De verzenen (spreek uit als ver (van ver weg)ze( van ze hebben)nen) zorgen er voor dat de hoeven kunnen in en uitzetten tijdens het lopen. Dit heet hoefmechanisme en zorgt er voor dat het bloed goed door de voetjes gepompt wordt. Daarom zie je bij ijzers ook dat de smid nooit tot achter aan toe zal nagelen, en dat hij ruimte op het ijzer zal geven zodat het in en uitzetten ook kan.
Als deze pomp niet werkt dan is een paard bijvoorbeeld veel bevattelijker voor klemhoef, rotstraal, brokkelhoef en hoefkatrolonsteking. Bovendien zou hij dan een stuk schokbreking missen.
De verzenen maken een hoek bij de straal en lopen uit in de steunsels. Dit alles zorgt voor een sterke en toch elastische hoef.
Als een paard hoge verzenen heeft dan is dus de kroonrand een stuk boven de grond, de straal kan de grond niet meer raken en daarom wordt wel gesteld dat dit minder goed zou zijn.
Let wel elk ras paarden heeft weer een andere standaard, vergelijk naar eens hoeven van arabieren met die van ijslanders, het zal je opvallen dat die van de arabieren op arabieren hoeven lijken en de van ijslanders ook allemaal van elkaar weg hebben.
Als een paard op ijzers staat zal de smid de verzenen moeten vijlen, ze worden meestal niet gekapt. als ze te hoog blijven dan zie je ook dat de voetas naar voren breekt (ofwel niet recht meer is)
Andersom kan ook Lage verzenen worden over het algemeen als goed gezien, de straal raakt de grond, doet dienst als schokbreker en helpt bij het hoefmechanisme. Te week geeft dat de as naar achteren breekt, beervoetig wordt dat genoemd.
Als de hoef te snel slijt kan dit gevoelige hoeven opleveren en het paard gaat op eieren lopen.
Als je niet veel op het harde draaft, zoals tuigers doen, dan is in nederland een ijzertje eigenlijk niet zo nodig. Maar voor ik nu een hele discussie ontketen DAT MOET IEDEREEN ZELF WETEN
Er is nog veel meer te vertellen over de verzenen maar ik geloof dat dit wel genoeg is....