Wat een ontzettend fijne reacties weer! Voor nu een wat minder lang stukje, ben zelf vooral zaken aan het onderzoeken zodat het waarheidsgetrouw in het verhaal komt en dat neemt veel tijd in beslag
De lucht in de rechtszaal voelt zwaar en dik, alle stemmen lijken onderdrukt. Ik zit aan de zijkant op een stoel die gereserveerd is voor getuigen die mogelijk gehoord gaan worden. Mijn handen liggen in elkaar gevouwen op mijn schoot, mijn knokkels wit van de spanning. De deur zwaait open, meteen maakt mijn hart een sprongetje door het silhouet van Niels dat ik herken. Hij heeft een donkerblauwe blouse aan, zijn handen geboeid, maar losjes voor zich. Hij wordt begeleid door twee agenten, elk aan weerszijden van hem. Zijn ogen glijden door de zaal voordat ze mijn ogen ontmoeten. Ik heb hem voor de zitting welgeteld één keer mogen bezoeken, waarbij hij me amper aan heeft durven kijken. Vandaag kijkt hij me doordringend aan en het lijkt of ik hem weer een klein beetje herken. De oude Niels, voordat alles naar de paasei ging. De deur gaat een tweede keer open. Ik krimp ineen als ik haar binnen zie lopen, strakke zwarte jurk, haar blonde haren netjes opgestoken en haar gezicht zorgvuldig opgemaakt. Met een arm houdt ze haar andere arm vast als ook zij de zaal bekijkt. Ik zie haar zenuwachtig zoeken tussen alle mensen die plaats hebben genomen, voordat ze haar hoofd draait en me recht aankijkt. Ze probeert het te onderdrukken, maar ik kan zien dat ze wil glimlachen. Ik wend mijn blik af en probeer me te focussen op het proces dat hier vandaag gaat plaatsvinden. Op mijn verklaring die Niels moet helpen, op Peter, die beloofd heeft om me hier doorheen te helpen. Echter voelt het of ze me vanaf de andere kant van de zaal kan aanraken. Of ik steeds weer een zacht gefluister hoor met de woorden “ik hou zoveel van je”. Ik druk met mijn vingers mijn oren dicht alsof ik haar zo kan buitensluiten. Ik voel mijn borst steeds strakker worden en de onheilspellende gedachten komen binnen gebulderd alsof ze nooit weg zijn geweest. Ik kan geen seconde stilzitten en de paniek schiet meer en meer door mijn lijf. Ik zit minutenlang met mijn ogen dicht, handen over mijn oren en bijna gierende ademhaling als ik plots een hand op mijn schouder voel. Peter.
‘Laat je niet op de kast jagen, Daniëlle. We hebben het hierover gehad, ze mag zich niet tot jou richten of bij je in de buurt komen.’ – Mijn blik schiet van Peter naar Niels, die vanuit zijn plek ook naar me kijkt. ‘Ik ben zo bang dat ik het verkloot, Peter… Dat Niels door mijn toedoen een hogere straf krijgt, dat zíj wint.’ ‘Je kunt het niet fout doen als je de waarheid vertelt. Niels weet wat hij gedaan heeft en wil daarvoor spijt betuigen. Jij hoeft alleen maar te vertellen wat er gebeurd is en hoe dat zo gekomen is.’ – Hij geeft een kneepje in mijn schouder voor hij zich weer naar Niels begeeft, die nog een keer zijn ogen dichtdoet en knikt voordat we geboden worden om allemaal op te staan voor de rechters die de zaal betreden.
De voorzitter opent de zitting; ‘In de strafzaak tegen Niels Jongst, geboren 26 november 1985, verdachte van mishandeling op 26 april dit jaar.’
