KirstenG schreef:hallo allemaal,
ik heb al diverse topics geopend over het gedrag van mijn paard, wat ik hem het beste kan geven
omdat hij zo nerveus is op stal, in de wei, eigenlijk overal...
van de week gaf ik hem zijn antibiotica spuit( oraal ) maar dat zat overal behalve in zijn mond. dus ik liep naar de spuitplaats om het eraf te spoelen, eerst van mijn eigen handen, toen ik daarmee bezig was. ik stond ( beetje dom...) met mijn rug naar hem toe, om in het licht te kijken waar die zooi op mijn handen zat.. dus ik ben bezig met spoelen, en ineens dendert hij naar voren, ik probeer hem tegen te houden, maar dat lukte niet. hij stond met zijn hoef op mijn hak/achillespees en hij liep dwars over me heen.
Hij werd gelukkig snel gevangen door anderen, en ik moest meteen met mijn voet in het ijskoude water.
Nu loop ik dus gezellig op krukken...Ik word de laatste tijd niet goed van zijn dominante gedrag, en denk er serieus aan om hem te verkopen. Ik kocht hem als een rustige 5 jarige hengst. Maar sinds hij gecastreerd is en de wei op is gegaan is hij echt asociaal geworden! takeld ook andere pensionpaarden toe...
ik vind dit gewoon echt niet leuk meer. Maar toch denk ik dat ik het niet over mijn hart kan verkrijgen om hem weg te doen. ook al doet hij zo debiel en heb ik hem pas 2 maanden.
Ik weet niet waar het vandaan komt dit gedrag. Waarschijnlijk omdat hij nooit de vrijheid heeft gehad, en dat nu volledig krijgt. Hij heeft sinds gisteren N.A.F. relax gekregen, en kreeg te horen van een paar pension klanten dat hij wel degelijk rustiger wordt. maar ik ben er nog niet geweest.
Wat zouden jullie doen met zo'n paard? wie heeft dit meegemaakt?
ik hoor heel graag van jullie....
groetjes Kirsten
Paardje heeft training nodig, spelregels moeten hem even duidelijk uitgelegd worden: dat wordt van je verwacht en dat niet.
Kan je best doen door grondwerk; natural horsemanship is een goed idee.
Heb je wel eens boeken gelezen over Nh en dergelijke trainingsmethoden? Ik wil niet te veel reclame maken
maar misschien kan mijn boek dat ik geschreven heb voor beginnende NH'ers je wel helpen!
Vervolgens, lees ook dit eens (bron: BHA)
Groetjes!
| Wat is gevoel| | FAQ | BHA - gedicht | Citaten | The Guy in the Glass |
| Een beter mens | Een slechter mens |
| 9 manieren | Probleempaarden | Hoe leert een paard? | Lateraal denken |
9 manieren om je paard te trainen
Je voelt je gemakkelijk overdonderd als je een gedragsprobleem met je paard wil oplossen. De tijdschriften en boeken staan vol advies over hoe je een speciefiek probleem het best aanpakt - om nog te zwijgen van de mensen om je heen. Wat do ik met m'n paard als het in de verkeerde galop aanspringt? Wat als ik mijn paard niet aangebonden kan laten staan, of het paard dat zich geen kopstuk laat aandoen, of zich niet laat ontwormen, of geen hoeven wil geven?
En dus is het soms nodig dat je zelf trainer wordt - maar dat mag geen nieuws voor je zijn: op elk moment en bij al wat je doet in de buurt van je paard ben je zowiezo bezig met trainen. In de juiste galop aanspringen veronderstelt dat ook de ruiter controle heeft over z'n eigen lijf en de juiste hulpen kent. Als je zelf moeite hebt om een stabiele zit te bewaren, zal je nooit je paard een consequente hulp kunnen aanleren.
