dat wil ik wel uitleggen:
Veelzijdigheidszadel:
De meeste ruiters en amazones vinden alles leuk wat met paarden te maken heeft. Ze willen dressuur oefenen, sprongetjes maken en zo nu en dan lekker in het bos of op het strand rijden. Dit kan allemaal met een veelzijdigheidszadel! Het zadel ligt tussen een dressuur- en springzadel in, vandaar dat het voor verschillende onderdelen van de paardensport gebruikt kan worden.
De zweetbladen zijn niet zo lang als bij een dressuurzadel, maar wel langer dan bij een springzadel. De lepel is redelijk hoog. Met springen zit dit iets minder lekker als je hoge hindernissen neemt, maar anders heb je er geen last van. Aan allebei de kanten van het zadel zitten drie singelstoten; je gebruikt er twee en er is één reserve. De singel is lang en wordt onder de zweetbladen vastgemaakt. Als je vaak lange buitenritten maakt, kun je ringetjes aan het zadel laten maken waar je zadeltassen of een halster aan vast kunt klikken.
dressuurzadel:
Tijdens de dressuur kom je niet uit het zadel, maar je volgt wel de bewegingen van je paard met je lichaam. Je zit eigenlijk een beetje ín het zadel; het is dus redelijk diep, met een hoge achterkant (lepel) en lange zweetbladen.
Dressuurruiters hebben hun stijgbeugelriemen lang en hun benen hangen langs het lichaam van het paard. De kniewrongen zijn zo gemaakt dat de benen zoveel mogelijk in een rechte houding gedwongen worden. De singel is vaak kort en wordt bevestigd aan lange riemen, de stoten. In veel gevallen zit er een dunne extra singel over de gewone singel heen.
tja,