Sport

Een weigering tijdens een springparcours. Foto: Bokker Mabon/Bokt Wiki
Dit artikel is geschreven door Patricia Salem voor de FEI. Patricia is een voormalig professioneel massagetherapeut voor paarden en rijdt recreatief.
Een weigering op een hindernis kan gênant zijn en je dure strafpunten opleveren tijdens een spring- of eventingwedstrijd. Of erger nog, na meerdere weigeringen word je gediskwalificeerd, of je valt bij een weigering van je paard met verwondingen als gevolg.
Als je worstelt met weigeringen, of je leert springen en wilt weigeringen spreekwoordelijk in de kiem smoren, lees dan vooral verder. Leer hoe je kunt herkennen dat je paard mogelijk gaat weigeren, hoe je weigergedrag bij je paard kunt verminderen en wat je moet doen als je het gevoel hebt dat je beter kunt afgroeten bij een wedstrijd.
Eerst lichamelijke problemen uitsluiten
Als je paard normaal heel gewillig is, maar ineens begint te weigeren om te springen, controleer dan eerst of er lichamelijk niets mis is. Dit doe je altijd voordat je kijkt naar mentale problemen of de trainingsmethode. Zelfs de kleinste onregelmatigheid, problemen met de ijzers of spierstijfheid na een zware training kunnen ervoor zorgen dat het paard weigert, om zo zijn pijn te vermijden.
Soms kunnen een goede massage en enkele dagen rust de oplossing zijn. Maar als dit niet helpt, dan is het tijd om je hoefsmid of dierenarts te bellen om een blessure of hoefproblemen uit te sluiten.
Overschat de mogelijkheden of het trainingsniveau van je paard niet
Het is makkelijk om enthousiast te worden als je naar een hoger niveau kunt, en dan aan te nemen dat je paard daar ook klaar voor is. Maar je moet wel realistisch blijven over wat je paard aan kan en welke wedstrijden passen bij zijn prestaties op dat moment.
Idealiter wil je het paard uitdagen, maar niet overweldigen (oftewel overschatten). Bij het samenstellen van je wedstrijdschema kies je voor een aantal wedstrijden die je makkelijk aankunt als combinatie, om zelfvertrouwen op te bouwen. Maar ook kijk je naar een paar die iets ambitieuzer zijn, maar nog wel binnen jullie bereik liggen. Anders loop je het risico dat je jouw paard leert dat wedstrijden altijd boven zijn niveau liggen en dat kan er zelfs voor zorgen dat hij wedstrijden gaat associëren met angst.
Bestudeer het parcours grondig
Het is essentieel dat je het parcours gaat verkennen, voordat je gaat starten. Niet alleen voor jezelf, maar ook om de rijbaan te zien door de ogen van je paard. Weet bijvoorbeeld welke kleuren je paard slecht kan zien, en sommige paarden worden nerveus van een waterhindernis of een ondoorzichtige muur.
Kijk ook naar de bodem, deze heeft invloed op de afzet en de landing. Is deze glibberig? Zou je paard schichtig kunnen reageren als hij op zo’n ondergrond moet springen?
Galopsprongen tellen is ook essentieel. Als je te vroeg afzet, of juist te dicht bij de hindernis komt, kan je paard weigeren. Hij voelt dan aan dat jij je misrekend hebt. Als hij wel probeert te springen, maar dit gaat fout, dan kan dit een voorbode zijn voor toekomstige weigeringen waarbij het paard al aanneemt dat hij bovenop de hindernis gaat landen, of op een andere manier gewond kan raken.
Breng spanning niet over naar het paard
Je weet wellicht waar in het springparcours de kans het grootst is dat je paard schrikt. Maar je wil niet dat jouw bezorgdheid daarover wordt overgebracht op je paard.
Veel ruiters realiseren zicht niet dat ze de teugels strakker nemen of hun adem inhouden als zij een hindernis naderen waar ze mogelijk problemen verwachten. Je moet het paard laten weten dat je alles onder controle hebt en dat er niets raars is aan de hindernis die voor je staat. Ontspan, blijf doorademen en geef je paard het vertrouwen dat hij dit kan.
Communiceer open en in beide richtingen
Een schrikreactie verwachten en andere slechte gewoontes van de ruiter maken de communicatie met je paard lastig. Je wilt dat je paard jouw vertrouwt, en je wilt ook de subtiele signalen in zijn lichaamstaal lezen. Bijvoorbeeld de signalen die aangeven dat het paard mogelijk gaat weigeren, zodat je die kunt begrijpen.
In sommige gevallen moet het paard de hindernis gewoon proberen, en als ruiter wil je een weigering voorkomen, nog voor die er is. Maak je handen wat zachter en vermijd het automatisme om je teugels strakker te nemen. Dit beïnvloedt de mond en nek van het paard, en verstoort zo de natuurlijke balans.
Heb je controle over je zit? Klem je niet te hard met je benen? Of juist het tegenovergestelde, moet je wat aandrijven bij het naderen van de hindernis, om zo je paard meer kracht en zelfvertrouwen te geven? Je wilt je been op het juiste moment gebruiken.
