Zodra je er één of meer galopsprongen tussenmaakt is het geen in-uitje meer maar een dubbelsprong 
Maten voor de dubbel zet ik in de trainingen afhankelijk van het paard op 6,7-7,5 meter(dat is ook ongeveer de variatie die er op concoursen inzit), ongeveer 10.5 meter en ongeveer 14 meter.
En die van 14 meter is officieel al geen dubbeslprong meer maar een lijntje
Een in-uitje bouw ik ongeveer op 3 meter. Heb ik een paard dat wat meer moet leren rekken zet ik het nog weleens iets verder weg en heb ik er een die wat moet extra moet leren sluiten of vlugger in het voorbeen moet zet ik het nog weleens ietsje smaller. (bij een dier met wat meer ervaring, bij de jonge paarden houd ik het heel simpel en kijk ik vooral wat voor het paard het makkelijkste is. Laat ze eerst maar braaf lopen en dan ga ik daarna wel wat knutselen.)
Ik begin meestal met een kruisje en een balk erachter. Daarna bouw ik uit naar twee kruisjes
Ik gebruik bij in-uitjes meestal kruisjes, zeker met jonge dieren, dan is het makkelijker om ze recht te houden. Je kunt ook om en om doen, kruisje-steiltje-kruisje.
Als je er meer achter elkaar zet is het ook best leuk om met opbouwen niet op volgorde om hoog te hogen, maar een beetje wisselend. Of bijvoorbeeld 3 in-uitjes, een weglaten en dan nog drie-inuitjes.
Eigenlijk kun je er eindeloos mee variëren