Fokkerij
Een veulen van zes maanden oud is al behoorlijk zelfstandig. Het is sterk, eet vast voedsel en ziet er al uit als een miniatuur versie van het sterke dier dat het ooit zal worden. In de ogen van de mensen in de paardenwereld is het veulen klaar om gespeend te worden. De menselijke ingreep betekent vaak een abrupte scheiding van moeder en kind. Echter, volgens een nieuwe studie is dit mogelijk een heel wrede manier van handelen.
Al tientallen jaren nemen we aan dat de taak van de moeder er grotendeels op zit als een jong dier zichzelf kan voeden. Of we vonden het in ieder geval niet belangrijk genoeg om het grondig te onderzoeken. Een baanbrekend onderzoek bij paarden, waarbij gebruik werd gemaakt van MRI-technologie, heeft aangetoond dat de band met de moeder het brein van het veulen actief veranderd. Als deze band te vroeg verbreken, heeft dat invloed op de ontwikkeling van het dier.
Onderzoek naar vroeg spenen
In het wild blijven merrie en veulen een jaar of langer bij elkaar. In mensenhanden wordt er echter meestal al na zes maanden ingegrepen. Veranderingen op jonge leeftijd kunnen grote gevolgen hebben. Om de gevolgen van dit verschil te begrijpen, heeft een groep onderzoekers van INRAE in Frankrijk een unieke studie opgezet. Zij deelden 24 Welsh veulens (12 merrietjes en 12 hengstjes) op in twee groepen. De ene groep lieten zij bij hun moeders lopen tot hun adolescentie (rond één jaar oud), de andere groep werd gespeend toen ze zes maanden oud waren, volgens de standaard in de paardenwereld. De onderzoekers bestudeerden de hersenen van de veulens, waarbij ze gebruik maakten van magnetic resonance imaging (MRI).
Zij kwamen erachter dat veulens die bij hun moeder bleven, een aanzienlijk betere rijping vertoonden van de amygdala en de hypothalamus. Dit zijn gebieden in de hersenen die cruciaal zijn voor de emotionele regulaties en lichamelijke processen De amygdala wordt bij mensen ook in verband gebracht met de moederlijke zorg. Maar het meest opvallende verschil zat hem in het Default Mode Network (DMN). Bij mensen is dit netwerk de plaats waar de sociale cognitie zit, het geheugen en wellicht ook het zelfbewustzijn. Het DMN is het actiefste wanneer een persoon niet gefocust is op de buitenwereld. Het is actief tijdens rust, dagdromen of wanneer men zich laat meevoeren door zijn gedachten. Deze studie identificeerde voor het eerst een soortgelijk netwerk bij paarden.
Veulens die opgroeiden met hun moeders ontwikkelden een robuust en goed aangesloten DMN. Degenen die vroeg werden gespeend, deden dit niet. Het is echter nog niet exact duidelijk wat dit betekent voor de paarden.
De stress-paradox: meer eten, minder groeien
De verschillen tussen de twee groepen veulens bleven niet beperkt tot de hersenen alleen. Het onderzoek bracht ook een metabolische paradox aan het licht die de verborgen gevolgen van vroeg spenen aan het licht brengt. In het bijzonder vonden de onderzoekers enkele tegenstrijdige verschillen waar het ging om eten. Je zou verwachten dat pas gespeende veulens, die plotseling geen melk meer kregen, gewicht zouden verliezen. Of wellicht verwacht je dat zij problemen zouden hebben met vaste voeding. Maar de vroeg gespeende veulens besteedden meer tijd aan eten dan hun leeftijdgenootjes die bij hun moeder bleven. De gespeende veulens waren meer geïnteresseerd in eten. En toch kwamen ze minder aan in gewicht.
Het gaat niet alleen om de inname en het verbranden van calorieën. Hoe het lichaam calorieën verwerkt, speelt ook mee. In het geval van de veulens was stress het belangrijkste verschil. Bij de gespeende veulens lagen de waarden van cortisol, het primaire stresshormoon in het lichaam, hoger. Ze verkeerden in een hoge staat van alertheid en verbrandden een deel van hun calorieën alleen maar om hun eigen angst onder controle te houden. Hun lichamen waren aan het overleven, maar bloeiden niet. Intussen waren de veulens die bij hun moeders liepen, een stuk efficiënter. Ze besteedden minder tijd met hun hoofd in de voederbak en meer tijd aan spelen, rusten en onderzoeken. Ben hen werden hogeren niveaus van triglyceriden en cholesterol gevonden. Dit zijn essentiële vetzuren die nodig zijn voor de opbouw van de ‘witte stof’ in de hersenen. Door de aanwezigheid van hun moeders konden de veulens zich ontspannen en hun energie richten op groei en hersenontwikkeling in plaats van op angstige waakzaamheid.
Allostasis
Dit brengt ons bij het concept dat onderzoekers ‘allostasis’ noemen. In tegenstelling tot homeostasis, dat gaat over het lichaam op dit moment stabiel houden, gaat allostasis over voorspellingen. Het is de manier van het brein om de anticiperen op de behoeften van het lichaam, voordat deze zich voordoen. De onderzoekers stellen dat de moeder het ultieme instrument is voor allostase. Zij vormt een buffer tegen de buitenwereld. Als zij er is, hoeft een veulen niet constant de omgeving te scannen op gevaar of zich zorgen te maken over voedselbronnen. De aanwezigheid van de moeder zorgt voor veiligheid, zodat het jonge brein complexe voorspellende modellen over de sociale wereld kan ontwikkelen.
Als die buffer te vroeg wegvalt, gaat het brein in een overlevingsstand en ontstaat er een cascade-effect.
Dit onderzoek werd uitgevoerd op paarden, maar de resultaten kunnen ook van toepassing zijn op andere diersoorten, zowel gedomesticeerd als wild. Bij apen betekent het verlies van de moeder op jonge leeftijd een vroegtijdige dood. Bij mensen is er een link tussen slechte zorg in de zuigelingentijd en ongunstige lichamelijke gevolgen op volwassen leeftijd.
Deze studie bij paarden legt het neutrale mechanisme bloot dat ten grondslag ligt aan deze tragedies: het ontbreken van liefde – of in ieder geval het ontbreken van de belangrijkste verzorger – verandert letterlijk de opbouw van de hersenen en de chemische samenstelling van het bloed.
Dus de volgende keer dat je een veulen ziet grazen naast zijn moeder, dan weet je dat er iets belangrijks aan het gebeuren is. Zij voedt hem niet alleen, maar bouwt ook zijn brein op.
Op nature.com is het complete onderzoek te lezen. Dit is in het Engels geschreven.
Gebruikte bronnen:

Het idee dat zo'n veulen wel groeit maar niet bloeit, heel treurig. Vandaar de
goed dat je het zo doet, wat een geluk voor de bij jou geboren veulens.