[BLOG] Tips van de jury voor een nog betere proef: L1 en L2

Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
shirleyp
Blogger

Berichten: 2931
Geregistreerd: 24-04-03
Woonplaats: Hengelo

[BLOG] Tips van de jury voor een nog betere proef: L1 en L2

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : Vandaag, 07:48

*Bokt.nl
Bokt Community

In mijn vorige blog heb ik jullie van praktische tips voorzien om een sterke BB en B-proef te rijden. Lees de blog vooral nog even terug, veel van de tips komen ook in de latere klassen nog van pas. In deze blog gaan we de volgende klassen bespreken: L1 en L2. Veel leesplezier!

:list: Goed om te weten: ik ben dan wel een KNHS-official, maar alles wat ik hier schrijf is op persoonlijke titel, ik spreek dus niet namens de KNHS.

De beleving van een proef vanaf het paard en vanuit het juryhok kan behoorlijk verschillen. Wat jij allemaal voelt, is niet per se iets dat een jurylid ziet. Ook weet een jurylid niet wat er thuis allemaal beter gaat dan op wedstrijd, of juist andersom. Een jurylid beoordeelt de vorm van de dag, zonder voorkennis of zonder deze voorkennis mee te nemen. Door te weten wat een jury vanaf C kan zien en waar een jury naar kijkt, kun je een proef bewuster en beter rijden. Ik neem je daarom graag mee in mijn ervaring en deel deze tips met je. :)

Baan verkennen
Benut de tijd die je krijgt om de baan te verkennen goed. Je kent je paard zelf het beste en weet wat hij nodig heeft in deze fase. Heb je een paard dat kijkerig is? Neem de leiding en rijd actief de hele baan rond, zowel links als rechtsom. Heb je een paard dat terugkomt in de proef? Gebruik het verkennen van de baan dan om hem scherp aan de hulpen te zetten, zodat je in de proef wat over hebt. Je kunt geen grote veranderingen aanbrengen bij het losrijden of baan verkennen, het trainen gebeurt thuis. Zorg er toch voor dat je met een plan begint aan het verkennen van de rijbaan. Een goed begin is het halve werk.

Het binnenkomen
In de klasse L willen we als jury al wat meer controle zien, dat begint al met het binnenkomen. Rijd een nette wending, zorg ervoor dat je nauwkeurig op de letter rijdt en stel je paard recht. Bij sommige ruiters kan ik bij de X al zien of ze bij C links of rechts gaan. Ik moedig een goede voorbereiding van de oefening altijd aan, maar 20 meter van tevoren is wellicht iets te veel van het goede. O:) Stel en houd je paard daarom netjes recht tot een paar meter voor de C. De wending bij C moet gebogen zijn om het binnenbeen en met de juiste stelling en buiging worden gereden. In de klasse B zie ik nog wel eens dat het paard tijdens deze oefening door het binnenbeen valt en met contrastelling door een wending gaat, dat willen we in de L niet meer zien.

Overgangen
Net als in de klasse B worden er veel overgangen gevraagd in de L-proeven. Deze mogen nog steeds progressief worden gereden, je mag dus de tijd nemen voor deze overgang. Het blijft belangrijk dat de kwaliteit van de gang voor en na de overgang behouden blijft. Takt, ritme en regelmaat blijven de basis. Ook willen we graag horizontale balans zien, dus een paard dat in evenwicht blijft in een overgang. Dit is ook terug te zien in de moeilijkheidsgraad van de gevraagde overgangen in de verschillende proeven. Zo wordt bijvoorbeeld in de L2 een overgang van galop naar draf gevraagd op de diagonaal. Een lastige oefening, waarbij het paard geen steun heeft van de bakrand of een hekje. Zo wordt de moeilijkheidsgraad van de gevraagde oefeningen in iedere klasse steeds wat meer verhoogd.

Afbeelding
ⒸFlash Fotografie

Wendingen en figuren
In de klasse L willen we, naast takt en ontspanning, al meer aanleuning zien. Samen met een betere balans zorgt dat ervoor dat onderdelen al nauwkeuriger kunnen worden gereden. Dat zie je terug in de figuren die worden gevraagd in deze klasse.

