwerkelijke actie vandaan had willen houden. Daarom had ik mezelf beloofd dat ik niet op elke wissewasje, elke mogelijke tip in te gaan.
“Hoe kom je aan mijn telefoonnummer?”
Maar dat betekende natuurlijk niet dat ik totaal ongeïnteresseerd was in hetgeen wat hij mij mogelijk wilde vertellen. Ik had er een hekel aan om besodemieterd te worden, maar ik haatte het nog meer wanneer de concurrentie een goede tip onder mijn neus vandaan jatte omdat ik had besloten dat het ‘niets’ was.
“Duh, Ik heb je telefoonnummer van het internet af gehaald.”Aï. Oké, één nul. Hij was slim, ik was dom. Ik had mijn telefoonnummer enkele weken terug op een site van freelance fotograven gezet in de hoop dat ik vaker gebeld zou worden. Goed zo Lena, je had jezelf zojuist van je slimste kant laten zien.
“Je maakt geweldige foto’s trouwens, maar dat is niet waarom ik bel.”He jammer, geen heimelijke fan die stiekem een afspraakje met me wilde.
“Wie bent u?”
“Hey, hey. Ik heb het recht om anoniem te zijn nietwaar?”Jammer, geen toehapper. Blijkbaar had ik te maken met iemand die dit vaker had gedaan. Ik beet mokkend op mijn tong en leunde tegen het keukenblad. Hij had mijn interesse, helaas.
“Ja, natuurlijk…”
“Goed, dan blijf ik dat. Maar luister, ik heb iets dat je waarschijnlijk wel wilt horen.”
Goed, oké. Hij had dus wel iets wat mijn nieuwsgierigheid had geprikkeld. Het gesprek was binnen vijf minuten afgelopen, maar het had me enthousiast genoeg gemaakt om spontaan mijn yogasessie af te breken, vliegensvlug alle waxinelichtjes uit te blazen en halsoverkop naar mijn slaapkamer te rennen om me om te kleden.
“Weet je wel, die ene fabriek niet ver van Gunnersbury vandaan? Verlaten, oud, overgroeid met klimop? Best creepy…”
“Nee?”
“Maakt niet uit. Ik geef het adres zo, je komt er wel.”
“Waarom?”
“Heb geduld! Ik leg het zo uit!”
Met mijn mobiele telefoon in één hand, terwijl ik met een taxibedrijf een taxi probeerde te regelen, probeerde ik met de ander mijn broek omhoog te hijsen. Ik had het geluk dat ik van baggy broeken hield die lekker makkelijk op te hijsen waren, maar helaas ging het dichtknopen met één hand niet zo simpel als ik had gehoopt.
“De laatste tijd horen mensen rare geluiden rond die fabriek. Niet vaak, maar ik heb ze ook gehoord. Vooral ’s nachts.”“Gozer, heb je wel eens aan dieren gedacht? Denk je niet dat je een beetje ovedr…-“Ik trok een oncharmant slobberende T-shirt over mijn hoofd, gevolgd door de rode sweater die ik al twee dagen aan had gehad. Ik ging niet naar één of andere dure bijeenkomst dus ik zag het nut er niet van in schone kleren aan te trekken.
“Nee, wat ik gehoord hebben waren absoluut geen dieren. De meeste geluiden niet tenminste. Wil je horen wat ik denk?”
“Ga vooral je gang, ik hang toch al aan de lijn.”
Ik had mazzel, na wat gesmeek, gemopper en gezeur kreeg ik te horen dat er een taxi in de buurt was die binnen een half uur voor mijn deur kon verschijnen.Best wat als je bedenkt dat de meeste taxi’s in London twee uur nodig hebben om bij hun bestemming aan te komen.
“Ik denk dat iemand zich daar verschuilt. Criminelen of zo.”
“Waarom heb je dat zelf niet gecheckt?”
“Hey, ik weet het niet zeker hè. Dat is deels waarom ik anoniem bel. Ik heb een reputatie die ik in ere moet houden. Het andere deel is omdat ik gewoon een angsthaas ben, en omdat je me toch niet kent, durf ik het best toe toegeven.”
“Je intelligentie verbaasd me…”
“Ik weet het, ik ben hilarisch. Zul je er naar kijken?”
“Ik beloof niets…”
“Mooi, je doet het dus. Ik zal je het adres geven…”
~*~
De rest moet ik nog vertalen uit het engels, maar dit heb ik in iedergeva.
Ik ben er benieuwd wat jullie van de opbouw vinden en de manier waarop de personage word gepresenteerd. Tips en advies geven mag, maar hou het vriendelijk natuurlijk.
Ik ben helaas nog geen doorgewinterde bikkelharde auteur die professioneel kritiek kan aanvaarden. 
Barst maar los.


*neemt het mee in rugzak*




) 