Maar als je voelt dat je paard achter je been komt – een signaal dat er een weigering op de loer ligt – dan is het niet het moment om meer been te geven. Dan geef je het paard tegenstrijdige signalen, namelijk dat het paard moet weigeren zodra jij meer been geeft.
Vergeet niet om je hoofd omhoog te houden, kijk hoe je de hindernis neemt en anticipeer op de volgende. Je paard zal grofweg volgen waar je heen kijkt, hoofdhouding is heel belangrijk.
Train op de goede manier voor jouw rubriek
Je kunt een heel boek schrijven over hoe je een paard traint om correct te springen. Maar weigeren voor de hindernis is vaak terug te voeren op een aantal veelvoorkomende problemen, die wel heel goed te trainen zijn:
- angst, onwennigheid, te weinig zelfvertrouwen (psychische oorzaken)
- overvragen (paard nog niet klaar voor dat type hindernis of die hoogte)
- onvoldoende dressuurtraining, met name in de galop
- een slechte houding van de ruiter en verkeerde plaatsing van de benen in het zadel
- sneller willen in plaats van met meer impuls, dit heeft invloed op hoe het paard springt
Als je paard bang is voor bepaalde typen hindernissen (vaak gerechtvaardigd), vanwege de hoogte of de bouw ervan, dan is het opbouwen van zelfvertrouwen het sleutelwoord. Laat het paard goed wennen aan deze hindernissen of spring lagere hindernissen, tot je deze op een vertrouwde manier springt. Verhoog ze dan geleidelijk aan. Je moet wellicht een stapje verder teruggaan naar de basis en een tijdje kruisjes of halve kruisjes springen voordat je er weer een balk boven legt.
Breng variatie aan in de aankleding, bijvoorbeeld bloempotten, of plaats een kleine Liverpool (waterbak) onder de hindernis. Zo went je paard aan de verschillende objecten die je ook in het parcours tegenkomt.
Schiet je paard langs smalle hindernissen heen, een ander type weigering dan kort voor de sprong te stoppen? Oefen dan met het nemen van deze hindernissen met de staanders verder uit elkaar en breng ze langzaam aan dichter naar het midden zodra je paard er vertrouwder mee is. Rij altijd aan op het midden van de hindernis, om te voorkomen dat hij teveel naar de zijkant komt, en rij altijd recht aan totdat je paard meer vertrouwen ontwikkelt.
Neem je tijd rondom waterhindernissen, om het paard vertrouwd te maken met water en de reflecties daarin. Dit geldt in het bijzonder voor de eventing, waar je echt door het water moet, in plaats van eroverheen te springen. Maak het rijden in water leuk met natuurlijke trucjes, om zo het werken in het water te introduceren, zonder de druk van een wedstrijd.
Zorg ervoor dat je galop zuiver en flexibel is. Hiermee wordt bedoel dat je paard gemakkelijk kan verruimen of verzamelen. Voor meer plezier en variatie kun je cavaletti of balken op de grond gebruiken, in plaats van de hoogte in te gaan.
Het kan lastig zijn om te bepalen of er moet worden gewerkt aan je houding in het zadel of je beenhulpen. Je kunt een trainer vragen om jou te observeren en corrigeren, maar je kunt ook gebruik maken van spiegels in de rijbaan of een stalgenootje vragen om jou eens te filmen tijdens het rijden. Zo kun je zien waar je jezelf kunt verbeteren. Zodra je kunt voelen wanneer je houding goed is en wanneer niet, wordt het ook makkelijker om kleine dingen te corrigeren tijdens het parcours, als dat nodig is.
En als laatste: weersta altijd de drang om te hard te gaan. Ja, je moet alert zijn op de toegestane tijd, maar loop geen risico dat je je paard dwingt om te weigeren omdat je een hindernis te snel nadert, of er te dicht onder komt. Verkies altijd de impuls vanuit de achterhand boven pure snelheid. Dan wordt het makkelijker om de hindernissen foutloos te nemen, ook voor je paard. Denk groter en met meer vering, niet snel en vlak.
Neem een andere hindernis, voor je je terugtrekt
Soms maakt het niet uit hoe hard je getraind hebt, of hoe capabel je paard is, het is dan gewoon niet jouw dag. Het is niet erg als je incidenteel een keer afgroet. Helemaal niet als je bezorgd bent om je paard, dat deze ervaring misschien een negatief effect gaat hebben in de toekomst, of blessures kan veroorzaken.
Echter, je wilt je paard niet onbedoeld aanleren dat als hij weigert, hij terug mag naar stal om lekker hooi of een snack te eten. Als het mogelijk is, neem dan één laatste hindernis voor je de ring verlaat. Dit kun je ook doen tijdens trainingen. Dan eindigt het ook altijd positief voor je paard.
Hopelijk kunnen deze adviezen jou helpen, zodat jij je paard weer kunt helpen en je in de toekomst goede beslissingen kunt nemen.