Mijn maag trekt samen, flarden van die avond gaan door mijn gedachten, mijn rechterhand wrijft even over het litteken dat nog steeds op mijn buik te zien is. De tenlastelegging wordt voorgelezen, wanneer de woorden “zware mishandeling” in combinatie met haar en mijn naam genoemd worden, zie ik Niels in elkaar krimpen en Peter hem iets influisteren voordat “overtreding van zorgplicht als echtgenoot” het rijtje aan beschuldigingen afrondt. Niels krijgt het woord, hij kijkt even kort naar mij en met afhangende schouders begint hij;
‘Edelachtbare, ik hoop met deze woorden aan u en iedereen te kunnen laten zien dat ik mijn verantwoordelijkheid draag voor wat ik gedaan heb, niet alleen vandaag, maar voor de rest van mijn leven. Ik wil mijn spijt betuigen voor het feit dat ik mijn handen heb gebruikt toen mijn woorden niet toereikend waren. Al weet ik dat mijn woorden nooit de schade goed kunnen maken die ik hen heb aangedaan. Zowel mentaal als fysiek. Ik heb diegene pijn gedaan, waar ik met heel mijn hart van houd. Waarbij ik de andere partij niet uit wil vlakken. Ook zij heeft geleden door mijn toedoen.
Ik heb gefaald. Als man, als echtgenoot en als mens. Ik heb me laten meeslepen door woede, jaloezie en frustratie. Door een drang om controle te houden op iets waarvan ik de controle allang kwijt was. Ik ben niet trots op mijn daden of de maanden die eraan vooraf zijn gegaan. Ik heb mijn vrouw Daniëlle bedrogen met een ander, waardoor ik haar in de armen van een ander heb gedreven. Toen ik hen op die bewuste avond aantrof, ben ik alle zelfbeheersing verloren. Ik was vol woede en verdriet. Voelde met buitengesloten, vernederd en gekwetst, maar dat geeft nog niet het recht om geweld te gebruiken. Omdat ik altijd diep van binnen heb geweten dat wat ik gedaan heb, nooit meer tot een herhaling mocht leiden, heb ik hulp gezocht. Ik heb weken, zij het niet maanden bij een psycholoog gelopen. Daar heb ik durven praten over zaken waar ik al mijn hele leven lang niet bij heb gekund. Over mijn onzekerheden, mijn angst om iemand te verliezen en daar heb ik gewerkt aan mijn woede en de beheersing daarvan en ben meer dan bereid om hiermee door te gaan. Ik wil niet alleen leren leven met wat ik gedaan heb, ik wil zorgen dat ik nooit meer iemand zo beschadig. Als u mij de kans geeft om deze verantwoordelijkheid buiten de gevangenis te blijven nemen, beloof ik u dat ik deze kans meer dan benut. Niet omdat ik medelijden van u verwacht, of vind dat ik geen straf verdien, maar omdat ik wil laten zien dat ik de gevolgen van mijn daden ook zonder muren en tralies kan dragen. Dank u wel.’
Heel sterk geschreven weer. Ik geloof Niels totaal niet want wat hij nu zegt strookt niet met wat hij Daan vertelt. Met zijn gezeik dat Syl de schuld is van alles. Nu zo slijmen brrrrrr
En Niels, ik geloof wel dat hij spijt heeft over hoe het gelopen is. En ja hij geeft Syl de schuld, logisch wat zij heeft Daan verleid in eerste instantie. Op het moment dat zij wankel stond door de affaire tussen Niels en Bibi.
Neemt niet weg dat ik hem een ongelooflijke l*l vind, en hopelijk krijgt hij ook echt zijn straf. En dat hij nu in de rechtbank zo praat, tja dat doen de meeste....berouw tonen op hopelijk strafvermindering, op vrijspraak
Het is meer dat hij tegen Daan op de bank zei dat Syl de schuld van alles is vlak voor hij opgepakt werd. Dus hij zit gewoon een verhaaltje op te dreunen... Natuurlijk doet hij dat...
