De deelnemer dient tijdens de wedstrijd op verzoek van de in functie zijnde official te tonen:
a. Een geldige startkaart. Voor deelnemers, waarvan de startkaartaanvraag in behandeling is bij de KNHS, is deze verplichting de eerste drie weken na aanvraag niet van toepassing.
b. Het paardenpaspoort.
In het paardenpaspoort dient:
1. het nummer van de ingebrachte transponder of de identificatievermelding conform een andere door de KNHS goedgekeurde identificatiemethode te zijn vermeld;
2. indien het een (E)pony betreft een geldig overzicht van de meethistorie te zijn opgenomen;
3. een geldig overzicht van aan het paard toegediende vaccinaties, inclusief de verplicht gestelde vaccinaties tegen influenza, te zijn opgenomen. Vermeldingen van vaccinaties zijn alleen geldig indien ze zijn voorzien van de handtekening en het stempel van de dierenarts, die de vaccinatie toegediend heeft.
4. Een paard is startgerechtigd indien uit het vaccinatieoverzicht blijkt, dat het paard als volgt tegen influenza is gevaccineerd:
a. Een basisvaccinatie, bestaande uit twee inentingen, die minimaal 21 en maximaal 92 dagen na elkaar moeten zijn gegeven.
b. Vervolgens een jaarlijkse inenting, die niet later dan maximaal 12 maanden na de vorige inenting en minimaal zeven dagen voor de wedstrijd moet zijn toegediend.