boos
boos bijv.naamw.Uitspraak: [bos] met een heel negatief gevoel Voorbeelden: `wij zijn boos op elkaar`, `een boze bui`, `iemand boos maken`, `boos kijken`, `boos reageren`Synoniem: kwaad ...
Gevonden op
http://www.encyclo.nl/lokaal/1000Boos
Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] kwaad, kwaadaardig, nijdig, verbolgen, vertoornd; een - mensch, een slecht mensch; maak hem niet -, kwaad; hij is - op u; de booze wereld, de lasterlijke wereld; booze gedachten; het ziet er - uit, de omstandigheden zijn slecht; zich - maken, driftig worden; [figuurlij
Gevonden op
http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01 ... 1_0005.htmboos
[bijvoeglijk naamwoord]• in slechte stemming waarvan je anderen de schuld geeft
vb:ik ben boos op Gerard
synoniemen: kwaad nijdig verstoord
tegenstellingen: blij vrolijk opgewekt verheugd
bijvoeglijk naamwoord: boos
bozer
Gevonden op
http://www.muiswerk.nl/WRDNBOEK/LTR_B/W398.HTM boos
kwaad
Gevonden op
http://www.encyclo.nl/lokaal/10816boos
gebeten, grammoedig, gramstorig, vergramd, verstoord, giftig, grimmig, kwaad, nijdig, prikkelbaar, vertoornd verdorven, boosaardig, kwaadaardig, slecht
Gevonden op
http://www.encyclo.nl/lokaal/10816boos
•kwaad, woedend. •kwaad, tegen de moraal.
Gevonden op
http://www.encyclo.nl/lokaal/10814