Algemeen

Glamourdale, gereden door Charlotte Fry bij IB/TDM 2023. Hij won prijzen bij wedstrijden
voor jonge paarden, maar ook op Grand Prix-niveau. Foto: Marlies Trap Fotografie
Dit artikel is geschreven door Lauren Sprieser voor Chronicle of the Horse. Zij is internationaal Grand Prix-amazone, trainer en geeft clinics. Zij heeft bij de USEF de gouden, zilveren en bronzen medaille met onderscheiding. Ze leidt paarden en ruiters op tot FEI-niveau. Ook schrijft zij blogs voor Chronicle of the Horse.
Ik kocht Ojalá (v. Vitalis, uit de Sir Sinclair merrie Fienna) als veulen bij haar fokker, Belinda Nairn. Ze groeide op in de wei, leerde op de poetsplaats te staan, meelopen aan de hand, gewassen te worden en zich netjes te gedragen. Toen ze drie was, werd ze zadelmak gemaakt. Ze leerde stappen, draven en galopperen, nageeflijk aan het bit, werken terwijl er ook andere paarden in de bak waren en buitenrijden. Dit alles voordat ik haar, nu vier jaar, in april 2023 ophaalde. Ik reed haar en vond haar fantastisch. Toen gaf ik de teugels over aan mijn geweldige assistent-trainer Ali Redston. Hij heeft een veel grotere affiniteit met de jonge paarden dan ik. Ze gingen buiten ons terrein rijden, dit was oninteressant. Daarna gingen ze naar een erkende wedstrijd, waar ze bewonderenswaardig presteerden in twee Materiale Classes (dressuurrubrieken voor jonge paarden waarbij alle deelnemers tegelijkertijd in de rijbaan rijden. Hierbij wordt geen vastgestelde proef gereden.-red.). Zij gedroegen zich werkelijk perfect.
Daarna gaf ik ‘Lala’ een maand vrij.
Waarom ik dat deed? Ze was gezond en werkte goed. Ze benaderde elke dag opgewekt en had goede manieren, zowel onder het zadel als op de grond. Ze loopt alleen voor op hoefijzers, heeft gezonde benen en een sterke bovenlijn. Waarom zou ik dan stoppen?
Gewoon… omdat ik dat kon. Omdat er niets anders is waar ik echt om geef bij haar. Lala is toevallig een groot paard van 18 hands (circa 1.82 meter-red.) en ik weet heel eerlijk gezegd niet zeker of ik iets anders gedaan zou hebben als maar 16 hands (circa 1.62 meter-red) was geweest. Het kwam voor mij neer op: als vierjarige kan een paard nog niet veel winnen, maar wel veel verliezen door teveel te doen.
Tijdens haar maand vakantie bleef haar routine wel hetzelfde: ’s nachts in een privé-buitenverblijf, overdag op stal. Ze werd geborsteld en af en toe gewassen. Ik nam mezelf voor om te werken aan het trailerladen, maar deed het vervolgens prompt weer niet (oeps). Maar wel liep ik, wanneer de tijd dat toeliet, rond te zwaaien met ballen of vlaggen of andere nonsens. Ik deed het niet vaak, want ze was echt niet bang. Meestal gaf ik haar wat kriebels of een paardensnoepje en liep dan weer weg.
Ik vertelde mijn team dat als zij zich op de grond als een dwaas ging gedragen, opdringerig of juist heel fris zou worden, dat we haar dan eerder weer aan het werk zouden zetten. Maar dat deed ze niet, dus ze bleef met vakantie.
Na een maand was de vakantie voorbij. Ze was wat bespiering kwijt geraakt, en hoewel ze toch zeker niet dik was geworden, wilde ik ook niet te lang wachten met haar weer op te pakken. Ali heeft haar eerst gelongeerd, daarna stapte ik erop en reed rond. Als ik naar haar kijk, is haar draf misschien iets vlakker geworden dan voor haar vakantie, maar dat was ook maar minimaal. De stap en galop zijn excellent, ze accepteerde de hulpen, ze leek te lachten. Het was net of ze geen dag weggeweest was. Missie heel erg geslaagd!
Niet elke vierjarige is zoals deze. Sommige veranderen in draakjes als ze niet aan het werk zijn. Sommige worden onhandelbaar, sommige zijn op hun vierde erg lastig en moeten in hun trainingsprogramma blijven. Sommige hebben een langzame spijsvertering en zullen dik worden. Ja, ik weet dat het paard nog groeit tot zijn zesde jaar, en te snel te hard willen werken is slecht voor hen. Maar ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat overgewicht bij het paard op de lange termijn een probleem is voor de gewrichten.