Volte 12 tot 15 meter
In de proeven worden steeds kleinere voltes gevraagd. Zorg ervoor dat je weet hoe groot deze mogen zijn, het is jammer als je punten laat liggen op de grootte van een volte. Ook wordt de stelling en buiging steeds belangrijker. Ik vind zelf de oefening waarbij vanaf X eerst een volte 12 tot 15 meter rechts moet worden gereden en daarna dezelfde volte links een mooie oefening om te beoordelen. Daar kan je goed zien wat de voorkeurskant van het paard is en hoe ver de training in het rechtrichten al is gevorderd. Bij bijna alle proeven die ik zie zit er een duidelijk verschil tussen links en rechts, het is aan ons ruiters om je paard zo te trainen dat dit verschil zo klein mogelijk is.

Door een S van hand veranderen
Ook bij deze oefening is het rechtrichten en de balans goed te beoordelen. Zorg ervoor dat je de wendingen mooi om het binnenbeen gebogen inzet. Stel het paard recht, ga mooi over X en stel het paard om naar de andere wending. Als jury kan je goed beoordelen of iemand het paard goed recht stelt en of ze over X gaan, wees je daar bewust van als ruiter. Deze oefening wordt in veel verschillende klassen gevraagd, het is dus een goede oefening om regelmatig mee te nemen in je training.

Gebroken lijn 10 meter
In de klasse L wordt een gebroken lijn 10 meter gevraagd. Het is voor de jury erg goed te zien of je daarbij netjes over de X rijdt. De meest gemaakte fout in deze gebroken lijn is dat hij te klein wordt gereden. Wees je daar bewust van en probeer je paard tot de X te rijden en daar om te stellen. Ook het recht stellen is een aandachtspunt, soms wordt de gebroken lijn meer gereden als een golfbeweging. Wending - recht stellen - wending - recht stellen - wending. Werk ieder onderdeel van de gebroken lijn netjes af. Met nauwkeurigheid kan je ook in deze klasse echt punten scoren!

Enkele passen verruimen, middenstap, middendraf, middengalop
Qua verruiming wordt er in de klasse L ook al wat meer gevraagd dan in de klasse B, zowel van de oefening op zich als van het totaalbeeld.

Bij het verruimen van de stap en de middenstap willen we vooral zien dat het paard regelmatig en taktmatig blijft stappen. De passen worden zichtbaar ruimer en we zien enige verlenging van het frame. Het paard blijft mooi los door het lijf stappen. Het aandribbelen is ook in de L een veelvoorkomende fout. Vaak heeft dit te maken met een ruiter die te veel drijft en daarbij de bovenlijn te weinig ruimte geeft. Blijf zelf rustig zitten, geef je paard net wat meer lengte (zonder de verbinding te verbreken) en laat het actief voorwaarts stappen.

Bij de verruiming in draf en de middendraf is het extra belangrijk dat je de proef goed kent. Bij sommige proeven worden enkele passen verruiming gevraagd, bij anderen de gehele diagonaal in middendraf. Wanneer de gehele diagonaal in middendraf moet worden gereden, moet er ook echt van letter tot letter middendraf getoond worden. In de praktijk zie je vaak dat ruiters pas vlak voor de X op stoom komen en ruim voor de hoekletter alweer in arbeidsdraf zitten. Gebruik de hoeken voor en na de diagonaal om jezelf meer tijd te geven om deze oefening voor te bereiden. Wanneer je de hoeken goed doorrijdt, geef je jezelf net een paar meter extra. Stuur je paard de diagonaal op en rijd direct actief weg. Behoud deze activiteit tot vlak voor de hoekletter en maak daar een bewuste overgang terug naar arbeidsdraf. Door de overgangen duidelijk te markeren, komt de verruiming beter uit de verf. Dat geldt overigens ook voor de oefening ‘enkele passen verruimen’, je kunt daar ook je cijfer opwaarderen door duidelijke overgangen te rijden.

Bij het verruimen in galop willen we vooral verschil en een duidelijke verruiming zien. Lukt dit ook al met een gezette overgang voorwaarts en een gezette overgang terug, dan wordt dit positief gewaardeerd. Een veelgemaakte fout is het (gedeeltelijk) omspringen van het paard. Bereid je paard daarom goed voor op de verruiming en blijf waakzaam met je binnenbeen. In de L wordt deze oefening op de volte gevraagd, waardoor je het paard makkelijker gebogen kan houden om je binnenbeen. Springt het paard in de proef toch om? Kan gebeuren. Probeer dit snel te corrigeren, het liefst voor de volgende oefening. Wanneer de overgang naar draf vanuit de verkeerde galop wordt gereden, telt dit ook mee in de beoordeling van de overgang.