Peter kijkt zelfverzekerd mijn richting in, kort, maar het stelt me iets gerust. Hij heeft er vertrouwen in. Wanneer ik naar voren geroepen wordt als getuige, lijkt alles in slow motion te gaan. Alle blikken in de zaal zijn op mij gericht, ik voel het bijna branden op mijn huid. Mijn blik glijdt naar Niels, ook hij kijkt me aan. Zijn blik is niet smekend, niet verwijtend, het lijkt haast of er een soort berusting in zijn blik te zien is. Alsof hij zich neergelegd heeft bij het feit dat hij gestraft gaat worden en daar niets meer aan te veranderen is. Ik loop op geruime afstand langs de stoel waar Syl zit, ze zit zo intens naar me te staren dat het haast lijkt of ze me aanraakt. Alsof haar vingers weer langs mijn kaak strelen en ik haar lippen vlakbij mijn oor hoor fluisteren. Oude fluisteringen die ik dacht kwijt te zijn. Alles in mij dwingt me om naar de stoel te kijken waar ik geacht word plaats te nemen. Alles aan dit hele gebeuren voelt groter dan het zou moeten zijn, kouder, te fel belicht. De voorzitter kijkt me aan en begint:
‘Mevrouw Daniëlle Jongst, geboren 16 oktober 1984. U bent hier als getuige, maar ook als slachtoffer. U heeft ervoor gekozen de gehele zitting bij te wonen, we wijzen u erop dat uw verklaring ook in die context zal worden gewogen. Begrijpt u dat?’ – Het enige dat ik op dit moment kan, is knikken. Mijn handen liggen op mijn bovenbenen en trillen onophoudelijk. Ik kijk even om naar Peter, die me een kort knikje toewerpt. ‘Goed, dan wil ik u erop wijzen dat u onder ede verklaard en zou ik u graag verzoeken om in uw eigen woorden te verklaren wat er gebeurd is op de avond van 26 april jongstleden.’ – Er valt een stilte. Het lijkt of iedereen gelijktijdig zijn adem inhoudt, wachtend op wat er uit mijn mond gaat komen. Ik schraap mijn keel. ‘Het was laat in de middag. Syl is naar ons huis gekomen, we hebben eerder die dag telefonisch contact gehad. Ze wilde graag met me praten, we hadden al langere tijd geen contact gehad omdat ik onze verborgen affaire had beëindigd. We zaten in de woonkamer, er was zoveel niet uitgesproken tussen ons en ik wilde het netjes afsluiten. Ik heb haar uit proberen te leggen waarom ze geen deel meer uit kan maken van mijn leven, dat ik bij Niels ben en blijf…’ – onbewust wordt mijn stem zachter als ik zijn naam uitspreek. ‘Maar opeens was het daar… Een kus, een zoen… Niels moet in de tussentijd binnen zijn gekomen en ons zo aangetroffen hebben. Hij heeft Syl bij me weggetrokken en mij tegen de muur gezet. Er is op dat moment iets in hem kapotgegaan. Syl heeft aan zijn arm staan trekken, daarna ben ik op de grond gevallen en heeft Niels haar tegen de muur klemgezet.’ – Onvrijwillig stromen de tranen over mijn wangen, maken grote natte plekken op mijn blouse. ‘Hij heeft me niet klemgezet, hij heeft geprobeerd me te vermoorden!’ – Haar stem schalt door de zaal. Hard. Rauwer dan ik haar ooit heb gehoord. Alles stopt, de voorzitter kijkt op en spreekt haar streng toe: ‘Mevrouw, u krijgt het woord als u gehoord wordt.’ ‘Maar dit klopt niet! Hij heeft-‘ ‘Mevrouw, ik verzoek u nogmaals om te zwijgen, anders laat ik u verwijderen uit de rechtszaal.’ – De blik van de voorzitter snijdt dwars door haar woorden heen. De sfeer in de zaal is bijna elektrisch te noemen, één verkeerd woord lijkt de gehele situatie op te kunnen blazen. Ik heb me niet omgedraaid, maar voel de ogen van Syl me bijna dwingen om te zeggen wat zij vindt dat er nú gezegd dient te worden. Ik wil me eigenlijk omdraaien en iets terugzeggen, maar hoor Peter zijn keel schrapen en mijn aandacht trekken. Bijna onzichtbaar schudt hij zijn hoofd. De voorzitter richt haar blik weer op mij. ‘U mag uw verklaring vervolgen.’ ‘Ik heb geprobeerd om Niels te kalmeren, om tot hem door te dringen, dat het niets te betekende, dat ik van hem hield… Ja, hij heeft me in het gezicht geslagen… Met vlakke hand in mijn gezicht geslagen, maar uit pure wanhoop… Syl heeft tegen hem geschreeuwd, dat hij me murw zou hebben geslagen, waarop Niels zich tot haar gericht heeft. Daarna weet ik enkel dat ik veel pijn voelde in mijn buik, dat ik bloedde en dat we naar het ziekenhuis zijn gegaan.’ – Mijn keel vernauwt zich en ik raak in paniek bij de gedachte aan de komende woorden. Met mijn rechterhand blijf ik bijna obsessief over mijn litteken wrijven, terwijl de rest van mijn lichaam trilt als een rietje. ‘Ik… Ze… Mijn dochter…’ – Piepend komen woorden met horten en stoten uit mijn mond, maar ik krijg het niet uitgesproken. Ik kan me niet meer groothouden, ik sla mijn handen voor mijn gezicht en houd het niet meer binnen. ‘Maar ik hou zo verschrikkelijk veel van hem, begrijpt u?! Hij heeft dit nooit gewild! Hij was zo trots dat hij weer vader zou worden, ook hij hield er al zoveel van…’ – De voorzitter laat een stilte vallen, lang genoeg om mijn woorden in iedere hoek van de zaal te laten bezinken. Er is wat zacht geroezemoes te horen achter me, maar de voorzitter slaat dat meteen neer met wederom een ijzige blik de zaal in. ‘Dank u wel Mevrouw Jongst. Wilt u nog iets toevoegen aan uw verklaring?’- In haar stem geen oordeel te horen, enkel een bepaalde vorm van ernst. Ik schud mijn hoofd. ‘Dan verzoek ik u om nog even te blijven zitten voor vragen vanuit de verdediging.’ – Peter staat op. ‘Mevrouw Jongst, kunt u ons vertellen hoe uw relatie met de heer Jongst nu is?’ ‘Onze relatie heeft het laatste jaar veel turbulente momenten gehad, maar we hebben het heel fijn samen. We zijn in therapie geweest en ik kan oprecht zeggen dat er veel liefde is tussen ons.’ ‘Helder. Kunt u mij vertellen waarom er een contactverbod is aangevraagd tegen mevrouw Jonker?’ – De officier van justitie staat op om bezwaar te maken tegen deze vraag, maar de vraag wordt toegestaan, mits er een aanpassing gedaan wordt. ‘Ik zal de vraag herformuleren; waarom is er een contactverbod aangevraagd tegen mevrouw Jonker en niet tegen de heer Jongst?’ ‘Omdat Syl… Mevrouw Jonker, me herhaaldelijk bleef bezoeken en lastigvallen, ondanks mijn verzoek om geen contact meer met me op te nemen. Ze wilde me overtuigen dat ze alles uit liefde deed en dat ik haar toe moest laten in mijn leven, ze bleef zich opdringen. Ik ben voor het eerst echt bang voor haar geweest… Voor wat ze zou doen.’ ‘En waarom niet tegen de heer Jongst?’ ‘Omdat ik bij hem wil zijn, hij is mijn man, mijn geliefde… Ik wil hem niet bij me vandaan hebben.’ ‘U zegt dus dat u zich geen slachtoffer voelt van de heer Jongst op dit moment?’ ‘Ik voel me slachtoffer van een situatie die uit de hand is gelopen, maar ik geloof en zie dat hij daar zijn verantwoordelijkheid voor neemt.’ ‘Geen verdere vragen meer, mevrouw de voorzitter.’ – Peter gaat weer zitten. ‘U mag weer terugkeren naar uw plaats, mevrouw Jongst.’
Met knikkende knieën, gebogen hoofd en mijn handen strak tegen mijn borst aan gevouwen, loop ik terug naam mijn stoel. De officier van Justitie vraagt het woord.