Ik schrijf dit op de eerste dag dat ik haar weer aan het werk heb. Het kan best zijn dat ze op dag drie een boze lomperik is. Ik betwijfel het, maar je weet maar nooit.
Het is lastig te beoordelen waar de grens ligt tussen teveel, niet genoeg en precies goed. Ik hoor vaak [i]“Lauren, ik wilde Fluffy niet inrijden voor ze vijf was, omdat ik haar tijd wilde geven om uit te groeien. Maar ze leek niet blij te zijn, dus zijn we zonder druk en met bitloos hoofdstel een jaar bezig gegaan met buitenrijden. Toen was ze nog steeds boos, dus we hebben haar behandeld voor EPM/Lyme/mineralentekort”… En nu is Fluffy negen jaar en kun je haar vergelijken met een 37-jarige man die nog steeds bij zijn moeder woont en die geen baan weet te behouden omdat zijn werkgevers “hem gewoon niet begrijpen”. Dat is de uitkomst van niet genoeg doen. Er is een tijdspanne voor het bijbrengen van werkethiek, het vermogen om met druk om te gaan en omgangsvormen die steeds moeilijker te vervangen zijn, naarmate je langer wacht om daarmee te beginnen.
Maar we kennen ook allemaal de gruwelijke verhalen van paarden die elke wedstrijd voor 4-, 5- of 6-jarigen bergen rozetten, bekers en andere prijzen winnen, maar die vervolgens op jonge leeftijd helemaal kapot gereden zijn.
Ik schrijf dit aan het begin van de kampioenschappen voor jonge paarden tijdens het U.S. Dressage Festival of Champions in Illinois, waar we veel van beste jonge paarden van het land zien. Sommige zullen uitgroeien tot geweldige Grand Prix-paarden met een lang, gezond leven. Sommige zullen dingen meemaken waardoor ze nooit de top van de sport zullen bereiken, bijvoorbeeld omdat ze verkocht worden aan eigenaren die niet zo’n hoge ambitie hebben, of omdat ze ingezet gaan worden voor de fokkerij. En veel paarden zullen sowieso nooit een Grand Prix-paard worden, gewoon omdat niet ieder paard daar geschikt voor is. Dat is maar weinigen gegund.
Ik heb niets tegen het programma voor jonge dressuurpaarden, eerlijk gezegd. Maar als dit kampioenschap gehouden wordt naast de kampioenschappen op topniveau voor Intermediaire I en Grand Prix, is het wel de moeite waard om op te merken hoe weinig van de paarden in die proeven ook hebben deelgenomen aan wedstrijden voor jonge paarden. Iemand heeft mij ooit verteld dat er de Olympische Spelen veel paarden rondlopen die als jonge dieren zo vervelend en moeilijk waren, dat hun eigenaren geen andere keuze hadden dan ze te blijven dwingen om zich aan de regels te houden, totdat ze goed genoeg getraind waren om nuttige dieren te zijn. Ik heb zelf ook enkele van deze paarden op Grand Prix-niveau gereden. En daar troost ik me mee, wetende dat er niet één manier is om dit te doen.
Glamourdale won medailles als jong paard, maar ook op Grand Prix-niveau, TSF Dalera BB was op haar zevende nog nergens.
Zoals met alles, streef ik in mijn eigen programma ook naar de gulden middenweg. Het werk met mijn paarden, ongeacht hun leeftijd, doe ik op een goede manier: met duidelijkheid, consistentie, eerlijkheid en uiteindelijk ook bondigheid. Ik werk hard om goede dierenartsen, hoefsmeden en specialisten te kunnen inhuren om problemen voor te zijn. Maar ik moet ook luisteren naar zowel mijn paarden en het team van mensen dat met hen werkt. En dan kies ik ervoor om wat minder te doen. Als het tijd wordt om na te denken over fitheid, dan pas denk ik na over fitheid. Maar ik ben er niet huiverig voor om ze even een pauze te geven, in bijzonder omdat ik wil dat ze een lange en indrukwekkende carrière opbouwen. Misschien laat ik dan wel de kans schieten om wat jonge paarden-lintjes te winnen, maar er is altijd genoeg te verliezen.