Mario Broekhuis schreef in de paardenkrant van 27 juni:
De vereniging "Het Groninger Paard"zoekt toenadering tot het KWPN. Een eerste gesprek heeft plaatsgevonden met als insteek of het KWPN de stamboekadministratie wil gaan voeren. Als dit gebeurt, veranderd er nog maar weinig: de Groningers blijven gewoon hun eigen koers volgen. Hoe onbeduidend het voor het fokkerijbeleid mag lijken, het is misschien een cruciale stap in de goede richting. Althans, voor het KWPN.
Iedereen die een beetje verstand heeft van de fokkerij weet dat het KWPN haar succes dankt aan het paren van oude Groninger en Gelderse merriestammen aan volbloedhengsten. Het maken van een outcross is de sleutel tot succes. Paar twee totaal onverwante bloedlijnen aan elkaar en je krijgt een absolute topper (of flopper, dat is de schaduwzijde).
Met die kruisingsproducten kun je verder fokken, maar het houdt een keer op. Dan heeft de fokkerij weer vreemd bloed en een nieuwe outcross nodig om opnieuw aan een succesverhaal te werken. Het is telkens een kwestie van terugkeren naar de basis.
Het grote probleem is dat de KWPN-fokkers nogal slordig omspringen als het gaat om het bewaken van de basisbloedlijnen. Het zuivere Gelderse bloed is totaal verwaterd. Ook qua type is het Gelderse paard te dicht naar het sportpaard toegekropen. Een outcross is bijna niet meer te maken. Of we het nu een Gelders "paardenras" noemen, als basispaard bestempelen, of het onderbrengen in een categorale afdeling: de "wittensteins" zijn op.
In de Groninger en klassieke Oldenburger fokkerij- waar het Groninger Paard gebruik van maakt- zijn nog wel bruikbare stammen te vinden.
Mooi voorbeeld in dit kader vind ik de fokkerij van Herman Roelofs, die na tien jaar fokken tot de ontdekking kwam dat slechts 40% van zijn fokproduckten aan zijn kwaliteitseisen voldeed. En wat bleek? Die 40% was alleen van merries uit Groninger stammen. Met fraaie eindproducten komt zijn fokkerij niet verder.
Door het aanhalen van de contacten met het Groninger Paard haalt het KWPN een potentiële bakermat voor de sportpaardenfokkerij binnen. Niet dat ik zo kapot ben van het huidige Groningse paardenbestand en niet dat de Groninger fokkerij zo puur is, maar het is een aparte fokkerij die kan helpen om terug te keren naar de basis. Zo lang de vereniging Het Groninger Paard maar een eigen weg blijft volgen en zich niet op den duur om laat praten tot een categorale afdeling of iets in die geest. Want dan vrees ik dat de Groninger hetzelfde lot is beschoren als het Gelderse paard. Dan gaat het op in de middelmatigheid.