‘Geachte mevrouw de Voorzitter, geachte rechtbank, ik verzoek de getuige-slachtoffer toch nog één aanvullende vraag te stellen.’- De voorzitter weegt het even af, gezien mijn emotionele staat, maar zegt dan toch toe. De officier richt zich tot mij. ‘Mevrouw Jongst, u heeft zojuist verklaard en ik citeer: “Hij heeft dit nooit gewild.” Kunt u uitleggen waarom u dat zo stellig kunt zeggen, terwijl u tegelijk verklaart dat hij u heeft geslagen en u zoveel pijn heeft gedaan?’ – Het lijkt of mijn hart even stilstaat. ‘Omdat…’ – Mijn stem breekt. Ik slik meermaals, maar het helpt niet. ‘Omdat ik jarenlang lief en leed met hem gedeeld heb, ik hem door en door ken. Omdat ik in zijn ogen heb gezien dat er een gebroken man voor me stond. Dat hij het zelf verafschuwde terwijl het gebeurde. Omdat ik weet dat hij… Niels… Zo ontzettend veel van me gehouden heeft, dat nog steeds doet en onmetelijk veel spijt heeft van dat het ooit zover heeft kunnen komen.’ – Ik voel de woede van Syl als een storm achter me, hoewel ze geen woord gezegd heeft. ‘Duidelijk.’ – De officier bedankt me voor mijn antwoord en neemt weer plaats. De voorzitter neemt het woord weer over. ‘Dan gaan we nu over tot het horen van de volgende getuige. Mevrouw Syl Jonker.’
wauw ze blijft die moordenaar beschermen echt een slachtoffer syndroom. Ik ben benieuwd naar de vragen vanuit Syl haar advocaat. Die zal haar fileren...
soeboenoe
Berichten: 1519
Geregistreerd: 16-04-08
Geplaatst door de TopicStarter: 11-08-25 15:43
Syl staat op, ze trekt haar zwarte, nauwsluitende jurk even op zijn plaats voor dat ze haar rug recht en haar kin nét iets te hoog opheft. Haar hakken klinken hard op de vloer van de rechtszaal. Voordat ze gaat zitten, kijkt ze me aan. Wegkijken heeft geen zin meer, ze heeft haar zin al door me recht aan te kunnen kijken. In haar ogen ligt een bepaalde hardheid, afstandelijkheid. Alsof ze me bijna de oorlog verklaart.
‘Mevrouw Jonker, voor u geldt hetzelfde als voor Mevrouw Jongst, u bent hier aanwezig als getuige en als slachtoffer, uw verklaring zal ook in die context gewogen worden. Ik wil u eraan herinneren dat u onder ede verklaart én dat u geen directe toespelingen mag doen richting Mevrouw Jongst, uw contactverbod hierbij in acht genomen.’ – Ik zie haar knikken. ‘Dan horen we nu graag in uw eigen woorden wat er gebeurd is op 26 april dit jaar.’ ‘Daniëlle en ik… We hebben een tijd een geheime relatie gehad. Het is in die tijd niet goed gegaan tussen Daniëlle en Niels, waarbij Niels herhaaldelijk vreemd is gegaan met een collega en daarover heeft gelogen tegen Daniëlle.’ – Peter staat op. ‘Mevrouw de voorzitter, deze informatie heeft geen betrekking op de dag van het voorval. Dit is enkel een poging om mijn cliënt in een kwaad daglicht te zetten.’ ‘Mevrouw Jonker, we nemen acht van uw zogezegde voormalige relatie met Mevrouw Jongst, maar ik verzoek u om uw verklaring te beperken tot het voorval op 26 april jongstleden.’ – Heel even, te snel om eigenlijk te zien, trekt Syls mond in een glimlach. ‘Op 26 april hebben Daniëlle en ik telefonisch contact gehad, ik wilde graag met haar praten. Ik heb al die tijd dat we geen contact hebben gehad het gevoel gehad dat er nog zaken uitgepraat moesten worden, ik was dan ook ontzettend blij dat die gelegenheid zich aandiende. We hebben uitgebreid gepraat, ook over het gevoel van Daniëlle gevangen te zitten in haar relatie met Niels. Over het vreemdgaan van haar man, het feit dat hij moeite had met het krijgen van een hoogtepunt, maar niet bij diegene waarmee hij vreemdging…’ – Peter springt bijna overeind. ‘Dit is gewoon karaktermoord, mevrouw de voorzitter! De potentie van mijn cliënt draagt niets bij aan de verduidelijking van de situatie.’ ‘Mevrouw Jonker, u krijgt van mij nog éénmaal een waarschuwing, gaat u wederom over de schreef, verwijder ik u uit de rechtszaal en leg u een geldboete op van €200,- voor minachting van het hof.’ ‘Excuses mevrouw de voorzitter, ik wilde enkel de situatie zo helder mogelijk schetsen.’ – Daar zijn ze weer, die puppy ogen, alsof ze daarmee alles goed kan maken. ‘Aan het einde van het gesprek is er een zoen geweest, maar deze is niet zomaar uit het niets gekomen… Daniëlle en ik hebben uitgesproken dat we elkaar gemist hebben in die tijd, ze heeft zelfs toegegeven dat ze nog gevoelens voor me had. Ze kon er alleen niets mee vanwege Niels, vanwege een afspraak die ze gemaakt hadden over het geen contact meer hebben met diegene waarbij ze hun heil hebben gezocht, buiten hun huwelijk om.’ ‘Mevrouw Jonker, past u op uw woorden, u balanceert op de grens.’ – Ze knikt kort naar de voorzitter. ‘Het moment dat Daniël en ik elkaar weer kusten, voelde alsof alles weer even op zijn plek viel. Totdat ik een scherpe pijn voelde in mijn bovenarm. Niels was inmiddels binnengekomen en had ons blijkbaar zoenend op de bank aangetroffen. Hij heeft me hard van Daniëlle weggetrokken en tegen de muur gesmeten. Ik ben mijn bewustzijn verloren, maar toen ik weer bijkwam zag ik hem Daniëlle meermaals hard tegen de muur aan smijten, terwijl hij haar arm achter haar rug gevouwen hield en hier harde rukken aan gaf. Hij hield niet op met schreeuwen en de woorden “vuile prutsmuts” galmen nog altijd na in mijn hoofd. – Je hoort de gehele zaal een verontwaardigende zucht slaken bij de woorden “vuile prutsmuts”, maar Syl gaat onverstoord door. ‘Daniëlle smeekte hem om op te houden vanwege de baby in haar buik, wanhopig huilde ze om haar baby… Voor hoever het ging, trok ik aan zijn arm om hem te laten stoppen. Hij heeft Daniëlle zo ongeveer op de grond gesmeten voordat hij me met zijn onderarm strak tegen de muur drukte. Hij duwde zo hard dat ik geen mogelijkheid had om adem te halen, ik werd steeds lichter in mijn hoofd en was oprecht bang dat hij me op dat moment zou wurgen…’ – Ze laat een stilte vallen, haar hoofd even zakken en wrijft met haar linkerhand over haar hals. ‘Ineens zakte ik op de grond en zag ik Daniëlle het gezicht van Niels tussen haar handen houden en hem proberen te kalmeren. Hij sloeg haar hard in het gezicht, waar al bloed op zat, dus waarschijnlijk was dit niet de eerste klap die hij uitgedeeld had…’ ‘Speculatie, mevrouw de voorzitter.’ – Peter zit er bovenop. ‘Toegekend. Enkel uw eigen bevindingen Mevrouw Jonker.’ ‘Ik kreeg flarden van haar betoog mee dat ging over mij, Bibi, haarzelf en Niels. De klap die ik zag was zo hard dat Daniëlle zich nog nét aan de eettafel overeind kon houden, haar lip gebarsten was en de hand van Niels nog als afdruk op haar gezicht te zien was. Toch bleef ze tegen hem praten… Hij wilde opnieuw uithalen, maar deze keer kromp ze ineen. Ik ben begonnen met schreeuwen, ik kon niet meer aanzien dat hij haar zoveel pijn deed. Hij heeft me uitgemaakt voor achterbaks kreng voordat hij mijn gezicht met een hand vastpakte en zo hard kneep dat de hele binnenkant van mijn mond kapotging, vergezeld met de woorden “zonder dat onschuldige koppie van je, zou ze dan nog steeds wild van je worden?!”.’ – Ze kijkt weer even in mijn richting, deze keer lijkt het haast of ze zich wil verontschuldigen. ‘Het spijt me Daniël…’ – Peter oppert het contactverbod, maar Syl heeft zich alweer van me weggedraaid. ‘Het moment daarna staat voor altijd in mijn geheugen gegrift… Het moment dat ik haar op de grond zag zitten, kermend van de pijn in haar buik… De beelden van Daniël dubbelgevouwen en naar adem happend in de auto… De artsen in het ziekenhuis smekend voor het leven van haar dochter…’ – Dan rollen ook de tranen bij haar over haar gezicht; zonder toneel, zonder bijbedoelingen. ‘Ik ben al die tijd bij haar gebleven, ook toen Niels naar het ziekenhuis is gekomen. Voordat hij de ziekenhuiskamer binnen is gekomen, heeft ze nog gezegd dat hij moet zien wat hij gedaan heeft, dat hij haar, haar kind heeft afgenomen.’ – De zaal is stil, bijna beklemmend. De voorzitter verlegt haar blik van Syl naar Peter. Peter krabbelt nog iets in zijn map, maar staat vervolgens op.