Een paard hoeven leren geven vraagt al veel minder voorkennis. Stel dat je al die voorkennis wel hebt. Je bent een goeie ruiter. Je hebt jaren les genomen bij een goeie instructeur en met goed gereden paarden. En nu heb je je eigen paard gekocht, en je hebt problemen. Het is een jong paard, nog erg groen. Hij geeft z'n benen niet al te willig. Hij staat niet graag aangebonden. Hij heeft het moeilijk om stil te blijven staan als je opstapt. Hij vergeet wel eens de ruiter op z'n rug, negeert je vraag. Hij schrikt in een hoek van de piste. Je weet dat hij vaak bokt, en buiten wil hij niet door een waterplas. Je vrienden vinden dat je gek bent, maar je houdt van hem, en je weet dat onder al die rare gedragingen het paard van je dromen zit. Maar je weet niet hoe eraan te beginnen.
Waar begin je? Wat moet je doen? Iedereen waar je mee praat geeft je andere antwoorden. Naar wie luister je voor advies?
De sleutel tot goede training
Een paard goed trainen gaat niet over de grote zaken direct aanpakken. Paarden zeggen ons altijd waar we moeten beginnen, en gewoonlijk is dat niet met dat wat jou het meeste opvalt. Maar - dat is nu precies het goede nieuws voor ons: we moéten helemaal geen helden zijn. We moéten geen talentvolle ruiters-met-jarenlange-ervaring zijn die op een steigerend paard stappen om het steigeren aan te pakken, of op een paard stappen dat om het minst van hier tot ginder op hol slaat. Want lang vóór die paarden zover zijn dat ze exploderen in zulk gewelddadig gedrag, hebben ze ons al tientallen keren gewaarschuwd dat ze niet de zelfbeheersing hebben om aan te kunnen wat wij van hen verwachten. Het is dus de uitdaging om al die kleine, vervelende, springerige gedraginkjes te zien als uitdagingen om te gaan trainen.
De beste trainer is diegene die zich met de details bezighoudt. Zulke trainers zijn niet alle dagen in gevecht met het kopschuwe paard om een halster aan te krijgen. In plaats daarvan leren ze het paard om stil te staan, en het hoofd op commando naar beneden te doen - en ergens onderweg hebben ze daarmee zichzelf een werktuig bezorgd waarmee ze ook kunnen zeggen "niet steigeren". Welke aanpak je ook kiest, je hebt het meest succes als je het trainingsproces in hele kleine, haalbare stukjes opdeelt. Maak de dingen zo eenvoudig dat ze voor alletwee makkelijk zijn. En - hou vol. Dit is een manier van trainen die op het eerste gezicht heel traag gaat, en als je na vijf minuten al opgeeft, geef je je paard niet de kans om te veranderen. Het doel is namelijk niet (alleen) om een probleem op te lossen. Het doel is om die omstandigheden te cre'ren waar je alletwee veilig en comfortabel mee kan voortgaan. Tijd, geduld, én een duidelijk lesplan zullen ervoor zorgen dat het lukt.
Het alfabet leren
Denk bij het oplossen van problemen alsof je leert lezen. Meestal hebben we op het gehoor leren lezen. We hoorden de klank van een letter en verbonden dat aan een letterbeeld. Dan gingen we letters combineren om een woord te maken. Nieuwe woorden leren lezen deden we door te kijken naar hoe het woord was opgebouwd uit letters - omdat we de letters al kenden konden we ook het nieuwe woord lezen. Stel je eens voor hoe het zou geweest zijn als we elk woord apart hadden moeten leren, hoe moeilijk het zou zijn. Net zo springen we met "trainen" om.
Elke trainingsvorm maakt gebruik van een verlangen dat elk dier heeft: pijn vermijden, of comfort bereiken - zo verschillend zijn trainingsvormen onderling dus niet- net zoals onze klanken-met-letters. Als je de verschillen en overeenkomsten beter begrijpt, zal je gemakkelijker nieuwe woorden kunnen schrijven - je kan die trainingsmethode kiezen die bij jouw persoonlijkheid, je ervaringsniveau en je situatie past.
In elk geval kan je trainingsmethodes ook onderling combineren, als je je maar bewust bent van wat je doet - er bestaat geen "goed" en "fout". Als een bepaalde aanpak niet goed werkt, wees dan flexibel.