Afbeelding
ⒸFlash Fotografie

Wijken
In de klasse L1 wordt voor het eerst het wijken gevraagd. Daarbij is het vooral belangrijk dat het paard op de hulp en in balans opzij beweegt, waarbij de benen gelijkmatig kruisen. Daarbij blijven de aanleuning, de activiteit en het tempo gelijk. Na vijf meter wijken stel je het paard netjes recht en rijd je door naar de korte zijde. De inzet en de afwerking van het wijken tellen beide mee in je cijfer, het gaat niet alleen om de paar passen zijwaarts. Voor veel paarden is het zijwaarts gaan nog nieuw, in de praktijk zien we veel paarden die correct wijken nog lastig vinden. Dat is niet erg, je mag best tijd nemen om in een klasse te groeien.

In de klasse L2 wordt 10 meter wijken gevraagd, tot aan de hoefslag of tot aan G. In de L2 verwacht ik wel dat het wijken in de basis correct wordt uitgevoerd, je hebt er immers al een klasse in kunnen groeien. Wanneer je vanaf de hoefslag naar de AC-lijn gaat wijken, mag je een stukje vanaf de hoefslag beginnen. Stel je paard daar eerst netjes recht, zorg daarna dat je het wijken met de juiste lichte stelling inzet. Werk deze oefening ook netjes af. Vanaf de G stel je het paard recht en zet daarna pas de wending in. Veel ruiters zijn al zo blij dat het wijken goed ging, dat ze daarna de oefening vergeten af te maken. Dat is erg zonde, want daar laten ze veel punten liggen.

Achterwaarts
De klasse L2 is de eerste klasse waarin het achterwaarts gevraagd wordt. Het is een mooie oefening om de gehoorzaamheid, ontspanning en souplesse van het paard te toetsen. De oefening begint met het halthouden. Rijd je paard vanuit een actieve draf naar het halthouden toe, daarbij mag hij nog een paar passen stappen tussendoor. Het is belangrijk dat het paard enkele tellen onbeweeglijk stil staat, het kan daarbij helpen om in je hoofd tot vier te tellen. In het halthouden moet er ontspanning in de bovenlijn zijn. Een paard dat in het halthouden zijn rug wegdrukt en/of tegen de hand komt, kan niet vloeiend achterwaarts gaan. Neem het halthouden daarom regelmatig mee in je training, zodat je paard ontspannen leert stilstaan, maar wel alert blijft op de hulpen. In het achterwaarts gaan willen we een ontspannen paard zien dat duidelijke, diagonale passen achterwaarts zet. Het exacte aantal passen is in de L2 nog niet vastgelegd, de meeste ruiters rijden er 3 tot 5. Vanuit het achterwaarts moet ook weer worden weggereden, vaak in draf. Zorg ervoor dat je paard netjes op de hulp weer voorwaarts gaat.

Het achterwaarts wordt in de proeven afzonderlijk beoordeeld of gecombineerd met andere onderdelen in de beoordeling. Soms worden er drie afzonderlijke cijfers gegeven voor het halthouden, het achterwaarts gaan en het weer voorwaarts gaan. Bij deze beoordeling kan je goed zien welk van de drie onderdelen sterk of zwak scoren. Bij andere proeven worden deze onderdelen met een (gemiddeld) cijfer beoordeeld.

Algemeen beeld
Bij iedere volgende klasse wordt wat meer verwacht van de africhting en het algemene beeld. Takt en ontspanning blijven de basis, maar er wordt langzaamaan meer gevraagd van de aanleuning, impuls en rechtgerichtheid. Waar in de B wordt gesproken over het ‘in contact en verbinding gaande paard’, hebben we het in de L over ‘het in aanleuning gaande paard’. Wanneer je paard fijn van achteren naar voren is gereden en met een stabiele aanleuning door de proef loopt, heb je ook meer controle over de oefeningen in de proef. In de L2 willen we al wat meer horizontale balans zien en mag het paard al wat meer bij elkaar komen.

Wedstrijden zijn een mooie manier om te kijken waar je staat en waar je werkpunten liggen. Neem de tijd om na de proef de cijfers en tips te bekijken en haal daar voor jezelf de aandachtspunten uit. Waar ga je mee aan de slag? Als je iets niet begrijpt, mag je na de rubriek gerust om verduidelijking vragen aan de jury. Het kan ook helpen om je protocol door je instructeur te laten lezen, zodat je ook in de les gericht verder kan werken. Staar je niet blind op één tip van één jury, maar probeer een lijn te ontdekken in het commentaar. Op die manier is wedstrijd rijden ontzettend motiverend en kan het helpen om jezelf een doel te stellen in je training.

Veel succes op je volgende wedstrijd! Ik hoor graag aan welke tips je iets hebt gehad. +:)+