Mevrouw Jonker, u verklaart net dat u op 26 april naar het huis van mijn cliënt bent gegaan, klopt dat?’ ‘Dat klopt.’ – Haar schouders lijken iets af te zakken. ‘En u was daar alleen met Mevrouw Jongst aanwezig?’ ‘Ja.’ – Peter buigt een klein beetje naar voren, alsof hij de sfeer van een onderonsje wil creëren. ‘U bent een slimme vrouw, mevrouw Jonker. U wist dus dat er een kans was dat de heer Jongst thuis zou komen?’ ‘Die kans was aanwezig ja.’ ‘Waarom heeft u er dan voor gekozen om mevrouw Jongst – zijn echtgenote – te zoenen?’ – Zijn toon is nu scherper, maar nog steeds beleefd. ‘Omdat dat op dat moment zo gebeurde.’ – Syls gezicht nog steeds onbewogen. ‘Dus u wilt zeggen dat dit volledig onbewust gebeurde?’ ‘Nee, ik heb Daniëlle bewust gezoend.’ – De toon in de stem van Syl iets meer vragend. ‘U wist dat de heer Jongst in het verleden geworsteld heeft met uw aanwezigheid en “uw vriendschap” met zijn echtgenote… U wist dat uw onverwachte aanwezigheid, in een vrij intieme handeling notabene, emoties zou losmaken. Toch ging u door, klopt dat?’ – Syl knijpt even met haar ogen en haar blik flitst even naar mij. ‘Dat is nog geen reden om geweld te gebruiken.’ ‘Natuurlijk niet.’ – Peter beaamt haar antwoord meteen, voordat hij verdergaat; ‘Maar u zegt dat u niet wilde provoceren, echter u liep willens en wetens een situatie binnen die makkelijk uit de hand kon lopen. U heeft daar zelf de voorwaarden voor gecreëerd.’ ‘Ik ben niet verantwoordelijk voor zijn daden.’ ‘Dat wil ik ook helemaal niet zeggen, maar ik vraag naar uw intentie. En als ik uw verklaring en antwoorden zo hoor, lijkt het erop dat u juist wél dat risico opzocht. Dit bezoek was namelijk niet noodzakelijk, niet gepland, niet functioneel. Waarom was u daar eigenlijk écht mevrouw Jonker?’ ‘Om te praten.’ ‘Om te praten over?’ ‘Zoals ik zojuist verklaard heb; we wilden zaken uitpraten.’ ‘Wat moest er uitgepraat worden? Mevrouw Jongst heeft zojuist ook verklaard dat zij de relatie al had beëindigd. En ik herinner u eraan dat u onder ede staat.’ – Voor even kijkt Syl vernietigend naar Peter. ‘Onze gevoelens. Mijn gevoelens.’ – Ze fluistert bijna. ‘Dus samenvattend; u kwam langs, terwijl u wist dat mijn cliënt ieder moment thuis kon komen, om te praten over uw gevoelens, terwijl de echtgenote van mijn cliënt de relatie al beëindigd had. Dat mondde uit in een zoen. En u verwacht dat deze rechtbank gelooft dat dit geen provocatie was?’ ‘Ik wilde haar gewoon graag spreken.’ – Een hint aan woede in haar stem. ‘U wilde haar spreken, u wilde haar zoenen en u heeft dit gedaan in zijn huis. U zegt dat u geen provocatie zocht, maar uw handelen laat toch iets anders zien.’ – Syl wil antwoorden, maar Peter steekt zijn hand op. ‘Laat ik een andere vraag stellen: Heeft u nog contact gezocht met mevrouw Jongst, nadat zij heeft aangegeven geen contact meer te willen onderhouden?’ – Nu is het de advocaat van Syl die protesteert tegen de vraag. Peter verontschuldigd zich tegenover de rechtbank. ‘Mevrouw Jonker, U beweert ook dat mijn cliënt u heeft willen vermoorden, klopt dit?’ ‘Ja.’ ‘U weet dat dit een ernstige beschuldiging is. Kunt u mij exact vertellen wat hij gedaan heeft dat deze conclusie rechtvaardigt?’ ‘Hij heeft me gewurgd!’ – Iets van wanhoop in haar stem. ‘Hoe lang?’ ‘Ik weet het niet… Misschien een halve minuut…’ ‘En toch bent u bij kennis gebleven? Zonder blijvende verwondingen?’ – Peter fronst even, Syl wrijft weer langs haar hals. ‘Dat klopt.’ ‘En u kon daarna nog op eigen benen staan?’ ‘Ja.’ – Peter knikt langzaam. ‘Dus mijn client, een man van aanzienlijke lengte en kracht, zou volgens u hebben geprobeerd om u te doden, terwijl u geen bewustzijnsverlies heeft gekend en nog op eigen benen kon staan?’ ‘Doordat hij losliet. Door Daniël!’ – Voordat Syl verder kan antwoorden, breekt Peter in. ‘Óf, mevrouw Jonker, omdat mijn cliënt u helemaal niet wilde vermoorden… Geen verder vragen mevrouw de Voorzitter.’ – Syl’s ogen schieten vuur.
Peter gaat weer zitten, de lucht in de rechtszaal lijkt wel stroop; zo ontzettend dik en zwaar voelt deze aan. De advocaat van Syl staat op.
‘Geachte rechtbank, mevrouw de voorzitter, gezien de verklaring van mijn cliënte en het aanvullende verhoor van de heer Hartogs, zou ik willen verzoeken om Mevrouw Jongst nogmaals op te roepen. Dit om eventuele tegenstrijdigheden te verduidelijken.’ - Peter staat onmiddellijk op.
‘Voorzitter, ik wil er toch op wijzen dat mevrouw Jongst al uitvoerig heeft verklaard en dat zij hier in de dubbele hoedanigheid van getuige en slachtoffer aanwezig is. Een herondervraging kan, afhankelijk van de toon, een onnodige emotionele belasting vormen. Bovendien…’ - Hij laat zijn blik kort naar Syl gaan ‘Ligt het gevaar op de loer dat dit eerder een confrontatie tussen twee personen wordt dan een zuiver juridisch verhoor.’ - De voorzitter kijkt van Peter naar Syl’s advocaat. ‘Ik begrijp uw punt meneer Hartogs, maar gezien de tegenstrijdigheden die op dit moment aan het licht zijn gekomen, acht ik het in het belang van de waarheidsvinding noodzakelijk om mevrouw Jongst nog enkele aanvullende vragen te laten beantwoorden. Uiteraard zal ik ingrijpen als de vragen onnodig belastend worden.’
wat goed geschreven hoor. jeetje mina.... ik ben echt benieuwd wat de uitkomst is. en ook wat er in syl's hoofd omgaat. wat zijn haar intenties voor deze rechtzaak. moeilijk hoor.
Ik mistte het stuk van de tegenpartij die Daan moest ondervragen ook helemaal, ik had dat eigenlijk eerst verwacht. Dus ben een beetje in verwarring dat we meteen naar Syl gingen. Maar ik wacht rustig af... want dit zou echt niet ok zijn.