Trainingsoplossing nummer 1: Verkoop het paard.
Laat ons beginnen met een heel rechttoe-rechtaan oplossing voor al onze problemen: verkoop het paard. Je geraakt van het gedrag vanaf door vanaf te raken van degene die het gedrag uitvoert. Het is een extreme, maar vaak toegepaste oplossing. Stel je volgend voorbeeld voor: je hebt juist een jong bloedpaardje gekocht, en het blijkt dat je 'm eigenlijk niet aankan. Hij heeft een beter rijniveau nodig dan wat je 'm zelf kan bieden. En je zou er nog wel aan willen werken, maar ergens "klikt" het ook gewoonweg niet. Jullie persoonlijkheden passen gewoon niet bij elkaar. Dus - zowel voor jezelf als voor hem, besluit je om hem te verkopen. Het is duidelijk dat je hiermee zijn en je eigen problemen oplost, en vaak is dat ook een goeie keuze. Het grootste nadeel van deze oplossing is dat je eigenlijk niets hebt geleerd - en je paard ook niet. De volgende keer doet een ander paard nét hetzelfde, en je zal nog steeds niet weten hoe je ermee om moet gaan. Stel dat je zegt - nee, da's toch nogal extreem - ik verkoop m'n paard niet.
Toch bestaan er minder duidelijke voorbeelden van eigenlijk dezelfde trainings-"oplossing". Stel: je hebt van die boxdeuren waar je paard overheen kan kijken. En het zou toch praktisch zijn als je daar je zadeldeken over te drogen kon hangen - je buurvrouw kan dat: haar paard prutst nergens aan. Jouw paard daarentegen kan nergens afblijven. Oplossing 1 zegt: hang je deken nooit over de staldeur, dan is er ook geen probleem - maar je paard heeft niks geleerd, en jij kan nog steeds je deken niet over de deur hangen.
Stel: je bent bezig met je paard, en hij hoort een ander paard komen. Zelfs al heb je hem aan twee kettingen links en rechts vastgezet, hij maakt zich zo druk dat je besluit hem in z'n stal te zetten. Je hebt 'm niks geleerd over stilstaan, maar je probleem is opgelost, want je paard - en dus het "ongepaste' gedrag - is weg. Op het moment zelf kan het een goede oplossing geweest zijn: hij heeft zich geen ongelukken aangedaan door de kettingen te breken of onderuit te gaan, en je hebt geen hoef op je voet gekregen omdat hij niet uitkeek waar hij heendenderde. Je kan altijd later opnieuw beginnen borstelen. Eigenlijk zijn zelfs de twee vastzetkettingen een vorm van oplossing 1...
Zou het niet fantastisch zijn als je paard gewoon bleef staan, daar waar je 'm zegt van te blijven staan - zelfs onaangebonden? Tuurlijk - je hebt al video's gezien van Lyons of Parelli, en je vindt het allemaal fantastisch en wou dat je paard dat ook deed, maar straks moet je op wedstrijd en nu heb je geen tijd, dus zet je 'm tweezijdig vast, want da's gemakkelijker. Ook een vorm van trainingsoplossing nr 1.
Nog een voorbeeld: je paard is ongeduldig om de wei op te mogen, 's morgens. Zo ongeduldig dat hij een gat in de stalvloer heeft geklauwd, of af en toe last heeft van opengeschaafde knie'n van tegen de staldeur te slaan. Bovendien loopt hij je haast overhoop telkens je hem naar de wei brengt. Je kan de omheining tot een gang verbouwen, zodat hij vrij in en uit z'n stal kan als hij naar de wei wil: trainingsoplossing 1. Of je kan...
Trainingsoplossing 2: Straffen.
