Algemeen
Het lijkt wel een plaatje uit de vorige eeuw: op de Hoog Buurlose Heide trekken werkpaarden van Staatsbosbeheer dennenbomen van de heidevelden. Gewoonlijk wordt dat werk allang met tractoren en wagens gedaan, zegt een woordvoerster van de natuurbeheerder, maar op de Hoog Buurlose Heide is de ondergrond te slap voor zulke zware machines. Bovendien is de stuifzandbodem kwetsbaar.
Hoog Buurlo is een gehucht op de Veluwe, behorend tot de gemeente Apeldoorn. De eeuwenoude landbouwenclave bestaat uit slechts enkele boerderijen, twee schaapskooien, wat akkers en boslanen. De uitgestrekte Hoog Buurlose Heide omringt de enclave. In het noorden grenst de Hoog Buurlose Heide aan Radio Kootwijk en het Kootwijkerzand, allemaal intensief beschermde natuurgebieden. Staatsbosbeheer beheert 19.000 hectare natuur op de Veluwe.
"Grote machines laten de ondergrond inklinken", legt de woordvoerster uit. "Daardoor zou het stuifzand in een zandbodem veranderen. Dat moet niet gebeuren." Er is bijna geen stuifzand meer in Nederland, terwijl er wel een Europese verplichting is om dit bijzondere landschap te behouden en te beschermen. Op stuifzand komen unieke planten en dieren voor. Maar verbossing en teveel stikstof bedreigen de zandgebieden ernstig.
'Paarden belasten de bodem minder'
Boswachter Laurens Jansen van Staatsbosbeheer: "Op alle heidevelden, ook op de Hoog Buurlose Heide, groeien veel dennen uit weggewaaide zaden. Een enkele den hoort bij het landschap, maar teveel dennen veranderen de hei en het zand in een bos. Dus moet er regelmatig gekapt en gezaagd worden. We gebruiken paarden om de bomen weg te slepen. Die dieren kunnen op plekken komen die voor een trekker lastig bereikbaar zijn en ze belasten de bodem veel minder zwaar. Het is veel arbeidsintensiever dan werken met machines, maar het kwetsbare landschap is dat waard."
Door het inzetten van werkpaarden wordt de bodem niet te diep omgewoeld. In de grond onder de Hoog Buurlose Heide zijn namelijk in 2025 resten van een Romeins legerkamp ontdekt. Het kamp, vermoedelijk een tijdelijke halteplaats voor het Romeinse leger, ligt buiten de Limes, de Romeinse noordgrens door Europa. In het buitenland zijn veel van deze halteplaatsen ontdekt, maar in Nederland zijn er nog maar enkele van deze kampen buiten de Limes blootgelegd. De bodem rond het ontdekte kamp moet intact blijven, want er is mogelijk nog meer op te graven.
Bestrijden van mos
Staatsbosbeheer gaat met de paarden op de Hoog Buurlose Heide ook een test doen met de bestrijding van het tankmos, ook wel grijs kronkelsteeltje genoemd. Dit mos is een invasieve exoot, een soort die oorspronkelijk niet in Nederland thuishoort. Invasieve exoten komen per ongeluk in het landschap terecht en blijken het dan zo goed te doen, dat ze inheemse soorten verdringen. Het grijze kronkelsteeltje hoort thuis op het zuidelijk halfrond. De mossoort vormt dichte zoden, die andere soorten verstikt. Tankmos profiteert van verzuring en stikstof.
"Het idee is dat de paarden op kleinschalige wijze stukken mos weghalen. Als dat lukt gaan we het later in het jaar op grotere stukken van het Kootwijkerzand proberen. Maar dat komt pas in de zomer, want het broedseizoen van de vogels begint bijna. Dan zijn we als beheerders natuurlijk weg uit de natuur om het broeden niet te verstoren. Pas in juli gaan we weer aan het werk."