Natuurlijk, de grens van 60 is op zich heel vast en duidelijk, maar die 60 betekent voor ieder paard of op iedere dag iets anders.Maar... er is nu eenmaal niets beters. Er is al vanalles geopperd, zoals het meenemen van de hartslag in rust of tijdens de voorkeuring, maar daar zou het ingewikkelder en onoverzichtelijker maken, en er zou gemakkelijk misbruik van gemaakt kunnen worden (zorgen dat je anders zo rustige paard op de voorkeuring een hogere hartslag krijgt
).En dan nog, de gemeten hartslag bestaat uit een optelsom van de 'ware' hartslag (wat je eigenlijk wil weten) + de invloed van omgevingsfactoren + systematische meetfouten (door de apparaten die je gebruikt en doordat de waarnemer ook een bepaalde meetfout heeft) + random error (ruis).
Het is helaas onmogelijk deze getallen te scheiden, wel kun je zoals Carola zegt zorgen voor zo optimaal mogelijke omstandigheden om zowel de meetfouten als de invloed van omgevingsfactoren te beperken (aan de ruis is niks te doen), zodat de gemeten waarde zo dicht mogelijk bij de ware hartslag komt. En daar kun je als ruiter ook iets aan doen, door te zorgen dat je paard zo goed en rustig mogelijk gepresenteerd wordt.
Het introduceren van de mogelijkheid tot subjectieve beoordeling door de veterinair(e assistent) lijkt me niet wenselijk, omdat het 1. aanleiding zal geven tot vele vruchteloze discussies, 2. zeer incompatibel is met de regels in het buitenland, en 3. moeilijk te controleren en te toetsen is.
Bij de nakeuring zit hij meestal weer tussen de 36-44. Vaak heb ik bij de finish zelfs nog een lagere hartslag dan bij de vetgate. Maar ik moet ook uitkijken want als ik bijvoorbeeld mijn paard weer te veel koel dan gaat zijn hartslag stijgen omdat hij het dan koud krijgt (bibberen), maar hier werd dan wel weer rekening mee gehouden door vets en die gaven mij aan dat hartslag steeg omdat hij het koud had, die fout maak je dus 1x