Een gemeenzame definitie van straf is een onplezierige of zelfs pijnlijke stimulus toedienen nadat een gedrag is gebeurd. Je paard bonkt tegen de staldeur, jij roept naar hem. Hij begrijpt er niks van, maar jij voelt je beter. Opdat straf zou werken, moet je je paard dus op heterdaad betrappen - je moet erbij zijn. Je zou je paard telkens achteruit in z'n stal kunnen sturen als hij tegen de staldeur trapt. Je kan z'n gedrag waarschijnlijk wel stoppen, tenminste als je in z'n buurt bent.
Er zijn heel veel voorbeelden van straf, die je nochtans vaak ziet, en die zo goed als nooit herhaling van het gedrag voorkomen, omdat ze het omgekeerde effect veroorzaken:
Een paard weigert voor de hindernis en loopt ernaast weg. Het paard wordt stopgezet en krijgt een afstraffing.
Een paard gooit z'n ruiter eraf, en blijft in een hoek van de piste stilstaan. De ruiter loopt op hem toe en geeft 'm een afstraffing
Een paard "hangt het uit" tijdens het rijden en wordt op stal gezet en krijgt geen eten.
Deze drie voorbeelden klinken niet alleen onredelijk, bovendien wordt er straf uitgedeeld met een ongelooflijk gebrek aan timing: het paard heeft er bij geen van de drie voorbeelden enig idee van waarover het eigenlijk gaat.
Het eerste paard wordt gestraft terwijl het nochtans voorwaarts is - een paar keer herhalen en de volgende keer blijft hij gewoon staan voor de hindernis. Het tweede paard wordt geslagen omdat hij, na z'n eerste paniek, stilstaat om op z'n ruiter te wachten. Volgende keer zal hij wel zorgen dat hij zich niet laat pakken. Het derde paard heeft zelfs geen flauw idee waarom hij bij het eten wordt overgeslagen. Hij onthoudt alleen dat hij, toen hij bokte, weer naar de stal mocht. We zijn er redelijk zeker van dat je nu zegt: zo wil ik mijn paard nooit behandelen; Ik wil geen straf gebruiken. Het is niet alleen niet echt effectief, en bovendien heeft het teveel ongewenste neveneffecten. Ik wil niet voortdurend roepen, of slaan - zo zit ik niet in elkaar.
Trainingoplossing nummer 3: negeren.
Gedrag dat niet versterkt worden, hebben de neiging om te verminderen in de loop der tijd. Al wat je moet doen is het negeren. Elke keer als je roept naar je paard, krijgt hij aandacht - en voor sommige paarden is eender wat voor aandacht beter dan helemaal geen aandacht. Precies omdat je er een punt van maakt dat hij tegen de staldeur slaat, hou je hetgedrag in stand. Als je naar hem toeloopt telkens hij tegen de staldeur slaat, versterk je het gedrag zelfs. Stel dat je paard aangebonden staat, en hij wordt ongeduldig, omdat hij alleen wordt gelaten. Hij begint met z'n hoef te schrapen. Je loopt naar hem toe om hem te corrigeren en voila, hij heeft wat hij wou: niet meer alleen zijn. Dit is gedrag dat je beter zou negeren. Sommige trainers hebben deze oplossing voor schrapen: ze zetten hem bewust vast waar hetgeen kwaad kan om te staan schrapen, en laten het paard uren alleen. Het paard houdt gegarandeerd op met schrapen...
De risico's die erbij komen dat het paard zich andere dingen aandoet, zijn natuurlijk legio - extreem gaan toepassen is niet altijd een even verantwoord idee.
"Verkeerd" gedrag negeren is vaak de eenvoudigste trainingsoplossing. Stel dat je je paard leert aanspringen in galop. De eerste keer dat hij het doet, schudde hij ook z'n hoofd. Je beloont 'm uitbundig omdat hij in galop aansprong, maar hij krijgt de boodschap dat ook het kopschudden ok was. Blijf 'm bij het aanspringen belonen en negeer het kopschudden; het kopschudden zal verdwijnen (op voorwaarde dat er niets fysiek fout is , natuurlijk). Als je er een punt van zou maken, cre'er je in feite een probleem - onthou dat het altijd beter is om een paard te belonen voor wat hij goed doet dan om 'm te corrigeren voor wat hij "fout" doet.
