Afgaande, op wat in het proevenboekje staat, zit ik geloof ik fout.
Maar persoonlijk ben ik niet zo kapot van deze visie op dressuur:
Evelijn schreef:De eerste drie punten van het scala van africhting zijn belangrijk in de B dat is (uit het proevenboekje)
1. Takt (dus het ritme en de zuiverheid van de gangen)
2. Souplesse/ontspanning/losheid
3. Aanleuning/nageeflijkheid (losgelatenheid in het kaakgewricht, een lichte verende druk op de teugel die het paard aanbiedt als gevolg van de voorwaartse inwerking van de ruiter) Het paard moet 'aan het bit' gaan maar hoe gewelfd en opgericht de hals is ligt aan de mate van africhting.
[in proevenboekje staat het nog uitgebreider uitgelegd]
In de B proefjes staat het ook op het protocol... nr. 26 "Het rechtgerichte, ontspannen en in aanleuning gaande paard"
Heel veel paarden in de B lopen netjes op de loodlijn (of zelfs er achter) en voldoen aan punt 3, terwijl punt 2: souplesse te wensen overlaat.
Alsof de jury niet gehoord heeft van "je kunt een paard in de krul trekken".
De tekst die Evelijn citeerde, zou kunnen betekenen, dat de jury oplet, dat het dier vooral vriendelijk en losjes wordt gereden - en dat de aanleuning daadwerkelijk de reactie is van het zich ontspannende paard op een goede ruiterhand.
Klassiek uitgedrukt: "la maine bonne" is een stilstaande hand.
Een paard geeft keurig na op een bijzetteugel, tenslotte.
(Maar dat is niet, wat ik zie op wedstrijden: dat hoofd moet "ergens zijn", forse hand"hulpen", etc. Klassiek gesproken bestaat er wel "la maine savante": de hand die ophoudingen maakt, maar die zou je niet moeten willen voor de M.)
Ik zou het prachtig vinden, als er 2 testen werden toegevoegd aan alle proeven:
1) op het moment dat de jury een signaal geeft, acuut hals laten strekken. Volgt er alleen een voorwaartse strekking, ipv. voorwaarts neerwaarts, per definitie geen winstpunt.
2) Na de proef krijgt het dier een vriendelijke aai over de hals van de jury. De jury voelt daarmee *pal achter de oren *aan de onderkant, midden op de hals en * vlak voor de schoft.
Als het dier warm is op plek 1 en/of 2 en koud is bij plek 3: per definitie geen winstpunt.