RTV Drenthe
Algemeen
Hij vindt het 'vreselijk' als er iemand aan zijn voeten zit, maar Olivier Smink (59) uit Orvelte zit wel hele dagen aan de voeten van paarden. Hij is al dik veertig jaar vol passie aan het werk als hoefsmid. En als het aan hem ligt, maakt hij de vijftig jaar zeker vol. Als stagiair van achttien maakte hij kennis met het vak.
"Ik vond het zo fascinerend om te zien wat die man allemaal wel kon en ik totaal niet. Ik dacht: dat wil ik eerst onder de knie hebben voordat ik hier wegga. Voor ik het wist was ik een jaar aan het stage lopen en toen dacht ik: dit is het helemaal", blikt Smink enthousiast terug. "Het is de vrijheid en ik vind het gewoon heel leuk om met paarden te werken. Ze geven je heel veel informatie zonder te praten. Toen dacht ik: dit wordt mijn vak."
'Dan gaan we sparren en komen we er meestal wel uit'
We volgen Smink tijdens zijn werkzaamheden bij de stal van Wendy Maertens uit Makkinga. Ze heeft zo'n zeventien paarden op stal van verschillende eigenaren. Sommige paarden zijn er om te revalideren, anderen zijn in training voor de verkoop. "Olivier kijkt naar het paard in beweging en naar hoe de voeten groeien en ik voel met rijden wat ik tegenkom. Dat overleggen we dan over en vervolgens komen we er meestal wel uit", zegt Maertens.
'Zo lang mogelijk op blote voeten'
"Als een paard het goed doet op blote voeten, dan laat ik ze zo lang mogelijk op blote voeten lopen", gaat Maertens verder. "Maar je komt op een gegeven moment toch op een punt in je training dat je merkt dat je het nodig hebt: qua slijtage op het harde en in het werk. Dan gaan die voeten toch op een andere manier groeien of afslijten en dat gaat weer ten koste van de belasting en dat werkt weer door op de pezen en alles in het paard."
Er valt veel te kiezen
De meesten paarden worden één keer in de acht weken onder handen genomen door Smink, maar er zijn ook uitzonderingen die iedere vijf weken behandeld worden. En er valt tegenwoordig heel wat te kiezen. Buiten de reguliere ijzers, zijn er ook ijzers van aluminium en therapeutische ijzers die van vervormbaar plastic zijn gemaakt en vastgelijmd worden. Hij heeft ze in alle soorten en maten, breedtes en diktes in z'n bus liggen. Ook bestaan er zooltjes voor tussen de hoef en het ijzer in. "We hebben in Nederland drie hoefijzerfabrieken: in Zeeuws Vlaanderen, Drachten en Groningen, en die maken de meeste hoefijzers voor de hele wereld", vertelt Smink.
Elektrische oven
Het romantische beeld van de vlammen die bij het smeden van de ijzers horen, zijn bij Smink verleden tijd. In zijn busje heeft hij tegenwoordig een elektrische oven staan die hij heel nauwkeurig af kan stellen. "Het gaat net zo snel als met gas. Alleen m'n aluminium ijzers hebben een veel lager smeltpunt: die smelten al bij 660 graden. Dus dan kan ik de oven lager instellen en dan kan ik er ook bij weglopen en dat kan met een gasoven absoluut niet, Bovendien besla ik redelijk veel paarden met aluminium", legt Smink uit.
'Er mogen wel wat smeden bij'
Nederland telt zo'n 450.000 paarden en zo'n 1.500 smeden. Slechts tien procent daarvan is vrouw. En van de hele groep werkt ongeveer de helft parttime. "Er mogen van mij altijd wat smeden bij. Wij hebben ook te maken met vergrijzing. De opleiding duurt drie jaar en er is zeker animo voor. Het is ook een goedbetaalde baan. Als je écht gek bent op paarden, dan word je hoefsmid", promotoot Smink zijn vak.
Op de website van RTV Drenthe is een filmpje te zien.