Maar soms versterkt gedrag zichzelf - negeren helpt niet, integendeel: het wordt alleen maar erger. Kribbebijten is daar een goed voorbeeld van. Kribbebijten is wanneer een paard z'n tanden op een rand vastzet, en lucht zuigt. Een echte kribbebijter/luchtzuiger kan dat uren aan een stuk doen. Niet alleen is het geluid verschrikkelijk, bovendien kan het dodelijke koliek veroorzaken (teveel lucht in de maag) en is dus een levensbedreigend probleem. Kribbebijten (en weven) komt echter niet zomaar ergens vandaan. Het is een manier van het paard om met stress om te gaan, en ontstaat uit verveling. Uit verveling gaat het paard experimenteren, en zo ontstaat kribbebijten/luchtzuigen, of weven. Bij dat gedrag blijken nu endorfines vrij te komen, een kalmerend hormoon (endorfhines komen trouwens ook vrij bij het gebruik van een praam, of bij het masseren van de oortipjes, bijvoorbeeld). En endorfines zijn verslavend - het gedrag zal dus niet gewoon verdwijnen - integendeel. En zo komen wij bij
Trainingsoplossing nr 4: negatieve versterking.
Negatieve versterking is een onplezierige gebeurtenis of prikkel die gebeurt tijdens ongewenst ongedrag, en die verdwijnt als men het ongewenste verdrag verandert. Het werkt een beetje als een "fout antwoord"-aanwijzing. Gedragspsychologen kunnen uren argumenteren over de jusite definitie, maar om het overzichtelijk te houden: het verschil tussen straf en negatieve versterking is vooral een kwestie van timing. Straf gebeurt na of tijdens het verkeerde gedrag, z-nder dat het paard de kans krijgt om z'n gedrag te veranderen. Negatieve versterking gebeurt gelijktijdig met het gedrag en stopt onmiddellijk zodra het paard een meer acceptabel gedrag toont.
Om kribbebijten te stoppen, doen mensen vaak een lederen kribbebijtersband aan, net achter de oren. Als het paard de nek buigt om lucht te zuigen, knijpt de band tegen de luchtpijp, en ontmoedigt zo het luchtzuigen. Paarden die dan nog doorgaan krijgen vaak er nog een metalen plaat bovenop, soms zelfs met uitsteeksels die in de nek duwen. De band oefent alleen druk uit als het paard luchtzuigt. Hij kan die druk ontwijken door het gedrag te ontwijken. Soms zijn paarden effectief geholpen met een band - maar heel vaak ook niet: paarden leren hun nek zo te houden dat ze toch nog kunnen luchtzuigen. Zolang de oorzaak niet is weggenomen (verveling), zullen ze het gedrag voortzetten.
Laat ons eens teruggaan naar onze kopschudder. Negeren heeft niet geholpen. Fysiek is hij in orde: geen oorontsteking, geen tandproblemen, geen rugpijn, en het zadel past. Dus ga je er toch iets aan moeten doen - en negatieve versterking zou wel eens kunnen helpen.
Paarden houden niet van druk op hun kaken - en we weten allemaal dat zolang we het paard uit de mond blijven en onze teugels in zachte handen houden, dat ze ongelooflijke dingen voor ons zullen doen. Dat gegeven kan je gebruiken. Elke keer als hij met z'n kop schudt, neem je je binnenteugel aan. Het is niet de bedoeling hem te straffen - je houdt alleen die teugel aan, even lang als hij kopschudt. Zodra hij het schudden stopt, al is het maar een seconde, laat je de teugel los. Al snel zal hij de boodschap meekrijgen: "ok, je mag met je hoofd schudden zolang je wilt, maar even lang zit ik je in je mond." Als je consequent bent, zal het kopschudden heel snel ophouden.
Fantastisch, zeg je, maar voor ik mij druk kan maken over een paard dat met z'n kop schudt, moet ik er wel eerst opgeraken. En mijn paard staat niet stil. Twee mensen om 'm tegen te houden, en nog is het een gevecht - ziedaar, de aanzet voor
Trainingsoplossing nr. 5: verander de motivatie.
