Sport
Gisteren hebben Bodien Grijpstra en haar Theodore (stamboeknaam Fonger T fan ‘e Boppelânnen Ster Sport Elite v. Loadewyk 431) hun debuut gemaakt in de Master-klasse (level 4) van de Working Equitation, de hoogste klasse in deze discipline, die ook wel ‘dressuur met hindernissen’ genoemd kan worden. Een geweldige prestatie, want nog nooit heeft een Fries paard deze hoogste klasse bereikt.
Working Equitation is een tak van de paardensport waar dressuur, vaardigheid en snelheid bij elkaar komen. Het is ontstaan vanuit het werk met paarden op het land en inmiddels uitgegroeid tot een wereldwijde wedstrijdsport. Het hoogste niveau hierin is de Master-klasse. In deze klasse rij je alle drie onderdelen met één hand; je paard moet dus heel goed aan de hulpen staan en op je zit gereden worden. In de dressuurproef zitten onderdelen als galoppirouettes, zijgangen, vliegende galopwissels en veel tempowisselingen. Hierin behaalden Bodien en Theodore een score van 67,2%.
De stijltrail bestaat uit een parcours met verschillende obstakels, zoals een slalom waar je changementen tussen rijdt, tonnen waar je voltes en changementen omheen rijdt, een brug, een hek, een sprong en de garrocha, een lange stok waarmee je een ring moet steken. De score voor Bodien bedroeg hier 68,3%. Het derde onderdeel is de speedtrail, de naam zegt het al; hetzelfde ‘hindernisparcours’ moet hier zo snel mogelijk afgelegd worden. Ook dit onderdeel ging goed.
Fonger T fan ‘e Boppelannen
‘De basis voor Working Equitation is de dressuur, omdat je je paard ontzettend goed aan de hulpen moet hebben. Dat zat met deze hengst wel goed. Hij heeft met Heleen de Haas en Marc Peter Spahn succesvol op hoog niveau gelopen. Dit voorjaar kwam Fonger op mijn pad en kreeg ik de kans om hem te kopen. We hebben die kans gegrepen. Fonger heeft Theodore als sportnaam gekregen, genoemd naar mijn broer en mijn pake, die gek was van Friese hengsten. Naast WE start ik Theodore in de klasse ZZ-Licht dressuur”, vertelt Bodien. Theodore is niet het eerste paard waarmee ze presteert; eerder reed ze al Grand Prix-dressuur en ZZ-springen en ze heeft ervaring in de menwedstrijden.
Dressuur- en WE-trainingen
Bodien was zelf bekend met de Working Equitation; met de merries Matsje BV, Fronie BV en Maike BV haalde ze eerder al mooie resultaten tot en met klasse 3. Ze werd twee keer Nederlands Kampioen WE. Het idee om ook met “Theo” te gaan starten, ontstond tijdens een gesprek met WE bondscoach Gemma Broeze. ‘Zij daagde me uit om Theodore te gaan opleiden voor het hoogste niveau van de WE. Ik zou eerst in de klasse 3 starten – dan mag je nog met twee handen rijden – maar Gemma gaf me het vertrouwen dat we ook het hoogste niveau wel konden. Verder volg ik WE-trainingen van Hester Bischot en Marco Boavista, en elke week rijd ik dressuurlessen bij Marc Peter, die bovendien ook enorm meedenkt om de WE-onderdelen te perfectioneren.’
Instelling en vertrouwen
Deze discipline is niet nieuw voor Bodien, maar wel voor haar paard. Ze looft de hengst vanwege zijn gehoorzaamheid, instelling en vertrouwen; die eigenschappen zijn essentieel in de Working Equition. ‘Dat hij het zo goed doet, zegt ook iets over de duurzaamheid van het Friese paard. En dat hij als 16-jarige nog een voor hem onbekende discipline oppakt, zegt iets over zijn intelligentie en aanpassingsvermogen’, aldus de amazone.
Dressuur, maar dan anders
‘In de gewone dressuur bijvoorbeeld worden de wissels op de rechte lijn gesprongen, nu moet Theodore ze in een slalom, dus op een gebogen lijn, doen. Ook moet je onbeweeglijk halthouden bij het uitvoeren van oefeningen, terwijl Theodore op mijn kleinste beweging gaat piafferen; hij is een echte showbink! Achterwaarts gaan gaat in een L-vorm of een cirkel, ook dat heeft hij moeten leren. Maar het moeilijkste is om alle onderdelen te rijden met slechts één hand aan de teugels. Hij pakte het allemaal zo goed op, ik ben ongelooflijk trots op hem!’
Meedenken
Het idee is om Theodore deze winter op meer WE-wedstrijden uit te brengen. ‘We gaan hard doortrainen om alles gemakkelijker, vanzelfsprekender uit te kunnen voeren. Ik merk dat Theo het leuk vindt om te doen, dat vind ik het allerbelangrijkste. Hij denkt met me mee, ziet het als een groot spel.’