Mijn naam is Milou en ik heb een vraagje. Ik heb al 2 keer bij een bevalling een soort bruin ding in de vruchtzak gezien.
En ik vraag me af wat dit is? Kan iemand me dat vertellen???
Groetjes, Milou
Moderators: Essie73, Coby, balance, Firelight, Dyonne, Neonlight, Sica, NadjaNadja, C_arola

Jolliegirl schreef:En waar dient dit voor?(veulenbrood)
Mindfields schreef:Dat is toch het lapje wat op de tong van het veulie ligt? Is mij verteld door iemand in ieder geval.
Citaat:Kalverbrood
Bij de geboorte van kalfjes komt er vaak een brok weefsel mee dat een beetje doet denken aan stukje gebakken kipfilet. Soms zit het zelfs in de bek van het kalfje. Daarom kreeg het de naam ‘kalverbrood’ mee. Dit verschijnsel komt ook voor bij paarden, schapen en geiten. In de paardenwereld staat het dan ook bekend als ‘veulenbrood’. Ooit hingen boeren het aan de staldeur, want veulenbrood zou namelijk geluk brengen. De officiële benaming van kalverbrood is ‘Boomanes’ en van veulenbrood is dat ‘Hippomanes’.
Het hier getoonde stukje weefsel kwam uit het bekje van een kalfje. Uit navraag bij de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht blijkt dat deze structuren tot handpalm groot kunnen worden en rond de 70 gram wegen, maar veel kleinere worden ook beschreven.
Ze bestaan uit afscheidingsproducten van de uteruswand die door een stukje vruchtvliezen omgeven worden en uiteindelijk los in het vruchtwater komen te liggen. Het komt niet bij alle geboortes voor en het raakt soms geheel per ongeluk in het bekje van het jonge dier. Vroeger werd wel gedacht dat het voer voor het jonge dier was, of dat het er op leerde zuigen zodat het na de geboorte meteen aan kon vallen op de uier.
Vergilius (15 oktober 70 v.Chr. – 21 september 19 v. Chr.) gebruikt het in een van zijn verhalen als volgt: "... grijpt naar veulenmilt, dat bloed van liefde dat de merrie na de geboorte van haar jong weglikt van zijn kop". Het Smulweb rept over een: “Zwarte, vlezige substantie die verondersteld wordt voor te komen op het voorhoofd van een pasgeboren veulen”. In ‘Amor in Rome’, een hoorspel over de maatschappelijke structuur in de Romeinse oudheid, passeert de volgende tekst: “In het vuur heeft zij al verschillende voorwerpen gegooid, zoals kruiden, de staart van een hagedis, nagels van doden, een stukje tong van een lijk, kraaienogen en hippomanes, een kruid dat je bij pasgeboren veulens vindt”
Allemaal niets van waar. Het gaat hier om een toevallig fenomeen, het komt niet bij alle geboorten voor, brengt geen geluk, maar het kan ook geen kwaad.