Paarden doen die dingen die zin hebben voor hen. En het is eenvoudig om je dansende paard te leren stilstaan. Al wat je moet hebben, is dat hij graag wil stilstaan, en dat doe je door hem te vragen om... te bewegen. Begin bij het begin: daar waar je je knie opheft om een voet in de stijgbeugel te zetten - of zelfs daarvoor. Gaat hij bewegen? Ok, dan gaat hij bewegen. Stuur hem rond, vooruit, achteruit, cirkel, zijwaarts...Laat hem stoppen, en begin opnieuw aan je opstap-sequentie. Zodra hij gaat bewegen, laat je hem bewegen - telkens net iets meer dan hij zelf van plan was. Al heel snel zal hij blij zijn dat hij gewoon mag stilstaan als je opstapt. Je hebt 'm anders over de dingen doen denken, en dus heeft hij z'n gedrag veranderd.
Soms is omgekeerd denken dus net dat wat je nodig hebt. Als je even op de join-up doordenkt, heb je daar het perfecte werktuig. Als mijn oudste paard de hoefsmid ziet, wil ze liever niet komen - nu, daar hebben we een afspraak over. Als ze niet komt, stuur ik haar weg - in draf. Zolang ze niet wil komen, moet ze blijven draven. Dat weet ze, en omdat ze wil dat ook ik niet vergeet dat ze een keuze heeft, loopt ze netjes drie rondjes om me heen en staat dan stil voor het halster. Voor de dierenarts loopt ze er vijf. Stel dat niets helpt om je paard stil te zetten - al wat hij doet, zodra je erop gaat, is rennen, rennen, rennen. Hij is er op een of andere manier van overtuigd dat het zo moet.
Trainingsoplossing nummer 6: bouw de afwezigheid op.
De afwezigheid opbouwen betekent dat je alles wat niet het ongewenste gedrag is, uitgebreid gaat belonen. De drie stappen die hij draft voor hij in z'n beruchte galop schiet, die beloon je. Het zal niet in één twee drie gaan, maar meer en meer zal hij voor de beloning werken, en dus het gedrag vertonen dat beloond wordt. Vooral als je dit combineert met het omkeren van z'n motivatie (wil je galopperen? Ok, dan gaan we galopperen - maar langer dan je zelf wil, en op cirkel).
Trainingsoplossing nr 7: koppel het gedrag aan een commando
Als we een gedrag op commando kunnen zetten, kunnen we het controleren. Als je het schrapen van je paard op commando zet, en je geeft nooit het commando, dan zal hij niet meer schrapen. Of je geeft helemaal in het begin het commando zoveel keer, dat hij blij is wanneer hij het niet hoeft te doen.
Het paard dat alleen maar kan galopperen? Daar zijn we heel blij mee, we zetten het zelfs op commando. Het eindresultaat is een perfecte galophulp, en onze criteria zijn:
het paard galopeert elke keer als we het vragen
het paard galopeert niet als we er niet om hebben gevraagd
het paard galopeert niet bij een andere hulp
als we galop vragen, krijgen we galop, en niks anders.
Deze vier criteria moeten misschien niet altijd compleet aanwezig zijn voor een voldoende hulp.
Als je wandelpaard soms begint te draven zelfs al had je om galop gevraagd, dan vind je dat misschien niet zo belangrijk - je vindt het veel belangrijker dat hij naar je toe komt galopperen als je hem uit de wei roept. Rij je competitie, dan liggen je prioriteiten anders: je zal juist heel veel aandacht besteden aan het effect van je galophulpen. Veel problemen die we hebben komen van het niet consequent zijn wanneer we iets aanleren. Beantwoorden al je basishulpen - overgangen, stilhouden, een wending rijden - aan de vier criteria?
Als dat niet zo is, komt dat misschien omdat je commando niet consequent werd aangeleerd, en je paard er nog steeds een beetje verward over is - en dat begon helemaal in het begin, wanneer je het gedrag ging vormen.
