Je zou het volgende doen:
Je begint met de peesjes, die zijn het kleinste. Je neemt je paard mee naar de bak, en begint je paard rustig te kriebelen. Je neemt hem een stukje mee naar de plek waar de peesjes liggen, ondertussen lekker door kriebelen. Zo steeds een stukje dichter bij. Als je naast de peesjes staat, dan pak je ze in 1 hand, en met de andere hand ga je door het kriebelen. Langzaam aan kom je met de hand met de peesjes ook dichterbij. Laat je paard er ook eens aan ruiken. Verstijfd je paard tussendoor, dan zorg je dat de peesjes weer verder weg komen van je paard. Zo ga je door tot je je paard met de peesjes in de hand kun aaien. Als dat kan, dan ga je langzaam zijn hele lijf af. Je legt de peesjes weer weg, en brengt je paard weer naar de wei.
Het zadel doe je op dezelfde manier. Als je paard rustig naast het zadel wilt staan, pak het zadel dan op, en houdt het eens tegen je paard aan. Leg het daarna weer neer en wacht even. Daarna oppakken en doen alsof je het op de rug legt, maar het dan toch weer neerleggen. Dit opbouwen tot op de rug leggen. Als het op de rug ligt, het zadel eraf nemen en paard naar de wei brengen.
De keer erop ga je weer hetzelfde met de peesjes doen, maar nu ga je ze ook proberen om te doen. Belangrijk is dat je paard dat helemaal oke vind, niet schrikt of angstig wordt en dus stil blijft staan. Doet je paard dat niet, dan altijd weer een stap terug, en daar weer beginnen. Ook het zadel er weer op zoals hierboven beschreven. Je kunt trouwens ook eerst met het dekje beginnen (is beter en gemakkelijker als het zadel). Als je het zadel op je paard mag leggen zonder dat het daarop angstig reageert, dan pak je de singel erbij. Weer veel kriebelen en met de singel over het hele lijf gaan, dus ook onder de buik. Daarna de singel aan 1 kant vastmaken. Loop naar de andere kant en doe de singel zachtjes om. Niet aansingelen, alleen vastmaken en je paard een rondje laten lopen. Daarna je paard weer op de wei.
De volgende keer doe je weer zoals hierboven staat, en dan wel aansingelen. Nog steeds niet opstijgen, dat bewaar je voor de keer dat je met het zadel aan komt lopen, en je paard stil blijft staan en je rustig kunt zadelen. Het opstijgen doe je met een krukje, om het zo ligt mogelijk voor je paard te maken.