Met de term roan wordt de kleur aangeduid die ontstaat als het haarkleed uit gekleurde en witte haren door elkaar bestaat, waarbij de uitbreiding van de witte haren in het algemeen beperkt is tot de romp, en zich meestal niet uitstrekt over de points. Roan kan voorkomen op iedere kleur; achter de naam van de kleur komt dan "roan" te staan. Voor roan op bruin, zwart en vos worden ook wel de termen bruin-, zwart- en roodschimmel gebruikt.
Paarden met een roan-kleur zijn zelden geappeld, en hun kleur kan variëren met het seizoen en hun leeftijd. In het voorjaar, wanneer ze hun winterhaar verliezen zijn ze meestal het lichtst, worden wat donkerder gedurende de zomer en 's winters kunnen ze donker genoeg zijn om voor een niet-roan te worden aangezien. In het IJslands noemt men roans daarom "litförótt", wat "altijd van kleur veranderend" betekent. Sommige roans worden donkerder naarmate ze ouder worden. Dit lijkt voor te komen in bepaalde foklijnen, en geldt meer voor merries dan voor hengsten en ruinen. Bij een roan groeit op huid die beschadigd is door verwonding of brandmerken meestal alleen gekleurd haar terug, zodat een vlek ontstaat. Vlekken kunnen ook onafhankelijk van huidbeschadiging optreden (corn spots).
van internet