Stel dat je je paard voor de eerste keren aan de longe werkt. Je wil hem stemcommando's leren - en velen van ons beginnen er omgekeerd aan: we zetten het commando voor het gedrag. Hebben we allemaal gedaan. We stonden in het midden en riepen "galop, gaop, galop" naar ons paard dat om ons heen racete in draf. Wij aan de ene kant, denkend aan het paard dat we willen doen galopperen. En het paard aan de andere kant, dat denkt dat dat rare geluid betekent: zo snel mogelijk draven. Dus: voor je een stemcommando (of hulp) toevoegt, moet je eerst het gedrag kunnen oproepen. In het begin herhaal je dus "galop" als hij al aan het galoperen is. Pas als je met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan voorspelllen dat hij in galop zal aanspringen - bijvoorbeeld omdat hij telkens aanspringt als je je hand omhoog doet - kan je "galop" zeggen, nét voor je je hand omhoog doet. Het lijkt er dan op alsof hij op je stemcommando aanspringt. Als je dat nu vaak en consequent herhaalt, zal hij op de duur weten dat net na dat rare geluid de galop komt - en om je terwille te zijn springt hij alvast aan. En voila - we zijn niet ver weg van het eigenlijke stemcommando. Blijven toepassen, en die hand steeds minder duidelijk maken - uiteindelijk zal je paard op stemcommando aanspringen. En als je dat hebt, zal hij ook aanspringen in andere omstandigheden.
Ok, we zijn halverwege. Je paard begrijpt wat je bedoelt als je "galop" zegt, en hij springt consequent in galop aan. Paarden staan daar dan 's avonds over na te denken, als je weer naar huis bent - hij weet dat hij uitgebreid beloond wordt als hij aanspringt in galop, en de volgende dag biedt hij het gedrag zelf aan, zonder dat je het stemcommando gebruikte. Eigenlijk fantastisch, maar tegelijk heb je een nieuw "probleem". Wees niet boos op hem - uiteindelijk toont hij dat hij heeft onthouden wat je hem hebt geleerd, en heeft hij alleen nog een beetje moeite met het "wanneer'. Breng hem gewoon terug naar draf en zeg vriendelijk en duidelijk "nee". Eén keer. Je paard moet dan even door de verwarring heen - hij begrijpt niet waarom je de ene keer blij bent als hij galoppeert, en de andere keer niet. Maar al snel zal hij het woordje "nee" koppelen aan "nee, deze keer krijg je geen beloning voor dit gedrag". En uiteindelijk zal zijn frank/cent/euro vallen: hij moet wachten op het commando om een beloning te krijgen.
Naarmate z'n repertoire groeit, zal hij de volgorde der dingen ook beter begrijpen; hij zal sneller weten dat hij moet wachten op het commando. En hij zal alleen in galop springen als je het hem vraagt, en hij zal het ook doen elke keer als je het hem vraagt.
Trainingsoplossing nummer 8: vorm het tegengestelde gedrag.
Dit is een bijzonder sterke trainingsoplossing. Bijvoorbeeld: een paard dat steigert, kan niet tegelijkertijd z'n neus op de grondhouden. Er bestaan heel veel mogelijkheden om het tegengestelde gedrag te vormen. Stel dat je paard elke keer begint te rennen als je terug op weg naar huis bent van een wandeling. En hij wil supersnel door die poort heen. Hoe los je zoiets op? Door hem stil te zetten - weggedraaid van de poort, en van huis. Hij kan niet tegelijk door die poort spurten en stilstaan. "Jamaar", zeg je "dat is juist het probleem - hij wil niet stilstaan".
Even terug de lijst induiken - verander z'n motivatie. Pas het voorbeeld toe van het paard dat niet wou stilstaan om op te stappen. Wil hij niet stilstaan? Ok, dan gaan we bewegen - maar wel op de manier die ik wil en net zolang ik wil. We maken cirkeltjes, en we gaan wijken. Hij zal zo blij zijn dat hij mag stilstaan aan die poort... Stel dat je paard telkens hij bang is van iets, omkeert en wegschiet. Hem verhinderen er naar te kijken, heeft meestal het omgekeerde effect. We gaan hem dus leren om te kijken naar van wat hij bang is. Een paard dat bezig is met onderzoeken waar hij bang van is, loopt er niet van weg.
