
ik heb 11 december oefen pacours ( voor het eerst )
maar ik heb een dressuur zadel en ik kan daan ook mee springen. maar mag je met een dressuur zadel springen?
en met springen mag je toch gewoon een martingaal en peesbeschermers??
alvast bedankt!

Moderators: C_arola, Essie73, Coby, balance, Firelight, Dyonne, Neonlight, Sica, NadjaNadja
[naam] schreef:Gevonden:Citaat:Artikel 257 - HARNACHEMENT EN HULPMIDDELEN
1. In de ring.
1.1. Het gebruik van oogkleppen en capuchons is verboden. Een te strak aangesnoerde neusriem wordt als wreedheid (art. 46 Algemeen Wedstrijdreglement) aangemerkt.
1.2. Als hulpteugel is uitsluitend een martingaal met ringen en zonder enige beperkende werking toegestaan. Wanneer bij een normale houding van de deelnemer de teugels op maat zijn, mag de martingaal de rechte lijn van de teugels niet breken. Indien de teugels door middel van een gesp aan het bit zijn bevestigd, moeten de teugels van dwarsstaafjes zijn voorzien.
1.3. In de klassen B t/m M voor pony's en de klassen met een maximum hoogte van 1.20 m voor paar- den is uitsluitend de volgende optoming toegestaan:
Trenshoofdstel met africhtings, rechte, Mexicaanse, beugel- of zogenaamde gecombineerde neusriem voorzien van een enkele trens.
In de klassen Z en ZZ voor pony's is in de categorieën D en E is ook het gebruik van een pelham of Thiedemann-bit toegestaan.
In de klassen vanaf 1.30 m en hoger voor paarden geldt de optoming conform het FEI-reglement.
De teugel(s) moeten aan het bit of direct aan het hoofdstel zijn bevestigd en dient/dienen te be- staan uit enkele of dubbele gladde leren teugel(s), dan wel een gevlochten, linnen of rubberen teugel.
Het gebruik van een tonglepel is toegestaan, evenals een rollentrens en fluitbit, mits dit braam vrij is.
Zie voor de toegestane bitten voor de klassen B t/m M voor pony's en de klassen met een maxi- mum hoogte van 1.20 m voor paarden bijlage 6.
De bitten voor pony's dienen tenminste 1 cm dik te zijn.
1.4. De bakstukken van het hoofdstel mogen van "bontjes" worden voorzien, mits deze niet dikker zijn dan 3 cm.
2. In de ring, op het oefen- of inspringterrein of elders op of in de onmiddellijke nabijheid van het wed- strijdterrein.
2.1 Het zadel moet zijn voorzien van ruime beugels. Om veiligheidsredenen moeten stijgbeugels en stijgbeugelriemen vrij hangen van de bevestigingshaak van het zadel en aan de buitenzijde van het zweetblad. Iedere andere wijze van bevestiging is verboden. Een deelnemer mag noch direct, noch indirect een deel van zijn lichaam aan enig onderdeel van het harnachement vastmaken.
2.2 In alle klassen is het gebruik van een hulpmiddel, dat als een lus of handvat aan de teugel kan worden aangemerkt, verboden.
2.3 Op het oefen- of inspringterrein is het voor deelnemers aan de klassen vanaf 1.30 m voor paarden toegestaan om hulpteugels te gebruiken.
3. Andere hulpmiddelen
3.1 Uitsluitend sporen, die van metaal zijn vervaardigd, mogen worden gebruikt.
Voor ponydeelnemers geldt dat uitsluitend sporen zijn toegestaan, waarvan de tand een lengte heeft van max. 30 mm en een diameter van tenminste 5 mm en die stomp is uitgevoerd, d.w.z. zonder scherpe randen. Een zogenaamde zwanehalsuitvoering is toegestaan, maar de tand van de spoor mag niet zijwaarts gericht zijn.
3.2 Het gebruik van een karwats is in alle klassen toegestaan. Het is op straffe van uitsluiting echter verboden een karwats langer dan 75 cm te dragen of te gebruiken. Hetzelfde geldt voor een kar- wats, die aan het uiteinde is verzwaard.
Er mag geen reservekarwats worden gedragen. Een karwats mag ook niet door iets anders wor- den vervangen (art. 240.3.21).
Tijdens dressuurmatige trainingsarbeid is het toegestaan een dressuurzweep te gebruiken.
3.3 Het gebruik van niet toegelaten hulpmiddelen - ter beoordeling van de toezichthouder en/of Federatievertegenwoordiger - heeft onmiddellijke uitsluiting tot gevolg, ongeacht of misbruik plaats vindt in de ring of op enig ander deel van het wedstrijdterrein en bijbehorende accommodatie. Tijdens het losrijden - ongeacht of dit op het daartoe aangewezen terreingedeelte plaatsvindt of elders - mogen geen andere bitten en hulpmiddelen worden gebruikt dan die welke tijdens het verrijden van het parcours zijn toegestaan, met uitzondering van het gestelde in art. 257.2.3.