Hallo,
Ik heb zaterdag een wedstrijd in de L2 (proef 13 en 14) en bij proef 14 moet je
een slangenvolte met 4 bogen maken. Ik weet niet precies hoe ik de bogen gelijk
kan verdelen. Je moet bij C beginnen, dus ik dacht iets na H afwenden en dan net iets voor
de B uitkomen en dan draaien, de X raken en dan net iets voor de K weer draaien zodat je bij A uitkomt. Maar volgens mij klopt het niet helemaal. Weet misschien een van jullie het exact?
Alvast bedankt!