We veranderen dus niet alleen de richting die z'n voeten opwillen - we veranderen ook z'n manier van denken. Ook de natuur heeft daar iets op gevonden: overspronggedrag. Een paard dat bang is, gaat vaak juist... rollen. Op die manier zegt het tegen zichzelf: zie je wel, er is niks om bang van te zijn). Een andere toepassing is lichaamshouding. We vertelden in een eerdere nieuwsbrief al hoe een paard rustig wordt omdat z'n lichaamshouding naar beneden gaaat - nek gestrekt, neus naar beneden.
Als je paard over z'n toeren gaat, leer hem het kalmeer nu'-teken - en pas het ook in het zadel toe. Lang en laag (niet noodzakelijk rond) is niet alleen een test om te kijken of je paard echt nageeflijk is en je handen naar beneden kan volgen. Het kan ook juist een manier zijn om het paard rustig en nadenkend te krijgen - want het werkt ook omgekeerd. De eerste keer dat je het paard vraagt z'n hoofd naar beneden te doen zal het maar een seconde duren - hij laat niet graag z'n hoofd daar beneden en houdt liever alles in het oog. Maar uiteindelijk zal hij vergeten dat hij bang was.
Hoe meer en sneller je kansen ziet om z'n emotionele denken te veranderen, hoe gemakkelijker het voor hem zal worden. Begin dus met de kleine dingen. Wacht niet met trainen tot je een uur rijden van huis bent en hij aan het steigeren gaat. Begin met z'n denken te veranderen in zijn en jouw comfortabele zone: thuis. Daar kan je de omstandigheden controleren en de dingen veilig en overzichtelijk houden.
Trainingsmanier 9: er mee leren leven.
Allemaal zoveel werk, zucht je. Is er geen gemakkelijkere manier? Ja, de eerste manier alleszins: verkoop je paard - of probeer nummer 9: leer ermee leven. Trainen vraagt inderdaad toewijding, tijd en energie. Vind je het niet erg dat je paard rommelt als jij aangebonden staat, niet stilstaat als je wil opstappen, dan vind je het misschien teveel moeite voor wat het waard is. Da's ok. Wat voor de ene een probleem is, moet niet noodzakelijk voor jou ook een probleem zijn. Je hoeft je niet te plooien naar andermans standaard. Er bestaat geen standaardmodel voor het perfecte paard. En je kan altijd hopen dat in jouw geval de kleine dingen niet gaan escaleren. Maar doe er wel iets aan als je het vervelend gaat vinden, of het zelfs gevaarlijk zou kunnen worden. Je hebt op dat moment de keuze van 1 tot 8.
Een oefening
Is er iets aan het gedrag van je paard dat je dwarszit?
Probeer het om te beginnen terug te brengen naar de essentie. Een paard dat door de deur stormt als je er met hem door wil gaan, is niet het eigenlijke probleem. Het betekent in de eerste plaats dat je paard niet goed leidt. Begin dus niet aan de poort, maar in een neutrale omgeving.
Doorloop elke trainingsmanier, en probeer telkens een oplossing te formuleren. Je komt er vanzelf een tegen die best bij jou en je paard past. Het allereerste criterium moet zijn of de oplossing voor jullie alletwee veilig is. Kan er iets fout gaan, begin er dan niet aan, en verzin iets anders. Bovendien geeft het je alvast een voorsprong als je een ander paard met gelijkaardig gedrag tegenkomt.
Elk paard is immers verschillend, en jij hebt dan alvast een heleboel manieren om dit aan te pakken, op de manier die dit paard past.
© Inge Teblick, gebaseerd op o.a. een hoofdstuk uit "Clickertraining for your horse", door Alexandra Kurland