Die s maakt voor de werking niks uit, wel idd dat het paard het bit (de schaar) niet kan vastpakken en voor de sier. (bijv. showbit)
Wat inderdaad wel uitmaakt voor de inwerking is de hoek van de schaar en de lengte van de schaar.
Dus eigenlijk de lengte van ring tot ring en de hoek die deze maken in verhouding tot het mondstuk.
Heb effe een voorbeeld in elkaar gefrutst:

moeilijk uitleggen... zal het objectief en meningloos proberen :mrgreen:
Zoals je ziet zien de scharen van de eerste twee bitten er heel anders uit maar de werking van de schaar is vrijwel hetzelfde want de lengte en hoek is ong hetzelfde en dus ook de inwerking van de schaar. over mondstukken nog niet gesproken want dat voegt natuurlijk nog een hele andere dimensie toe.
Het derde bit heeft een veel kleinere hoek en werkt daardoor dus heel anders in, als je dit bit oppakt (praat dus weer even niet over mondstukken maar schaar) is de werking trager maar de inwerking ineens veel lomper, je moet dus veel harder oppakken voor een reactie
Het laatste bit is eigenlijk het uiterste voorbeeld en heeft qua schaar een hele scherpe en snelle inwerking, lang en eigenlijk helemaal geen hoek, al pak je de teugels alleen met je pink op het paard zal dit meteen voelen, waardoor je natuurlijk wel met meer finesse kunt werken als je met stille en gevoelige handen rijd.
Dus:
kort en kleine hoek: traag en lomp
lang en grote- tot geen hoek: snel en scherp
Mocht iemand iets aan te merken hebben, je bent altijd welkom met aanvullingen en/of opmerkingen ::wink: